De geheimen van de Leidse [ɻ]

Het is vandaag drie oktober, de dag van een groot volksfeest in Leiden.  In de stad zelf zeggen ze [dɻi ɔktoʷbəɻ], met een ‘Amerikaanse’ [ɻ] die je verder in geen enkel Nederlands dialect hoort, zeker niet voor een klinker (u kunt hem hier beluisteren).

Waar die [ɻ] vandaan komt, weet niemand. De Leidse taalgeleerde Hans Heestermans heeft wel geopperd dat het komt doordat in de 17e eeuw een groot aantal Vlaamse tekstielarbeiders naar de stad gekomen zijn – terwijl ze daarvoor een tijd in Engeland gewoond hadden. Maar bewijzen dat er in Engeland toen al zo’n uitspraak van [ɻ] bestond zijn er niet, en het is ook niet zo waarschijnlijk dat je binnen een paar jaar zo’n klank oppikt en die vervolgens naar elders meeneemt.

Maar nu een belangrijke vraag: hoe schrijf je [ɻ] als je die letter toevallig niet op je toetsenbord kunt vinden? Google geeft raad:

“drrie” oktober 2,830
“drrrie” oktober 218
“drrrrie” oktober 414
“drrrrrie” oktober 71
“drrrrrrie” oktober 89
“drrrrrrrie” oktober 4
“drrrrrrrrie” oktober 85
“drrrrrrrrrie” oktober 4
“drrrrrrrrrrie” oktober 765
“drrrrrrrrrrrie” oktober 2
“drrrrrrrrrrrrie” oktober 4
“drrrrrrrrrrrrrie” oktober 0
“drrrrrrrrrrrrrrie” oktober 1
“drrrrrrrrrrrrrrrie” oktober 0

Het is natuurlijk niet verbazingwekkend dat de reeks gaandeweg afneemt. Wel grappig is dat de reeks golft: drie met een even aantal r‘en heeft altijd net iets meer treffers dan drie met één r meer of minder (drrrrie heeft bijvoorbeeld 414 treffers, terwijl drrrie er 218 heeft en drrrrrie 71).

Dit effect is bijna even geheimzinnig als de uitspraak van de klank. Wat is hier aan de hand?