Wanneer u zeggen pijn doet

Zelden heb ik de pijn gevoeld die taalvariatie teweeg kan brengen, als toen ik gisterenmiddag in het gezicht van mijn buurvrouw keek. Het was mooi weer, ze had een pakje voor me aangenomen van de postbode dat ik kwam ophalen. Ze vertelde dat ze binnenkort ‘eindelijk’ ging promoveren en ze sprak me aan met u.

Toen ik haar voorstelde om elkaar te tutoyeren, kreeg ze die blik in haar ogen die me door de ziel sneed. ‘Ik vind dat wel een beetje moeilijk,’ gaf ze schoorvoetend toe.

Nu had ik deze week al eerder een moeilijk moment toen ik afscheid nam van een groepje stagiaires die het ook al lastig bleken te vinden om zelfs na het dienstverband jij te zeggen. Maar dit was een buurvrouw! Die toch al rond de dertig moet zijn, gezien het feit dat ze kennelijk redelijk lang over haar proefschrift gedaan heeft!

Ik heb er een paar maanden geleden al eens over geschreven, deze gevoeligheid die ik heb voor het gebruik van u. Ik documenteer nu maar eens dat het nu nog erger geworden is.

En dat er toch ook echt sprake is van taalvariatie. Ik zou er niet over denken om een buur die vijftien jaar ouder is dan ik met u aan te spreken, en al helemaal niet aarzelen als die buur het mij zou voorstellen. Goed, bij een tachtiger zou ik het ook wat moeilijk vinden.

Ik gebruik u toch kennelijk vooral om afstand te scheppen. Vandaar dat ik licht gekwetst ben – het voelt alsof die buurvrouw vindt dat ze maar voor mij moet oppassen, als ze nu je gaat zeggen, zit ik binnen de kortste keren bij haar op de bank Boer zoekt vrouw te kijken en de koektrommel leeg te eten. Als ik redelijk ben, weet ik dat dit niet klopt: u zeggen betekent voor haar iets anders. Of ze vindt me echt een ouwe man.

Ik documenteer dus. Hier is, ergens aan het begin van de 21e eeuw, een 44-jarige man die gekwetst is doordat zijn 30-jarige buurvrouw het moeilijk vindt om jij te zeggen. Waar moet dat heen.