Steeds weer nieuwe taalscheurtjes

De geschiedenis van België

Een van de menselijke breuklijnen die al een paar duizend jaar door het Europese continent loopt is de grens tussen het gebied van de Germaanse en dat van de Romaanse talen. En op weinig plaatsen heeft die grens tot zoveel schermutselingen geleid als in België.

De schrijfster Brigitte Raskin – in de jaren tachtig een van de eerste winnaars van de AKO-prijs – schreef een helder en beknopt geschiedenisboek over de bijna tweeduizend jaar dat die grens zich door de Lage Landen slingert: vanaf de Romeinse bezetting via de eindeloze wisselingen van de wacht tijdens de middeleeuwen, met steeds weer andere indelingen van het gebied en steeds weer andere grote rijken waar de verschillende gebieden toe behoorden.
De taalgrens is eigenlijk vooral een geschiedenis van het gebied dat nu België heet. Behalve de taaltegenstellingen krijgen ook de verschillen in politieke en religieuze inzichten (socialisten tegenover katholieken, en zij allen tegen de calvinisten) een duidelijke plaats. Met zijn 327 bladzijden en zijn vlotte schrijfstijl is het vooral ook een heel handzame gids: met een zaterdagmiddagje lezen heb je alle hoogte- en dieptepunten van de Belgische politiek weer paraat. Raskin is zowel schrijfster als historica, en woont blijkens het nawoord zelf al sinds 1974 op de taalgrens (‘in de gemeente Overijse, gehucht Maleizen, wijk Bakenbos (…) in een straat die aan haar Vlaamse kant Hoeilaartsteenweg heet en aan haar Waalse kant rue Pierre Van Dijck).

Aan de taalkundige kant van de zaak, en zelfs de zuiver taalpolitieke, wordt minder aandacht besteed. Hoe de verfransing van de Vlaamse en Waalse dialectgebieden in de 18e tot en met de 20ste eeuw precies in zijn werk ging, legt Raskin niet echt uit en de oprichting van de Nederlandse Taalunie, waarmee de Vlamingen de banden met Nederland voor hun standaardtaal op een unieke manier vastlegden, wordt in het geheel niet vermeld.

Nu is dat, kun je zeggen, een keuze: het boek geeft vooral een politieke geschiedenis van de taalgrens. Om diezelfde reden wordt er veel meer aandacht besteed aan de grote politiek in de Kamer dan aan de man in de rue Pierre Van Dijck. Bezwaarlijker vind ik dat de focus nogal sterk ligt op de Vlaamse kant van de zaak. Er wordt vrij neutraal ingegaan op de meest uiteenlopende Vlaamse heethoofden, terwijl de Waalse politieke discussie er erg bekaaid vanaf komt. Bovendien heb ik de indruk dat de Walen ook net iets kritischer beschreven worden. Mij maakte De taalgrens in ieder geval erg nieuwsgierig naar een Franstalig equivalent.

Zo lijkt Raskin het vooral door Franstaligen geopperde idee dat iedere Belg, waar hij ook woonde, gebruik zou mogen maken van de eigen taal, volkomen onrechtvaardig te vinden. Herhaaldelijk wijst zij erop dat dit in de praktijk zou betekenen dat Vlaanderen tweetalig wordt, maar Wallonië niet, omdat in het laatste gebied nu eenmaal weinig Nederlandstaligen wonen. Maar wat dan nog? Vlaanderen had die tweetaligheid vervolgens ook tot zijn eigen voordeel kunnen uitbuiten: zij konden de ander tenminste verstaan.

Hierdoor kreeg ik – als Nederlandse buitenstaander – paradoxalerwijs gaandeweg steeds meer het gevoel dat die hele taalstrijd eigenlijk vooral een Vlaamse aangelegenheid was, en dat de Franstaligen rationeel gezien een veel redelijker standpunt innamen. De voornaamste problemen zaten ook niet zozeer bij de Walen, die min of meer eentalig leefden in hun eigen industriegebieden, maar bij de Franstalige elite onder de Vlamingen. De taalstrijd was er vooral één tussen een Franstalige elite, die zijn privileges niet wilde opgeven, en een Vlaamstalige groep die daar volkomen eentaligheid – en dus afsluiting van de grote Franse cultuur – tegenover wilde stellen.

Dat de Vlaamse Beweging zo sterk katholiek was, maakte de aansluiting met het Nederlands van Nederland tegelijkertijd natuurlijk ook altijd enigszins moeizaam. Het land in het noorden bracht bijvoorbeeld niet veel aansprekende katholieke schrijvers op. Bovendien lijkt de discussie over dat noordelijke Nederlands (‘A.B.N.‘) inmiddels ook weer te ontaarden in een onoverzichtelijke stammenstrijd tussen allerlei elites. En zo ontstaan er net benoorden de taalgrens steeds weer nieuwe taalscheurtjes.

Brigitte Raskin. De taalgrens. Of wat de Belgen zowel verbindt als verdeelt. Leuven: Davidsfonds, 2012. ISBN 9789058267405. Bestelinformatie.