Klankencyclopedie van het Nederlands (13): [i]

[i] De [i] maak je door de voorkant van je tong op te tillen – zo hoog dat het puntje bijna het verhemelte vlak achter de tanden raakt. De [i] is daarom een van de drie punten van de klinkerdriehoek – de andere zijn de [a] en de [u]. (In het eerstgenoemde stukje vertel ik nog wat meer over de klinkerdriehoek.)

Als je na een [i] een andere klinker plaatst, voeg je als spreker van het Nederlands een [j] in: p[ij]ano, Ch[ij]os, p[ij]oen. Die [j]-klank lijkt heel sterk op de [i], en is eigenlijk niet veel anders dan een nog nét iets engere vernauwing die ook nog iets korter duurt.

Er is een uitzondering: wanneer er twee [i]’s naast elkaar staan, komt er geen [j] tussen. De kroongetuige daarvoor is het woord Shiiet: dat wordt niet uitgesproken als Sh[ij]iet. Waarom is dat?
De reden is waarschijnlijk dat [j] en [i] teveel op elkaar lijken. Er is in het Nederlands geen enkel woord dat met [ji] begint – terwijl woorden wel met [jɪ] kunnen beginnen (jicht). Zo beginnen er ook geen woorden met wuu (behalve de plaatsnaam Wuustwezel) omdat [w] en [y] ook op elkaar lijken.

Van de [i] bestaan in veel dialecten twee varianten: een korte en een lange. De lange variant ontbreekt bijna geheel in de standaardtaal. We vinden hem alleen in bepaalde leenwoorden in team (dat in de uitspraak van de meeste Nederlandstaligen niet precies rijmt op riem) en voor de [r]: de ie in lier, pier en kier is duidelijk langer dan die in lied, Piet en kiet.