Klankencyclopedie van het Nederlands (10): de [y]

[y] De [y] (in onze spelling geschreven als u, zoals in nu) is een klinker halverwege de [i] (ie) en [u] (oe). Dat blijkt uit de manier waarop je hem maakt: plaats je tong alsof je een [i] gaat zeggen (dat wil zeggen, de voorkant van je tong omhoog), maar plaats je lippen in de vorm van de [u] (dat wil zeggen, tuit ze een beetje). Dan zeg je automatisch een [y].

Er is iets lastigs aan die combinatie. Het tuiten van je lippen heeft een effect op de klankkwaliteit die vergelijkbaar is met het optillen van de achterkant van je tong, niet de voorkant. De [u] (tuiten en achterkant tong) en de [i] (niet tuiten en voorkant) zitten daarom allebei precies goed in de mond. De meeste talen van de wereld hebben daarom zowel een [i] als een [u].

De [y] is veel zeldzamer. Wij merken dat niet zo, doordat toevallig veel van onze buren de klinker hebben – het Frans, het Duits en het Turks, maar het Engels niet. Er zijn in ieder geval geen talen op de wereld die wel een [y] hebben, maar niet de eenvoudigere [i] en [u].

Er is nog iets waaraan je kunt merken dat de [y] halverwege de [i] en de [u] zit. Wanneer een [i] gevolgd wordt een andere klinker, volgen we een [j] in: pi[j]ano, idi[j]oot. Na een [u] komt onveranderlijk een [w]: dou[w]ane. Maar na een [y] gebeurt het allebei: sommige mensen zeggen du[j]o en flu[j]or; anderen zeggen du[w]o en flu[w]or. 

Er zijn over uitspraakkwesties geen normen vastgesteld. Nu stuit het bij sommige mensen op onoverkomelijke bezwaren als er twee taalvormen ongelijkwaardig zijn: stel je voor, wat een verwarring dat gaat opleveren als de een barbecu[j]en en de barbecu[w]en! Je hoort daarom soms mensen mopperen over de eerste vorm, die een teken is van grote taalverloedering, en dan weer hoor je anderen precies diezelfde klacht over de tweede vorm naar voren brengen.