Intrinsiek slecht in 1875

Bram Moskowicz heeft een opvallende gevoeligheid voor taal. Je krijgt het idee dat er weinig mensen zijn die woorden zozeer pijn kunnen doen als deze beroemde advocaat. Doorlopend is hij tot in het obsessieve bezig om de woorden van anderen op een goudschaaltje te wegen om te zien of er niet één grammetje krenking in kan worden gewogen. Je kunt dat lezen in zijn boek Liever rechtop sterven dan op je knieën leven, dat ik een paar maanden geleden hier besprak.  Ik vind dat een sympathiek trekje van hem, maar soms slaat hij een beetje door.

Moskowicz staat onder vuur. De Deken van de Orde van Advocaten, Germ Kemper, wil hem een halfjaar lang schorsen vanwege zijn ondoorzichtige financiële handel en wandel. Waarom niet een jaar? Omdat Moskowicz geen intrinsiek slecht mens is, verklaarde Kemper in een interview. Let wel: geen intrinsiek slecht mens.
Hieraan blijken Moskowicz en zijn vriend Leon de Winter zich nu enorm te hebben gestoord.
Moskowicz lichtte zijn woede nader toe in De Telegraaf:

Dat lijkt sympathiek, maar het is rechtstreeks ontleend aan mijn boek Liever rechtop sterven dan op je knieën leven. Daarin zegt mijn vader, ondanks alle ontberingen die hij tijdens de oorlog doormaakte, dat er geen intrinsiek slechte mensen bestaan. Vilein en ondermaats om precies die tekst te gebruiken.

In de Volkskrant van gisteren deed Moskowicz’ vriend Leon de Winter er nog vele schepjes bovenop:

Kempers woorden vielen op omdat ze een karakteroordeel inhielden over iemand wiens daden als advocaat door Kemper ter discussie werden gesteld. Wel of niet ‘intrinsiek slecht’ heeft niets met Kempers aanklacht te maken. Hij is geen psychiater. Maar hij kon het niet laten ze te gebruiken. Waarom niet?

Op die laatste vraag kan natuurlijk alleen het antwoord van een psychiater volgen, en jawel:

Ik zag in Kemper een cynische man die obsessioneel achter Bram is aangegaan. Dat ‘niet intrinsiek slecht’ ervaar ik als een ontwijding van de heilige woorden van Brams vader. Kemper wist dat alleen Bram die opmerking zou begrijpen; doordat Kemper ze gebruikte, nam hij ze van Brams vader af en besmeurde hij ze door ze tegen diens zoon in te zetten. Het was een retorische verkrachting. ‘Nodeloos grievend’, heet dat in advocatenjargon.
‘Intrinsiek slechte mensen bestaan niet’, citeert Bram zijn vader in zijn boek. Ik vraag me af of Kemper de uitzondering op die regel is.

Met andere woorden: De Winter verwijt Kemper dat hij Moskowicz met een kampbeul vergelijkt, omdat dit een ontheiliging en nodeloos grievend is. En vergelijkt hem vervolgens, in nadelige zin, met een kampbeul.

Een belangrijke vraag bij dit alles is natuurlijk: doet de uitdrukking intrinsiek slecht ook anderen dan de auteur van  Liever rechtop sterven dan op je knieën leven onmiddelijk aan dat boek denken? In de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren vinden we citaten uit De Gemeenschap uit 1938 (“Er is op de wereld geen volk, dat intrinsiek slecht is”) en zelfs uit De Gids van 1875 (“De degelijkheids-monomanisten hebben natuurlijk de kunsttheorie van ‘l’art pour l’art’ te baat genomen, om als ‘niet degelijk’ en intrinsiek slecht elk kunstvoorbrengsel te veroordeelen, dat de strekking heeft direct nuttig te zijn.”)

In de advocatuur blijkt het begrip overigens wel een noviteit. Het wekt er enige verbazing, maar om de omgekeerde reden: een dader die ‘niet intrinsiek slecht’ is, en dus een bepaalde karaktereigenschap bezit, zou daarom minder streng moeten worden beoordeeld (zie dit juridische weblog).

Via Google zijn er ook heel veel treffers te vinden van ‘intrinsiek slechte mensen’, ook van voor het verschijnen van Bram Moskowicz veelgelezen meesterwerk. Mijn favoriet, op Twitter (van 23 oktober 2010):

nee, je vergist je. Ik knuffel intrinsiek slechte mensen en daarom ben ik een gevaar voor de samenleving #zozitdat