Drie van de vier mensen praat zo

Soms is het moeilijk om te beslissen of het werkwoord in het enkelvoud of het meervoud moet staan. Zeg je een paar schoenen staat in de gang of een paar schoenen staan in de gang? Een aantal politici viert of vieren feest? Ruim 30% van de kiesgerechigden kwam of kwamen niet opdagen?


De variatie – en daarmee de moeilijkheid om te kiezen – komt in dit soort gevallen voort uit het feit dat het onderwerp van de zin – een paar schoenen, een aantal politici, 30% procent – zowel een enkel- als een meervoudig deel bevat. Maar gisteren ontdekte ik ineens een nieuw probleem, een waar eigenlijk geen sprake is van enig enkelvoud in het onderwerp en het werkwoord tóch meervoudig is. Iemand twitterde:


– Drie van de vier peilers denkt dat @xxx in de kamer komt.

Toen ik het navroeg (‘Kun je dat echt zeggen?’) bleek de Twitteraar ook bij nadere beschouwing niets vreemds aan de zin te zien. Ook op Google kom je vaak genoeg een enkelvoudig onderwerp tegen:

– Drie van de vier had een goede dessert (tripadvisor) 

– Uit onderzoeken en enquêtes onder Amerikaanse oncologen komt naar voren dat drie van de vier artsen (75%) elke vorm van chemotherapie zou weigeren (earth matters)

Ik zou het zelf geloof ik niet zo snel zeggen, maar ik kan het me beter voorstellen bij drie op de vier. De volgende zin klinkt mij helemaal niet zo slecht in de oren.

– Drie op de vier peilers denkt dat @xxx in de kamer komt.

Ik heb de indruk dat die constructie op het internet ook nog net iets vaker voorkomt. Ik had binnen een handomdraai zelfs heel recente voorbeelden gevonden:

– Daarmee is de opkomst ongeveer hetzelfde als in juni 2010, toen uiteindelijk circa drie op de vier kiesgerechtigden ging stemmen (AD)– Bijna drie op de vier ondervraagden zegt alcohol nodig te hebben om te ontspannen. (Jobat)

Maar hoe kan dat nou? Bij een op de vier zou je het je nog kunnen voorstellen, maar drie op de vier zijn er nog altijd drie, dus dat is nog steeds meervoud. Op de een of andere manier doet de uitdrukking kennelijk denken aan een eenheid van driekwart of vijfenzeventig procent. En omdat dit een eenheid is, kan hij kennelijk soms een enkelvoudige werkwoordsvorm krijgen.