Waarom spreken Vlamingen beter Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

Hoe komt het dat ze in Vlaanderen zo goed Nederlands spreken, zelfs beter dan Nederlanders? Die vraag wordt me af en toe gesteld. Hij is moeilijk te beantwoorden omdat hij uitgaat van een premisse die op zichzelf al onbewezen is: dat Vlamingen inderdaad beter Nederlands spreken.

 
Dat is desalniettemin inmiddels een wijdverspreid geloof onder Nederlanders. Probeer het maar: zeg het tijdens een feestje op een geëigend moment in een groepje, en iedereen zal beginnen te knikken en voorbeelden te geven waaruit het zou moeten blijken (‘Ze winnen altijd het groot dictee’, ‘ze zeggen geen centrifuge maar droogzwierder’) en die allemaal een beetje dubieus zijn.
 
Echt goed wetenschappelijk onderzoek ken ik niet – de meeste wetenschappers bedenken zich wel twee keer voor ze gaan testen of het ene land ‘beter’ is in taal dan het andere. Maar uit allerlei onderzoekjes komt het beeld naar voren dat er geen waarneembaar verschil is tussen het taalvermogen van Nederlanders en Vlamingen, maar dat Nederlanders wel vinden dat Vlamingen beter zijn in taal (en soms zelfs dat Vlamingen dit zelf ook vinden; zie bijvoorbeeld dit commerciële onderzoekje).
 
In het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) staat een interessant artikel van de Antwerpse taalkundigen Sarah Van Hoof en Jürgen Jaspers dat misschien enige licht werpt op deze zaak, hoewel het nauwelijks over Nederland gaat en vooral over Vlaanderen.
 
De aandacht ligt bij Van Hoof en Jaspers op de campagne die er in Vlaanderen tussen 1950 en 1980 werd gevoerd ter promotie van de standaardtaal. Die campagne was behoorlijk aggressief, laten Van Hoof en Jaspers zien. De Vlamingen werden voortdurend via radio en tv ingepeperd dat hoe ze werkelijk spraken niet deugde, dat het maar een mal, boerentaaltje was, dat ze beter moesten luisteren naar de Nederlandse elite. 
 
Dit alles gebeurde onder het mom van het inhalen van een achterstand: Vlaanderen had nu eenmaal vanwege de Franstalige overheersing nooit een eigen talige elite gehad, dus moest alles uit het noorden komen. Zelfs als er in het Nederlandse Nederlands dingen veranderden, moesten deze worden gevolgd, terwijl elke eigen verandering moest worden gemeden als de pest.

Van Hoof en Jaspers noemen deze ontwikkeling hyperstandaardisering: er werd historisch gezien vrij laat maar met groot geweld ineens ingezet op de standaardtaal. Het aardige is dat ze laten zien dat die sfeer eigenlijk nog steeds doorwerkt en ook de discussie rondom het zogenoemde Verkavelingsvlaams bepaalt. (Wat ik een beetje mis is een discussie over de vraag waarom een en ander rond 1980 ophield, het jaar dat de Nederlandse Taalunie werd opgericht.)

Maar nu wil ik een vermoeden uitspreken dat bij mij opkwam terwijl ik het artikel las: dat ook het sprookje dat Vlamingen beter Nederlands spreken zijn oorsprong vindt in die hyperstandaardisering. Het is niet zozeer dat de campagne effect heeft gehad en Vlamingen nu inderdaad beter Nederlands spreken, maar eerder dat er überhaupt zo’n campagne is geweest. Terwijl in Nederland gaandeweg het gevoel begon post te vatten dat “Nederlands is zoals ik praat”, werd in Vlaanderen nog angst en ontzag voor de onbereikbare standaardtaal gezaaid.

Het is die angst en dat ontzag die dan nu door taalliefhebbers voor taalvaardigheid versleten wordt.