Klankencyclopedie van het Nederlands (9): de [t]

[t] Vlak achter de boventanden loopt een richeltje. Je kunt het makkelijk voelen met je tong: het verhemelte loopt heel even min of meer gelijkvloers voor het snel omhoog gaat. De [t] maak je door met je tongpunt op dat richeltje de luchtstroom even af te sluiten voor je het met een plofje loslaat.

De [t] is in één opzicht de minst bijzondere medeklinker van het Nederlands: het lijkt erop dat het dé medeklinker is die alle talen op de wereld hebben. Sommige talen maken geen verschil tussen een [k] en een [t] – het Hawaïaans is er mogelijk een voorbeeld van – maar ook in die talen klinkt de compromisklank tussen [k] en [t] in wel degelijk [t]-achtig.

Tegelijk is de [t] in sommige opzichten juist heel bijzonder.

Als een woord op drie.medeklinkers eindigt, is de laatste van vrijwel zeker een [t]: markt, prompt. (Het kan ook nog een [s] zijn die ook anderszins veel met de [t] gemeen heeft, zoals we zullen zien.)Nog een manier waarop de [t] bijzonder is: hij wordt in allerlei dialecten weggelaten (Ton Goeman schreef daar ooit een proefschrift over): de knech loop. Van de weeromstuit wordt hij soms juist ook toegevoegd: die gozert is op de brommert.

Al die bijzondere eigenschappen hangen misschien met elkaar samen. Voor het maken van een [t] is een minimale inspanning nodig: het gaat alleen om het optillen van het puntje van de tong. Dat verklaart in de eerste plaats mogelijkerwijs waarom uitgerekend de [t] zo wijdverbreid is in talen van de wereld: zo’n eenvoudige klank wil iedereen wel. Het maakt het ook relatief makkelijk om precies die klank te maken na een aantal andere medeklinkers. De tonggymnastiek blijft zo beperkt.

Om diezelfde reden is een [t] ook een van de hoogst frequente klanken van het Nederlands. Hij voegt daarom weinig informatie toe: als de [t] zo vaak voorkomt, kun je hem ook weglaten zonder veel informatieverlies. Dat geldt met name aan het eind van het woord. Wanneer je knech gezegd hebt, weet de luisteraar wel wat ze kan verwachten. Dan kun je je de weliswaar kleine moeite van de [t] ook besparen.

Omgekeerd, als je om bepaalde redenen aan het eind van een woord nog een medeklinker nodig hebt – bijvoorbeeld omdat een [r] aan het eindtermen slap is, voeg je de makkelijkste echte medeklinker toe. En dat is dus de [t].