Klankencyclopedie van het Nederlands (7): de [v]

[v] De [v]-klank maak je door je boventanden op kleine afstand boven je onderlip te houden. De lucht die uit de longen geperst wordt, kan daardoor niet vrij naar buiten stromen: de luchtdeeltjes beginnen te wervelen en daardoor ontstaat het kenmerkende ruisende geluid. De [v] lijkt hierin veel op de [f]. Het voornaamste verschil is, op het eerste gehoor, in de stembanden: die trillen tijdens het uitspreken van de [v], maar niet van de [f].

Omdat het Nederlands een voorkeur heeft voor stemloze klanken aan het eind van het woord, zijn er geen woorden die op een [v]-klank eindigen (zie ook het lemma over de [b]): we zeggen lieve maar lief, lijven maar lijf, en weven maar weef).
Dat betekent niet dat iedere f aan het eind van het woord een v wordt binnen in het woord: laf heeft ook geen v in laffe en ook maffen en stoffen hebben altijd alleen maar een f.

Het verschil wordt ook zichtbaar in de verleden tijd: woorden met een v kiezen de uitgang –de en woorden met een f de uitgang –te: weevde, stofte. 

Maar er valt nog meer over te zeggen. Onmiddellijk na een korte klinker komt bijna altijd een onveranderlijke korte f (laffe, blaffen, stoffen; een van de weinige uitzonderingen is grovve). Na een lange klinker of na een medeklinker komt bijna altijd een v (leven, blijven, sterven).
In een beroemd artikel hebben Mirjam Ernestus en Harald Baayen ooit laten zien dat Nederlanders dat ook op een bepaalde manier ‘weten’. Geef een groep proefpersonen zelfgemaakte werkwoorden (ik plef, ik pleef, ik plerf) en vraag om de verleden tijd, en de meeste mensen doen het volgens die regel: ik plefte, pleefde, plerfde). 

Zo bezien is het opvallend dat de Taaladviesdienst van Onze Taal in een advies over de verleden tijd van Engelse werkwoorden schrijft dat zowel ik surfde als ik surfte kan. Voor zover ik kan zien, geven ze twee mogelijkheden ook voor golfde-golfte, dat ook eindigt op een medeklinker + f en voor briefte-briefde met een lange klinker. Nog opvallender is dat er een paar woorden zijn met een medeklinker of een lange klinker voor de f die volgens de Taaladviesdienst alleen –te kiezen: morfte, spoofte, wilfte. Volgens het onderzoek van Ernestus en Baayen zouden de meeste mensen daar een –de verkiezen, maar uit Google blijkt dat dat ik surfte veel vaker voorkomt dan ik surfde, dus zelfs waar Onze Taal twee mogelijkheden openlaat valt de voorkeur de ‘verkeerde’ kant op.

Na een korte klinker volgt volgens Onze Taal wel altijd te (flufte, skifte, snifte, whifte), dus kennelijk is die regel uitzonderingsloos.