Klankencyclopedie van het Nederlands (6): De [b]

[b] De [b] maak je door de lucht die uit je longen komt even tegen te houden met je lippen terwijl je je stembanden laat trillen. Dan laat je je lippen los en de lucht komt vrij.

Zo’n klank is lastig te maken aan het eind van het woord. Misschien is dat de reden dat de [b] maar zelden op die plaats staat. Als het al zo is, dan altijd na een korte klinker, om redenen die we niet kennen: eb, web, drab, slob. Hij wordt daar overigens als een [p] uitgesproken, maar dat hij toch echt een [b] is blijkt in het meervoud (ebben, webben, enzovoort).

Na een lange klinker komt de b helemaal niet voor: raab, roob, leeb zijn niet de Nederlandse equivalenten van de Duitse woorden Raben, raube, lebe: dat zijn raaf, roof, leef. De b is daar tot een v geworden (die aan het eind van het woord dan weer klinkt en geschreven wordt als een f).

Ook na andere medeklinkers vind je aan het eind van het woord geen [b]: er is wel ramp, help, dorp maar geen ramb, helb, dorb. Dat de b na de m verdwenen is kun je nog zien aan de Engelse spelling van lamb en bomb en nog wat woorden: ook in het Engels wordt die b trouwens niet meer uitgesproken.

Dat de [b] uitgerekend in de reeks mb verdwenen is, valt dan ook goed te begrijpen: een m maak je ook met je mond dicht terwijl je de lucht uit je longen laat stromen en je stembanden trillen. Alleen laat je in dat geval het achterste van je gehemelte omlaag hangen, zodat de uitstromende lucht door je neus naar buiten kan.

De effecten daarvan op de volgende [b] zijn desastreus. Omdat de lucht naar buiten kon stromen heeft het loslaten van de lippen niet makkelijk meer het effect van een explosie – dus hoor je die [b] heel slecht en kan hij dus net zo goed verdwijnen.