Ik zal wat hij wil vragen

De zomervakantie zal wel voorbij zijn, want ik kreeg een e-mail van Hans, die Nederlandse les geeft aan een groepje buitenlandse studenten. Die zijn weer bij elkaar gekomen en hadden weer een ingewikkelde vraag bedacht:

Een cursist schreef Ik zal wat hij wil vragen in plaats van het juiste Ik zal vragen wat hij wil.
Haar argument was: Ik zal iets vragen is goed volgens ons taalgevoel en volgens de regel dat in een hoofdzin met een persoonsvorm + infinitief die infinitief naar het einde van de zin gaat.
(Eveneens, mutatis mutando: voltooid deelwoord ipv infinitief.)Als je iets vervangt door wat ik wil gaat het plotseling fout. Ik heb gezegd dat ik het jou zou vragen, maar dat mijn eigen idee is, dat de werkwoorden wil vragen achter elkaar geplaatst sterk de neiging hebben tot 1 zin te behoren met onderwerp hij.Die aantrekkingskracht tussen wil en vragen kun je ook kunstmatig overwinnen door een pauze in te lassen:Ik zal wat hij wil PAUZE vragen. Dat klinkt al een stuk acceptabeler.

Tja, wat moet ik antwoorden? Het is inderdaad zo: als het lijdend voorwerp een zelfstandig naamwoordsgroep is, of een voornaamwoord, dan staat het voor de infinitief (ik zal de weg vragen), maar als het lijdend voorwerp zelf weer een zin is, staat die zin eigenlijk altijd achteraan. Er is een omvangrijke wetenschappelijke literatuur over de vraag waarom dit zo is, maar ik betwijfel of Hans’ leerlingen daar wat aan hebben. Er zit geloof ik weinig anders op dan dit feit maar uit het hoofd te leren.

Het voorbeeld met die pauze deed me ineens inzien dat er nog een complicatie was die ik over het hoofd gezien had. Volgens mij kun je die zin wel zeggen, maar dringt zich daarbij een andere betekenis op.Of eigenlijk is het bovenstaande zinnetje dubbelzinnig:

– Ik zal hem vragen: ‘Wat wil jij?’ – Datgene wat hij wil dat ik vraag, zal ik vragen.

De eerste betekenis dringt zich meer op, maar de tweede kan in sommige contexten ook: “Ik ga de minister interviewen en de hoofdredacteur wil dat ik naar zijn kinderen vraag. ik vind dat een rare vraag, maar hij is de baas. Dus ik zal vragen wat hij wil.”

– Ik zal wat hij wil vragen.

eventueel met een pauze heeft juist veel sterker die tweede betekenis, misschien omdat de bijzin daar een ingesloten antecedent heeft (wat = datgene wat) en daarmee meer een zelfstandignaamwoordsgroep is:

Ik zal [de vraag die hij wil stellen] vragen.