Het einde van de poëzie

Sinds Nel Benschop zeven jaar geleden overleed, is de poëzie verdwenen uit de alledaagse taal.  Dertig jaar geleden vlogen haar bundels en die van Toon Hermans nog de winkels uit. Ik heb niet de indruk dat ze zijn opgevolgd door andere succesdichters. Iemand als Jean-Pierre Rawie is bij hen vergeleken een sappelaar.

Bekende Nederlanders maken weleens een schilderijtje of schrijven een kinderboek; sommigen schrijven zelfs een roman; maar zijn er nog die ‘versjes’ maken?

Of, om de vraag op een andere manier te benaderen: wanneer is voor het laatst een versregel tot het algemeen taalgebruik gaan behoren sinds je hebt iemand nodig, stil en oprecht?
Om die vraag te beantwoorden, zouden we eigenlijk eerst inzicht moeten hebben in welke versregels het populairst zijn. Dat is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden; dit is de top-20 wat ik na een uurtje googelen vond (aanvullingen zijn welkom; tussen haakjes geef ik het aantal Google-hits):

  1. “hebban olla vogala” (567.000)
  2. “voor wie ik liefheb, wil ik heten” (214.000)
  3. “alles van waarde is weerloos” (172.000)
  4. “denkend aan holland” (94.100)
  5. “ik wou dat ik twee hondjes was” (59.300)
  6. “waar werd oprechter trouw” (50.200)
  7. “lees maar, er staat niet wat er staat” (36.990)
  8. “tussen droom en daad staan wetten in de weg” (34.800)
  9. “je hebt iemand nodig, stil en oprecht” (34.700)
  10. “jantje zag eens pruimen hangen” (22.600)
  11. “domweg gelukkig in de dapperstraat” (17.700)
  12. “ik ben de blauwbilgorgel” (17.500)
  13. “waer bestu bleven” (16.700)
  14. “hier ligt poot” (16.300)
  15. “denkend aan de dood kan ik niet slapen” (15.500)
  16. “rust nu maar uit je hebt je strijd gestreden” (15.400)
  17. “dag ventje met de fiets op de vaas” (13.400)
  18. “kom vanavond met verhalen” (10.900)
  19. “een nieuwe lente en een nieuw geluid” (10.600)
  20. “alleen in mijn gedichten kan ik wonen” (9.300)
Google is eigenlijk niet zo geschikt voor dit soort onderzoekjes maar ik weet niet zo snel iets beters. Je hebt een heel groot corpus nodig om sowieso iets te vinden en het moet liefst ook heel recent zijn. Wanneer u mijn zoekopdrachten herhaalt, krijgt u mogelijk andere resultaten. Bovendien wordt een regel sterk bevoordeeld als het de titel van een boek geworden is, omdat het dan op allerlei website van boekhandels naar voren komt. Je zou deze lijst eigenlijk moeten voorleggen aan een panel, gemengd met allerlei zelfverzonnen andere kreten om te zien hoeveel van dit soort regels echt bekend zijn.
Hoe dan ook heb ik geen enkele regel van de afgelopen dertig jaar kunnen vinden die zelfs maar benadert wat we hier vinden (het dichtst in de buurt komt “in de schaduw van mijn wanhoop” met 6.650 treffers – dat is een regel waarmee de cabaretier Hans Teeuwen de poëzie belachelijk hoopte te maken).
Er zijn geen veelgelezen dichters meer, er worden al een paar decennia geen regels meer geschreven die blijven hangen. Er verschijnen natuurlijk nog prachtige bundels, van veel hogere kwaliteit, maar buiten dat reservaat wordt zo te zien er geen gedicht meer gelezen – goed noch slecht.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

7 reacties op Het einde van de poëzie

  1. Bart FM Droog schreef:

    Hmm… Rutger Kopland, Judith Herzberg en Joke van Leeuwen. Van hen verschenen Rainbow Pockets. Kopland vertelde me – als ik het me goed herinner – dat van 'zijn' pocket 50.000 verkocht werden.

    Van Tjitske Jansens debuutbundel 'Het moest maar eens gaan sneeuwen' (2003) verscheen de 7de druk in 2004. Of en zo ja hoeveel drukken er sedertdien verschenen is me onbekend, net als de oplagegrootte van elke druk.

    Maar het belangrijkste is: poëzie 'werkt' erg traag. Misschiebn moet een gedicht wel veertig of vijftig jaar 'rijpen' voordat er klassieke dichtregels uit druipen.

    Los daarvan – linken naar Wikipedia, dat doe je toch niet? Een automatische Google-link is veel handiger, http://www.google.nl/search?q= (gevolgd door bv: "Nel Benschop" ) of simpelweg: http://nederlandsepoezie.org/dichters/r/rawie.html

  2. Suzanne Fagel schreef:

    "Er zijn geen veelgelezen dichters meer, er worden al een paar decennia geen regels meer geschreven die blijven hangen." Die tweede bewering is wellicht wat te stellig geformuleerd: in elke dichtbundel zijn regels te vinden die uitstekend zouden kunnen blijven hangen. Het probleem ligt mijns inziens elders.

    Er is ook geen traditie meer om gedichten uit het hoofd te leren, bijvoorbeeld op middelbare scholen. Er is daardoor geen gedeelde kennis waardoor het mogelijk is dat regels blijven hangen en gemeengoed worden.

    Arnon Grunberg probeerde de traditie van het declameren vorige week nieuw leven in te blazen met een avond in Amsterdam waar cafébezoekers het gedicht Aan Rika van Piet Paaltjens (Grunbergs lievelingsgedicht) voordroegen, en roept op zijn blog (voorzichtig) op tot meer van dit soort avonden: http://www.arnongrunberg.com/blog/2281-evening.

  3. Joost Baars schreef:

    Laten we de argumenten een voor een bekijken.

    Alinea 1: hoe meer iets verkoopt, hoe relevanter het is, en dus is poezie niet relevant. Zo bezien is Heleen van Royen relevanter dan Ellefriede Jellinek. Maar is het niet zo dat, als het gaat om relevantie, het ook nog belangrijk is wat je zegt, en niet hoe vaak het gezegde over een toonbank gaat? Anders gezegd: kun je echt alleen via de markt bepalen wat belangrijk is? Anders gezegd: is de politicus die de grootste mensenmassa's toespreekt automatisch de politicus die het beste verhaal heeft?

    Alinea 2: iets is relevant als bekende Nederlanders zich ermee bezig houden. Oef. Een poging om dat wat breder te trekken kan zijn: iets is relevant als het in de media komt. Dus de non-gesprekken van Matthijs van Nieuwkerk zijn relevanter dan een echt gesprek tussen twee echte mensen in een kroeg of een huiskamer. En de relatie tussen Estelle Cruijff en Badr Hari is relevanter dan de relatie tussen jou en je geliefde.

    Alinea 3: kunst is relevant als het zaken aanlevert die tot de algemene interactie tussen mensen gaan behoren. Dat klinkt, in vergelijking met voorgaande alinea's, redelijk. Maar tegelijk moet je vaststellen dat nog maar weinig kunstvormen dit doen, en dat deze "crisis" over het hele kunstspectrum woedt. Zijn er mensen die in de supermarkt wel eens een moderne schilder aanroepen? Of een romanschrijver? Of iets uit het schap pakken op de wijze van een moderne choreograaf? Zo bezien doen alleen film & televisie ertoe, en voornamelijk dat laatste.

    Alinea 4: iets is relevant als het hits op google heeft. Tja.

    Mijn conclusie: als je begrip van "relevantie" heel erg dun en mager is, gedicteerd door markt en media, dan ontglipt de relevantie van poezie je. Logisch. Poezie heeft markt en media altijd ontglipt. Ook in vroeger tijden was het een kunstvorm 'voor enkle fijne luyden' (13.000 hits). Dat is het altijd geweest. Ja, tenzij er een of andere bard een feestje kwam opluisteren, dan kwam ineens iedereen kijken. Ook dat is niet anders dan nu: stadionconcerten worden een stuk beter bezocht dan voorleesavonden.

    Poezie verplicht je – nog altijd – te kijken voorbij de oppervlakkige werkelijkheid die markt en media je dicteren, je af te vragen of er meer is dan de criteria op basis waarvan je hierboven haar relevantie betwijfelt. Daarom is ze, naast om heel veel meer redenen, juist erg relevant.

  4. Er is vast van alles wat niet bij RTL Boulevard aan de orde wordt gesteld en dat desalniettemin heel prachtig is, dat neem ik graag van u aan.
    Toch blijft staan dat allerlei andere kunstvormen de begeerte oproepen bij beroemdheden die zich als beoefenaars van die kunstvormen willen afficheren: Jeroen Krabbe schildert, talloze tv-persoonlijkheden publiceren romans, Pieter van Vollehoven speelt piano. Maar Toon Hermans was de laatste die zich als een dichter manifesteerde.
    Dat heeft vast niet veel met 'relevantie' te maken, maar het betekent wel iets. Er is geen onderlaag meer in onze samenleving. De poézie bestaat natuurlijk nog wel, maar in een absoluut reservaat. Het is niet zozeer zo dat 'het publiek' de pareltjes van de echte kunstenaars versmaadt en zich te goed doet aan minderwaardige producten van anderen. Het publiek houdt zijn schouders op.

  5. Dat zijn indrukwekkende cijfers, dat had ik niet gedacht. Ik neem aan dat Komrijs bloemlezning daar ook nog eens overheen gaat. Maar waar het mij vooral om te doen is, is dat er geen onderlaag is van populaire-poezie-die-van-de-kenners-geen-poezie mag heten. Ik denk dat Driek van Wissen daar misschien nog het dichtst bij in de buurt kwam, maar aan beide kanten toch net niet helemaal (oplagecijfers noch minachting van de kenners waren groot genoeg). Overigens vind ik WIkipedia een van de prachtigste ontwikkelingen van de afgelopen vijftien jaar en zal ik ernaar verwijzen zolang ik kan.

  6. Of de NPE voldoende in mijn systeem zit, natuurlijk (whichever comes first).

  7. sven staelens schreef:

    In Vlaanderen wordt de laatste jaren nochtans af en toe plaats gereserveerd voor poëzie in de populaire media. Zowel Humo als Knack, twee goed verkopende weekbladen, introduceerden een huisdichter (Sylvie Marie en Paul Claes). Bovendien zal iedereen in Antwerpen en omstreken (Vlaanderen dus) wel al eens van de stadsdichter gehoord hebben. Niet mis qua aandacht, meen ik.

    Meer moet dat niet zijn. Poëzie is meer dan een regel die blijft hangen. Laat de Toon Hermans quotes maar als leuze of als statusupdate verschijnen op facebook (comic sans in een kaki kadertje). En laat de indianen in hun reservaat.

Reacties zijn gesloten.