Een raar gebrek

Ik heb een raar, klein gebrek, waar ik eigenlijk nog nooit iets over gelezen of gehoord heb terwijl andere mensen het ook moeten hebben: sommige woorden neem ik altijd te letterlijk. Een voorbeeld is uitleggen: als iemand zegt dat hij iets gaat uitleggen, zie ik altijd even een grote landkaart opengevouwen worden en op een tafel uitgelegd.

Hetzelfde heb ik met fatsoenlijk.

 

Dat doet me altijd onwillekeurig even denken aan fatsoen, ook al weet ik dat het er eigenlijk al eeuwen niks meer mee te maken heeft. Dus als iemand zegt dat er nu eens fatsoenlijke muziek moet worden opgezet (ik heb wel eens een heavy-metalliefhebber zoiets horen roepen) dan dringt zich altijd even het beeld op van een beschaafd strijkje.Het beperkt zich tot een klein aantal woorden. Bij het woord beschaafd zelf, bijvoorbeeld, denk ik normaal gesproken geloof ik niet aan schaven en het woord lief dringt zich niet heel hard op bij liefhebber.


Ik denk dat het volgende het geval is: alle woorden die je kent zitten ergens opgeslagen in je hoofd. De organisatie ervan is natuurlijk niet een alfabetische lijst, maar woorden zitten dichter bij elkaar naarmate ze meer hetzelfde klinken én naarmate ze in betekenis op elkaar lijken. Het leren van een taal is onder andere ook: op elkaar gelijkende woorden bij elkaar in de buurt opslaan. Bij mij is er indertijd iets misgegaan: uitleggen en uit leggen en fatsoenlijk en fatsoen zitten te dicht op elkaar.