Barackje Obama

Hoe spreken we geleende namen uit. Het stukje van Gaston Dorren van gisteren deed me denken aan een ontdekking die de jonge Sloveense taalkundige Peter Jurgec onlangs over het Nederlands deed.

We kunnen in het Nederlands namen als Barack en Oprah best met een Amerikaanse r uitspreken. Met een Nederlandse r vind ik die namen zelfs een beetje raar klinken, ook in een verder door en door Nederlandse zin (Ik heb gisteren Oprah gekeken; Barack gaat volgens zijn vrouw de verkiezingen winnen.). Wat Jurgec ontdekte: dat verandert in de verkleinvorm. Oprah’tje en Barackje – je zult het niet vaak zeggen, maar áls je het zegt (Toen Oprah nog een Oprah’tje was, Daar komen nog kleine Barackjes van) dan beslist niet met een Amerikaanse r.

Toen Jurgec deze ontdekking deed, werkte hij nog niet in Nederland. Inmiddels is dat wel het geval (op het Meertens Instituut, vanaf november in Leiden), maar indertijd was hij nog promovendus in Noorwegen. Hij ontdekte het effect in eerste instantie in zijn moedertaal, het Sloveens, waar bijvoorbeeld de naam Washington zonder uitgang nog een Amerikaanse w heeft, maar zodra er een naamvalsuitgang achterkomt die w Sloveens moet worden. (Voor het Nederlands is het effect met die w wat minder duidelijk, vind ik: Washington, Washingtonnetje).
Jurgec sprak erover met zijn kamergenote, de Nederlandse Marleen van de Vate, en zo kwamen ze erachter dat het effect in het Nederlands voor de r ook werkt. Kennelijk kun je namen wel op zijn buitenlands uitspreken, maar met een uitgang moeten ze onherroepelijk inburgeren.