Ander woord voor luistertaal

De website Taalschrift pakt deze maand uit met een goed idee voor internationale communicatie: luistertaal. Waarom zouden tijdens een gesprek alle deelnemers dezelfde taal moeten spreken? Waarom zou je er niet naar streven om mensen hun eigen taal te laten spreken, of een taal die ze beter ligt – ook als die ander die taal niet spreekt maar wel kan verstaan? En waarom zouden we dan in plaats van een paar talen helemaal te leren niet wat meer talen op die passieve manier kunnen leren?

Ik heb overigens in 2008 in Trouw ook al eens voor dit model gepleit, samen met mijn collega Gertjan Postma. De Italiaanse intellectueel Umberto Eco pleit al veel langer voor het model (eigenlijk in het Italiaans, maar ik geef hier als dienstverlening maar een vertaling van dit citaat uit 1993):

Une Europe de polyglottes n’est pas une Europe de personnes qui parlent couramment de nombreuses langues, mais, dans le meilleur des cas, de personnes qui peuvent se rencontrer en parlant chacun sa propre langue et en comprenant celle de l’autre, sans pour autant être capable de la parler couramment.

De Utrechtse studenten laten in hun bijdragen aan Taalschrift goed zien hoe het zou kunnen werken, hoewel zij (net als wij in 2008) misschien wat weinig ingaan op potentiële nadelen. Het is bijvoorbeeld nog helemaal niet zo makkelijk om zo’n tweetalig gesprek te voeren, je voelt af en toe dat je toch aan het schakelen bent in je hoofd en vooral als je over dezelfde ingewikkelde dingen praat heb je toch de neiging om woorden en begrippen van de ander over te nemen, zodat je uiteindelijk allebei de talen gaat mengen. Dat laatste is natuurlijk ook niet per se slecht of verkeerd – maar als je de andere taal niet goed beheerst wel ingewikkeld.
Ik heb alleen bezwaar tegen de naam luistertaal, die volgens mij de lading niet goed dekt en suggereert dat het systeem in de eerste plaats bedoeld is voor mondeling taalgebruik. Als zo’n naam eenmaal inburgert kan het die associatie verliezen, maar als je er propaganda voor wil maken, lijkt de term me niet handig. Ik zou liever spreken over passieve taal, al is het maar omdat passieve taalkennis een bekend begrip is. Passieve talen zijn vooral ook heel handig in schriftelijke communicatie en zouden daarin ook moeten worden aangemoedigd: het is schokkend om te zien hoe klein de afdelingen Frans en Duits in de gemiddelde boekwinkel geworden zijn en je zou eigenlijk willen dat een geïnformeerde burger af en toe ook naar Die Zeit, Le Monde en Corriere della Sera grijpt.