Zo min mogelijk er zeggen

Door Marc van Oostendorp

Eindelijk is het er, las ik gisteren in Onze Taal: een boek over er. Volgens de beschrijving bevat het boek “oefeningen die buitenlanders die Nederlands leren, kunnen helpen het gebruik van er onder de knie te krijgen.”

Ik ontmoette op een feestje vorige week toevallig iemand die dacht dat je in geschreven taal het woord er moest vermijden. Het vervelende was: hij was een afdelingshoofd en hij corrigeerde de geschriften van zijn ondergeschikten, ja, hij beoordeelde hen op het gebruik van dat woord er, dat volgens hem altijd moest worden weggelaten, of vervangen door daar. Iedereen die er schreef was een sukkel.

Waar hij dat idee vandaan had: geen idee.
Misschien dat hij de regel dat je passieve zinnen (er wordt gedanst, op zich al een dubieuze regel) moet vermijden, verkeerd begrepen had, misschien dat hij dacht dat daar de volle en daarom te verkiezen vorm van er was, wie zal het zeggen. De medewerkers van die man zaten er ondertussen maar mee. En ik kreeg het hem op dat feestje niet uit het hoofd gepraat.

Ondertussen is er inderdaad maar een lastig geval. Er is ook geen enkele andere taal die een woord heeft waarvoor dezelfde ingewikkelde regels gelden.

Er kan bijvoorbeeld van alles betekenen. Het kan een loos onderwerp zijn in die vermaledijde passieve zinnen als er wordt gedanst, of een voorlopig onderwerp (er heerst paniek over de langstudeerdersregeling) maar het kan ook bijvoorbeeld een plaatsbepaling zijn (ik kom er nooit) en verder nog de vervanging zijn van het bij een voorzetsel: je zegt niet ik heb nooit over het gehoord maar ik heb er nooit over gehoord.

Als het woordje vooraan in de zin staat, is het alleen onderwerp. In die andere betekenissen kan het daar (er) niet staan:

Er wordt gedanst.  
Er heerst paniek.
Er kom ik nooit. [uitgesloten]
Er heb ik nooit over gehoord. [uitgesloten]

Toen ik meer dan twintig jaar geleden in Tilburg studeerde, had iedereen het over Bech’s probleem, naar een artikel van een zekere Gunnar Bech uit 1952. Dat ging over zinnen zoals de volgende:

– Er wordt over gepraat.

Het probleem is: volgens de bovenstaande redenering is er hier het loze onderwerp van de zin, want het staat vooraan, net als in er wordt over die kwestie gepraat. Maar tegelijkertijd moet het ook bij over horen, en daar die kwestie vervangen. De zin betekent eigenlijk zoveel als:

– Er wordt erover gepraat.

Maar  die zin klinkt lang niet zo goed als de vorige; het ene woordje er aan het begin moet dus de functie van de tweede overnemen. Hoe kan dat? Bij mijn weten zijn de geleerden er nog steeds niet goed uit. Maar misschien valt het gedrag van mijn borrelpartner zo te begrijpen: hij dacht dat je zo min mogelijk er‘en in een zin moet gebruiken.