Verdwijnend Engels: Plenty

Is het Engelse leenwoord op zijn retour? Sommige woorden bevinden zich inmiddels al zo lang in het Nederlands dat ze langzamerhand misschien uit de gratie raken. Ik denk dat plenty daar een voorbeeld van is, al kan ik het moeilijk bewijzen. ‘Ik heb plenty redenen om dat te doen’ – dat hoor ik mijn vader (een moderne 70er) nog wel zeggen – maar zeggen jongeren het ook nog? Wordt het tijd voor een Vereniging ter Bescherming van het Verdwijnende Engelse Leenwoord? (Er zijn er meer die verdwijnen: horrie op bijvoorbeeld, of tipsy.)

Ik dacht eraan toen ik een oude jaargang van De Gids doorbladerde, die de DBNL deze maand online gezet heeft. In 1943 publiceerde A.A. Verdenius een stukje over leenwoorden in dialecten. Een daarvan is planteit. Verdenius beschrijft hoe een ‘Friese boerejongen’ dat woord tegen hem zegt en hij er even van in verwarring raakte. Verdenius: ‘Had hij nu maar plenty gezegd, maar plenty kent híj niet, nog niet.’

Toch was plenty op dat moment in ieder geval al een tijdje in gebruik, in ieder geval in de literatuur.
Nicoline van der Sijs dateert het woord in haar Chronologisch Woordenboek op 1887, maar Mevrouw Bosboom-Toussaint schreef in 1875:

Het apartement dat door grootpapa was bewoond stond nu toch leeg en was ruim genoeg om hem en zijn kamerdienaar te herbergen; de majoor had er zelfs zijn bureau gehouden en er was plenty ruimte voor alle koffers en kisten die Mylord meebragt.

Misschien dat plenty hier nog enigszins aan de Britse couleur locale, maar in 1906 duikt het woord (gespeld als plentie) ook op in Boeventaal.  Het WNT houdt het er dan weer in 1931 op gezag van Molema op dat het woord ‘zeemanstaal’ is: 

Wellicht dus door de matrozen hier te lande bekend geworden; thans ook in de gemeenzame spreektaal veel gebezigd, maar nog zeer stellig als een vreemd woord erkend.

 Dat het woord inmiddels weer op zijn retour is, vind ik moeilijker te bewijzen. Het historischekrantenarchief van de KB houdt op in 1995 en recentere bronnen worden vervuild doordat er wel veel plenty voorkomt, maar dan geciteerd in een Engels zinnetje.

Toen ik het gisteren rondvroeg op Twitter bleken de reacties gemengd. Sommigen beweerden het zelf nog te gebruiken, maar al snel deed zich een andere draai voor: dat waren alleen oudere mannen. Er bleken uiteindelijk ook vrouwen te zijn die het kenden van hun man of van hun vader (maar juist niet van hun moeder). Plentie is als dat klopt zijn herkomst als boeventaal en/of zeemanstaal nog steeds trouw en klinkt nog altijd als een mannenwoord.