Steeds meer hij wilt: nieuwe spelling?

Maandagochtend maak ik altijd een uitstapje, want dan ben ik op Radio Noord-Holland met een taalrubriek.

Op die uitzendingen krijg ik altijd veel reacties van luisteraars, en dat is misschien wel mijn intensiefste contact met mensen die wel ‘gewone taalgebruikers’ worden genoemd. Deze week bijvoorbeeld:

Ik heb een brandende vraag voor Marc van Oostendorp.
Ik hoor en lees tegenwoordig, ook in literatuur, steeds meer: Hij wilt i.p.v hij wil.
Is dit correct? Is er onlangs een nieuwe spelling geweest?

Nu schreef Vondel al:

Want s’ Kinds herte is als Wasch, waer in gedweegh en mild
‘Den Meester prent en druckt de letter die hy wilt

Deze ‘meest opmerkelijke verandering’ dateert dus al van minstens een paarhonderd spellingsveranderingen terug. Ja, dan zijn er natuurlijk mensen die meteen beginnen te roepen dat die Vondel ook maar een migrant was die onze taal kwam verzieken, maar daar luister ik niet naar.
De Taalprof kwam op Twitter ook nog melden dat de taalkundige Huydecooper al in 1783 voorbeelden gaf van hoe ‘de ouden’ hy wilt schreven:

De Overzetters van den Staten Bybel hebben in beraad gehad, of zy zouden schryven hy wilt, of hy wil. Tot het laatste is besloten.

De Statenvertaling heeft zoals bekend onze Nederlandse standaardtaal gevormd. Het had dus niet veel gescheeld of de spelling was aan het begin meteen al veranderd!