Schrijfwijzer (2): De rouwadvertentie

De Schrijfwijzer maakt mensen bang om te schrijven, schreef ik gisteren. Hij doet dat door mensen erop te wijzen dat er op de wereld allerlei zeurkousen zijn die overal van alles en nog wat op aan te merken hebben. Zelf presenteert Renkema zich niet als zo’n zeurkous, hij wijst er alleen maar op dat die mensen er zijn (met enige kwade wil zou je kunnen zeggen: hij verschuilt zich achter hen) en dat je je tegen hun ‘taalkritiek’ moet wapenen. Daar zijn zijn adviezen voor bedoeld, voor het wapenen tegen taalkritiek door eraan tegemoet te komen.

Dat Renkema daardoor de criticasters bevestigt in hun denkbeelden, blijkt telkens weer in heel het multimedia-project van de SchrijfwijzerHier is nog een video van de website die het probleem nog duidelijker illustreert:

In dit geval wordt dus een rouwadvertentie onbarmhartig ontleed. Een rouwadvertentie! Er is zelfs sprake van dat er mensen zouden zijn die “in lachen uit zouden barsten” wanneer ze sommige zinsneden zouden lezen. Dit zouden mensen zijn zonder veel medegevoel, maar daar hoor je de Schrijfwijzer niet over. (Mijn advies zou zijn: mensen die in lachen uitbarsten wanneer jij schrijft ‘we zijn dankbaar voor alles wat hij naliet‘, omdat ze dit interpreteren als ‘voor alles wat hij niet heeft gedaan‘, zulke mensen moet je resoluut uit je vriendenkring verwijderen. Die vallen door de mand als bijzonder harteloze figuren aan wie je verder geen aandacht hoeft te besteden. Bovendien hebben die lachers een nogal belegen gevoel voor humor want om die fraze van “de Heer tijdens zijn vakantie” lachen mensen zich al decennialang een kriek.)
De taalkritiek in de Schrijfwijzer is er dus regelmatig naast. Het duidelijkst is dat waar het gaat om de zinsnede ‘ons pappie‘. Dat moet volgens Renkema worden vervangen door ‘vader’ omdat “niet iedereen hoeft te weten” hoe de familie de overledene aansprak. Dit nu lijkt mij een volkomen achterhaald standpunt aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Er is geen enkele reden waarom “iedereen” wel zou moeten weten dat de familie bijvoorbeeld wel in de Heer gelooft en “dankbaar” is, of zelfs dat de overledene kennelijk gestreden heeft, maar níét dat hij in huiselijke kring ons pappie genoemd werd. 
Let wel: ik vind niet dat iedereen in de rubriek met overlijdensadvertenties over ons pappie moet praten, maar kritiek daarop als anderen dat doen is volkomen uit den boze. Wie zo’n zinsnede te intiem vindt, leest nooit een echte rouwadvertentie in een echte krant, en begrijpt niet dat een paar intimiteiten juist horen bij een moderne beleving van rouw. Zo iemand moet je niet tegemoet komen met een Schrijfwijzer, maar juist bestrijden. Wie op het moment van de dood komt met dit soort taalkritiek verdient geen Tilburgse hooggeleerde ondersteuning.

Morgen door naar een ander probleem: de onduidelijke en onjuiste uitleg die Renkema geeft voor sommige nijpende kwesties.