Moeten Merkel en Rutte meer gaan sporten – of doen ze dat juist vaak?


Nu en dan stuurt D66-leider Alexander Pechtold een tweet de wereld in om te laten weten dat hij weer even heeft gesport. Als alle andere politici in deze sportzomer net zo actief zijn, beloven de debatten en speeches volgende maand, als de verkiezingsstrijd echt losbarst, een retorisch spektakel te worden.

Sporten kan de voordracht namelijk goed doen. En ‘niemand zal willen beweren dat de voordracht geen onderdeel is van de retorica’, zei Quintilianus. In het vuistdikke werk De opleiding tot redenaar (vertaald door Piet Gerbrandy) schreef de Romeinse retoricus aan de hand van talloze tips een stappenplan voor een (beginnend) redenaar. Hierin verwijst hij regelmatig naar sport, vaak als metafoor, maar ook als hulpmiddel om je als spreker te verbeteren. Sport kan de gebaren en bewegingen van een spreker vormgeven.

“Zij [= de sportmannen] kunnen ervoor zorgen dat onze armen op de juiste manier gestrekt worden, dat onze handen geen onbeschaafde of lompe bewegingen maken die niet passen bij de stand van de rest van het lichaam” (Quintilianus, 2001: 85).

Nu en dan sporten zorgt dus voor een betere basishouding en de controle over bewegingen. De vraag is nu of de houding van de Duitse bondskanselier Angela Merkel ook het gevolg is van sporten – of is het een angstvallige poging het gebrek daaraan te onderdrukken? En hoe zit dat met onze eigen premier?

Dit stuk verscheen ook op het blog van Sjaak Baars

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.