Hoe dieper de crisis, hoe gouder de glans

Bijna had ik hem gemist, een gouden zin in NRC Handelsblad van maandagavond:

Hoe langer geleden, hoe dieper de crisis, hoe gouder de glans die in Griekenland over het olympisch jaar ligt.

Gouder de Beauregard is een deftig klinkende familienaam (ook al zijn er gelukkig ook autohandelaren met die naam) wat het moeilijk maakt om te googlen, maar ik kan me niet herinneren dat woord gouder ooit te zijn tegengekomen.

Het is eigenlijk wel een vondst, want er bestaat geen goede vergrotende trap van gouden (of van andere bijvoeglijk naamwoorden op –en zoals zilveren, zijden). Nu kun je natuurlijk zeggen: wat moet je ook met een vergrotende trap van zo’n woord, kan de ene glans wel meer van goud zijn dan de andere? Maar dan heb je buiten de dichterlijke ambities van in ieder geval de redactie van de NRC gerekend.

Je kunt trouwens die woorden op –en ook niet goed verbuigen. Een blauwe knikker kan wel, maar een goudene knikker niet en een zilverene knikker klinkt geloof ik nog vreemder. Het heeft te maken met een afkeer in het Nederlands om twee lettergrepen met een toonloze e achter elkaar te zetten. Die neiging zorgt ervoor dat we wel loper zeggen, maar geen wandeler of aarzeler. (Overigens is die afkeer weer niet zo absoluut dat er geen woorden als jongere of zilveren zouden kunnen bestaan.)

Tot nu toe heeft die afkeer van twee toonloze e’s ons weerhouden om de glans steeds goudener te maken. Gelukkig heeft de NRC een uitweg gevonden en hakt gewoon de eerste –en eraf.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Hoe dieper de crisis, hoe gouder de glans

  1. Sommige stofadjectieven, in ieder geval goud en zilver, kunnen ook als gewone adjectieven worden verbogen: "een goud horloge", "een zilver kettinkje". Als je daarvan uitgaat, zijn "gouder" en "zilverder" natuurlijk ook mogelijk.

    Misschien is dit eerder wat de NRC-redacteur in zijn achterhoofd had dan het afhakken van -en.

  2. Ja, ook het WNT beschrijft dit (http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb;=WNT&id;=M021178) alsof die 'en' soms als een uitgang wordt geïnterpreteerd.

    Alleen, 'een goud horloge' (niet bedoeld als een samenstelling, voorbeeld van het WNT) klinkt voor heel vreemd, hoor, hoewel 'de crisis heeft een goud randje' al beter klinkt.

  3. Gaston Dorren schreef:

    Als het Nederlands niet graag twee sjwa's achter elkaar heeft, waarom spreken we dan toch een sjwa uit in woorden als 'makkelijk', 'rillerig' en vele andere die op papier een volle klinker hebben en die in het verleden ongetwijfeld hadden? Verder zijn er juist veel werkwoorden als 'wankelen', 'bibberen' en 'oefenen', en dan heb ik het nog niet over eenvoudige vergrotende trappen als 'grotere'. Kortom, ik betwijfel of het Nederlands die afkeer wel echt heeft. Zelfs drie sjwa's op rij zijn geen probleem, getuige woorden als 'bibberende' en 'bloederige' – al doet het weglaten van de slot-e in vergrotende trappen als 'eenvoudiger' vermoeden dat we het wel wat véél vinden. 'Bloederigere', ten slotte, behoort tot de categorie tongbrekers – gelukkig valt de slot-e hier dan ook weg.

  4. Het is meer een statistische tendens dan een absolute eis, zoals ik in het stukje al zeg. Individuele tegenvoorbeelden doen daar dus niet veel aan af. Merk wel op dat bijna al je voorbeelden een grens tussen stam en achtervoegsel hebben precies tussen de sjwa's: ril+e+rig, wankel+en, bibber+end+e, bloed+er+ig+e. Nou ja, over de vraag over wel echt een grens zit tussen -er- en -ig- kun je discussiëren, en makkelijk laat zich ook niet makkelijk ontleden, maar zoals gezegd, we bevinden hier niet op het domein van de absolute regels maar de statistische afkeer: wanneer er twee sjwa's op een rij komen te staan, worden strategieën ingezet om deze ongewenste situatie te voorkomen.

  5. Henk schreef:

    Hier speelt nog iets anders: het adjectief wordt in de NRC-zin predicatief gebruikt en dat laten adjectieven op -en doorgaans ook niet toe. Denk aan de onmogelijkheid van:

    *zo goud(en) de glans (is)

    Ik vermoed dat het ritme "hoe langer, hoe dieper" de vorm "hoe gouder" heeft getriggerd.

    Overigens: het Fries houdt ook niet van twee opeenvolgende lettergrepen met een sjwa, maar kan wel "goudene" maken, bijvoorbeeld in een "in goudene ring". Met "sulverene" lukt dat niet, dat lijken te veel sjwa's achter elkaar te zijn.

Reacties zijn gesloten.