De klemtoon in PvdA

Toen ik de post van Gaston Dorren las, gisteren, hier op Neder-L, werd ik even bang. De post ging over afkortingen en letternamen, en eigenlijk over de spelling ervan, maar ik begon ineens te vrezen voor de uitspraak.

Niet zo lang geleden kreeg ik een vraag doorgestuurd die daarover ging:

Waarom ligt de klemtoon bij afkortingen die letter voor letter worden uitgesproken altijd (of in elk geval opvallend vaak) op de laatste letter: VPRO, ANWB, amvb, BMW, btw, AOW, PvdA?

Ja, waarom is dat zo?
Het gebeurt eigenlijk alleen bij letterwoorden waarvan iedere letter apart wordt uitgesproken: in AVRO, HEMA en RABO ligt de klemtoon op de eerste lettergreep. WEKO spreek je uit met klemtoon op de eerste lettergreep, maar WK met klemtoon op de tweede.

Je zou denken dat die letterwoorden een soort samenstellingen zijn: fabrieksdirecteur, vadermoord, massahysterie, aa-en-wee-bee. Maar in die samenstellingen ligt de klemtoon nu juist meestal op het eerste deel (fabriek, vader, massa) behalve bij sommige bijvoeglijk naamwoorden (prijsbewust, winterhard), maar je kunt toch moeilijk volhouden dat ANWB een bijvoeglijk naamwoord is.

In plaats daarvan zien we ze mogelijk als woordgroepen. In veel naamwoordsgroepen ligt klemtoon op de laatste lettergreep (glaasje wijn, moeders mooiste, ome Joop, lieve jongen).

Maar waarom zouden die letterwoorden ineens woordgroepen zijn? Op zich is wee-kaa niet moeilijker als woord uit te spreken dan WEKO.  Maar kennelijk speelt het woordbeeld toch een rol: je ziet al die letters achter elkaar en spreekt ze ieder voor zich als een apart woord uit.

Wie zegt mij dat die puntjes dat woordbeeld niet gaan verstoren? Gaston moet uitkijken: dadelijk gooit hij het hele systeem nog in de war.

Met dank aan Tamara Mewe en Björn Köhnlein.