Jack Hoeksema: Nederlandse Taal en Cultuur: Hoe lang nog?

Een van de merkwaardigste Olympische sporten is biatlon, een combinatie van langlaufen en schieten. Dat het schieten met een geweer een Olympische sport is vind ik niet zo vreemd – pistoolschieten is het tenslotte ook, evenals boogschieten. Ook skisporten van allerlei soort staan op het programma van de Winterspelen, dus waarom niet langlaufen? Het is de combinatie die biatlon tot een vreemde sport maakt. Twee vaardigheden worden getest, die niets gemeen hebben, alsof je voetballen met dammen wilt verenigen, dressuur met hinkstapsprong, of taal- met letterkunde. Nederlandse taal- en letterkunde is dan misschien geen Olympische sport, maar wordt wel gesponsord door de Nederlandse staat. De bestaansreden van de combinatie is en was het schoolvak Nederlands op de middelbare school, waar nog altijd van leraren verlangd wordt dat ze Aart van der Leeuw en bepalingen van gesteldheid als lekkernij kunnen opdissen aan pubers. Daarom kent de Nederlandse universiteit nog altijd een opleiding Nederlandse Taal en Cultuur. De vraag is: Hoe lang nog?

Het lerarenvak heeft al jaren een ‘stoffig’ imago. Misschien is het wel nooit een hip vak geweest, maar er was een tijd dat het in elk geval aanzien genoot, met een heel redelijk salaris. Na allerlei capriolen van overheidswege, met nahossers, en zij-instromers en wat al niet, is het lerarenvak het afvoerputje van academisch Nederland geworden. Slechts weinigen kiezen ervoor uit overtuiging, omdat ze het domweg hartstikke leuk vinden lastige pubers warm te laten lopen voor hun vak. Bij Nederlands is dit niet anders. Natuurlijk kun je na je studie Nederlandse taal en cultuur best iets anders gaan doen dan voor de klas staan, maar al die andere beroepen, van beleidsmedewerker tot persvoorlichter, kun je meestal ook met een willekeurige andere alfastudie doen. Geen sterke reden om te kiezen voor Nederlands dus. Als de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur (of een willekeurige andere opleiding voor een schooltaal) toekomstbestendig wil zijn, zal de positie van het leraarschap moeten verbeteren. Ik zie twee wegen: (1) Het onderwijs krijgt meer prioriteit, meer geld, meer aanzien, en dus de studie Nederlandse taal en cultuur meer studenten, of (2) we zoeken een manier om het schoolvak af te schaffen. Spelling kunnen scholieren ook krijgen van een tweedegraadsleraar, of desnoods een computerprogramma, letterkunde schaffen we af, en ontleden wordt samen met Duits en Frans verwezen naar de mestvaalt van de geschiedenis. Oplossing twee is goedkoper, innovatief, en eventuele nadelen worden pas na een jaar of tien zichtbaar. Oplossing een is conservatief, stoffig, en duur. Waarvoor zouden onze politici kiezen, denkt u?