Door rap tot rederijkers

Iedere taal kent zo zijn eigen stuntrijmers en onzindichters. Een mooi vroeg voorbeeld uit de Nederlandse literatuur is refereyn CXXXVIII (met de stok ‘Die niet en wil horen en dooch geen gabaert’) uit de refereynbundel van Jan van Doesborch uit 1524. In dit gedicht buitelen allerlei woorden die ‘aart’ eindigen over elkaar heen.

Van veel recenter datum zijn De Blauwbilgorgel van Cees Buddingh’ en Barlemanje van Maarten Toonder – om een paar onzingedichten te noemen. Bekende stuntrijmers uit de rederijkerstraditie zijn uiteraard Drs. P, Ivo de Wijs en Frank van Pamelen.

Nederlandstalige rapmuziek komt de laatste tijd bijzonder origineel uit de hoek, ik signaleerde eerder al rapper Kapabel, die in de fabeltraditie past. Hier en nu wil ik een lans breken voor De Jeugd van Tegenwoordig. Sinds hun eerste hit Watskeburt slaat De Jeugd ons met onzin- en stuntrijmen om de oren, lees de teksten van Sterrenstof en Shenkie er maar op na. Of het compleet bizarre Get Spanish. Annebel Blauw schreef een masterscriptie aan de Universiteit van Groningen over hoe de teksten van De Jeugd in elkaar zitten, blijkt dat die teksten niet slechts bizar zijn, maar soms ook nog eens ergens over gaan. Het moet niet gekker worden.

Literatuur is niet dood, literatuur leeft. Door De Jeugd van Tegenwoordig luistert de jeugd van tegenwoordig naar rederijkerspoëzie van de bovenste plank. Bent u (lezer) docent Nederlands? Uw literatuurlessen worden er alleen maar beter op, nietwaar? Door rap tot rederijkers.