Neder-L, no. 0512.b

Subject: Neder-L, no. 0512.b
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Sat, 31 Dec 2005 22:00:41 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-Veertiende-jaargang------ Neder-L, no. 0512.b -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 0512.21: Evenementenagenda, met:                               |
|                   - Amsterdam: Stadswandeling 'Vermakelijke hartstochten|
|                     - 3 eeuwen Amsterdams theaterleven, zo 5 maart 2006 |
|                   - Amsterdam: Afscheid Hans Maureau, vr 27 januari 2006|
| (2) Rub: 0512.22: Hora est!: promotie M. van Weerdenburg op wo 11 jan.  |
|                   2006, C.R.M. Schelfhout op ma 16 jan. 2006 en O.      |
|                   Mueller op vr 20 jan. 2006, alledrie te Nijmegen      |
| (3) Web: 0512.23: Nieuws van de dbnl: nieuwe teksten december 2005      |
| (4) Med: 0512.24: Nederlandse Taalunie zoekt gegadigden om een          |
|                   Steunpunt Terminologie op te richten                  |
| (5) Med: 0512.25: Informatie over vernieuwing BNTL: nieuwsbrief BNTL,   |
|                   december 2005                                         |
| (6) Lit: 0512.26: 200 jaar spelling van het Nederlands op cd-rom        |
| (7) Lit: 0512.27: Pas verschenen: Catalogus 241 Antiquariaat            |
|                   Schuhmacher. (Amsterdam, [2005])                      |
| (8) Lit: 0512.28: Pas verschenen: Twee middeleeuwse beestenboeken.      |
|                   (Hilversum, 2005)                                     |
| (9) Lit: 0512.29: Pas verschenen: Annette C. Hemmes-Hoogstadt. "Sies    |
|                   mijn vlien, mijn jaghen". (Hilversum, 2005)           |
|(10) Lit: 0512.30: Pas verschenen: Folkert Kuiken. Taalbeleid als        |
|                   uitdaging. (Amsterdam, 2005)                          |
|(11) Lit: 0512.31: Pas verschenen: To Schulting. Sant'Agata Morosina, an |
|                   Argosy. (Firenze, 2005)                               |
|(12) Lit: 0512.32: Pas verschenen: Bert Paasman. De Muze buitengaats.    |
|                   Een herorientatie op de Indisch-Nederlandse           |
|                   dichtkunst. (Alphen aan den Rijn, 2005)               |
|(13) Lit: 0512.33: Pas verschenen: Feico Houweling (red.). Letteren,     |
|                   wetenschap, samenleving. (Budel, 2005)                |
|(14) Lit: 0512.34: Pas verschenen: Carla Dauven, Jelle Koopmans en Lisa  |
|                   Kuitert (red.). Publiceren: wat is dat? (Amsterdam,   |
|                   2005)                                                 |
|(15) Lit: 0512.35: Pas verschenen: Woordenboek van de Gelderse dialecten.|
|                   (Een deel over de Veluwe, een deel over het           |
|                   Rivierengebied.) (Utrecht, 2005)                      |
|(16) Lit: 0512.36: Pas verschenen: Y. Bos-Rops, M. Bruggeman, E.         |
|                   Ketelaer. Archiefwijzer. (Bussum, 2005)               |
|(17) Lit: 0512.37: Pas verschenen: Christi M. Klinkert. Nassau in het    |
|                   nieuws. (Zutphen, 2005)                               |
|(18) Lit: 0512.38: Pas verschenen: Campertprijzen 2005. Koen Hilberdink  |
|                   & Jos Joosten (redactie). (Nijmegen, 2005)            |
|(19) Lit: 0512.39: Pas verschenen: R. De Bont, G. Reymenants & H.        |
|                   Vandevoorde (red.). Niet onder een vlag. 'Van Nu en   |
|                   Straks' en de paradoxen van het fin de siecle. (Gent, |
|                   2005)                                                 |
|(20) Lit: 0512.40: Pas verschenen: Elly Kamp. Iedereen zei, dat is       |
|                   pornografie. Willem Frederik Hermans en de ontvangst  |
|                   van "De tranen der acacia's". (Amsterdam, 2005)       |
|(21) Lit: 0512.41: Pas verschenen: Ronny Boogaart en Eric de Rooij.      |
|                   'Duiven op Bouvet'. Over de vriendschap tussen        |
|                   Boudewijn Buech en Hans Warren. Boudewijn Buech       |
|                   Genootschap Buechmania, 2005                          |
|(22) Col: 0512.42: Linguistisch Miniatuurtje CVIII: Nieuwe zinnen        |
|(23) Col: 0512.43: Column Willem Kuiper, no. 67: Jacob en Leobius        |
|(24) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*-------------------------                     -------za-31-december-2005-*
                          *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 26 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051221.html
Subject: Rub: 0512.21: Evenementenagenda

=================
Evenementenagenda
=================


AMSTERDAM, De Burcht-Vakbondsmuseum, Henri Polaklaan 9

Stadswandeling, zondag 5 maart 2006, 14.00 uur.

  • Vermakelijke hartstochten – drie eeuwen Amsterdams theaterleven. Stadswandeling langs theaters van toen en nu. Drie eeuwen roerig Amsterdams theaterleven, met o.a. de coryfeeen van het Muiderslot, de schouwburgbrand van 11 mei 1772, de onverwoestbare Gijsbrecht van Amstel, de melodrama’s van de Botermarkt, de triomfen van het classicisme, de bestorming van Felix Meritis, het pluche van de Romantiek en de tomaten van de jaren zestig. Startpunt: Theater Instituut (Herengracht 168), prijs EUR 8,00, reserveren gewenst. http://www.deburcht-vakbondsmuseum.nl.

AMSTERDAM, Doelenzaal Universiteitsbibliotheek, Singel 425

Afscheid Hans Maureau, vrijdag 27 januari 2006, 16.30-18.30 uur.

  • Afscheid van Hans Maureau van de Universiteit van Amsterdam waaraan hij van 1972 tot 1985 werkte bij de vakgroep Taalbeheersing en van 1985 tot 2005 bij het Instituut voor Nederlands als Tweede Taal (INTT).

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 26 december 2005
From: Piet Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051222.html
Subject: Rub: 0512.22: Hora est!: promotie M. van Weerdenburg op wo 11 jan. 2006, C.R.M. Schelfhout op ma 16 jan. 2006 en O. Mueller op vr 20 jan. 2006, alledrie te Nijmegen

=========
Hora est!
=========

Woensdag 11 januari 2006, 13.30 uur, Radboud Universiteit Nijmegen.
Mevrouw drs. M.W.C. van Weerdenburg: Language and Literacy Development in Children with Specific Language Impairment.
Promotor: prof. dr. L. Verhoeven; copromotor: dr. L.J.M. van Balkom.

Marjolijn van Weerdenburg onderzocht de taal- en leesontwikkeling van kinderen tussen zes en tien jaar met een specifieke taalstoornis (Specific Language Impairment). Deze kinderen hebben een grote achterstand op het gebied van taal, maar hebben geen problemen met niet-talige gebieden. Taal- en leesvaardigheden zijn nauw met elkaar verbonden. Verschillende taaldomeinen kunnen direct en indirect de leesvaardigheid gedurende de schoolleeftijd beinvloeden. Daarom hebben de meeste van deze kinderen ook ernstige leesproblemen. Binnen een en hetzelfde kind kunnen problemen op een taaldomein een negatieve werking hebben op andere taaldomeinen. En ernstige uitval op meer domeinen kan vervolgens weer extra negatief uitpakken voor zowel de taal- als leesontwikkeling. Omgekeerd kan interventie op een taaldomein ook positieve effecten hebben voor andere taaldomeinen. Een breed interventieprogramma lijkt dan ook effectiever dan een interventie gericht op een taaldomein. Een brede interventie zal niet alleen de taal-, maar ook de leesontwikkeling positief beinvloeden, meent de promovenda.

Marjolijn van Weerdenburg (Woudenberg, 1970) werkt momenteel als docent en onderzoeker bij het Behavioural Science Institute, afdeling Orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar proefschrift werd door de Mgr. J. C. van Overbeekstichting bekroond met de vijfjaarlijkse prijs voor het beste proefschrift op het gebied van communicatieve problemen. E-mail: m.vanweerdenburg@pwo.ru.nl.


Maandag 16 januari 2006, 13.30 uur, Radboud Universiteit Nijmegen.
Mevrouw drs. C.R.M. Schelfhout: Intercalations in Dutch.
Promotor: prof. dr. L. Boves; copromotores: dr. P.A.J.M. Coppen, mevrouw dr. N.H.J. Oostdijk.

‘Dat is, tja, toch lastiger dan je zou denken.’ Het ‘tja’ in deze zin is een voorbeeld van intercalatie; een zin die wordt onderbroken door een constructie die er bij lijkt te horen, waarna de zin doorgaat alsof de onderbreking er niet was. Carla Schelfhout brengt zulke tussengevoegde constructies in kaart door ze te onderzoeken in spontane spraak van mensen. Het blijkt dat veel meer constructies dan eerder gedacht werd als tussenvoegsels beschouwd kunnen worden. De promovenda beveelt dan ook aan om bij de theoretische analyse van allerlei constructies meer aandacht te besteden aan deze mogelijkheid. Met haar onderzoek heeft Schelfhout de mogelijkheden voor analyse en voor automatische analyse van Nederlandse zinnen verbeterd. Daardoor zijn ook de mogelijkheden voor automatische verwerking van Nederlandse zinnen (denk aan automatische spellingcontrole en dergelijke) verbeterd.

Carla Schelfhout (Hulst, 1977) studeerde taal, spraak & informatica aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Als onderzoeker was ze verbonden aan de onderzoeksgroep Taal- en spraaktechnologie van het Centre for Language Studies van de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: c.schelfhout@let.ru.nl.


Vrijdag 20 januari 2006, 13.30 uur, Radboud Universiteit Nijmegen.
O. Mueller: Retrieving semantic and syntactic word properties: ERP studies on the time course in language comprehension.
Promotor: prof. dr. P. Hagoort.

Taalbegrip vereist het omzetten van een fysiek signaal in een betekenisvolle boodschap. Perceptuele processen leiden tot de identificatie van woorden, die met semantische en syntactische eigenschappen geassocieerd zijn. Oliver Mueller onderzocht het tijdsverloop van het ophalen van semantische en syntactische eigenschappen van woorden. Weet men het eerst de betekenis of het geslacht van een zelfstandig naamwoord? Wordt verder het ophalen van het geslacht van een zelfstandig naamwoord beinvloed door de presentatie van een ander zelfstandig naamwoord dat in geslacht overeenkomt of juist verschilt? Muellers experimenten wijzen erop dat in het algemeen betekenis eerder wordt opgehaald dan woordgeslacht, maar dat een ‘prime’ die overeenkomt in geslacht die volgorde kan omdraaien.

Oliver Mueller (1972) studeerde psychologie aan de Technische Universiteit van Braunschweig en voerde zijn promotieonderzoek uit binnen het Neurocognition of language-team van het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek en het FC Donders Centre for Cognitive Neuroscience van de Radboud Universiteit. Momenteel werkt hij aan bij het Cognitieve Neuroscience and Psycholinguistiek-team van de universiteit van La Laguna, Spanje. E-mail: o.muller@fcdonders.ru.nl.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 1 Dec 2005 16:05:27 +0100
From: dbnl <nieuws@dbnl.org>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051223.html
Subject: Web: 0512.23: Nieuws van de dbnl: nieuwe teksten december 2005

===============================================================
Nieuws van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
http://www.dbnl.org/
===============================================================

Oplevering teksten december 2005 http://www.dbnl.org/nieuws/opl122005.htm

  • Abraham Alewijn, Beslikte Swaantje en drooge Fobert
  • Abraham Alewijn, De Puiterveense helleveeg
  • Louis Couperus, De stille kracht
  • J.J. Cremer, Daniel Sils
  • Constantijn Huygens, Trijntje Cornelis
  • Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2000
  • Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2001-2003
  • Cecile de Jong van Beek en Donk, Hilda van Suylenburg
  • H.M.F. Landolt, Militair woordenboek
  • Willem Emmery de Perponcher, Onderwijs voor kinderen
  • J.F. Willems (red.), Belgisch museum voor de Nederduitsche
    tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5
  • Betje Wolff, Brieven van Constantia Paulina Dortsma

Nieuwe gedichten december 2005 http://www.dbnl.org/gedichten/

  • Stefaan van den Bremt, ‘Krekellyriek op het dorpskerkhof’

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 23 Dec 2005 11:37:14 +0100
From: Annemieke Hoorntje - Nederl. Taalunie <ahoorntje@taalunie.org>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051224.html
Subject: Med: 0512.24: Nederlandse Taalunie zoekt gegadigden om een Steunpunt Terminologie op te richten

========================================
Nederlandse Taalunie zoekt gegadigden om een Steunpunt Terminologie op te richten
========================================

De Nederlandse Taalunie zal binnenkort aan geregistreerde gegadigden een verzoek richten om een voorstel in te dienen inzake de oprichting van een ‘Steunpunt Terminologie’, een informatie- en adviespunt terminologie voor het Nederlandse taalgebied. Het steunpunt vervult een ondersteunende rol bij de uitvoering van het terminologiebeleid van de Nederlandse Taalunie. Dat beleid krijgt vorm binnen de Commissie Terminologie (CoTerm). Het steunpunt werkt samen met de Vereniging voor Nederlandstalige terminologie (NL-TERM).

De opdracht zal worden gegund aan de indiener van het economisch gunstigste voorstel. De opdracht wordt toegekend door de algemeen secretaris van de Taalunie op voordracht van de Commissie Terminologie, na kennisneming en rangschikking van alle in aanmerking genomen voorstellen door een selectiecommissie.

Nadere informatie (over o.a. de te verrichten taken en de eisen waaraan de indiener van een voorstel moeten voldoen) is te vinden in de volgende bij elkaar horende Word-documenten: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/termopro.doc en http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/termopro.doc.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 21 Dec 2005 11:59:20 +0100
From: Elly Kamp <Elly.Kamp@huygensinstituut.knaw.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051225.html
Subject: Med: 0512.25: Informatie over vernieuwing BNTL: nieuwsbrief BNTL, december 2005

================================================================
Informatie over vernieuwing BNTL
Nieuwsbrief BNTL – december 2005
door: Elly Kamp, Coordinator Vernieuwing BNTL, Huygens Instituut
================================================================

In de derde nieuwsbrief wordt u geinformeerd over de stand van zaken, de planning en de communicatie met de wetenschappelijke gebruikers van de BNTL.
Deze nieuwsbrief verschijnt eveneens op de website van het Huygens Instituut, via http://www.huygensinstituut.knaw.nl, Projecten e-research, BNTL vernieuwingsproject.
Eerdere nieuwsbrieven zijn te vinden op dezelfde site.

Stand van zaken

Projectgroep

Algemeen adviseur
Dr. Marcus de Schepper (directeur van het Bureau van de Bibliografie van de Neerlandistiek te Brussel) is bereid gevonden als algemeen adviseur van de projectleiding op te treden.
Zijn inbreng is tweeledig: zowel bij de ideeenvorming over de vernieuwing van de BNTL als bij de praktische afstemming van de werkzaamheden aan de lopende BNTL.

Eerste bijeenkomst over de vernieuwing van de BNTL 17 oktober 2005 Op 17 oktober is een eerste vergadering over de vernieuwing van de BNTL gehouden met mensen die zich betrokken hebben getoond bij de toekomst van de BNTL. De notulen van deze bijeenkomst zijn gestuurd naar de aanwezigen en naar degenen die zich hebben afgemeld, maar worden op verzoek ook aan andere belangstellenden toegezonden. Een belangrijk doel van deze vergadering was het inventariseren van de eisen en wensen van de gebruikers en het aangeven van prioriteiten; welke functionaliteiten noodzakelijk worden geacht, wenselijk zijn of als ‘mooi meegenomen’ worden gezien.
Tijdens deze vergadering is de lijst met de door de interne redactie van de BNTL als belangrijkste aangemerkte tijdschriften en reeksen uitgedeeld: een historisch gegroeide lijst die als basis kan dienen voor een definitief vast te stellen kernlijst neerlandistiek.

Planning
Oktober 2005
Bij de agenda van bovengenoemde vergadering was een door de
projectgroep opgestelde lijst met mogelijke eisen en wensen gevoegd, als suggestie en leidraad bij de discussie. De presentatie van de verschillende invoervelden, zoekmogelijkheden en resultaten van de zoekacties tijdens dezelfde bijeenkomst leidde tot een lijst van gebruikerswensen, waarbij duidelijk werd wat als het belangrijkste werd beschouwd.
De aanwezigen wilden in ieder geval structuur, overzichtelijkheid, en zoveel mogelijk uniformiteit, zowel bij de invoer als bij de presentatie van de gevonden bibliografische beschrijvingen. Gebruikers die hun titels en teksten willen aanleveren zullen echter niet bereid zijn 15 tot 20 velden in te vullen. (Dit wordt in de lopende BNTL door de titelbeschrijvers wel gedaan, maar het is arbeidsintensief en tijdrovend. Ook intern wordt uitgezien naar een vereenvoudiging).
De invoer in de nieuwe BNTL moet daarom zowel gestructureerd als eenvoudig zijn.

November 2005
Na de vergadering is binnen de projectgroep het overleg, samen met de programmeurs, voortgezet. De belangrijkste wensen van projectgroep en gebruikers zijn eind november vertaald in een aantal functionele eisen en wensen. Hierbij is rekening gehouden met enerzijds de gewenste structurering en anderzijds een gebruikersvriendelijke invoermogelijkheid. Hieronder volgen de belangrijkste door de projectgroep geformuleerde functionele eisen en wensen, met enige toelichting.

Invoer: eenvoud en structuur
Er is in eerste instantie gekozen voor een invulscherm van zeven velden: publicatietype, jaar, auteur, titelbeschrijving, trefwoorden, samenvatting, full text. Vier hiervan zijn sorteerbaar (d.w.z. dat er gericht op gezocht kan worden): publicatietype (boek, artikel uit tijdschrift etc.), jaar, auteur en trefwoorden.
Dit aantal van zeven velden leek de projectgroep het juiste midden tussen betrekkelijke eenvoud en noodzakelijke structurering. Verdere structurering en uniformering:
Wanneer de invoerder een publicatietype heeft gekozen zou het daaraan gerelateerde invulscherm automatisch moeten verschijnen. Onderzocht moet worden of het zinnig is bij de verschillende velden suggesties te doen voor het invullen, opdat dit zoveel mogelijk uniform is. Hierbij zal door de programmeurs ook worden onderzocht in hoeverre gebruik gemaakt kan worden (via een vertaaltabel) van de gegevens in de huidige BNTL-thesaurus, waar al een zeer groot aantal auteursnamen en trefwoorden in te vinden is.
Daarnaast moet nieuwe, vrije, invoer mogelijk zijn.

Zoekresultaten
Er zou op woordbasis gezocht moeten kunnen worden in de afzonderlijk, gesorteerde velden, de full textbestanden en in beide soorten materiaal (gehele BNTL).
De gebruiker wil daarnaast, zo bleek, ook geavanceerd kunnen zoeken op de velden auteur, jaar, trefwoorden en publicatietype en de resultaten van die zoekactie duidelijk gepresenteerd krijgen. Op basis van een testset met titels en teksten zullen de verschillende zoekmogelijkheden door de programmeurs worden uitgetest. Hierbij zullen op termijn de gebruikersgroepen worden betrokken.

Weging van de zoekresultaten:
De programmeurs zullen in de loop van het traject een experimenteel onderzoek doen naar de inhoudelijke weging van de verschillende velden, opdat de door de gebruikers als ‘belangrijkste’ aangemerkte informatie bovenaan geplaatst kan worden. Dit is een ander soort ‘relevantie’ als bij Google, waarbij de frekwentie en nabijheid van bepaalde zoektermen tot een hoge plaats op de lijst met zoekresultaten leidt. Bij de te onderzoeken inhoudelijke weging zou de informatie uit de titel en uit de trefwoorden/samenvattingen een groter gewicht toegekend kunnen worden dan andere informatie (bijvoorbeeld uit de full text).
Ook zou men een boekpublicatie als ‘belangrijker’ kunnen aanmerken dan een artikel.
Tijdens dit onderzoek zal er worden gekeken naar de mogelijkheid om naast de ordening op (een combinatie van) auteur, jaar, trefwoord enz. ook een ordening op inhoudelijke relevantie mogelijk te maken. Welke criteria daarbij gehanteerd moeten worden, zal onderwerp van onderzoek zijn.
Bij dit onderzoek zullen op termijn de gebruikersgroepen worden betrokken.

December 2005-februari 2006
Onderzoeksfase functionaliteiten:
De programmeurs onderzoeken de mogelijkheden om bovengenoemde functionaliteiten te analyseren en in kleinere eenheden te verdelen, de daarvoor benodigde onderzoeks- en programmeertijd te bepalen, en een risico-analyse te maken. Zij zullen nagaan welke mogelijkheden bestaande software biedt – en welke niet.
Dit alles gebeurt in nauw (wekelijks) overleg met de projectgroep die de prioriteiten bepaalt.
Op basis van deze analyse wordt een nader uitgewerkt projectplan opgesteld.

Kernlijst tijdschriften en reeksen
De op de huidige lijst voorkomende titels zijn voor de lopende BNTL steeds als eerste bijgehouden en gedepouilleerd. Dit is het moment om deze intern gehanteerde lijst om te zetten tot een kernlijst, die door het veld van wetenschappelijke gebruikers als zodanig wordt erkend. Binnen de vernieuwde BNTL zullen de titels die op een dergelijke lijst voorkomen in ieder geval worden bijgehouden, ontsloten via metadata (titelinformatie, trefwoorden/samenvattingen) en voorzover mogelijk met beschikbaarstelling van de full text. Over de opname van titels die ook belangrijk worden geacht maar niet tot de kern-neerlandistiek behoren zal nauw worden overlegd met het veld.
De huidige lijst van titels is tijdens en na de vergadering van 17 oktober aangevuld en in december (met aanvullingen) opgestuurd naar de adviesraad, in de persoon van Prof. P. Wackers. Naar verwachting zal deze lijst door de adviesraad in januari of februari 2006 worden besproken en nader vastgesteld.

Communicatie met de gebruikers
Externe gebruikersgroep
Dr. A. Th. Bouwman (Bibliotheca Neerlandica Manuscripta) is toegetreden tot de externe gebruikersgroep.
Ook anderen zijn welkom om zitting te nemen in deze groep. Op het moment dat de programmeurs zo ver zijn dat er tests kunnen worden uitgevoerd, zal een beroep worden gedaan op de externe en interne gebruikersgroep. We kunnen in dit stadium nog niet precies aangeven wanneer dat zal zijn. U wordt op de hoogte gehouden. Wij hebben u met deze nieuwsbrief op de hoogte gesteld van de stand van zaken.
U wordt uitgenodigd om te reageren: met vragen, kritiek en/of advies.

In de derde nieuwsbrief wordt u geinformeerd over de stand van zaken, de planning en de communicatie met de wetenschappelijke gebruikers van de BNTL.
Met hartelijke groet,

Drs. Elly Kamp
Coordinator vernieuwing BNTL
Prins Willem-Alexanderhof 5
Postbus 90754, 2509 LT Den Hag
Tel.: 070-3315878, fax: 070-3820546
http://www.huygensinstituut.knaw.nl
e-mail: elly.kamp@huygensinstituut.knaw.nl

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 1 Dec 2005 17:29:20 +0100
From: Onze Taal <redactie@onzetaal.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051226.html
Subject: Lit: 0512.26: 200 jaar spelling van het Nederlands op cd-rom

==============================================
200 jaar spelling van het Nederlands op cd-rom
==============================================

Op 2 december 2005 verscheen er een bijzondere cd-rom met alle twaalf voorgangers van het veelbesproken Groene Boekje. Behalve deze historische spellinggidsen is ook het standaardwerk over de Nederlandse spelling opgenomen.

De cd-rom is een uitgave van het Genootschap Onze Taal en de Stichting Historic Future, op initiatief van taaljournalist Ewoud Sanders. Op deze manier willen zij – 200 jaar nadat voor het eerst de spelling van het Nederlands werd vastgesteld – de bont geschakeerde geschiedenis van de Nederlandse spelling op eenvoudige wijze toegankelijk maken. Hoe vaak zijn bepaalde woorden van spelling veranderd? Welke woorden werden wanneer opgenomen? En hoe veranderden de regels in de loop van de tijd?

De spelling van het Nederlands is onlangs aangepast (oktober 2005), en die ingreep heeft opnieuw veel kritiek opgeroepen. Velen vragen zich af waarom de spelling steeds wordt veranderd, maar ook wat er tot nu toe allemaal gebeurd is sinds de spelling van het Nederlands in 1804 voor het eerst werd vastgelegd. Met de cd-rom komt voor het eerst de spellinggeschiedenis van het Nederlands in de laatste twee eeuwen met een druk op de knop beschikbaar.

In 1804 verscheen Matthijs Siegenbeeks ‘Verhandeling over de Nederduitsche spelling’, dat het allereerste Groene Boekje kan worden genoemd. In 1863 werd de rol van dit werk overgenomen door de ‘Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal’ van De Vries en Te Winkel, dat in negen verschillende edities ruim 130 jaar lang de spelling van het Nederlands voorschreef. Het eerste echte Groene Boekje verscheen in 1954, gevolgd door een nieuwe uitgave na de spellingwijziging van 1995. Al deze historische werken zijn nu dus op een cd-rom volledig doorzoekbaar. Behalve de spellinggidsen bevat de cd-rom ook nog G.C. Molewijks standaardwerk ‘Spellingverandering van zin naar onzin’, dat uitvoerig ingaat op de spelling van het Nederlands sinds 1200. De cd-rom beslaat meer dan 7500 boekpagina’s.

De cd-rom ‘200 jaar spelling van het Nederlands’ is te bestellen door EUR 25,- over te maken op postrekening 4265902 van het Genootschap Onze Taal in Den Haag o.v.v. ‘cd-rom spelling’.

Voor meer informatie: zie http://www.onzetaal.nl.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 26 december 2005
From: Verkruijsse, P.J. <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051227.html
Subject: Lit: 0512.27: Pas verschenen: Catalogus 241 Antiquariaat Schuhmacher. (Amsterdam, [2005])

==============
Pas verschenen
==============

Antiquariaat Schuhmacher. Catalogus 241: Nederlandse literatuur in handschriften, typoscripten, autografen e.d. – een selectie uit schrijvers en dichters, van wie de achternaam begint met A-L. Amsterdam [2005]. 40 pp.

De catalogi van Antiquariaat Schuhmacher zijn traditioneel van een ongeevenaarde kwaliteit. De laatste die hier besproken werd, was Catalogus 236 met 608 boeken met opdrachten van Aafjes tot en met Zielens.

De zojuist verschenen catalogus 241 bevat 160 nommers betreffende Nederlandse literatuur in manuscript, typoscript, autografen e.d. van Aafjes tot en met Lucebert. De beschrijvingen bevatten gegevens over de schriftdrager, het schrift (inkt, potlood e.d.), de afmetingen, het aantal pagina’s, het voorkomen van doorhalingen en varianten en verwijzingen naar edities van brieven en manuscripten van de desbetreffende auteur. In de meeste gevallen worden de beschrijvingen van Wilma Schuhmacher (eindredacteur), Truusje Goedings (beschrijvingen en citaten) en Sander Bink (tekstvergelijkingen) doorspekt met citaten en persoonlijke opmerkingen die getuigen van een meer dan grondige kennis van de moderne letterkunde.

Van veel bekende auteurs worden manuscripten aangeboden tegen redelijke prijzen: Bertus Aafjes, Gerrit Achterberg, Louis Paul Boon, Carry van Bruggen, Jan Campert, Hugo Claus, Cola Debrot, Jan Engelman, Marnix Gijsen, Jan Hanlo, W.F. Hermans, Willem Kloos en Lucebert, om er een paar te noemen.

Voor het voorjaar van 2006 wordt een catalogus aangekondigd over ‘Willem Elsschot in boek en band’, waarin alle verschijningsvormen van alle drukken van het werk van Elsschot tot 1957 zullen beschreven staan, de vrucht van drie jaar onderzoek door Wilma Schuhmacher.

Antiquariaat Schuhmacher bevindt zich aan de Geldersekade 107, 1011 EM Amsterdam, +31 (0)20-6221604, fax 6206620, schuhmacher@xs4all.nl, http://www.schuhmacheramsterdam.com (website vanaf begin 2006), geopend woensdag t/m zaterdag van 11.00 tot 18.00 uur en op afspraak.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 6 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051228.html
Subject: Lit: 0512.28: Pas verschenen: Twee middeleeuwse
beestenboeken. (Hilversum, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Julia C. Szirmai en Reinier Lops. Twee middeleeuwse beestenboeken. Het Beestenboek van Pierre de Beauvais & Het Beestenboek van de Liefde van Richard de Fournival. Vertaald door – en -. Hilversum: Verloren, 2005 (MemoranduM, nr. 5). ISBN 90 6550 845 7; 96 pp.; ills.; EUR 13,00.

Begin dertiende eeuw vertaalde Pierre de Beauvais de zeer populaire ‘Physiologus’, een beschrijving van dieren en stenen voorzien van een christelijke duiding, in het Oudfrans. Op dit Beestenboek baseerde Richard de Fournival iets later zijn ‘Beestenboek van de Liefde’. De eerste tekst legt de nadruk op de morele les die uit de gedragingen der dieren getrokken kan worden, de tweede past de eigenschappen van dieren toe op aspecten van de liefde. Als de caladrius een zieke aankijkt, zal hij genezen; als hij zijn blik afwendt, zal de zieke sterven. Bij Pierre is de vogel het zinnebeeld van Christus die zijn blik afwendde van de joden, bij Richard van de geliefde, die met haar onverschilligheid haar aanbidder doodt.

Deze twee (in modern Nederlands vertaalde) bestiaires geven een interessant en amusant beeld van het middeleeuwse geloof en bijgeloof en de verschillende manieren waarop de natuur geinterpreteerd kon worden. Het boek is voorzien van een index op beestennamen.

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 6 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051229.html
Subject: Lit: 0512.29: Pas verschenen: Annette C. Hemmes-Hoogstadt. "Sies mijn vlien, mijn jaghen". (Hilversum, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Annette C. Hemmes-Hoogstadt. ‘Sies mijn vlien, mijn jaghen’. Over vorm en inhoud van een corpus Middelnederlandse spreukachtige hoofse lyriek: Lund, UB, Mh 55 en Brussel, KB, Ms.IV 209/11. Hilversum: Verloren, 2005 (Middeleeuwse Studies en Bronnen, 86). ISBN 90-6550-846-5; 315 pp.; ills.; EUR 30,00.

In 1926 werd in de Universiteitsbibliotheek van het Zweedse Lund een perkamenten dubbelblad met zestien Middelnederlandse hoofse gedichten ontdekt, die in de dertiende eeuw in het Limburgs-Brabantse grensgebied zullen zijn ontstaan. Deze als Lundse liederen aangeduide teksten vertonen grote overeenkomst met acht gedichten op twee blaadjes perkament uit een ander handschrift, die ruim dertig jaar eerder in een boekband werden aangetroffen. Deze uiterst complex en uniek vormgegeven gedichten worden in dit proefschrift uitgegeven, geinterpreteerd en poeticaal geanalyseerd. De voorafgaande inleiding bevat naast een geschiedenis van het onderzoek naar de Lundse liederen, een beschrijving van de handschriftfragmenten en de dialectgeografische verschijnselen.

‘Sies mijn vlien, mijn jaghen’ besluit met een typering van de gedichten, een aanduiding van plaats en tijd van hun ontstaan en informatie die fragmenten en teksten over de kopiisten, de dichter of dichters en het beoogde publiek prijsgeven. Er zijn samenvattingen in het Engels en Duits, een uitvoerige bibliografie, een lijst van beginregels en een index op titels, namen en trefwoorden.

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 6 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051230.html
Subject: Lit: 0512.30: Pas verschenen: Folkert Kuiken. Taalbeleid als uitdaging. (Amsterdam, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Folkert Kuiken. Taalbeleid als uitdaging. Amsterdam: Vossiuspers UvA, 2005 (Oratiereeks). ISBN 90-5629-399-0; 26 pp.; ills.

Folkert Kuiken is sinds 1990 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam; met ingang van 2005 is hij benoemd tot bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal vanwege de gemeente Amsterdam. Op 15 juni hield hij zijn oratie over ‘Taalbeleid als uitdaging’.

Het toenemend aantal allchtone leerlngen leidde er in de jaren negentig toe dat het onderwijs vaak meer een uitdaging voor de leerkracht was dan voor de leerling. Door een resultaatgerichte aanpak kon dat tij worden gekeerd. Dat neemt niet weg dat de invoering van een taalbeleid soms nog stroef verloopt.

In Amsterdam legt men zich daar niet bij neer en ziet men taalbeleid als een uitdaging om zich te profileren door de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Kernbegrippen zijn daarbij onder meer: een brede visie op taal (in het primair onderwijs), taalgericht vakonderwijs (in het voortgezet onderwijs) en duale en geintegreerde trajecten (in de volwasseneneducatie).

De rol van docenten in dit geheel is cruciaal: zij moeten hun leerlingen met uitdagende taken tot interactie stimuleren. Door een combinatie van deskundigheidsbevordering en begeleiding op de werkvloer kunnen docenten hun vaardigheden op dat gebied vergroten en wordt de expertise binnen de scholen gebracht.

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 6 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051231.html
Subject: Lit: 0512.31: Pas verschenen: To Schulting. Sant'Agata Morosina, an Argosy. (Firenze, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

To Schulting. Sant’Agata Morosina, an Argosy. An episode in the commercial, diplomatic and artistic relations between Venice, Amsterdam and London, 1595-1609. Firenze: Istituto Universitario Olandese di Storia dell’Arte, 2005 (Italia e i Paesi Bassi, no. 7). ISBN 88-7038-425-X; 82 pp.; ills.

Waartoe een passage in het ‘Schilder-Boeck’ van Van Mander al niet kan leiden. Die voerde To Miedema-Schulting langs tal van archieven in binnen- en buitenland en naar de kunst-, handels- en diplomatieke geschiedenis van de laat-zestiende en begin zeventiende eeuw. Van Mander verhaalt in de biografie van de schilder Cornelis Ketel dat deze twee portretten geschilderd had van de Venetiaanse edelman en koopman Francesco Morosini die enige tijd in Amsterdam verbleef. Let wel: geen gewone portretten, maar geschilderd zonder kwast, dus met de vingers. En wat deed Morosini in Amsterdam? Hij liet daar een schip bouwen, maar ook weer geen gewoon schip: een enorm schip dat de naam kreeg Sant’Agata Morosina.

In haar publicatie volgt To Miedema de gangen van de opdrachtgever tot het bouwen van dit schip, van de scheepstimmerman die de klus moest klaren, van een aantal financiele perikelen en van het schip dat na inbeslagname in Engeland naar de Middellandse Zee voer. Zij verbaast zich over het feit dat er geen bronnen zijn overgeleverd met betrekking tot dit schip dat toch een zeer bijzondere verschijning geweest moet zijn in de Nederlandse wateren.

De studie is grondig gedocumenteerd en bevat transcripties van archivalia uit Engeland, Nederland en Italie.

P.J. Verkruijsse

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 6 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051232.html
Subject: Lit: 0512.32: Pas verschenen: Bert Paasman. De Muze buitengaats. Een herorientatie op de Indisch-Nederlandse dichtkunst. (Alphen aan den Rijn, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Bert Paasman. De Muze buitengaats. Een herorientatie op de Indisch-Nederlandse dichtkunst. Alphen aan den Rijn: Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde, 2005 (Indische Letteren 20 (2005), nr. 3: Afscheidscollege van prof. dr. Bert Paasman). ISSN 0920-6949; p. 161-195; ills.

In zijn afscheidsrede vraagt Bert Paasman zich af waarom er nog steeds geen ‘Spiegel van de Indisch-Nederlandse poezie’ is terwijl daartoe – gezien de productie, waarvan Paasman tal van voorbeelden geeft – alle aanleiding is. De literatuurhistorici van de vorige eeuw hadden geen of weinig belangstelling voor en de serieuze en de lichte buitengaatse Muze.

Niettemin is die Indisch-Nederlandse poezie zeer de moeite waard om bestudeerd te worden. Ze weerspiegelt ‘ook het koloniale denken en handelen en de geleidelijke overgang naar het postkoloniale perspectief’, aldus Paasman (p. 189). Maar als het goed is, hoeven we niet lang meer te wachten op de Indisch-Nederlandse ‘Spiegel’: Bert Paasman en Peter van Zonneveld werken aan een uitvoerige bloemlezing.

(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 6 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051233.html
Subject: Lit: 0512.33: Pas verschenen: Feico Houweling (red.). Letteren, wetenschap, samenleving. (Budel, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Feico Houweling (red.). Letteren, wetenschap, samenleving. Over de zin van letterenstudies voor wetenschap en maatschappij. Budel: Damon, 2005. ISBN 90-5573-668-6; 154 pp.; EUR 14,90.

In een tijd waarin de identiteitscrisis van de letterenstudies bijna totaal lijkt, debatteren wetenschappers van nationaal postuur, onder wie Arjo Klamer (econometrie), Anton Zijderveld (sociologie), Wim Blockmans (geschiedenis), Heert Dokter (geneeskunde), Ger Groot (filosofie) en Jeanne Gaakeer (rechten) zes avonden lang over het belang en het praktische gebruik van letteren in hun studierichting. Deze vaak gloedvolle pleidooien voor de letteren zijn nu, samen met publieke debatten, gebundeld in dit boek.
Letterenstudies zijn van cruciaal belang voor de andere disciplines aan de universiteit en voor de samenleving als geheel. Alleen de letteren houden zich bezig met datgene waar alle andere studies gebruik van maken, de taal. Dat geeft de letterenstudies een unieke plek en daarom mogen ze aan geen universiteit ontbreken.

Al meer dan vijftig jaar wordt in Rotterdam gepleit voor een volwaardige letterenuniversiteit. Deze bundel is een nieuwe bouwsteen voor zo’n faculteit, een steen die gelegd wordt door de Stichting Noodfaculteit Letteren Rotterdam. Maar het belang van de hier gebundelde discussie over de letteren stijgt ver boven het lokaal belang uit. Dit is een fundamenteel debat over plaats en rol van de letterenstudies in de wetenschappelijke wereld en daarom bijna verplichte leesstof voor iedereen die iets met universiteit of hogeschool te maken heeft.

Inhoud

  • Feico Houweling: Wat hebben de letteren nog te betekenen?
  • Arjo Klamer: Waarom is er geen gesprek tussen dichters en economen?
  • Ger Groot: Echt waar – waarom romans werkelijk zijn en wij ze willen lezen.
  • Jeanne Gaakeer: Recht en Literatuur? Vanzelfsprekend!
  • Frans Meulenberg: Literatuur, ethiek en wetenschap: een driehoeksrelatie
  • Willem Blockmans: De ondragelijke lichtheid der alfa’s
  • Anton Zijderveld: Kunst en wetenschap – odd bed fellows?
  • Feico Houweling: ‘Steunt Aime, steunt de Noodfaculteit!’

(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 7 december 2005
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051234.html
Subject: Lit: 0512.34: Pas verschenen: Carla Dauven, Jelle Koopmans en Lisa Kuitert (red.). Publiceren: wat is dat? (Amsterdam, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Carla Dauven, Jelle Koopmans en Lisa Kuitert (red.). Publiceren: wat is dat? Een antwoord in dertien opstellen. Amsterdam: Instituut voor Cultuur en Geschiedenis, 2005 (Handelingen van het derde jaarlijkse congres van het onderzoeksprogramma Literatuurgeschiedenis van het ICG, UvA). ISBN 9080761125; 242 pp.; EUR 12,00.

Op 25 en 26 maart 2004 vond het derde jaarlijkse congres van het onderzoeksprogramma Literatuurgeschiedenis van het Instituut voor Cultuur en Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam plaats. Rondom het thema ‘publiceren: wat is dat?’ werden dertien voordrachten gehouden die vanuit diverse disciplines antwoord trachten te geven op deze vraag. De bundel wordt ingeleid door Daan den Hengst, bevat gegevens over de auteurs en samenvattingen van de lezingen, en tot slot een namenregister.

Inhoud:

  • Marita Mathijsen: De openbaring. Verschuivingen in de editiewetenschap door veranderingen in de publiceerwijzen.
  • Hans Renders: Journalistiek of literatuur: de krant op een tweesprong in het interbellum.
  • Elke Huwiler: Publiceren van audiokunst. De ontwikkeling van de kunstvorm ‘audio drama’ en de gevolgen van diens beperkende publicatievormen.
  • Anke van Herk: Het publiceren van drama is niet altijd het publiceren van drama: over het drukken van mythologisch-amoureuze rederijkersspelen.
  • Saskia Pieterse: Het kermen van de zweep: Multatuli over publiceren.
  • Gerrit Vermeer: Het tekstavontuur ofwel het interactieve verhaal: nieuwe vormen van publiceren bij een nieuw en al weer verdwenen medium.
  • Susanna de Beer: Giannantonio Campano (1429-1477): de circulatie en publicatie van zijn poezie.
  • Luuk Huitink en Jan Willem van Henten: Flavius Josephus’ Antiquitates: de publicatie en het eerste publiek.
  • Ronald de Rooy: Van ‘rimatore’ tot ‘poeta’. Dante: dichter voor dichters.
  • Jelle Koopmans: Waarom gaat men plotseling toneelteksten uitgeven in de zestiende eeuw?
  • Thomas Vaessens: Dichters en schrijvers op internet: een sociologisch en literair fenomeen.
  • Peter Boot: Anatomie en cartografie van de weblog.
  • Marcel de Zwaan: Van kleitablet tot internet: publiceren vanuit auteursrechtelijk perspectief.

Exemplaren van de bundel zijn te koop voor EUR 12,00 bij het secretariaat van het IC&G, kamer 458 van het P.C. Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam (icg-fgw@uva.nl).

(15)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 25 november 2005
From: Berntsen, B. <B.Berntsen@communicatie.ru.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051235.html
Subject: Lit: 0512.35: Pas verschenen: Woordenboek van de Gelderse dialecten. (Een deel over de Veluwe, een deel over het Rivierengebied.) (Utrecht, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Harrie Scholtmeijer. Woordenboek van de Gelderse Dialecten voor de Veluwe. Utrecht: Matrijs, 2005. ISBN 90 5345 2826, 360 pp., EUR 19,95. & Charlotte Giesbers. Woordenboek van de Gelderse Dialecten van het Rivierengebied. Utrecht: Matrijs, 2005. ISBN 90 5345 2818, 256 pp., EUR 19,95.

Van aonraach tot zaandkiest: Gelders dialect blijft bewaard

Waar was in het Rivierengebied in huis de gaot te vinden? Wat is een paorkiezer? Wat bedoelen ze in Winssen, Balgoij, Heumen en Groesbeek met een prost en Opheusden met een prettestoel? Waar wordt voor het begrip kinderbox het dialectwoord looprek gebruikt? En waarvoor werd de steen in bed gebruikt? Waar was in de Veluwse boerderij de heerd te vinden? Wat is de wimme? Wat bedoelen ze in Hattem, Oene en Ugchelen met de zurge en in Lunteren met de zorg? Waar wordt het woord ‘kussen’ uitgesproken als kussing? En waarvoor werd in Klarenbeek de verwarmde zuurkoolsteen gebruikt?

Vrijdag 25 november is in het Openluchtmuseum in Arnhem het eerste deel gepresenteerd van het Woordenboek van de Gelderse Dialecten voor de Veluwe en voor het Gelders Rivierengebied in aanwezigheid van de Gedeputeerde voor Cultuur in de Provincie Gelderland, de heer H. Esmeijer. Het gaat om twee uitgaven: een voor de Veluwe en een voor het Rivierengebied met als thema ‘het huis’. Vanaf 2002 is aan deze twee uitgaven gewerkt door wetenschappers van de Radboud Universiteit Nijmegen: Charlotte Giesbers, redacteur van het Rivierengebied, en Harrie Scholtmeijer, redacteur van de Veluwe. De algehele coordinatie ligt bij de afd. Algemene Taalwetenschap en Dialectkunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Plaatselijke dialecten veranderen en gaan deels verloren door de opmars van het Standaardnederlands. Het vastleggen van de traditionele woordenschat is daarom nodig. Maar het gaat om meer dan vastleggen. Dialect wordt immers steeds meer gekoesterd als een uiting van levend regionaal bewustzijn en identiteit. De nieuwe woordenboeken hebben een thematische indeling. Rond het onderwerp – Het Huis – worden allerlei woorden en begrippen beschreven. Zo worden dialectwoorden beschreven voor de indeling van het huis (de vertrekken met hun functie en hun meubilair), de constructie, de omgeving (bijgebouwen, tuin) en verschillende typen huizen (boerenhuis, burgerhuis). Door deze aanpak zijn de woordenboeken interessant voor een breed publiek.

Het project is een samenwerkingsverband van vijf instellingen: het Staring Instituut, de afdeling Algemene Taalwetenschap en Dialectkunde van de Radboud Universiteit Nijmegen, de IJsselacademie (centrum voor streekcultuur in de noordelijke Veluwe en Noordwest-Overijssel) in Kampen, de Stichting Grensoverschrijdende Streektalen in Kampen (GOS) en het Gelders Erfgoed (consulentschap voor erfgoed, musea en geschiedbeoefening) in Zutphen. De financiering voor het maken van het boek is zeker gesteld door belangrijke bijdragen van de Provincie Gelderland en de RU Nijmegen. De boekproductie wordt gefinancierd door Stichting VSBfonds, Stichting Fonds A.H. Martens van Sevenhoven en Stichting de Roos-Gesink.

(16)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 25 november 2005
From: Uitgeverij Coutinho <info@coutinho.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051236.html
Subject: Lit: 0512.36: Pas verschenen: Y. Bos-Rops, M. Bruggeman, E. Ketelaer. Archiefwijzer. (Bussum, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Yvonne Bos-Rops, Marijke Bruggeman, Eric Ketelaar. Archiefwijzer. Handleiding voor het gebruik van archieven in Nederland. 3e, herz. dr. Bussum: Coutinho, 2005. 165 pp., ills.; EUR 23,00, ISBN 90 6283 474 4.

In Nederland wordt er bij verschillende archiefdiensten honderden strekkende kilometers archief bewaard. Om iets in deze massa te kunnen vinden, is het van belang te weten hoe het Nederlands archiefwezen is georganiseerd en welke mogelijkheden het zijn bezoekers biedt.

Dit boek biedt aan alle archiefvorsers, wetenschappers en liefhebbers de informatie die nodig is om effectief in de archieven te werken. Het beschrijft hoe de moderne archiefdiensten zijn ontstaan en welke archieven zij beheren en het gaat in op de rechten van de onderzoekers. Daarnaast wordt uitgebreid aandacht besteed aan de hulpmiddelen voor archiefonderzoek, zoals gidsen om het materiaal op te sporen, inventarissen en andere toegangen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bronnen die er zijn voor stamboomonderzoek en ten slotte verschaffen de auteurs belangrijke informatie over zaken als oud schrift en vroegere manieren van tijdsaanduiding. Ook wordt veel aandacht besteed aan digitalisering en is bij het boek een webpagina gemaakt met relevante webadressen. Ten slotte is de lay-out vernieuwd.

Verkorte inhoudsopgave:

  • Inleiding
  • Het ontstaan van het moderne archiefwezen
  • Archieven nu
  • Werken met archieven
  • Zoeken naar personen
  • Bijlagen
  • Aanhangsel. Archiefonderzoek in het buitenland
  • Noten
  • Lijst van afkortingen
  • Herkomst afbeeldingen
  • Register

Yvonne Bos-Rops is werkzaam bij het Nationaal Archief. Marijke Bruggeman is universitair docent archivistiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Eric Ketelaar is hoogleraar archief- en informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

(17)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 25 november 2005
From: Walburg Pers <info@walburgpers.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051237.html
Subject: Lit: 0512.37: Pas verschenen: Christi M. Klinkert. Nassau in het nieuws. (Zutphen, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Christi M. Klinkert. Nassau in het nieuws. Nieuwsprenten van Maurits van Nassaus militaire ondernemingen uit de periode 1590-1600. Zutphen: Walburg Pers, 2005. 320 pp., ills.; EUR 34,95 (vanaf 1 januari 2006 EUR 44,95), ISBN 90 5730 372 8.

De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is de eerste oorlog waarvan op grote schaal voor een breed publiek verslag werd gedaan. Auteurs grepen de recent ontwikkelde drukkunst aan om pamfletten over de strijd te publiceren. Maar ook prentmakers zagen brood in nieuwsvoorziening. Zij vervaardigden nieuwsprenten – berichten waarin, anders dan in pamfletten, een afbeelding centraal staat.

Christi M. Klinkert analyseert in ‘Nassau in het nieuws’ nieuwsprenten die werden uitgebracht ter gelegenheid van innamen, belegeringen en veldslagen. Ze richt zich daarbij speciaal op de verslaggeving over wapenfeiten van Maurits van Nassau – de zoon van Willem van Oranje – uit de periode 1590-1600.

In dit werk komen zowel de artistieke en historische als de letterkundige en cartografische aspecten van beeldberichten aan de orde. De auteur legt uit hoe nieuwsprenten tot stand kwamen, hoe het toenmalige publiek ermee omging en hoe de hedendaagse geinteresseerde ze kan analyseren. Bovendien wordt een groot aantal voorstellingen tot in detail verklaard aan de hand van een veelheid aan contemporaine bronnen, zoals kronieken, geuzenliederen, stadsgezichten en penningen. Het resultaat is een mediageschiedenis van de tien jaren tussen het turfschip van Breda en de slag bij Nieuwpoort.

(18)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 19 Dec 2005 12:05:36 +0100
From: Godelieve Linders - Vantilt Uitgeverij <godelieve@vantilt.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051238.html
Subject: Lit: 0512.38: Pas verschenen: Campertprijzen 2005. Koen Hilberdink & Jos Joosten (redactie). (Nijmegen, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Campertprijzen 2005. Koen Hilberdink & Jos Joosten (redactie). ISBN 90-77503-45-5, 112 pagina’s, EUR 9,80. Te bestellen via: http://www.vantilt.nl/contact/?order=/vantilt/nieuws/00086/

Het hele literaire oeuvre van Marga Minco, de dichtbundel ‘Eerst dit dan dat’ van Nachoem M. Wijnberg, de roman ‘Omega Minor’ van Paul Verhaeghen, de novelle ‘Dani Bennoni’ van Bart Moeyaert en de literaire verdiensten van P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets zijn in 2005 bekroond met respectievelijk de Constantijn Huygensprijs, de Jan Campert-prijs, de F. Bordewijk-prijs, de Nienke van Hichtum-prijs en de G.H. ‘s-Gravesande-prijs.

Al sinds 1948 kent de Jan Campert-stichting deze literatuurprijzen jaarlijks toe. Niet om voor zichzelf de publiciteit te zoeken, maar om bij te dragen aan de publieke erkenning en de grotere bekendheid van door haar belangrijk geacht literair werk. Door deze bundel met essays en bibliografische informatie over het werk van de bekroonden hoopt zij dan ook de belangstelling voor het werk van de bekroonde auteurs te stimuleren en te intensiveren.

Alle beschouwingen zijn geschreven door critici en essayisten die al langer vertrouwd zijn met het werk van de laureaten. Maaike Meijer schrijft over het oeuvre van Minco, Piet Gerbrandy bespreekt de bundel van Wijnberg, Bert Bultinck schrijft over Verhaeghens bekroonde boek, Mirjam Noorduijn gaat in op het werk van Moeyaert en Arie van den Berg verhaalt over het drieluik van het echtpaar Buijnsters. Zowel voor een eerste orientatie binnen het werk van de laureaten als voor een diepgaande bestudering ervan biedt deze bundel uiterst waardevolle bijdragen.

De uitgave wordt gecompleteerd met biografische en bibliografische gegevens. Koen Hilberdink en Jos Joosten verzorgden de redactie.

(19)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 17 Dec 2005 16:30:25 +0100
From: Hans Vandevoorde <hans.vandevoorde@ugent.be>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051239.html
Subject: Lit: 0512.39: Pas verschenen: R. De Bont, G. Reymenants & H. Vandevoorde (red.). Niet onder een vlag. 'Van Nu en Straks' en de paradoxen van het fin de siecle. (Gent, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Raf De Bont, Geraldine Reymenants & Hans Vandevoorde (red.). Niet onder een vlag. ‘Van Nu en Straks’ en de paradoxen van het fin de siecle, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2005, 337 p. Kostprijs: EUR 25. ISBN 90-72474-65-1.

Het belang dat ‘Van Nu en Straks’ (1893-1901) had voor de heropleving van de literatuur in Vlaanderen op het einde van de negentiende eeuw, valt moeilijk te overschatten. Het zorgde op nog geen tien jaar tijd voor een ware culturele omwenteling door de introductie van het symbolisme en de art nouveau, van een meer intellectualistische kunstopvatting, van nieuwe filosofisch-wetenschappelijke denkbeelden en van het anarchisme als ideologie. Het onmiddellijke belang van ‘Van Nu en Straks’ wordt geillustreerd door het feit dat het als katalysator fungeerde voor de bladen die in dezelfde tijd ontstonden, vernieuwd werden of na zijn verdwijnen opgericht werden.

‘Niet onder een vlag’ bundelt de bijdragen van een tweedaags colloquium, dat van 30 tot 31 oktober 2003 aan de Universiteit Gent plaatsvond. Het bevat bijdragen van zowel literair-historische als cultuur- en wetenschapshistorische aard. Samenstellers zijn Raf de Bont (1977), assistent aan de afdeling Geschiedenis van de Nieuwste Tijd van de K.U.Leuven; Geraldine Reymenants (1975), die in 2005 als historica promoveerde aan de UGent, en Hans Vandevoorde (1960), die als doctor wetenschappelijk medewerker verbonden is aan de UGent in het kader van een FWO-project over ‘Van Nu en Straks’ in zijn cultuurhistorische context.

(20)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 12 Dec 2005 12:32:26 +0100
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051240.html
From: Marti Huetink <huetink@aksant.nl>
Subject: Lit: 0512.40: Pas verschenen: Elly Kamp. Iedereen zei, dat is pornografie. Willem Frederik Hermans en de ontvangst van "De tranen der acacia's". (Amsterdam, 2005)

==============
Pas verschenen
==============

Elly Kamp. Iedereen zei, dat is pornografie. Willem Frederik Hermans en de ontvangst van ‘De tranen der acacia’s’. Amsterdam, Aksant; Huygens Instituut, 2005. ISBN 90-5260-200-X, 96 p. EUR 12,00.

Willem Frederik Hermans heeft altijd beweerd dat ‘iedereen’ ‘De tranen der acacia’s’ pornografie vond. Nog steeds wordt gezegd en geschreven dat de roman slecht is ontvangen. Cees Nooteboom bewees in zijn toespraak bij de presentatie van deel 1 van het Volledige Werk van Willem Frederik Hermans opnieuw, hoe sterk deze mythe is.

Tegelijk met deel 1 verscheen bovengenoemde publicatie, waaruit blijkt dat de ontvangst van de roman verrassend afwijkt van het bestaande beeld. Natuurlijk is er kritiek, vooral uit confessionele hoek (het katholieke ‘informatie’bureau Idil veroordeelt de roman). Maar de recensies zijn overwegend positief. Het grote talent van de auteur wordt erkend door gezaghebbende critici als Vestdijk, Bordewijk en Greshoff – en door latere vijanden als Gomperts en Morrien.

Ook het bestaande idee dat de auteur met zijn ‘debunking’ van het verzet direct zoveel verontwaardiging opriep, klopt niet. In 1949 en 1950 wordt daar verrassend laconiek op gereageerd. Het meest opvallend blijkt echter de invloed die de auteur ook op de ontvangst van zijn eigen werk heeft uitgeoefend, een invloed die nog altijd voortduurt. Deze publicatie geldt als onderdeel van een proefschrift over de ontvangst van het vroege werk van Willem Frederik Hermans.

Elly Kamp schreef eerder over de ontvangst van ‘Een heilige van de horlogerie’ (Machines en een fatale vrouw. Een heilige van de horlogerie in de kritiek (Den Haag, 2002)). Zij is de samensteller van de secundaire bibliografie met publicaties over leven en werk van Willem Frederik Hermans, verschenen in april 2005 op de website http://www.willemfrederikhermans.nl, (laatste update november 2005).

(21)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sun, 11 Dec 2005 17:26:11 +0100
From: Ronny Boogaart <rju.boogaart@let.vu.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051241.html
Subject: Lit: 0512.41: Pas verschenen: Ronny Boogaart en Eric de Rooij. 'Duiven op Bouvet'. Over de vriendschap tussen Boudewijn Buech en Hans Warren. Boudewijn Buech Genootschap Buechmania, 2005.

==============
Pas verschenen
==============

Ronny Boogaart en Eric de Rooij. ‘Duiven op Bouvet’. Over de vriendschap tussen Boudewijn Buech en Hans Warren. Boudewijn Buech Genootschap Buechmania, 2005. Prijs: EUR 10.

Op zaterdag 10 december 2005, op de 4e Boudewijn Buech-dag, vond de eerste Buechmania-lezing plaats in de Openbare Bibliotheek Amsterdam,. Onder de titel ‘Duiven op Bouvet’ gingen Ronny Boogaart en Eric de Rooij in op de vriendschap tussen Boudewijn Buech en Hans Warren. Een uitgebreide versie van de lezing is als boekje uitgegeven.

Boudewijn Buech en Hans Warren deelden hun liefde voor de natuur en, in de literatuur, voor het autobiografische. Ze promootten elkaars werk, waarin die twee elementen niet zelden samenkwamen, enthousiast en onbeschaamd via alle media die ze tot hun beschikking haddden. In ‘Duiven op Bouvet’ geven Boogaart en De Rooij een gedetailleerd overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling van deze schrijversvriendschap.

Welke rol speelden de duiven op het eiland Bouvet in hun vriendschap? Wat vond Warren echt van het werk van Buech? Zag Buech ook in Warren een vaderfiguur? Hoe kon het dat de vriendschap van Buech met Warren standhield in een tijd dat al zijn andere vriendschappen strandden?

‘Duiven op Bouvet’ bevat onder andere fragmenten uit hun nooit eerder gepubliceerde correspondentie.

Het boekje is te bestellen bij:
Boudewijn Buech Genootschap Buechmania
E-mail: henkspraakman@wanadoo.nl
(Prijs 10 Euro, exclusief verzendkosten)

Ronny Boogaart
http://www3.let.vu.nl/staf/rju.boogaart/index.htm

(22)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 27 Dec 2005 12:28:57 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051242.html
Subject: Col: 0512.42: Linguistisch Miniatuurtje CVIII: Nieuwe zinnen

===============================
Linguistisch Miniatuurtje CVIII:
Nieuwe zinnen
================================

“‘Dit laat de regering niet onberoerd’, ‘PSV overwintert in Champions League’, de Nederlandse taal is het afgelopen jaar weer verrijkt met talloze nieuwe zinnen. We praten hierover in de studio met dr. Wim Fijntjes, hoofdredacteur van een landelijke ochtendkrant, en auteur van het boekje ‘De zin van dit boekje’, waarin een selectie staat van al die nieuwe zinnen van 2005. Goedemorgen meneer Fijntjes…”
“Goedemorgen.”
“Meneer Fijntjes, u vertelde mij net dat u liever niet aangekondigd wilde worden als ‘taalkundige’. Hoe zit dat?”
“Nou ja, eh, taalkundige, dat klinkt meteen, zeg maar, zo ‘cru’, nietwaar?”
“Want?”
“Eh, dan denken de mensen meteen aan, eh, ontleden en zo, en het kapotmaken van de taal.”
“En dat is niet waar u voor staat.”
“Nee, bepaald niet. Ik noem mezelf dan ook liever ‘taalconservator’, iemand die de taal koestert en bewaart voor het nageslacht, net als in een museum, zal ik maar zeggen.”
“Jaja.”
“Ik schrijf de mensen ook niets voor, ik heb niet de behoefte om de taal te veranderen, ik registreer alleen de nieuwe zinnen in de taal, en als zodanig lever ik een bijdrage aan, eh, ja, wat ik dan noem ‘geschiedschrijving’ van het Nederlands.”
“En dat is belangrijk voor…?”
“Eh, nou ja, als je alleen al kijkt hoe wij tegenwoordig onder de voet gelopen worden door allerlei talen zoals het Engels, dan is het duidelijk dat we alle zeilen bij moeten zetten…”
“Om maar eens een goed Nederlandse uitdrukking te gebruiken…”
“Precies! Ehh, alle zeilen bij moeten zetten om eh, eh, te redden wat er te redden valt, daar komt het wel zo’n beetje op neer.”
“En vandaar uw jaarlijkse boekje. Want u doet dit al een aantal jaren.”
“Inderdaad. Ik verzamel eigenlijk al mijn hele leven nieuwe zinnen…”
“Ah, dat wilde ik juist vragen. Hoe doet u dat eigenlijk?”
“Nou, dat is aardig dat u dat vraagt, want vroeger ging dat allemaal met de hand natuurlijk. Dat was wel een leuke tijd, je voelde je dan echt een beetje een pionier.”
“Een pionier.”
“Ja. Ik weet nog dat ik in de zomer op de camping, zo na het middageten, een beetje half in de zon zat te slapen, en dat mijn vrouw dan aan het lezen was in de damesbladen, en dan af en toe uitriep ‘Wim, ik heb er weer eentje!’ Ja, dat waren mooie tijden. Dan wilden we ’s avonds wel eens een flesje wijn opentrekken.”
“Maar tegenwoordig gaat dat anders, neem ik aan.”
“Ja natuurlijk. Nu gaat dat allemaal met de computer, dat begrijpt u wel.”
“Natuurlijk.”
“Daar hoef ik eigenlijk niet meer zoveel aan te doen. Ik hoef alleen maar te schiften.”
“Aha. En om hoeveel nieuwe zinnen gaat het dan, eh, per jaar bijvoorbeeld?”
“Nou, precies weten we het eigenlijk niet, maar het loopt wel in de miljoenen.”
“Zo! Miljoenen nieuwe zinnen per jaar?”
“Dat wil zeggen, alleen al in de publicaties die wij gedigitaliseerd hebben. Maar dat is toch al gauw de helft van de totale Nederlandse productie in een jaar.”
“Maar dat mogen we toch stellen dat het Nederlands nog springlevend is!”
“Nou, u moet niet vergeten dat de meeste van die zinnen, dat zijn eh, eendagsvliegen.”
“Dat zijn geen blijvertjes.”
“Precies, want taalgebruikers zijn erg makkelijk in het maken van nieuwe zinnen, vaak op basis, eh, ‘naar analogie’ van oude zinnen. En die worden dan op een dag gebruikt en verdwijnen dan weer meteen in de vergetelheid.”
“En hoe bepaalt u wat de blijvertjes zijn?”
“Dat doet de computer.”
“Aha.”
“We hebben daar criteria voor opgesteld.”
“Criteria.”
“Ja. Ehh, regels zeg maar, voor wanneer een zin serieus genomen kan worden.”
“En die zijn?”
“Als dezelfde zin in drie onafhankelijke publicaties voorkomt, dan telt hij officieel als nieuwe zin van de Nederlandse taal.”
“Waarom drie?”
“Ehhmm, dat is een beetje nattevingerwerk. Twee kan nog toeval zijn, en vier, dan vallen er toch een hoop leuke nieuwe zinnen weer uit.”
“En dan houdt u er miljoenen over.”
“Miljoenen ja. Precieze aantallen ontbreken, want je hoeft natuurlijk niet alles mee te tellen.”
“Zoals?”
“Ehh, neem dat voorbeeld ‘PSV overwintert in Champions League’, die zin is vrij jong, maar dat is natuurlijk wel een variant op ‘Ajax overwintert in Champions League’. En als we nou het volgend jaar krijgen ‘AZ overwintert in Champions League’, dan tellen we die natuurlijk niet mee.”
“Natuurlijk.”
“En andere spelling uiteraard. Een zin als ‘De huidige spellingregels zijn ideeeloos’ is in principe hetzelfde als ‘De huidige spellingregels zijn ideeenloos’.”
“Jaja. En hoe maakt u dan uiteindelijk de selectie voor uw boekje?”
“Ja, dat is eigenlijk op basis van jarenlange ervaring. Het komt er zo’n beetje op neer dat ik vooral kijk naar de ‘amusementswaarde’ van zo’n nieuwe zin.”
“De amusementswaarde.”
“Ja. Wat je toch vaak ziet is dat zo’n nieuwe zin meestal ontstaat naar aanleiding van een actualiteit.”
“Aha.”
“Dan gebeurt er iets bijzonders, en dan zie je dat zo’n journalist (meestal is het een journalist) denkt van hee, laat ik daar eens een nieuwe zin voor bedenken. En voor je het weet slaat dat dan aan en de volgende dag zie je dat meer mensen dat oppikken.”
“Mmmmmm.”
“En daar komt dan bij: zo aan het einde van het jaar vinden mensen het leuk om op de gebeurtenissen van het afgelopen jaar terug te blikken, en dat kan heel goed aan de hand van zo’n verzameling nieuwe zinnen.”
“Kunt u nog eens een leuk voorbeeld geven?”
“Eh, nou, bijvoorbeeld die zin ‘Dit laat de regering niet onberoerd’. Die zin stond dit jaar in de troonrede, en daar ontstond een hoop commotie over omdat de verzamelde deskundigen meen ik dachten dat de gewone taalgebruiker daar niets van zou begrijpen.”
“Jaja, dat was ergens in september, niet?”
“Precies, zo rond Prinsjesdag had je dat. Toen was het in alle journaals, en ik meen dat u toen nog een van die deskundigen in uw radioprogramma had.”
“Ja dat kan wel zijn. Goh, leuk, dus allemaal naar de winkel om uw boekje, ‘De zin van dit boekje’ te kopen.”
“Ook leuk als kerstkadootje.”
“Tot slot, waarom blijft u dit doen? Wordt u zo langzamerhand niet een beetje moe van al die nieuwe zinnen? Waar houdt het op, denk ik dan.”
“Nee, bepaald niet. En ik heb natuurlijk ook een hoge hypotheek, en we moeten nog maar afwachten hoe het met de nieuwe zorgverzekering gaat, nee, dat boekje is voor mij echt wel een noodzakelijkheid in deze dure decembermaand.”
“Hahaha, ja, dat is dus voor u de zin van dit boekje! Meneer Fijntjes, ik dank u hartelijk voor uw toelichting, en wij gaan snel door naar het volgende onderwerp. Maar eerst verkeersinformatie.”

Peter-Arno Coppen

(23)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 30 Dec 2005 14:37:47 +0100
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/12/051243.html
Subject: Col: 0512.43: Column Willem Kuiper, no. 67: Jacob en Leobius

=============================
Column Willem Kuiper, no. 67:
Jacob en Leobius
=============================

In een vorige column (http://www.neder-l.nl/bulletin/2005/11/051143.html) heb ik u verteld dat er twee verschillende teksten zijn met dezelfde titel ‘Die Destructie van Jherusalem’. De oudste werd door Geraert Leeu nog te Gouda gedrukt in het jaar 1482. Volgens het colophon is de tekst in 1361 uit het Latijn vertaald:

Nu heb’s danc Jhesus Cristus, ende Maria, sine ghebenedide moeder, die mi soe langhe ghespaert heeft, dat ic’t tot enen eynde ghebrocht hebbe: dye historie ende ’t werc van der ‘Bybelen’ ende van den ‘Joden yesten’, die’t beghin ende een figuer waren van den kersten volc, t’hent die Joden haren naem verloren ende haer hulde mit Gode, ende dat die heylighe kerck te wassen ende voertganc begonde te hebben bi den heylighen apostolen predicacie, dit werc eynde uten Latijn in Duutsch te maken, in’t jaer Ons Heren, doe men screef MCCC ende LXI [1361], op sinte Jan Baptisten avont [24 juni], als alle kersten luden in blijscappen ende in vroechden pleghen te wesen in der eren sijnre gheboorten. Ende van den beghinne van der werelt tot desen daghe toe waren leden V dusent VI hondert ende VIIJ [5608] jaer ende neghen maent. God si gheloeft. AMEN!

Binnen de Neerlandistiek lijkt er een communis opinio te bestaan dat deze proza-‘Destructie van Jherusalem’ in wezen niets anders is dan een ontrijmde versie van Jacob van Merlants ‘Wrake van Jherusalem’. Wie dat het eerst heeft opgemerkt, weet ik nog niet, maar het kan Luc. Debaene geweest zijn, de auteur van het standaardwerk ‘De Nederlandse volksboeken’. Knuvelder neemt dit oordeel over, verwijst echter niet naar Debaene, maar naar een artikel van J. de Baets OP, dat ik hoog op mijn leeslijstje heb staan. Mijns inziens getuigt Knuvelders typering “niet veel meer dan een bewerking in proza” van onderschatting van de grote waarde van deze Leeu-druk. Ik ben dus heel benieuwd of hij hier zelf opgekomen is of dat hij hierin de dominicaan De Baets volgt…
De enige die het bij mijn weten oneens is met het vaderschap van Jacob is onze oosterbuur Wolfgang Bunte, die zich intensief heeft beziggehouden met het thema Joden in relatie tot de Nederlandse literatuur van de Middeleeuwen tot en met Vondel:

Meines Erachtens ist das vorliegende Werk eine durchaus selbstaendige Arbeit von eigenem Rang. Sie koennte moeglicherweise so zustandegekommen sein: Neben dem Werk Maerlants hatte der Autor auch eine lateinische uebersetzung zur Hand und konnte seinen (Uebertragungs-)Text mit ihrer Hilfe kontrollieren. So kann also in einem gewissen Sinn als wahr gelten (und braucht nicht als Prahlerei ausgelegt zu werden), dass der Autor “aus dem Lateinischen” uebersetzt habe. Er folgt also dem Maerlant’schen Text sozusagen kritisch mit der lateinischen Uebersetzung in der Hand.

Bunte echter is geen historisch-letterkundige maar een theoloog. Misschien dat hij daarom gelooft wat er gedrukt staat… Een filoloog – en zeker iemand die is opgeleid in de geest van Hellinga – gelooft niet zonder meer in wat er staat, maar vraagt zich af: Waarom staat er wat er staat? Het gaat er niet zo zeer om wat de auteur ‘zegt’ als wel wat de auteur ‘wil’ zeggen. Moeten wij, met andere woorden, de mededeling “uten Latijn” letterlijk nemen of figuurlijk?
Inmiddels heb ikzelf ruim 5000 regels van de ca. 7700 regels van de ‘Wrake van Jherusalem’ woord-voor-woord vergeleken met de ‘Destructie van Jherusalem’, en ik kan tot geen andere conclusie komen dan dat de verantwoording “uten Latijn” niet letterlijk genomen mag worden. De man die dit schreef, bedoelde te zeggen dat de ‘bron’ van Jacob geen volkstalige – lees: Franse, en dus onware – was, maar een Latijnse, en dus waarachtige! Het is een waarheidstopos.

Bij vergelijking van de Vorsterman-‘Destructie van Jherusalem’ met de Oudfranse ‘Vengeance de Nostre-Seigneur’ viel mij op dat het laatste hoofdstuk van de ‘Destructie’ niet ontleend is aan de brontekst. Vorsterman heeft het zonder bronvermelding overgenomen uit de ‘Destructie’ van Geraert Leeu. Daarin vinden wij namelijk exact dezelfde tekst terug als het begin van hoofdstuk 67:

@ Hoe lang Jherusalem ghestaen hadde @ Cap lxvi[j]

JHerusalem wort aldus ghewonnen opten achten dach van speelmaent, daer nu Onser Vrouwen dach Nativitas [8 september] op is. Ende hier voer was Jherusalem noch vijf werven ghewonnen, want na dat die Joden Jherusalem gesticht hadden, dat Nabugodonosor destrueerde, so wan’t Asotos, die coninc van Egipten. Ende daer na Anthiochus Epiphanes. Daer nae quam Pompeyus van Romen, ende wan’t oec. Daer nae Herodes met den heer van Romen. Mer alder eerst wan’t Nabugodonosor, die coninc van Babilonien, ende destrueerd’et doe’t ghestaen hadde MCCCC ende XL [1440] jaer VIIJ maende ende VI daghen. Melschisedech, die Goods pape was, die stichte eerst Jherusalem, mer die Chananeen drev’en daer uut. Hier na quam een coninc die Leobius hiet, ende vermaecte dit Jherusalem datt’er Joden principael stat was. Ende na dien datse Leobius stichte over IIIJ hondert ende LXXX [480] jaer, so destrueerdse Nabugodonosor. Ende van Leobius tiden tot datse Tytus destrueerde, waren gheleden M ende LXIJ [1062] jaer. Ende van Jherusal[em] eerst gemaect was tot datse Titus ende die Romeynen dus altemael destrueerden, waren gheleden IIIJ dusent ende LXXIJ [4072] jaer. Dus wort Jherusalem al ghedestrueert om’t grote bloet datt’er uutghestort wort van den heylighen. Want daer mede hadden si dat verdient. […]

Vergelijken we dit met wat Jacob in ‘Die Wrake van Jherusalem’ schreef – ik bespaar u het citaat, het is ‘onleesbaar’ – dan blijkt dit zo’n beetje woordelijk overeen te stemmen. Zal wel toeval zijn…

Omdat ‘Die Destructie van Jherusalem’ van Willem Vorsterman beschouwd kan worden als ‘epiek’ in de ruimere zin van het woord, heb ik van deze tekst de afgelopen weken een werkeditie gemaakt, en op basis daarvan een index op de eigennamen voor het ‘REMLT’ (http://cf.hum.uva.nl/dsp/scriptamanent/remlt/remltindex.htm). Daarbij stuitte ik op een paar curieuze gevallen, het meest curieuze in bovenstaand citaat.

In bovenstaande opsomming van veroveraars van Jherusalem staat een naam die u tevergeefs zult zoeken in enig naslagwerk: die van de Joodse koning Leobius.
In zijn editie van de ‘Rymbybel’ (1858-1859) editeert kanunnik David ‘Leobeus’ en annoteert dat hier de verovering van Jherusalem door koning David bedoeld wordt, zoals beschreven in ‘II Samuel’ 5, en hij verwijst daarbij naar Josephus. Dat David voor ‘Leobeus’ koos en niet voor ‘Leobius’ komt door zijn (foutieve) keuze voor het zogeheten handschrift B (Berlijn) als beste handschrift. In een voetnoot vermeldt hij de alternatieve spellingen ‘Leobius’ (handschrift C) en ‘Leobus’ (handschrift D). Handschrift C – Brussel KB, Hs. 15001, diplomatisch uitgegeven door M. Gysseling in het literaire ‘Corpus Gysseling’ – staat mijns inziens het dichtst bij het verloren gegane archetype, het begin van de handschriftelijke overlevering: Handschrift C is een buitenbeentje, met hele rare verschrijvingen, maar doorgaans foutloos in het spellen van de eigennamen, wat nogal bijzonder is. Als Middelnederlandse kopiisten ergens moeite mee hadden dan waren dat de namen van mensen, steden en landen die zij niet kenden.
Of ‘Leobius’ destijds een bekende naam was, durf ik niet te zeggen, maar dat deze spelling niet alleen in het dertiende-eeuwse handschrift C voorkomt, maar ook in beide proza-‘Destructies’, kan geen toeval zijn.
Dat ‘Leobius’ inderdaad de juiste spelling is, bleek uit welgeteld twee Google hits. De ene ‘Leobius’ was een hedendaagse persoonsnaam, de andere ‘Leobius’ kwam voor in een brief van de Duitse Humanist Heinrich Bebel (1472/73-1518) in een passage over de betekenis van de naam Jeruzalem.

Dat koning ‘Leobius’ fout is en dat koning ‘David’ bedoeld wordt, bewijst kanunnik David met een Latijns citaat uit Flavius Josephus. Hij wordt hierin gevolgd door Petra Berendrecht, die in haar proefschrift – een boek dat ik koester – over de omgang van Jacob met zijn Latijnse bronnen deze casus bespreekt:

Met deze koning is David bedoeld; zal Maerlant dat beseft hebben? Als hij wist dat Leobius en David een en dezelfde persoon zijn, is het vreemd dat hij niet (ook) de naam David noemt, al was het alleen maar ter verduidelijking voor zijn publiek. Het vermoeden rijst dat Maerlant niet wist wie met Leobius bedoeld werd.

Jacob en iets niet weten…
Kanunnik David meende te weten waar Jacob de naam Leobius gevonden had: in een additio (aanvulling) op hoofdstuk 46 ‘De victoria Abrae, et occursu Melchisedech’ van Petrus Comestors ‘Historia scholastica’, dat handelt over het Bijbelboek ‘Genesis’:

Josephus in fine libri sui ait: “Potentissimus Chananaeorum, qui lingua patria justus rex appellatus est, primus Deo sacerdotium, vel sacrificium exhibuit, et fanum aedificavit, et urbem quam Jerosolymam dixit. Cum autem Solyma vocaretur, Chananaeis post ea expulsis primus Judaeorum in ea Leobius, vel Theobitus regnavit.”

Josephus zegt aan het einde van zijn boek: “De machtigste van de Chanaanieten, die in de taal van zijn vaderland ‘de rechtvaardige koning’ genoemd wordt, was de eerste van de priesters voor God, die een offer bracht en een tempel bouwde, en die de stad Jerusalem noemde. Toen zij nog Salem heette, heerste in haar Leobius alias Theobitus als eerste/voornaamste der Joden, nadat hij de Chanaanieten eruit verdreven had.” [mijn vertaling, WK]

Zou Jacob zo eigenzinnig geweest zijn om de naam van de grote koning David te vervangen door die van de onbekende koning Leobius alias Theobitus? Bijvoorbeeld om zijn grondige kennis van Comestor te etaleren, opgedaan tijdens zijn vertaling/bewerking van de ‘Historia scholastica’, de tekst die voorafgaat aan de ‘Wrake van Jherusalem’ en die verkeerdelijk de ‘Rijmbijbel’ genoemd wordt.

In de moderne vertaling van Meijer en Van Wes van ‘De Joodse Oorlog’ staat deze passage aan het einde van boek VI (van de VII), hoofstuk 10:

[438] Ze [Jeruzalem] was oorspronkelijk gesticht door een Kanaanitische hoofdman, die in zijn moedertaal een naam had die vertaald kan worden met ‘Rechtvaardige Koning’ [=Melchizedek, koning van Salem (‘Genesis’ XIV, 18)]. Dat was hij ook inderdaad. Daarom was hij ook de eerste geweest die als priester voor God was opgetreden. Hij had ook de eerste Tempel gebouwd. Hij had de naam van de stad – voordien Solyma – veranderd in ‘het Heilige Solyma’, Hierosolyma, Jeruzalem. [439] Het volk van de Kanaanieten was later verdreven door David, de koning van de Joden. Hij had er zijn eigen volk gevestigd.

Maar Comestor schreef “in fine libri sui” d.i. aan het einde van zijn boek, waarmee hij niet het einde van boek VI bedoelde, maar boek VII.
Kanunnik David heeft voor de ‘Historia scholastica’ gebruik gemaakt van een druk uit 1513 (Parijs, Joannes Frelon) en “waer ’t noodig was, met de nauwkeuriger uitgave van Basel, 1486.” Voor ‘De Joodse Oorlog’ echter gebruikte hij “de groote editie van Havercamp, met den griekschen tekst en de latynsche vertaling van Hudson, by Wetstein, enz. 1726, twee Deelen in-folio.” De aap uit de mouw! Kanunnik David gebruikte geen ‘middeleeuws’ Latijnse vertaling zoals Jacob die onder ogen had, maar een ‘moderne’ Latijnse vertaling. Waarom raadpleegde hij geen middeleeuwse druk met een ‘oude’ vertaling?!

‘De Joodse Oorlog’ van Josephus werd gedurende de Oudheid twee keer vanuit het Grieks in het Latijn vertaald. De oudste vertaling – vervaardigd voor Boetius (ca. 480-ca. 525) – staat op naam van pseudo-Hegesippus en is sterk ingekort. De jongste vertaling – na Boetius en mogelijk uit de kring van Cassiodorus (ca. 490-ca. 585) – wordt toegeschreven aan (pseudo-)Ruffinus van Aquileia en is (voor zo ver mij bekend) integraal. Van de eerste vertaling bestaat slechts een krammenakkige editie (Marburg 1864), van de tweede in het geheel geen. Onbegrijpelijk dat van de Latijnse vertaling van zo’n belangrijke tekst, die beeldvormend geweest is voor de tien erop volgende eeuwen, geen moderne editie bestaat!
Op de website van de Bibliotheque National de France kun je onder ‘Gallica’ allerlei belangrijke teksten in facsimile vinden. De kwaliteit laat te wensen over – het zijn slechts digitale fotokopieen zonder OCR – maar de tekst is leesbaar en afdrukbaar. Aldaar kan men een exemplaar van ‘De bello iudaeico’ downloaden gedrukt door Albertinus Vercellensis (Venetie, 1499). Niet aan het slot van het zesde boek, maar ergens in het zevende en laatste boek – op CCLIII recto van de CCLX bladen – lezen wij:

Primus autem conditor eius fuerat chananeorum potentissimus qui patria lingua iustus appellatus est rex. Erat quippe talis ideoque sacerdotum deo primus exhibuit et phano primum aedificato hyerosolimam ciuitatem uocauit cum ante solyma uocaretur chananeorum quidem populo rex iudaeorum leobius pulso colendam suo tradidit: et cccclxiiii anno post ac mensibus tribus a babyloniis euersa est. a rege autem leobio qui primus iudaeus in ea regnavit usque ad id quod Titus fecit excidium anni .mille. clxxiiii.

Jacob heeft zich dus niet vergist, hij heeft zijn bron getrouw gevolgd toen hij vertaalde:

Dar na dreef vd die chananeen,
van der iueden coninghe een,
hiet leobius, ende maecte dat
7105 der iueden principale stad.

Vraag blijft: wie heeft ooit op basis van wat deze Leobius vel Theobitus bedacht?

(24)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://www.neder-l.nl/                      |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar salemans@neder-l.nl     |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@neder-l.nl, naar         |
|   Willem.Kuiper@uva.nl, naar P.J.Verkruijsse@uva.nl (voor de            |
|   evenementenagenda), naar Marc.van.Oostendorp@meertens.knaw.nl of naar |
|   P.A.Coppen@let.kun.nl                                                 |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 0512.b --------------------------*