Neder-L, no. 0405.b

Subject: Neder-L, no. 0405.b
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Sat, 29 May 2004 22:58:17 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-Twaalfde-jaargang-------- Neder-L, no. 0405.b -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 0405.18: Evenementenagenda, met:                               |
|                   - Den Haag: Boeken- en prentenveiling Van Stockum,    |
|                     wo 9 - vr 11 juni 2004                              |
|                   - Nijmegen: Afscheidscollege prof. Aarnoutse over     |
|                     taalontwikkeling kinderen, vr 4 juni 2004           |
| (2) Med: 0405.19: Overleden: Ethel Portnoy (1927-2004)                  |
| (3) Vac: 0405.20: Vacature voor een Universitair Docent Historische     |
|                   Taalkunde op de Katholieke Universiteit Nijmegen      |
|                   (deadline: za 29 mei 2004)                            |
| (4) Vac: 0405.21: Vacature voor een streektaalfunctionaris in           |
|                   Noord-Brabant; standplaats: Den Bosch (deadline: vr   |
|                   11 juni 2004)                                         |
| (5) Vac: 0405.22: Vacature voor een lector Nederlands op de Karoli      |
|                   Gaspar Universiteit te Boedapest (Hongarije)          |
|                   (deadline: di 15 juni 2004)                           |
| (6) Vac: 0405.23: Vacature hoogleraar Nederlandse taalkunde Keulen      |
|                   (deadline: vr 25 juni 2004)                           |
| (7) Vac: 0405.24: Vacatures voor twee docent onderzoekers taalbeheersing|
|                   op de Universiteit Utrecht (deadline: zo 30 mei 2004) |
| (8) Rub: 0405.25: Hora est! Promotie J. Karreman op do 17 juni 2004 te  |
|                   Enschede                                              |
| (9) Med: 0405.26: Nieuwe MA Universiteit Leiden: 'Book and Byte: Book   |
|                   and Digital Media Studies'                            |
|(10) Lit: 0405.27: Pas verschenen: De Franse Nederlanden. Les Pays-Bas   |
|                   francais 29. (Rekkem, 2004); presentatie op zo 20     |
|                   juni 2004 te Sint-Jans Cappel (F)                     |
|(11) Rec: 0405.28: Recensie door Jeroen Janssen van: Karel van Mander.   |
|                   Olijf-Bergh 1609. Voor het eerst heruitgegeven met    |
|                   inleiding, annotatie, weergave van de opgespoorde     |
|                   bronteksten en een register van namen door P.E.L.     |
|                   Verkuyl. (Hilversum, 2004)                            |
|(12) Sym: 0405.29: Symposium 'Nieuwe onderzoeksperspectieven voor de     |
|                   geesteswetenschappen en ICT' op do 30 september en vr |
|                   1 oktober 2004 te Amsterdam                           |
|(13) Col: 0405.30: Linguistisch Miniatuurtje XCVIII: Katleren en         |
|                   Hondleren                                             |
|(14) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*-------------------------                     ------------za-29-mei-2004-*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 27 May 2004 13:26:57 +0200
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040518.html
Subject: Rub: 0405.18: Evenementenagenda

=================
Evenementenagenda
=================


DEN HAAG, Van Stockum’s Veilingen, Prinsegracht 15

Auctie van boeken en prenten, woensdag 9, donderdag 10 en vrijdag 11 juni 2004, telkens om 10.00 en 14.00 uur.

  • Veiling van 2555 nommers op het gebied van o.a. bibliografie en private presses (woensdagochtend), Nederlandse literatuur en kinderboeken (woensdagmiddag), cultuurgeschiedenis (donderdagochtend), Nederlandse geschiedenis en topografie (donderdagmiddag), manuscripten en antiquarische boeken (vrijdagochtend), prenten en kaarten (vrijdagmiddag). Kijkdagen: vrijdag 4, zaterdag 5 en zondag 6 juni van 10.00-16.00 uur. Informatie: +31 (0)70-3649840, 3649841, fax 3643340, e-mail: vanstockumsveilingen@planet.nl, www.vanstockums-veilingen.nl.

NIJMEGEN, Katholieke Universiteit Nijmegen, aula

Afscheidscollege ‘Ontwikkeling van de beginnende geletterdheid’ door prof. dr. C.A.J. Aarnoutse, vrijdag 4 juni 2004, 15.45 uur.

  • Taal moet zowel in de eerste jaren van het basisonderwijs een prominentere plaats krijgen, alsook in de periode daarvoor. In de tijd van 0-4 jaar vindt de sterkste ontwikkeling op het gebied van taal plaats. Die jaren zijn van cruciaal belang voor de taalontwikkeling van de kinderen. Als in die tijd de omgeving voor te weinig uitdaging en aanbod zorgt, is de kans groot dat taalachterstanden ontstaan. Achterstanden die later niet of nauwelijks kunnen worden ingelopen. Het is dan ook van het grootste belang dat in peuterspeelzalen of kinderdagverblijven veel aandacht aan taal wordt gegeven. Dat betoogt prof. Cor Aarnoutse, hoogleraar onderwijskunde en onderwijs in de Nederlandse taal in de rede die hij uitspreekt bij zijn afscheid. Aarnoutse heeft veel onderzoek gedaan naar taal- en leesontwikkeling van kinderen van groep 1 tot en met 8 van de basisschool, naar de praktijk van het onderwijs in begrijpend lezen en het effect van methodieken om het onderwijs te verbeteren. Aarnoutse vertrekt ook als directeur van het in 1996 opgerichte landelijke Expertisecentrum Nederlands. Dat centrum heeft als doel vernieuwing van het taalonderwijs en verbetering van opleiding en begeleiding van leraren. N.a.v. dit afscheidscollege is een persbericht verschenen: http://www.kun.nl/persberichten.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 27 May 2004 13:26:57 +0200
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040519.html
Subject: Med: 0405.19: Overleden: Ethel Portnoy (1927-2004)

=========
Overleden
=========

Op 25 mei 2004 overleed te Den Haag de schrijfster Ethel Portnoy (* Philadelphia, USA, 8 maart 1927). Ethel Portnoy studeerde Engels in New York en culturele etnologie en archeologie in Parijs. Via haar toenmalige echtgenoot Rudy Kousbroek kwam ze in contact met het werk van de Vijftigers. Journalistieke bijdragen van haar verschenen in de Haagse Post, Vrij Nederland en NRC/Handelsblad. Zij was mederedacteur van Maatstaf. In 1971 debuteerde zij met de verhalenbundel ‘Steen en been en andere verhalen’. Bekend bij een groter publiek werd ze met haar bundel ‘Broodje aap; de folklore van de postindustriele samenleving’ (1978). In 1991 kreeg Ethel Portnoy de Annie Romein-prijs van het feministische maandblad Opzij. Zie voor verdere bio- en bibliografische informatie
http://www.deharmonie.nl/auteur/auteurdetail.asp?id=108;
http://www.literatuurplein.nl/newsdetail.jsp?newsid=607;
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php3?id=port005.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 19 May 2004 16:46:27 +0200
From: A. Neijt, via T. Wieland <T.Wieland@let.kun.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040520.html
Subject: Vac: 0405.20: Vacature voor een Universitair Docent Historische Taalkunde op de Katholieke Universiteit Nijmegen (deadline: za 29 mei 2004)

=================
Vacature Nijmegen
=================

Vacature Universitair Docent Historische Taalkunde (0,6 fte)
Faculteit der Letteren
Maximum salaris: EUR 4.580,- bruto/maand
Vacaturenummer: 23.37.04
Sluitingsdatum: 31 mei 2004

Functie

U verzorgt onderwijs op het gebied van Historische taalkunde, met name voor de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur. U verricht onderzoek op het terrein van de Historische taalkunde, bij voorkeur vanuit een syntactisch gezichtspunt. U bent in staat theoretisch taalkundig onderzoek te ondersteunen met empirisch onderzoek. U (mede)begeleidt promovendi van het NWO-programma ‘Variatie en standaardisering: de invloed van taalcontact op de Nederlandse standaardtaal in wording’. Voor zeer goede kandidaten is een grotere aanstelling dan 0,6 fte bespreekbaar.

Functieomschrijving

U verricht onderwijstaken, voornamelijk voor de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur, op het gebied van de Historische taalkunde van het Nederlands. Cursussen Middelnederlands en Vroegnieuwnederlands worden door u of onder uw leiding verzorgd, zowel in samenhang met het historisch letterkundig onderwijs als met het onderwijs in de moderne taalkunde. Daarbij spelen modern taalkundige inzichten in taalsysteem en taalverandering een belangrijke rol. U verricht onderzoek op het terrein van de Historische taalkunde, bij voorkeur vanuit een syntactisch gezichtspunt en bent in staat om theoretisch taalkundig onderzoek te ondersteunen met empirisch onderzoek. U bent bereid en in staat te functioneren als medebegeleider van promovendi in het NWO-programma ‘Variatie en standaardisering: de invloed van taalcontact op de Nederlandse standaardtaal in wording’. In dit programma worden syntactische veranderingen in de geschiedenis van het Nederlands benaderd vanuit een formeel taalkundig en sociolinguistisch perspectief. U kunt een inhoudelijke bijdrage leveren aan de onderwijsvernieuwingen en wilt bestuurlijke taken op u nemen binnen de afdeling. Bovendien bent u in staat om vanuit een historisch perspectief deel te nemen aan maatschappelijke discussies betreffende de Nederlandse taal, bijvoorbeeld over onderwijs in het Nederlands, het Nederlands als tweede taal, en taalverandering door taalcontact.

Functie-eisen

U bent gepromoveerd op een terrein dat relevant is voor de functie, bent op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van de Historische taalkunde en de Moderne taalkunde en volgt de nieuwste ontwikkelingen op de voet. U doet onderzoek op het gebied van de Historische taalkunde, bij voorkeur op het gebied van syntactische veranderingen in het Nederlands. Daarnaast beschikt u over ervaring en kwaliteiten in het geven van onderwijs. U heeft voorts aantoonbaar bestuurlijke ervaring.

Organisatie

De Faculteit der Letteren verzorgt voor circa 2500 studenten opleidingen, verdeeld over twaalf afdelingen op het gebied van geschiedenis en kunst, talen en culturen, taalwetenschap en bedrijfscommunicatie, die op het gebied van onderwijs en onderzoek nauw samenwerken. Het onderzoek van de faculteit is samengebracht in een instituut voor taalwetenschappelijk onderzoek en een instituut voor historisch, literair en cultureel onderzoek. De aan te stellen Universitair Docent maakt deel uit van de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur.
Website: http://www.let.kun.nl

Arbeidsvoorwaarden

Maximale aanstelling: 0,6 fte
Maximum salarisbedrag per maand op basis van een fulltime aanstelling: EUR 4.580,-. Salaris is afhankelijk van opleiding en ervaring (schaal 11/12)
Contractduur: Het betreft een parttime aanstelling voor de duur van een jaar met uitzicht op een vast dienstverband bij goed functioneren.

Aanvullende arbeidsvoorwaarden

Een assessment kan deel uitmaken van de selectieprocedure evenals een proefcollege. Voor zeer goede kandidaten is een grotere aanstelling dan 0,6 fte bespreekbaar.
Additionele informatie verkrijgbaar bij
Prof. dr. W. Vonk
Telefoon: 024-3612894/024-3612048, ’s avonds 042-3233919
E-mail: w.vonk@let.kun.nl

Solliciteren

U kunt uw sollicitatie (vermeld het vacaturenummer 23.37.04) voor 29-05-2004 sturen naar:

Faculteit der Letteren
afdeling PZ, dhr P. Stunnenberg (personeelsadviseur)
Postbus 9103, 6500 HD Nijmegen
E-mail: pzlet@let.kun.nl

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 28 May 2004 09:49:31 +0200
From: Joep Kruijsen <j.kruijsen@let.kun.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040521.html
Subject: Vac: 0405.21: Vacature voor een streektaalfunctionaris in Noord-Brabant; standplaats: Den Bosch (deadline: vr 11 juni 2004)

==================================================================
Oproep voor de functie van streektaalfunctionaris in Noord-Brabant
==================================================================

Met ingang van 1 juli tot en met 31 december 2004 heeft de Stichting het Brabants een vacature beschikbaar voor de functie van streektaalfunctionaris, een coordinator ten behoeve van de dialecten in de provincie Noord-Brabant.

Het doel van de Stichting het Brabants is het stimuleren en bundelen van activiteiten die de studie en het behoud van de Brabantse dialecten bevorderen en de kennis van dit cultureel erfgoed vergroten en verbreiden in de provincie en daarbuiten.
Dit doel zal worden nagestreefd door:

  • het verwerven van provinciale beleidsmiddelen voor het initieren dan wel ondersteunen van activiteiten, zoals regionale evenementen en studiedagen waarin het dialect van Noord-Brabant centraal staat, alsook plaatselijke initiatieven, zoals dictees en dergelijke,
  • het doen aanstellen van een coordinator die initiatieven uit het veld en aansturingen vanuit de stichting bundelt en op eigentijdse wijze ten uitvoer bren>
  • het doen oprichten en begeleiden van een tijdschrift over dialectkunde, naamkunde, dialectliteratuur en -muziek, en het stimuleren en verspreiden van andere producten van geschreven, gesproken en gezongen taal in het Brabants;
  • het bevorderen en doen uitzenden van programma’s over en in het dialect in de media, zowel door contacten met de provinciale organisatie Omroep Brabant voor radio en televisie, als met de lokale zendgemachtigden;

De taken van de streektaalfunctionaris zijn:

  1. inspelen op vragen en op de bestaande praktijk van dialectbeoefenaars en -sprekers;
  2. stimuleren van nieuwe activiteiten in de provincie;
  3. verspreiden van kennis over het Brabants, beschikbaar stellen van informatie en popularisering van wetenschappelijk werk;
  4. verwerven van kennis van het Brabants: onderzoek, descriptie en documentatie;
  5. uitvoeren van het Brabantse taalbeleid op provinciaal niveau.

De Stichting het Brabants is op zoek naar een kandidaat die:

  • beschikt over een afgeronde universitaire opleiding in een ter zake doende studierichting en bij voorkeur gepromoveerd is;
  • een gedegen kennis heeft van het werkterrein;
  • enthousiasme combineert met creativiteit;
  • goed zelfstandig kan werken en over goede contactuele vaardigheden beschikt;
  • zich helder mondeling en schriftelijk kan uitdrukken.
    Actieve of passieve kennis van een Brabants dialect strekt tot aanbeveling.

De Stichting het Brabants biedt een inspirerende werkplek in het Erfgoedhuis Noord-Brabant, gevestigd aan de Parade in ‘s-Hertogenbosch. De functie is in deeltijdbetrekking (80 procent) en zal worden ingeschaald op salarisschaal 11.
Aanvullende informatie kan worden verkregen bij dr. J. Kruijsen, secretaris van Stichting het Brabants, tel. 024-3612882.

Indien u belangstelling voor deze functie heeft, kunt u uw sollicitatiebrief richten aan Stichting het Brabants, Stollenbergweg 59, 6571 AB Berg en Dal.

Uw brief dient uiterlijk 11 juni 2004 in ons bezit te zijn.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 26 May 2004 14:22:34 +0000
From: Julia Albert <aljul137@hotmail.com>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040522.html
Subject: Vac: 0405.22: Vacature voor een lector Nederlands op de Karoli Gaspar Universiteit te Boedapest (Hongarije) (deadline: di 15 juni 2004)

==================
Vacature Boedapest
==================

Vacature voor een lector Nederlands (m/v)

Per 15 september 2004 voor 1 jaar (verlenging mogelijk) aan de vakgroep Nederlandistiek van de Karoli Gaspar Protestantse Universiteit te Boedapest.

Wij zoeken een kandidaat, die:

  • een moedertaalspreker van het Nederlands is;
  • een afgestudeerd neerlandicus is, NT2- of NTV-ervaring heeft
  • bereid is zijn/haar eigen cultuur te verbreiden tijdens de colleges en daarbuiten;
  • een organisatietalent is;
  • beschikt over contacten met universiteiten in het Nederlands
    taalgebied respectievelijk ervaring op dit gebied, dit is een pre.

De taken:

  • 14 uur colleges per week (taalverwerving en specialisaties),
  • actieve en enthousiaste deelname aan het werk van de vakgroep,
  • deelname bij de afwikkeling van examens aan de vakgroep en internationale examens.

Wij bieden:

  • werk in een enthousiast, jong en dynamisch team,
  • een werkplek in het hart van Boedapest,
  • een maandsalaris van HUF 144.000,- bruto + een bijdrage in de woonlasten + de suppletie van de Taalunie.

Uw schriftelijke sollicitatie met uitgebreid C.V., universitaire diploma’s en een begeleidend schrijven, waarin u uw motivatie uiteenzet kunt u voor 15 juni 2004 sturen aan:

Dr. Julia Albert-Balazsi
KRE Nederlandisztik Tanszek
Reviczky u. 4/C
1088 Budapest
Hongarije
E-mail: albert.julia@kre.hu

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 18 May 2004 15:02:02 +0200
From: Maria Leuker <leuker@uni-koeln.de>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040523.html
Subject: Vac: 0405.23: Vacature hoogleraar Nederlandse taalkunde Keulen (deadline: vr 25 juni 2004)

===============
Vacature Keulen
===============

Am Institut fuer Niederlaendische Philologie der Philosophischen Fakultaet der Universitaet zu Koeln ist zum 01.03.2005 eine

Professur C 3/W 2
fuer Niederlaendische Philologie/Sprachwissenschaft

zu besetzen.

Bewerberinnen/Bewerber sollen das Fach im angegebenen Schwerpunkt angemessen in Forschung und Lehre vertreten. Erwuenscht sind eine sprachhistorische und/oder soziolinguistische Ausrichtung. Ausserdem wird die Mitwirkung an der fachdidaktischen Lehre erwartet.

Einstellungsvoraussetzungen sind: abgeschlossenes Hochschulstudium, Promotion, Habilitation oder der Nachweis gleichwertiger wissenschaftlicher Leistungen sowie paedagogische Eignung. Bewerbungen qualifizierter Interessentinnen sind ausdruecklich erwuenscht. Bei gleicher Eignung, Befaehigung und fachlicher Leistung werden Frauen bevorzugt eingestellt, sofern nicht in der Person eines Mitbewerbers liegende Gruende ueberwiegen. Schwerbehinderte Bewerberinnen/Bewerber werden bei gleicher Eignung bei der Einstellung ebenfalls bevorzugt.

Bewerbungen mit den ueblichen Unterlagen (Lebenslauf, Schriften- und Lehrveranstaltungsverzeichnis, Urkunden ueber akademische Pruefungen und Ernennungen) sind bis zum 25. Juni 2004 zu richten an den Dekan der Philosophischen Fakultaet der Universitaet zu Koeln, Albertus-Magnus-Platz, 50923 Koeln.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 14 May 2004 14:20:33 +0200
From: Ted Sanders <Ted.Sanders@let.uu.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040524.html
Subject: Vac: 0405.24: Vacatures voor twee docent onderzoekers taalbeheersing op de Universiteit Utrecht (deadline: zo 30 mei 2004)

=================
Vacatures Utrecht
=================

Bij de disciplinegroep Taalbeheersing aan de Letterenfaculteit van de Universiteit Utrecht zijn vier vacatures. Het gaat om een senior docent onderzoeker en een docent onderzoeker Taalbeheersing/Tekst en communicatie, alsmede om twee docenten voor bepaalde tijd (1,0 voor alle functies, deeltijdaanstelling is bespreekbaar). Voor de eerste twee posities is een promotie op het gebied van de taalbeheersing of een andere taalgebruikswetenschap een vereiste.

De disciplinegroep bestrijkt een breed terrein van taalgebruiksonderzoek naar mondelinge en schriftelijke taalbeheersing, uiteenlopend van tekstlinguistiek en discourse-analyse tot communicatie met nieuwe media, en van lees-en schrijfprocessen tot document design. Ook van de nieuwe collega’s wordt een brede orientatie en inzetbaarheid verwacht. De disciplinegroep is onderdeel van het Onderwijsinstituut Nederlandse taal en cultuur en men verricht binnen het Utrechts instituut voor Linguistiek OTS onderzoek naar het thema ‘Language Use’.

De vacatures staan op de UU-site: http://www.uu.nl/uupublish/homeuu/werken/vacatures/2171main.htm Men moet reageren voor 30 mei.

Mocht u, na lezing van de informatie op de site, nadere inlichtingen wensen, neem dan contact op met de voorzitter van de benoemingsadviescommissie prof. dr. T.J.M. Sanders, telefoon +31 (0)30-253.60.80 / +31 (0)73-614.05.64 (prive), e-mail Ted.Sanders@let.uu.nl.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 28 May 2004 17:16:15 +0200
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040525.html
Subject: Rub: 0405.25: Hora est! Promotie J. Karreman op do 17 juni 2004 te Enschede

=========
Hora est!
=========

Donderdag 17 juni 2004 om 16.45 uur, Universiteit Twente.
Promotie Joyce Karreman: Use and effect of declarative information in user instructions. (Gebruik en effect van declaratieve informatie in gebruiksaanwijzingen.) Handelseditie: Rodopi te Amsterdam, ISBN 90-420-1841-0, EUR 42.- Zie http://www.rodopi.nl/senj.asp?BookId=USLC+18
Promotoren: prof. dr. M.F. Steehouder en prof. dr. P.J.M.C. Schellens.

Samenvatting (met dank aan Eric van Broekhuizen van Rodopi):

Instructieve teksten zoals gebruiksaanwijzingen bevatten naast procedurele informatie, waarin uitgelegd wordt hoe het apparaat bediend moet worden, ook verschillende soorten declaratieve informatie. Twee van deze soorten zijn informatie over de interne werking van het apparaat (systeeminformatie) en informatie over de omstandigheden waarin de verschillende functies van het apparaat kunnen worden gebruikt (toepassingsinformatie).

In een reeks experimenten zijn het gebruik en de verschillende effecten van systeem- en toepassingsinformatie onderzocht. De resultaten laten zien dat gebruikers van instructies een aanzienlijke hoeveelheid tijd besteden aan het lezen van deze twee soorten declaratieve informatie. In tegenstelling tot de gangbare opvatting hebben deze twee informatiesoorten (vrijwel) geen positieve invloed op het leren werken met het apparaat. Gebruikers van instructies zonder declaratieve informatie leren even goed met het apparaat omgaan als gebruikers van instructies met declaratieve informatie. Bovendien hebben gebruikers van instructies zonder declaratieve informatie meer vertrouwen in het kunnen bedienen van het apparaat en ervaren zij het leerproces als minder moeilijk.

Deze resultaten suggereren dat gebruikers van instructies zonder systeem- en toepassingsinformatie in staat zijn om andere informatiesoorten te gebruiken bij het leren werken met het apparaat, zoals de procedurele informatie en het uiterlijk van het apparaat.

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 27 May 2004 13:26:57 +0200
From: Adriaan van der Weel <a.h.van.der.weel@let.leidenuniv.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040526.html
Subject: Med: 0405.26: Nieuwe MA Universiteit Leiden: 'Book and Byte: Book and Digital Media Studies'

=========================================================
Nieuwe MA ‘Book and Byte: Book and Digital Media Studies’
=========================================================

Aan de Faculteit der Letteren van de Universiteit Leiden start in september 2004 de MA ‘Book and Byte: Book and Digital Media Studies’. Deze Engelstalige MA richt zich op binnen- en buitenlandse studenten die een toekomst in de wereld van het boek in de breedste zin ambieren.

Het gevarieerde cursusaanbod van de MA Book and Byte strekt zich uit over een breed terrein: van Oosterse en Westerse handschriften en boekgeschiedenis naar bibliotheekwezen en de moderne uitgeverij. Centraal daarbij staat de erkenning van het toenemende belang van de digitale media bij het aanbod van kennis en informatie, met name in de uitgeverijwereld en bij de ontsluiting van het cultureel erfgoed.

Book and Byte behandelt de hele geschiedenis van de tekstoverdracht door middel van het schrift: van handschrift naar boekdruk en van boekdruk naar digitale tekstvormen. Daarmee is de opleiding uniek in Nederland.

Het programma biedt specialisatiemogelijkheden op het gebied van de boekgeschiedenis (inclusief handschrift), de moderne uitgeverij en het gebruik van digitale media voor kennisoverdracht, met name voor de ontsluiting van het cultureel erfgoed. Het is de bedoeling dat in het onderwijs tussen de verschillende specialisaties een vruchtbare kruisbestuiving plaatsvindt. In aansluiting op het eenjarige cursusprogramma bestaat de mogelijkheid tot het volgen van een onderzoeksstage bij een van de vele gelieerde instellingen in de wereld van het boek.

In een unieke samenwerking wordt in het cursusprogramma actief geparticipeerd door de Leidse Universiteitsbibliotheek en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Deze twee bibliotheken bezitten rijke collecties en grote expertise op dit vakgebied. De bijdrage van deze gerenommeerde instellingen, gevoegd bij de lange onderwijs- en onderzoekservaring van de Leidse Werkgroep Boekwetenschap, staat garant voor een uitstekende integratie van geschiedenis, theorie en praktijk .

Dankzij sponsoring vanuit het bedrijfsleven zullen op korte termijn bovendien twee nieuwe leerstoelen worden ingesteld, op het terrein van de digitale media en de geschiedenis van de moderne uitgeverij (19de-20ste eeuw).

Met zijn brede en internationale orientatie als Master of Arts is Book and Byte geheel nieuw van opzet. Maar het programma bouwt voort op het succes van de afstudeervariant Boekwetenschap die al twaalf jaar een specialisatiemogelijkheid biedt voor Leidse letterenstudenten. Nu, in het BA/MA-stelsel, biedt de opleiding Boekwetenschap zowel het bijvak ‘Boek, boekhandel en uitgeverij’ in de BA als de MA ‘Book and Byte: Book and Digital Media Studies’.

De Leidse boekwetenschap is een spannende nieuwe weg ingeslagen.

Zie verder de website van de opleiding op http://www.bookstudies.leidenuniv.nl.
Voor meer inlichtingen kunt u terecht bij de coordinator van de opleiding, Dr. Adriaan van der Weel, a.h.van.der.weel@let.leidenuniv.nl.

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 27 May 2004 13:26:57 +0200
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040527.html
Subject: Lit: 0405.27: Pas verschenen: De Franse Nederlanden. Les Pays-Bas francais 29. (Rekkem, 2004); presentatie op zo 20 juni 2004 te Sint-Jans Cappel (F)

==============
Pas verschenen
==============

De Franse Nederlanden. Les Pays-Bas francais 29. Rekkem: Stichting Ons Erfdeel vzw, 2004. 255 blz.; ills.; EUR 32,00 (Belgie), EUR 34,00 (Nederland), EUR 36,00 (andere landen); issn 0251-2408; isbn 90-75862-695.

Het jaarboek ‘De Franse Nederlanden’ brengt informatie over diverse aspecten van Noord-Frankrijk en de betrekkingen van deze regio met Vlaanderen en Nederland. Het bevat zes artikelen, een beeldessay, een kroniek met zes bijdragen en twee vaste rubrieken: het Lexicon van de schrijftaal in de Westhoek van Frankrijk en de Bibliografie.

In 1990 publiceerde prof. Karel Rimanque in het jaarboek De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Francais een bijdrage over het regionalisme in Frankrijk. In een nieuwe bijdrage gaat de auteur na hoe de zaken er dertien jaar later voorstaan. Hij schetst een aantal belangrijke ontwikkelingen die zich in die tijd in Belgie hebben voorgedaan en stelt vast dat de kloof tussen Frankrijk en Belgie even diep is gebleven. De huidige Franse regering wil de locale democratie stimuleren. Daarmee wordt volgens Rimanque een grotere decentralisatie bedoeld. Dankzij de internationale verdragen die gesloten worden tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk Belgie en de Vlaamse Gemeenschap wordt inmiddels een kader geschapen waardoor samenwerking met de Noord-Franse regio mogelijk is.

L’Avesnois is een stukje Henegouwen in het noordoosten van Frankrijk. Het vormt het meest oostelijke deel van de regio Nord-Pas-de-Calais dat wordt omsloten door de Belgische provincies Henegouwen en Namen. Marc Antrop legt in deze bijdrage het accent op het landschap als getuige van een complexe geschiedenis, in een gebied dat in vele opzichten een grensgeval is. Deze bijdrage wordt voorafgegaan door een impressie van deze streek door fotograaf Johan M. Duyck.

Guy Le Flecher is directeur van het Rijselse stadsblad ‘Lille Magazine’. Hij is een kenner en een bewonderaar van deze stad. Dat blijkt ook uit zijn bijdrage waarin hij met liefde over Rijsel schrijft. Onlangs werd tijdens tentoonstellingen in Rijsel, Roubaix, Tourcoing en Toulouse het werk van de schilder Carolus-Duran opnieuw in de belangstelling gebracht. Deze in Rijsel geboren kunstenaar (1837-1917) werd tijdens zijn leven met lof overladen, maar raakte na zijn dood, zoals zoveel negentiende-eeuwse salonschilders, in de vergetelheid. Joost de Geest geeft een overzicht van de succesvolle carriere van Carolus-Duran en komt tot de conclusie dat er achter deze salonschilder een gedreven, veelzijdig en vaak modern artiest schuilgaat.

De historica Isabelle Clauzel-Delannoy onderzocht hoe middeleeuwse auteurs naar het graafschap Boulogne keken. Aan de hand van een massa documenten achterhaalde ze de identiteit van deze streek. Boulogne vormde door zijn ligging een natuurlijk slagveld en wekte hebzucht op van verschillende machthebbers.

Jean Bodart toont aan hoe tegenwoordig in heel Noord-Frankrijk traditionele muziek aangeleerd en gespeeld wordt. Zoals in de meeste andere regio’s uit zich in het Noorden van Frankrijk de voorliefde voor de traditionele muziek in het bespelen van een instrument, in zang, dans, en ook in de deelname aan concerten, bals en festivals. Bodart geeft in zijn bijdrage een overzicht van wat er in Noord-Frankrijk op dit vlak zo allemaal voorhanden is.

Dit jaarboek bevat ook een kroniek met zes beknoptere actuele bijdragen:

  1. Ludo Vandamme bespreekt de roman ‘De passie van de kapelaan’ van Jean Pierre Dumoulin. Deze historische roman is gebaseerd op onderzoek van Veronique Lambert. De hoofdrolspeler is de jonge Frans-Vlaamse priester Petrus Tyrant die, na een kort maar bewogen leven, op de grote markt van Brussel terechtgesteld werd.
  2. Hans Vanacker presenteert het havenmuseum van Duinkerke.
  3. Tom Christiaens stelt ‘Televisie zonder grenzen’ voor, een grensoverschrijdende samenwerking tussen de regionale televisiezenders WTV, No Tele en C9. Deze samenwerking heeft geleid tot vier programma’s: ‘Transit’, dat financieel-economisch nieuws bren> ‘La Vie Quotidienne/Grensleven’ met informatie over sociaal-maatschappelijke onderwerpen; het driejaarlijkse programma ‘P.U.L.S.’art’ waarin de audiovisuele media centraal staan en het tweewekelijkse ‘P.U.L.S.’, waarin cultuurevenementen gepresenteerd worden die zowel de Franse als de Belgische kijkers kunnen boeien.
  4. Op 9 december 2003 opende de gerestaureerde opera van Rijsel zijn deuren. Francis Persyn stelt het grondig gerenoveerde gebouw voor en licht ook het programma toe van Caroline Sonrier, de nieuwe directeur. De verkiezing van Rijsel tot Europese culturele hoofdstad heeft in zijn geboortestad Valenciennes een grote tentoonstelling over Antoine Watteau mogelijk gemaakt. Patrick Ramade, hoofdconservator van het Musee des Beaux-Arts in Valenciennes, presenteert deze tentoonstelling over ‘Watteau en het hoffeest’.
  5. Jean-Louis Decherf schetst de geschiedenis van de bibliotheek van de Katholieke Universiteit van Rijsel en bespreekt ook enkele interessante werken die deze bibliotheek rijk is. Ten slotte gaat hij ook na of er zich ook belangwekkende Nederlandstalige publicaties in de collectie bevinden.
  6. Zoals in de vorige jaarboeken vindt u in dit nummer ook een Lexicon en een Bibliografie. In het Lexicon inventariseert C. Moeyaert de schrijftaal in de Franse Westhoek. Hij doet dit aan de hand van voorschriften van de Rederijkerskamer Van de Baptisten-Royaerts in Sint-Winoksbergen (1690). In de Bibliografie signaleert Ludo Vandamme 34 publicaties die in de loop van 2003 over de Franse Nederlanden zijn verschenen.

Op 20 juni 2004 om 15 uur wordt dit nummer gepresenteerd op het Festival ‘Par Monts et par Mots’ in de Villa Mont-Noir te Sint-Jans Cappel (F).
Informatie: Stichting Ons Erfdeel, Murissonstraat 260, B-8930 Rekkem, +32 (0)56/411201, fax +32 (0)56/414707, e-mail: adm@onserfdeel.be, http://www.onserfdeel.be, http://www.onserfdeel.nl.

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 27 May 2004 13:26:57 +0200
From: J. Jansen <j.jansen@uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040528.html
Subject: Rec: 0405.28: Recensie door Jeroen Janssen van: Karel van Mander. Olijf-Bergh 1609. Voor het eerst heruitgegeven met inleiding, annotatie, weergave van de opgespoorde bronteksten en een register van namen door P.E.L. Verkuyl. (Hilversum, 2004)

========
Recensie
========

Karel van Mander. Olijf-Bergh 1609. Voor het eerst heruitgegeven met inleiding, annotatie, weergave van de opgespoorde bronteksten en een register van namen door P.E.L. Verkuyl, Hilversum: Verloren, 2004. 2 delen, 267 + 335 blz., gebonden, ISBN 90-6550-756-6, EUR 55,00.

Van de Haarlemse dichter-schilder Karel van Mander (1548-1606) mogen zich met name de ‘Wtlegghinghe op den Metamorphosen’ van Ovidius, en het ‘Schilder-Boeck’ (met ‘Den grondt der edel vry schilder-const’) tegenwoordig nog in enige bekendheid en belangstelling verheugen. Over Van Mander zelf werd ooit, honderd jaar geleden, een monografie (R. Jacobsen) geschreven. De ‘Olijf-Bergh ofte Poema van den laetsten Dagh’ is na de eerste (postume) uitgave in 1609 nooit meer verschenen en kreeg ook in handboeken en studies slechts zeer marginaal aandacht. Slechte voortekenen voor een uitvoerige moderne editie of een ten onrechte lange tijd verwaarloosd pareltje? Enigszins onheilspellend verantwoordt de Groningse literatuurhistoricus P.E.L. Verkuyl inleidend zijn editie (p. 5): ‘Nu de letterkunde uit het verleden een andere dan (hoofdzakelijk) estetische [sic] aandacht krijgt, lijkt de tijd gunstig voor een heruitgave van de “Olijf-Bergh” vooral ten behoeve van de vakgenoten, ook beginnende. Aan de laatsten vooral is gedacht bij het ruimhartig annoteren van de tekst’.

De eerste heruitgave werd meteen voortvarend aangepakt. In twee, door Verloren fraai vormgegeven, gebonden delen krijgt genoemde vakgenoot de 21 gezangen (128 pagina’s in de druk van 1609, d.w.z. 4250 verzen) meteen tweemaal: in deel 1 als leestekst in een moderne interpunctie en dito gebruik van kapitalen; in deel 2 (als appendix IV) in een diplomatische weergave. De meeste aandacht gaat in deze editie verder uit naar bronnenonderzoek, wat resulteerde in een uitvoerig expose in deel 1 (50 pagina’s over bijbel-boeken en niet-bijbelse bronnen, alsmede een deel over Van Manders omgang met zijn bronnen) en deel 2 (54 pagina’s met bronteksten, in de oorspronkelijke taal, en veelal met vertaling). Zoals blijkt, putte Van Mander slechts inspiratie uit de bekende ‘Sepmaines’ (1578-1584) van de Franse dichter Du Bartas. Directe bronnen waren vooral bijbelboeken, ontleningen die Verkuyl met overzichtelijke schema’s (p. 67-77; 86-88) verduidelijkt. De editeur is naar mijn mening op z’n best in het hoofdstuk over Van Manders omgang met de verschillende bronnen. Minutieus analyseert en beargumenteert hij daar diverse invloeden, de aard van leggers en veranderingen (toevoegingen, weglatingen) ten aanzien van de brontekst, om enigszins zuinig te concluderen dat de auteur een ‘belezen’ man blijkt.

In het inleidend gedeelte van de eerste band is ook niet op ruimte beknibbeld. In 120 pagina’s wordt daar de tekst geintroduceerd, de ‘Voorreden’ besproken (met opmerkingen over de stof, versvorm, het oogmerk: taalkennis en wellevenskunst), en de inbreng van de drukker/zetter behandeld (o.a. waar het de marginalia betreft). Ook besteedt Verkuyl ruim aandacht aan de ontstaanstijd van het gedicht, de indeling in gezangen, de versvorm, taal, alsmede aan Van Manders godsdienstige persoonlijkheid ‘zoals die blijkt uit (zijn leven en werken, met name) zijn “Olijf-Bergh”‘.

Deel 2 biedt, naast het al vermelde, een korte uiteenzetting over de bekende exemplaren van de editio princeps en over de tekstbezorging, alsmede een zeer ‘ruimhartige’ (ruim 150 pagina’s lange) woordverklaring en annotatie van de tekst. Verkuyl laat hier weinig aan het toeval over: de (soms interpreterende) verklaringen voeren ook de minder ingewijde lezer bij de hand door de tekstpassages heen. De overvloedigheid van aanwijzingen zegt enerzijds iets over tekstuele lastigheden, maar doet anderzijds vermoeden dat Verkuyl met deze toelichting eveneens latere, steeds minder getrainde generaties studenten Nederlands wil bedienen. En terecht.

In een aantal appendices geeft Verkuyl tenslotte nog een gedetailleerd inhoudsoverzicht van de gezangen, toelichting op een aantal etsen in het gebruikte exemplaar en opmerkingen over gebruikssporen in dat exemplaar. Een register van namen en een bibliografie sluiten deze volumineuze uitgave af.

Ik heb de aard en omvang van deze editie hier opsommend benoemd om duidelijk te maken dat het hier een degelijke, wetenschappelijke, filologisch getinte uitgave betreft die voor eens en altijd met de vroegere verwaarlozing van Van Manders verzen moet afrekenen. Van Mander is een redelijk belangwekkende auteur uit een bijzonder interessante periode in onze vaderlandse literatuurgeschiedenis, namelijk de tijd dat de renaissancistische vernieuwing zich ten volle uit het Zuiden (met name Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden) naar het zich in sneltreinvaart ontwikkelende Noorden verspreidde. Er zijn volop experimenten met vorm en stijl, waaraan Van Mander, opgegroeid tussen rederijkers, met overtuiging meewerkt.

Misschien is de ‘Olijf-Bergh’ al (ver) voor 1600 geschreven (dl 1, p. 26). Maar aangezien de kopij in een ‘seer haestigh ende claddigh schrift des Dichters’ werd aangeleverd, d.w.z. niet door de auteur gereed gemaakt werd voor de druk, en pas postuum werd gepubliceerd, en daar het onderwerp betrekking heeft op het eind der tijden, waarin het Laatste Oordeel over goed en kwaad door Christus wordt uitgesproken, moeten we hier wellicht toch denken aan een oude, zich in vroomheid inkerende, vermoeide Van Mander, zelfs zo vermoeid dat hij het onderwerp niet korter dan in 4250 verzen kon uiteenzetten. Of lezen we hier dan toch de wat knullige beginnersverzen van een Van Mander rond 1590? Tekstgebruik, vorm- en stijlvergelijking met zijn andere werk en met dat van tijdgenoten zou ons meer over een mogelijke datering kunnen vertellen.

De vraag waarmee de vakgenoot na het doorwerken van deze kloeke editie blijft zitten, luidt: verdient deze tekst een heruitgave in de geboden vorm? Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het belang onmiskenbaar en kan de editeur niet anders dan lof worden toegezwaaid. Hij heeft met kennelijk enthousiasme, bewonderenswaardige volharding en een thans bijna verdwenen degelijkheid het beste gegeven. Maar wat krijgt de lezer hier in handen? En vooral: wat moet de beginnende vakgenoot hiermee?

Volgens Knuvelder bevat de ‘Olijf-Bergh’ ‘overwegend religieus-moralistische bespiegeling’ en is dit gedicht ‘literair van veel geringer waarde’. Jacobsen had datzelfde al aangegeven toen hij de verzen ‘maar van een zeer betrekkelijke waarde’ achtte en het geheel ‘te droog, te grijs, te weinig zinnelijk’ vond: ‘het is te veel predikatie en te weinig poeem’.

Beziet men de tekst (bijv. vss. 419-427 uit het eerste gezang):

En gh’lijck de Mensch in droeven ouderdom
Veel toevals crijght van siecten, dat hy crom
Gaet struycklich voort met stock om op te lenen,
Of is een last der crucken, springht so henen
Vierbeenich als sphinx’ raetsels dier in ’t endt
– Hy wort gheheel den stapel der ellendt,
Een herbergh van verdriet en swaer gedachten,
Een swacke hut, en al sijn lichaems crachten
Die segghen hem voor eeuwich hier Adieu’,

dan kunnen we ons een dergelijk oordeel wel voorstellen (ook Verkuyl draagt oorzaken aan waarom de ‘Olijf-Bergh’ niet is aangeslagen; dl 1, p. 120). Het vraagt een enorme inspanning van de editeur om dergelijke verzen ‘aan de man te brengen’, hoewel ze misschien niet eens zo slecht zijn. Vorm noch inhoud verraden hier echter de sprankeling van een bijzonder vernieuwend, de lezer op welke manier ook prikkelend of aangrijpend, literair talent. Verkuyl heeft in dit opzicht niet de makkelijkste weg gekozen door zich in zijn editie zuiver op de tekst te richten. Tot in de kleinste details wordt de lezer op de hoogte gesteld van tekstuele eigenaardigheden: hoewel de uitgave 1609 niet zeldzaam is en in Nederlandse en Vlaamse bibliotheken volop aanwezig (in de UB Amsterdam zelfs drie in plaats van twee exemplaren; dl 2, p. 7), wordt de gehanteerde druk uit de Groningse universiteitsbibliotheek beschreven alsof het een handschrift betreft: zo lezen we over de gebruikssporen in dit exemplaar (dl 2, p. 234): ‘Pag. 30 na vers II, 171 een “vlek” (?)’. Dat vraagteken is illustratief voor de bescheidenheid en wetenschappelijke voorzichtigheid van Verkuyl: meer dan eens geeft hij aan niet alle bronnen te kunnen achterhalen, niet alles te kunnen doorgronden, niet elke vraag te kunnen beantwoorden. Maar ondertussen neemt de lezer met een geweldig ontzag kennis van het gebodene.

Ik vraag me hierbij wel af of de editeur binnen de beschikbare omvang (ruim 600 pp.) niet nog voor iets anders plaats had moeten inruimen om de ‘beginnende vakgenoot’ voor zich te winnen. Dat de intentie tot ‘een zuiverder visie op hem [Van Mander] en zijn periode’ (p. 13) door deze tekstuitgave namelijk wel wordt ondersteund, maar onvoldoende gestalte krijgt, is evident. Wie was Van Mander eigenlijk? En in welke literair-historische traditie moeten we deze tekst plaatsen? Hoe modern of behoudend was de vorm, schrijfwijze en inhoud? Waarom schreef Van Mander deze tekst eigenlijk, waarom publiceerde hij niet, en zijn er navolgers (Vondel in zijn vroege werk?)? Het zijn vragen die niet direct uit de ‘Olijf-Bergh’ te halen zijn en dus grotendeels onbeantwoord blijven (een kleine uitzondering is het beknopte hoofdstuk over Van Manders godsdienstige persoonlijkheid). Dat zou alles niet zo opvallend zijn geweest indien het hier een sobere, beknopte tekstuitgave betrof. Maar redundantie blijkt niet alleen uit de annotatiewijze. De inhoud van de tekst krijgen we eerst globaal (p. 13), en vervolgens nog eens in appendix 1 gedetailleerd. De complete tekst zelf wordt de lezer ook tweemaal geboden, op een relatief weinig verschillende wijze overigens. Waarom geen facsimile naast een hertaalde versie (of tenminste naast een geheel aan de moderne spelling aangepaste leestekst)?

Misschien zijn dit vragen die we niet bij een wetenschappelijke werkeditie mogen stellen. Wie Van Mander is, kan de aankomende vakgenoot ook uit andere publicaties halen. En Verkuyl heeft zich in veel opzichten ingespannen de ‘Olijf-Bergh’ tot in de kleinste tekstuele bijzonderheden te ontraadselen. Voor de geleerde vakgenoot is hij daarin met vlag en wimpel geslaagd; de beginnende collega, en zeker de met netwerk- en gendermode opgegroeide student, zal het moeilijker hebben.

Jeroen Jansen

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 26 May 2004 12:54:32 +0200
From: Marco de Niet <Marco.deNiet@kb.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040529.html
Subject: Sym: 0405.29: Symposium 'Nieuwe onderzoeksperspectieven voor de geesteswetenschappen en ICT' op do 30 september en vr 1 oktober 2004 te Amsterdam

============================================================
Vooraankondiging 3e symposium Geesteswetenschappen en ICT.
Nieuwe onderzoeksperspectieven voor de geesteswetenschappen.
============================================================

Informatie – en communicatietechnologie is een vanzelfsprekend onderdeel geworden van het dagelijks leven van een wetenschapper. In sommige takken van wetenschap heeft ICT ook nieuwe vormen van onderzoek mogelijk gemaakt, zoals in de sterrenkunde. Daar kan nu onderzoek uitgevoerd worden dat 25 jaar geleden ondenkbaar was.

Hoe zit dat met de geesteswetenschappen? Worden daar de potenties van ICT wel voldoende benut? Welke nieuwe vormen van onderzoek heeft het mogelijk gemaakt? Welke traditionele onderzoeksmethoden zijn bijgesteld of zelfs overboord gegooid bij de intrede van de computer? Welke wetenschappelijke vraagstellingen zijn nu beantwoordbaar die vroeger alleen denkbaar waren? Deze vragen staan centraal op het 3 e congres Geesteswetenschappen en ICT, georganiseerd door Stichting SURF in samenwerking met de afdeling Geschiedenis van het NIWI (KNAW), de Koninklijke Bibliotheek en het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur van de Universiteit Utrecht.

Tijdens het symposium wordt aan de hand van actuele onderzoeksprojecten het potentieel van nieuwe ICT-toepassingen gedemonstreerd en toegelicht. De organisatie hoopt door middel van voorbeelden en demonstraties Nederlandse geesteswetenschappers te informeren over en laten inspireren door nieuwe onderzoeksperspectieven die ICT biedt. Denk hierbij onder andere aan het grootschalige gebruik van digitale bronnen, het toepassen van databases in combinatie met GIS binnen Geschiedenis en diepgaand analyseren van taalkundige verschijnselen.

Op het programma staan presentaties van sprekers uit binnen- en buitenland. De voertaal is Nederlands. Sprekers zijn:

  • Gregory Crane, Tufts Universit y, Boston
  • Martina de Moor, Universiteit van Gent
  • Seamus Ross, Universiteit van Glasgow
  • Manfred Thaller, Universiteit Koln
  • Edward Vanhoutte, Universiteit van Gent
  • Karina van Dalen, NIWI Amsterdam
  • Henkjan Honing, Katholieke Universiteit Nijmegen / Universiteit van Amsterdam
  • Hans Kamermans, Universiteit Leiden
  • Jan Luiten van Zanden, IISG Amsterdam
  • Eep Talstra, Vrije Universiteit

Plaats: Amsterdam, KIT
Datum: donderdag 30 september (alleen middag), vrijdag 1 oktober
Deelnamekosten: EUR 45,=

Een uitnodiging met een complete programmabeschrijving ontvangt u binnenkort.

U kunt zich alvast online inschrijven via http://www.surf.nl/bijeenkomsten.

Thera Koppenol
community manager platform ICT en Onderzoek

Stichting SURF
Leidseveer 35
Postbus 2290
3500 GG Utrecht
T +31 (0)30-234.66.00
F +31 (0)30-233.29.60
W http://www.surf.nl
E Koppenol@surf.nl

Stichting SURF is de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek.

(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 13 May 2004 13:35:42 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2004/05/040530.html
Subject: Col: 0405.30: Linguistisch Miniatuurtje XCVIII: Katleren en Hondleren

=================================
Linguistisch Miniatuurtje XCVIII:
Katleren en Hondleren
=================================

Ik ben geen goede taaladviseur. Als wetenschapper twijfel ik aan alle zekerheden die je nodig hebt om een advies met enige overtuiging over het voetlicht te brengen. Vooral dingen die ik moet opzoeken brengen mij vaak tot een vertwijfelde radeloosheid.

Iemand belt mij op en vraagt: “Ik heb hier een zin uit een brochure voor de opleiding Kunstgeschiedenis die begint met ‘Je leert kunstwerken beschouwen…’ Moet daar geen ‘te’ bij?” Ehh. Tja, zou kunnen. Kan allebei? Dat is me te subtiel voor een snel oordeel, dus ik moet het opzoeken. Wat zegt de ANS?

“Als de met ‘leren’ verbonden infinitief een activiteit aanduidt die geacht kan worden tot een ‘onderwijspakket’ te behoren (op school of in een vergelijkbare situatie), kan ‘leren’ alleen maar groepsvormend gebruikt worden.”

Je moet een beetje door de ANS-terminologie heenlezen om daar een taaladvies uit te halen, maar wat er staat is: als je leert in een ‘onderwijspakket’, dan is het zonder ‘te’. Dat is een makkelijk advies zou je zeggen. Weglaten dat ‘te’. Het gaat toch om een onderwijspakket? Lees de passage erbij voor, en je hebt een keiharde autoriteit achter je staan. Wat is het probleem?

Het punt is dat ik hier als taalkundige helemaal niets van snap. Hoe kan die onderwijssituatie nou van invloed zijn op de constructie? Ik heb nog nooit gehoord van een semantische primitieve, een basiselement ‘onderwijspakket’, dat een essentieel onderdeel van ons taalvermogen vormt. Hoe moet ik dat zien, is dat een eigenschap van situaties, iets als [‘+onderwijs’] en [‘-onderwijs’]? Begrijp me goed, ik vind onderwijs erg belangrijk, maar een talig basisfeature? Ik dacht het niet.

Er moet dus een andere eigenschap in het geding zijn, die de ANS gemist heeft, of heeft vereenzelvigd met dat gekke “onderwijspakket”. Een eigenschap die bij voorkeur ook op andere plaatsen in de grammatica een rol speelt. En liefst ook nog in combinatie met het woordje ‘te’. Wat kan dat zijn?

Ik heb al eens eerder (in mijn rubriek ‘Onder de Zin’ in het dagblad ‘Trouw’, jaren geleden) iets geschreven over het verschil tussen ‘zij kwam naast mij zitten’ en ‘zij kwam naast mij te zitten’. Kort gezegd was mijn indruk dat die tweede constructie afgeleid was van iets als ‘het kwam (te gebeuren) dat zij naast mij zat’. Net zoals je van ‘het scheen dat hij ziek was’ kunt maken ‘hij scheen ziek te zijn’, kun je van ‘het kwam dat zij naast mij zat’ maken ‘zij kwam naast mij te zitten’. In de betekenis zie je een soort “hogere macht” (het toeval, het noodlot, de goden) die de gebeurtenis bewerkstelligt. Is dat hier ook niet het geval? Bestaan er twee soorten ‘leren’, net zoals er twee soorten ‘komen’ bestaan?

Ik heb wel eens gelezen hoe je een kat kunstjes kunt leren. Dat gaat heel anders dan bij een hond. Een hond heeft iets in zijn genen waardoor hij het ‘au fond’ prettig vindt om zich uit te sloven om het baasje een plezier te doen. Geen moeite is hem teveel om een wit voetje te halen. Het arme dier is voorgeprogrammeerd om de signalen op te vangen die aangeven wat jij wil. Met andere woorden: het is de perfecte leerling. Maak duidelijk dat je graag wil dat een hond over een stok springt en hij zal het doen.

Een kat zit heel anders in elkaar. Natuurlijk, het beestje vindt het prettig om aangehaald te worden, en een snoepje zal het ook niet versmaden, maar het hele concept dat je daar iets voor zou moeten doen is hem volkomen vreemd. Wil je een kat leren om over een stok te springen, dan zul je dat heel geleidelijk moeten doen. Leg een stok voor hem op de grond. Iedere keer als de kat daar toevallig overheen slentert, geef je hem een snoepje. Na verloop van tijd hou je de stok een eindje boven de grond. Vermijd om te proberen aan te geven dat je ‘wilt’ dat hij eroverheen springt, want hij raakt onmiddellijk ongeinteresseerd. Beledigd, zou je haast zeggen. Geef hem weer een snoepje als hij toevallig over de stok stapt. Op deze manier kun je een kat geleidelijk conditioneren om over een stok te springen. Het dier zal overigens alleen maar over de stok springen als hij zin heeft in een snoepje. De gedachte dat hij jou daar een plezier mee zou doen komt eenvoudigweg niet bij hem op.

Wat zijn de verschillen tussen het hondleren en het katleren? Bij het hondleren verwerft de hond een bepaalde vaardigheid door direct toedoen van een leermeester. De hond leert over een stok springen, zeg maar “in een onderwijspakket”. De kat daarentegen kan dezelfde vaardigheid verwerven, maar hij doet dat op basis van ervaring, die wel veroorzaakt kan zijn door een leermeester, maar die speelt dan toch slechts een indirecte rol. De kat leert over een stok ‘te’ springen.

Daarmee is het verschil tussen katleren en hondleren terug te brengen tot de interpretatie van de verzwegen leermeester. Is die leermeester, net als bij ‘komen te’, een “hogere macht”, dan heb je katleren, en dus ‘te’. Is de leermeester identificeerbaar met een persoon (“referentieel” in taalkundige terminologie), dan heb je hondleren, en dus geen ‘te’.

Ook de afleiding van de twee soorten leren is parallel aan de constructie met ‘komen’: bij het hondleren heb je de onderliggende constructie ‘iemand leert de hond springen’, waarvan je afleidt: ‘de hond leert springen’. Bij het katleren daarentegen is het iets als ‘het (toeval) leert de kat te springen’, waarvan je maakt ‘de kat leert te springen’.

Hoewel beide vormen van ‘leren’ natuurlijk in praktijksituaties kunnen overlappen (je leert immers ook op school gedeeltelijk door ervaring, en gedeeltelijk door het onderwijzend personeel), kun je met het gebruik van ‘te’ wel degelijk andere accenten leggen. Zeg je ‘Ik heb geleerd goed op te letten’, dan leg je de nadruk op het “door schade en schande”-aspect. Zeg je daarentegen ‘ik heb goed op leren letten’, dan impliceert dat toch min of meer een identificeerbare leermeester. Op school, zou de ANS zeggen.

Peter-Arno Coppen

(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://www.neder-l.nl/                      |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@neder-l.nl, naar         |
|   Willem.Kuiper@uva.nl, naar P.J.Verkruijsse@uva.nl (voor de            |
|   evenementenagenda), naar Marc.van.Oostendorp@meertens.knaw.nl of naar |
|   P.A.Coppen@let.kun.nl                                                 |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 0405.b --------------------------*



--
Dit bericht is gescanned op virussen en andere gevaarlijke
inhoud door de DutchNet MailScanner en lijkt schoon te zijn.

--
DutchNet MailScanner
Email Virus Scanner
www.dutch-net.nl/mailscanner/
DutchNet Internet bedankt MailScanner voor hun ondersteuning