Neder-L, no. 0303.c (tijdschriftenoverzicht)

Subject: Neder-L, no. 0303.c (tijdschriftenoverzicht)
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Mon, 31 Mar 2003 19:22:20 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-Elfde-jaargang----------- Neder-L, no. 0303.c -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
|Maandelijks tijdschriftenoverzicht                                       |
|==================================                                       |
| (1) Tyd: 0303.30: Nederlandse Letterkunde, jrg. 6, no. 1, januari 2001  |
| (2) Tyd: 0303.31: Nederlandse Letterkunde, jrg. 6, no. 2, mei 2001      |
| (3) Tyd: 0303.32: Nederlandse Letterkunde, jrg. 6, no. 3, augustus 2001 |
| (4) Tyd: 0303.33: Nederlandse Letterkunde, jrg. 6, no. 4, oktober 2001  |
| (5) Tyd: 0303.34: Nederlandse Letterkunde, jrg. 7, no. 1, februari 2002 |
| (6) Tyd: 0303.35: Nederlandse Taalkunde, jrg. 8, no. 1, maart 2003      |
| (7) Tyd: 0303.36: Verslagen KANTL, jrg. 112, afl. 1, 2002               |
| (8) Tyd: 0303.37: Verslagen KANTL, jrg. 112, afl. 2, 2002               |
| (9) Tyd: 0303.38: Verslagen KANTL, jrg. 112, afl. 3, 2002               |
|(10) Tyd: 0303.39: Verslagen KANTL, jrg. 111, afl. 1, 2001               |
|(11) Tyd: 0303.40: Verslagen KANTL, jrg. 111, afl. 2, 2001               |
|(12) Tyd: 0303.41: Verslagen KANTL, jrg. 111, afl. 3, 2001               |
|(13) Tyd: 0303.42: Lijst redacteurs tijdschriftenoverzicht Neder-L       |
|(14) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     ------------31-maart-2003-*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.30=-=
NEDERLANDSE LETTERKUNDE, jaargang 6, nummer 1, januari 2001.
ISSN 1384-5829.
Door: Marja Geesink (msg@xs4all.nl).
23 januari 2003.

  • Ton Anbeek.
    De betekenis van Merlyn. Blz. 1-12.
    (Dat het tijdschrift ‘Merlyn’ en de daarin gepropageerde ergocentrische methode in de Nederlandse literatuurwetenschap niet uit de lucht kwam vallen wordt door Anbeek aangetoond aan de hand van de wetenschapsbeoefening tussen 1918 en 1963 in het destijds toonaangevende vaktijdschrift ‘De Nieuwe Taalgids’. De grote verdienste van de Merlynisten was echter gelegen in de popularisering van de tekstgerichte methode als alternatief voor de op de auteur gerichte literaire kritiek.)
  • Jaap Goedegebuure.
    Postmoderne modernisten en modernistische postmodernen: Nederlandstalige schrijvers van de twintigste eeuw herlezen. Blz. 13-32.
    (Goedegebuure houdt een pleidooi voor een ruimer gebruik van het begrip modernisme door het niet als beperkt tot romans, noch als periodiseringsconcept, en ook niet beperkt tot enkele auteurs te hanteren. De titel geeft de conclusie weer.)
  • A.M. Duinhoven.
    De bron van ‘Walewein’. Blz. 33-70.
    (Duinhoven valt meteen met de deur in huis in de eerste alinea van dit omvangrijke artikel: “de ‘Walewein’ is op de ‘Floris ende Blancefloer gebaseerd'”. Op basis van vergelijking van beide teksten werkt hij vervolgens naar de bewijsvoering toe.)
  • Johan H. Winkelman.
    Commentaar bij A.M. Duinhoven: ‘De bron van Walewein’. Blz. 71 76. Gevolgd door: A.M Duinhoven. Repliek op blz. 76-77 en Johan H. Winkelman. Dupliek op blz. 77.
    (Winkelman tracht in kort bestek de gewaagde stelling van Duinhoven te ontkrachten. De knorrige repliek van Duinhoven vermag Winkelman niet te overtuigen. De redactie sluit dan ook de discussie.)
  • Stand van zaken:
  • Nico Laan.
    De rol van de wetenschapsfilosofie in de studie van de Nederlandse letterkunde. Blz. 78-87.
    (In dit artikel wordt de geringe invloed (op een korte periode in de jaren ’60 en’70 na) van de wetenschapsfilosofie op de neerlandistiek beschreven. Aan het nu weer aanwezige gebrek aan kennis op dit gebied wordt nu in Utrecht en Amsterdam iets gedaan.)
  • Kortaf. Blz. 88-95.
    . <Door: A. Agnes Sneller:> Anna Roemersdochter Visscher. Gedichten; een bloemlezing met inleiding en commentaar door Riet Schenkeveld-van der Dussen && Annelies de Jeu. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1999.
    . <Door: Fabian R.W. Stolk:> Stijn Streuvels. De teleurgang van den Waterhoek. 14e dr.; tekstkritische editie door M. de Smedt en E. Vanhoutte. Antwerpen, 1999.
    . <Hans Anten:> Liesbeth Feikema, Roman Koot en Edwin Lucas (red.). Op gezang en vlees belust: over leven, werk en stad van Jan Engelman. Kwadraat, Utrecht, 2000.
  • Periodiek: (Door: Bertram Mourits en Simone Veld:)
    Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire, algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz. 96-100.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.31=-=
NEDERLANDSE LETTERKUNDE, jaargang 6, nummer 2, mei 2001.
ISSN 1384-5829.
Door: Marja Geesink.
23 januari 2003.

  • M.A. Schenkeveld-van der Dussen.
    De paragone tussen dicht- en schilderkunst bij Jan Vos en Jan Six van Chandelier. Blz. 101-112.
    (Jan Vos’ standpunt binnen de strijd tussen de kunsten, i.c. de schilderkunst en de dichtkunst, maakte hij ondergeschikt aan zijn streven om door middel van de kunst orde te scheppen in de chaos. Hij doet dit met de middelen die hem ten dienste staan: woord en beeld, met name op het toneel. Als contrast wordt Six van Chandelier bij het onderzoek betrokken, die noch de schilderkunst, noch de dichtkunst eeuwigheidswaarde toedicht. )
  • Raymond Harper.
    Intimidatie, list en bedrog in de Bere Wisselau. Blz. 113-123.
    (Eerherstel voor de ‘Bere Wisselau’. In tegenstelling tot zijn interpreterende voorgangers, J. de Vries en N. Voorwinden, lost Harper de ‘ongerijmdheden’ in het verhaal op door aan te tonen dat de beer voor een reus werd aangezien.)
  • A.M.J. van Buuren.
    Die werelt hielt my in haer gewout: Suster Bertken, haar biografie en haar vijfde lied. Blz. 124-137.
    (Van Buuren zet zijn Suster Bertkenstudie voor met een analyse van haar vijfde lied.)
  • Ralf Gruttemeier.
    Is ‘Max Havelaar ‘een historische roman? Blz. 138-149.
    (Niet alleen in de zin van de historische romans van door Multatuli bewonderde Walter Scott kan ‘Max Havelaar’ beschouwd worden als historische roman, ook is de roman in de loop der tijd door de lezers als zodanig opgevat.)
  • Mathijs Sanders.
    Gerard Knuvelder op oorlogspad, of de metamorfose van een criticus. Blz. 150-167.
    (Schets van het katholieke literaire leven tijdens het interbellum, toegespitst op de denkbeelden van de toentertijd rechts-radicale criticus Gerard Knuvelder, van wie na de oorlog de laatste eenmansliteratuurgeschiedenis verscheen.)
  • Stand van zaken:
  • Gerard de Vriend.
    De kinderschoenen ontgroeid: over jeugdliteratuurstudie in Nederland. Blz. 168-177. (Overzicht van de bestudering van de Nederlandse jeugdliteratuur.
  • Kortaf. Blz. 178-185
    . <Door: Paul Wackers:> Medioneerlandistiek: een inleiding tot de Middelnederlandse letterkunde; onder red. van R. Jansen-Sieben, J. Janssens en F. Willaert. Verloren, Hilversum, 2000.
    . <Door: Annelies de Jeu:> Veltman-van den Bos, Ans J. Petronella Moens (1762-1843): ‘De Vriendin van ’t Vaderland’. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2000.
    . <Door: Hans Anten:> Hanssen, Leon. Want alle verlies is winst: Menno ter Braak 1902-1940. Dl 1: 1902-1930. Balans, Amsterdam, 2000.
  • Periodiek: <Door: Bertram Mourits en Simone Veld:>
    Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire, algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz. 186-190.
  • Mededelingen. Blz. 191-192.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.32=-=
NEDERLANDSE LETTERKUNDE, jaargang 6, nummer 3, augustus 2001.
ISSN 1384-5829.
Door: Marja Geesink.
23 januari 2003.

  • Grensverkeer.
    (Drie recensieartikelen over de ijkpuntenreeks ‘Nederlandse cultuur in Europese context’.)
  • Arie Jan Gelderblom.
    Eendracht als voorbeeld. Blz. 193-196.
    (Over: Frijhoff, Willem en Marijke Spies. 1650: Bevochten eendracht. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999.)
  • Marita Mathijsen.
    De losse lijn. Blz. 197-200.
    (Over: Bank, Jan en Maarten van Buuren. 1900: Hoogtij van burgerlijke cultuur. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000.)
  • Ton Anbeek. Cultuurgeschiedenis nieuwe stijl. Blz. 200-203.
    (Over: Schuyt, Kees en Ed Taverne. 1950: Welvaart in zwart-wit. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000.)
  • Maria-Theresia Leuker.
    ‘Het een-en-het-ander’: representaties van culturele alteriteit in Maria Dermouts roman ‘De tienduizend dingen’. Blz. 204-218.
    (Kernvraag van het artikel is: Is de roman een Indische of een Europese roman, koloniaal of postkoloniaal?)
  • Lotte Jensen.
    De Nederlandse vrouwenpers in een internationaal perspectief. Blz. 219-239.
    (Onderzoek naar nationale en internationale reele en virtuele literaire vrouwennetwerken in negentiende-eeuwse vrouwentijdschriften)
  • Anke van Herk.
    Cephalus en Procris: Ovidiaanse stof in een zestiende-eeuws toneelstuk. Blz. 240-259.
    (Plaatsbepaling binnen de Ovidiaanse rederijkersspelen van dit na 1552 geschreven nog niet eerder onderzochte spel, dat aan Willem van Haecht kan worden toegeschreven.)
  • Kortaf. Blz. 260-271.
    . <Door:Yra van Dijk:> Neef, Sonja. Zur Medialitat einer Schrift: Anhand von Paul van Ostaijens ‘De feesten van angst en pijn’. Asca Press, Amsterdam, 2000.
    . <Door: Fabian R.W. Stolk:> Mooren, P. Het prentenboek als springplank: cultuurspreiding en leesbevordering door prentenboeken. Sun, Nijmegen, 2000.
    . <Door: Mathijs Sanders:> Groeneveld, Gerard. Zwaard van de geest: het bruine boek in Nederland 1921-1945. Vantilt, Nijmegen, 2001.
    . <Door: Paul Wackers:> Mantingh, E. Een monnik met een rol: Willem van Afflighem, het Kopenhaagse Leven van Lutgart en de fictie van een meerdagse voorlezing. Verloren, Hilversum, 2000.
    . <Door: Tigelaar, Jaap:> Avonds, P. Koning Artur in Brabant (12de-14de eeuw): studies over riddercultuur en vorstenideologie. Brussel, 1999 (Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie van Belgie voor Wetenschappen en Kunsten, Klasse der Letteren: 61 (1999), 167).
  • Periodiek: <Door: Bertram Mourits en Simone Veld:>
    Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire, algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz. 272-274.
  • Mededelingen. Blz. 275-276.

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.33=-=
NEDERLANDSE LETTERKUNDE, jaargang 6, nummer 4, oktober 2001.
ISSN 1384-5829.
Door: Marja Geesink.
23 januari 2003.

  • Essay.
    (Speciaal nummer gewijd aan het essay als genre).
  • Maaike Meijer.
    Denken over het essay: inleiding tot het thema. Blz. 279-288.
  • Bart Vervaeck.
    Essay en vertelling in postmoderne tijden. Blz. 289-309.
    (Over het spelen met de genreconventies in postmoderne fictie en de postmoderne essayistiek.)
  • Maarten Doorman.
    Het essay, een schimmig genre. Blz. 310-311.
    (Visie van de essayist Doorman op het door hem beoefende genre.)
  • Marianne Vogel.
    Omtrekkende bewegingen: essayistiek als deel van het moderne schrijverschap. Blz. 312-330.
    (Vergelijkend onderzoek naar de essays van Anneke Brassinga, Charlotte Mutsaers en Huub Beurskens, waar Brassinga en Mutsaers de grenzen tussen fictioneel en niet-fictioneel laten vervagen en Beurskens de meest klassieke essayist is.)
  • Marjoleine de Vos.
    Een essay moet betoveren. Blz. 331-332. (Visie van de essayist De Vos op het door haar beoefende genre.)
  • Wiel Kusters.
    Al die verdomde vakken: het denken en schrijven van D. Hillenius. Blz. 333-349.
    (Bioloog, dichter en essayist Dick Hillenius overschreed in de door hem beoefende genres bewust de grenzen.)
  • Nicolaas Matsier.
    Een gelijkzijdige driehoek. Blz. 350-351.
    (Visie van de essayist Matsier op het door hem beoefende genre.)
  • Leon Hanssen.
    De vuurtest van de taal: Ter Braak als essayist. Blz. 352-367.
    (Ter Braaks opvattingen over het essay, zoals door hem verwoord en beoefend, zou bepalend zijn voor de naoorlogse beoefening van het genre.)
  • Willem Jan Otten.
    Het essay als duikplank. Blz. 368.
    (Visie van de essayist Otten op het door hem beoefende genre.)
  • Jaap Goedegebuure.
    Het essay in de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw. Blz. 369-380.
    (Literair-historische beschrijving van de literaire essayistiek, voornamelijk aan de hand van de letterkundige almanak ‘Erts’ (1925-1930) en het tijdschrift ‘Forum’. Voorproefje van de onder de hoede van de Nederlandse Taalunie te verschijnen literatuurgeschiedenis tussen 1895 en 1945.)
  • Xandra Schutte.
    Waspoeder en metafysica. Blz. 381-382.
    (Visie van de essayist Schutte op het door haar beoefende genre.)
  • Dick van Halsema.
    Het gelijk zit in de stijl: gesprek met Kees Fens over essays, wetenschap, columns. Blz. 383-398.
    (Over zijn visie op het genre en over zijn ontwikkeling als essayist.)

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.34=-=
NEDERLANDSE LETTERKUNDE, jaargang 7, nummer 1, februari 2002.
ISSN 1384-5829.
Door: Marja Geesink.
23 januari 2003.

  • Jos Joosten, Thomas Vaessens.
    Postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse poezie. Blz. 1-27.
    (Aanzet tot een meer omvattende beschrijving van het postmodernisme in de poezie vanuit de botsing tussen naoorlogse teksten en de nieuw-kritische manier waarop ze gelezen zijn.)
  • Gert-Jan Johannes.
    ‘Zoo is overdrijving de ziekte van elke eeuw’: het beeld van de 17de eeuw in 19de-eeuwse literatuurgeschiedenissen voor schoolgebruik en zelfstudie. Blz. 28-60.
    (Prettig artikel over hoe de 19de-eeuwse literatuurgeschiedschrijvers met hangen, wurgen en wringen de ‘Gouden eeuw’ uitvonden: oordeel, vooroordeel, mythevorming en geschiedvervalsing buitelen over elkaar heen en hebben tot op heden nog hun ontregelende uitwerking.)
  • Hans Anten.
    Bordewijk en de joden. Blz. 61-86.
    (Aan de hand van de vele joodse personages in het werk van Bordewijk toont Anten aan dat Bordewijk het ‘jodenvraagstuk’ heeft weten te verwerken tot ‘onverdachte literatuur van hoog gehalte’.)
  • Kortaf. Blz. 87-94.
    . <Door: M.A. Schenkeveld-van der Dussen:> Jansen, Jeroen. Decorum: observaties over de literaire gepastheid in de renaissancistische poetica. Verloren, Hilversum, 2001.
    . <Door: Fabian Stolk:> Cornelissen, Micky. Poezie is niet een spel met woorden: de criticus Willem Kloos temidden van zijn tijdgenoten. Vantilt, Nijmegen, 2001.
    . <Door: Wilbert Smulders:> Herman, Luc en Bart Vervaeck. Vertelduivels: handboek verhaalanalyse. Vantilt/VUBpress, Brussel-Nijmegen, 2001.
  • Periodiek: <Door: Bertram Mourits en Simone Veld:>
    Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire, algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz. 95-98.
  • Mededelingen. Blz. 99-100.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.35=-=
NEDERLANDSE TAALKUNDE, jaargang 8, nummer 1, maart 2003.
ISSN 1384-5845.
Door: Corrie de Haan, Opleiding Nederlands, UL.
Leiden, maart 2003.

  • Leendert Plug.
    Zo spreek je de “r” dus niet uit. Een fonetische kijk op ‘deletie’. Blz. 2-13.
    (Plug analyseert de wegval van de r na vocaal (zoals in “hert”) en concludeert dat deletie geen opzet is maar samenhangt met de coordinatie van de spraakorganen. R-deletie is een fonetisch proces en vertoont dan ook de nodige variatie.)
  • Egbert Fortuin.
    De directieve infinitief en de imperatief in het Nederlands. Blz. 14-43.
    (Behalve met de imperatief kan men de hoorder ook met een infinitiefconstructie een bepaalde handeling wel of niet laten uitvoeren (Kloppen a.u.b., Niet vergeten, hoor!). Fortuin analyseert het verschil tussen imperatief en infinitief door de contexten te analyseren waarin beide vormen voorkomen en komt op grond van syntactische verschillen tot een subtiel betekenisverschil.)
  • Hans van de Velde.
    Voorbeeld(ige) uitspraak. Blz. 44-57.
    (Van de Velde bespreekt twee werken die de uitspraak van het Nederlands als onderwerp hebben: Uitspraakwoordenboek van J. Heemskerk en W. Zonneveld (2000) en Uitspraak Nederlands van L. Beheydt, R. Dirven en U. Kaunzer (1999). Beide boeken worden bekeken vanuit drie invalshoeken: de definitie van de klanken en de gebruikte symbolen, de manier waarop met norm en variatie wordt omgegaan en de bruikbaarheid van beide werken voor diegenen die het Nederlands als tweede taal leren.)
  • Digitaal:
    . Erik Hoekstra. Taaldatabanken op het gebied van het Fries. Blz. 58-62.
    (Hoekstra geeft een overzicht van de verschillene taaldatabanken van het Fries en gaat daarbij in op de verschillende gebruikersgroepen (taalkundigen, onderzoekers, geinteresseerden). Speciale aandacht is er voor het Corpus Gesproken Fries.)
  • Boekbeoordelingen, blz. 63-80:
    . <Door: G. de Schutter:>T. Pollmann. De letteren als wetenschappen. AUP, Amsterdam, 1999.
    . <Door: M.J. van der Wal:> Judith Schoonenboom. Analyse, norm en gebruik als factoren van taalverandering: een studie naar veranderingen in het Nederlands onzijdig relativum. Dissertatie Universiteit van Amsterdam, 2000.
    . <Door: H. den Besten:> A. Carstens && H. Grebe (red.). Taallandskap. Huldigingsbundel vir Christo van Rensburg. Van Schaik, Pretoria, 2001.
    . <Door: N. van der Sijs:> Lambert ten Kate (1710). Gemeenschap tussen de Gottische spraeke en de Nederduytsche. Fotomechanische herdruk ingeleid en bezorgd door I. van de Bilt en J. Noordegraaf. Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam, 2001; Lambert ten Kate (1723). Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Facsimile-editie met een Nederlandse en Engelse inleiding door J. Noordegraaf en M.J. van der Wal. Canaletto, Alphen aan den Rijn, 2001.
    . <Door: L. Lagerwerf:> L. Degand. Form and Function of Causation. A theoretical and emperical investigation of causal constructions in Dutch. (Studies op het gebied van de Nederlandse taalkunde 5) Peeters, Leuven, 2001.
  • Signalementen, blz. 81-87:
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> E. Tiggeler. Vraagbaak Nederlands. Sdu, Den Haag, 2001; J. Renkema. Tussen de regels. Het Spectrum, Utrecht, 2000; J. van der Pol. Spellingboek voor iedereen. Sdu, Den Haag, 2000.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> H. Strating-Keurentjes. Lexicale ontwikkeling in het Nederlands van autochtone en allochtone kleuters. Proefschrift KUB, 2000.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> M. Hulsen. Language loss and language
    processing. Three generations of Dutch migrants in New Zealand. Proefschrift KUN, 2000; W. Jansen. Relax! Ons Nederlands toen, nu en straks. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2002; G. Kinds. Een bossie uien en een kilo jappels. Wat wel en niet verandert in het West- Overijssels. Stichting Sasland/IJsselacademie, Groningen/Kampen, 2001; J. Kuitenbrouwer. Totaal Hedenlands. Twintig jaar taaltrends. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2002; P. Wagenaar. Nederengels. De invloed van het Engels op het Nederlands. Elsevier, Den Haag, 2002.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. Caluwe && A. van Santen. Gezocht: Functiebenamingen (m/v). Sdu, Den Haag, 2001.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> Taal in stad en land (13 delen: Amsterdams, Fries en Stadsfries, Gronings, Haags, Leids, Maastrichts, Oost-Brabants, Rotterdams, Stellingwerfs, Utrechts en Veluws en Flevolands, Venloos en Roermonds en Sittards, West- Brabants, Zuid-Gelderse dialecten). Sdu, Den Haag, 2002.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> P. Oosterheert. De breinbaas van Bommelstein. Over de wereld van Marten Toonder. Sdu, Den Haag, 2001.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> A. Abeling. Het groene woordenboek. Sdu, Den Haag, 2002; H. Heikens e.a. Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands. Spelling, uitspraak, buiging, herkomst en betekenis. Sdu, Den Haag, 2002; Kramers woordenboek Nederlands. Het Spectrum, Utrecht, 2002; J. Kruijsen. Woordenboek van de Limburgse dialecten. Dl. III Inleiding Algemene woordenschat sectie 4: De wereld tegenover de mens. Afl. 1 vogels, Afl. 2 overige dieren. Afl. 3 flora. Van Gorcum, Assen, 2001/2002; H. Scholtmeijer. Woordenboek van de Overijsselse dialecten. IJsselacademie, Kampen, 2001; J. Swanenberg. Woordenboek van de Brabantse dialecten. Dl. III Algemene woordenschat sectie 4: De wereld tegenover de mens. Afl. 1 vogels, Afl. 2 overige dieren, Afl. 3 flora. Van Gorcum, Assen, 2001/2002; W. Visser && S. Dyk. Eilander Wezenbuek. Woordenboek van het Schiermonnikoogs. Fryske Akademy, Leeuwarden, 2002; Wurdboek fan de Fryske taal. Woordenboek der Friese taal. Deel 18 ridderlik-siedsprut. Fryske Akademy, Leeuwarden, 2002.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> Jaarverslag 1999 en 2000. INL, Leiden, 2001; Jaarverslag 2001. INL, Leiden, 2002.
    . <Door: Jan Nijen Twilhaar:> N. Lemmens. Spelen met spreuken. Spreuken voor managers. Lemma, Utrecht, 2001.
  • Uit de tijdschriften. Blz. 88-90.
    (Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op het gebied van de taalkunde is verschenen.)
  • Ontvangen boeken. Blz. 91-92.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.36=-=
Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 112, 2002, aflevering 1.
ISSN: 0770-786X.
Gent, 19 maart 2003.

  • Marcel Janssens.
    De heisa rond Belladonna – 1. De Advent, blz. 1-22.
    (Het verhaal van de mediatieke heisa rond een roman van Hugo Claus, Belladanna. Scenes uit het leven in de provincie (1994), kan deel uitmaken van een Nederlandse literatuurgeschiedenis ‘als verhaal’. Het boek kwam te laat voor de boekenbeurs, maar tussen 26 augustus en 5 november 1994 werd een marketing-spektakel opgevoerd rond de nog niet gepubliceerde roman zoals er tevoren in de hedendaagse literaire wereld in de Nederlanden nooit een te beleven viel. Op de aankondiging van het boek en de overhandiging van het manuscript in Antwerpen volgden interviews in de krant, op radio en televisie tussen 28 oktober en 4 november. Het eerste exemplaar werd plechtig door de directeur van De Bezige Bij overhandigd in de Bourla op 3 november. De Tournee Generale ging in tien Vlaamse steden rond tussen 5 en 21 november. Intussen moesten boekhandelaars de bestelde exemplaren in Schelle komen ophalen in de avond van 4 november. Het boek was door de auteur zelf en door journalisten stukgepraat voor recensenten er over konden beginnen te schrijven. Spreker kan over die heisa verder vertellen in een tweede lezing De heisa rond Belladonna, 2 de receptie. In een derde lezing De heisa rond Belladonna, 3 een Lectuur, kan een eigen standpunt verwerkt worden.)
  • August Keersmaekers.
    De andere wereld van Ernest Claes, blz. 23-38.
    (De roman van Ernest Claes Het leven van Herman Coene was geen blijvend succes, integendeel.. Wel werd het eerste deel (1925) zeer gunstig onthaald, maar het tweede (1930) kreeg bitter weinig aandacht. Toch heeft het werk belang en betekenis als verhulde autobiografie: het verhaal van een buitenjongen die zal trouwen met de dochter van een voorname, “adellijke” familie. Het was de literaire verwerking van een droomwereld : de buitenjongen Ernest Claes die door zijn studies en zijn huwelijk aan zijn milieu ontsteeg.)
  • Karel Porteman.
    De vijver van De Swaen, blz. 39-48.
    (In contrast met de soms wat overtrokken voorstellingen van De Swaen als de in het door Frankrijk veroverde Duinkerke ‘versteken’ en zich van zijn vaderland geisoleerd voelende dichter, gaat de lezing in op de literaire connecties en activiteiten van de auteur: zijn optreden als rederijker, de tot zijn vrienden gerichte rijmbrieven en zijn gezaghebbende Neder-Duitsche digtkonde.)
  • Johan van Iseghem.
    Eugeen van Oyes laatste poezieprojecten in 1924, blz. 49-82.
  • Robrecht Lievens.
    De Mariaklacht Quis dabit capiti meo aquam van Oglerius van Trino in het Middelnederlands, blz. 83-126.
  • Jetje De Groof.
    “Langue Flamande”: De Vroege Vlaamse Beweging in 23 Volumes, blz. 127-176.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.37=-=
Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 112, 2002, aflevering 2.
ISSN: 0770-786X.
Gent, 19 maart 2003.

  • Marcel Janssens.
    De heisa rond Belladonna – 2. De receptie, blz. 177-198.
  • Kees Vellekoop.
    Een schakel in de overlevering, De liedekens in de Bundel van Anthonius Ghiselers (Gent, UB, 901-1), blz. 199-208.
  • Luc Daems.
    De Weemoed van het Najaar. Over “Venetiaanse Herfst” van Rose Gronon, blz. 209-228.
  • Erwin Huizenga en Joris Reynaert.
    De Middelnederlandse vertaling van de Chirurgia magna van Lanfranc van Milaan. Een vergelijkende editie van de preliminaire hoofdstukken, blz. 229-370.

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.38=-=
Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 112, 2002, aflevering 3.
ISSN: 0770-786X.
Gent, 19 maart 2003

Themanummer: Roland Willemyns (red.) De taal in Vlaanderen in de 19de eeuw. Historisch-sociolinguistische onderzoekingen.

  • Roland Willemyns.
    Inleiding, blz. 371-380.
  • Roland Willemyns.
    “Liever Hollandsch dan Fransch”: taalcontact en taalconflict in het negentiende-eeuwse Vlaanderen, blz. 381-425.
  • Henk van Daele.
    Leesonderricht in de Vlaamse lagere school, blz. 427-443.
  • Jetje de Groof.
    Een methodologische zoektocht naar de impact van taalplanning en taalpolitiek in Vlaanderen in de lange negentiende eeuw (1795-1914), blz. 445-469
  • Eline Vanhecke.
    Een eeuw ambtelijk taalgebruik: taal, spelling en woordenschat in de verslagen van het Willebroekse schepencollege 1818-1900, blz. 471-488.
  • Dirk Geeraerts.
    De 19de eeuw als lexicale breuklijn, blz. 489-507.
  • Timothy Colleman.
    De benefactieve dubbelobject-constructie in het 19de-eeuwse Nederlands, blz. 509-528.
  • Jaap van der Horst.
    Geschiedenis van een taalnorm: de doorbroken werkwoordelijke eindgroep, blz. 529-556.
  • Tony Fairman.
    Riting these fu lines: English overseers’ correspondence, 1800-1835, blz. 557-573
  • Wim Vandenbussche.
    Van ‘Arbeitersprache’ naar ‘Bildungsstil’. Het Duitse onderzoek naar sociale taalstratificatie in de 19de eeuw, blz. 575-599.

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.39=-=
Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 111, 2001, aflevering 1.
ISSN: 0770-786X.
Gent, 19 maart 2003.

  • Veerle van Conkelberge && Sylvia van Peteghem.
    Index bij “Virginie Lovelings dagboek (1914-1918) In Oorlogsnood”, blz. 1-34.
  • Christine D’haen.
    De dichteres Frieda Verheeke, en nog een literair-historisch probleem, blz. 35-42.
    (Onuitgegeven manuscripten kunnen niet door de literatuurgeschiedenis behandeld worden. Uitgave gebeurt vaak door relaties. Ook recensies zijn afhankelijk van vele toevalligheden en manipulaties. Dat alles maakt literatuurhistorie voor een deel fictief. Frieda Verheeke vertegenwoordigt nog een probleem: stijl. Haar stijl wordt als behorend tot ons verleden (Helene Swarth e.a. tot en met Van Wilderode) beschouwd: zangerig en (te) gevoelig. Naar het inzicht van de spreekster zijn haar gedichten goed, valabel, subtiel, met gebruik van echt poetische middelen, een waardevolle variant van een stijl die nu te zeer ontbreekt: gevoel zonder sentiment, (schijnbaar) naief contact met de natuur. De Academie zou misschien een fonds voor miskende poezie-uitgave kunnen stichten.)
  • Jan Goossens.
    Het Zuidlimburgse landschap bij Hendrik van Veldeke, blz. 43- 70.
    (In Veldekes Servatiuslegende staan drie passages met beschrijvingen van Zuidlimburgse plaatsen: de steden Tongeren en Maastricht en een plaats in de vrije natuur tussen beide steden, waar een mirakel gebeurt. Spreker onderzoekt die onder de aspecten historische topografie, literaire afhankelijkheid en het gebruik van literaire topoi. Wat de historische topografie betreft zijn er indicaties dat de dichter de drie plaatsen persoonlijk kende, hoewel de beschrijving van Tongeren op een toestand in een ver verleden slaat. De plaats tussen beide steden is te identificeren met een nog vandaag aanwijsbare plek op de Dries te Millen. Het onderzoek van de literaire afhankelijkheid leidt tot de stelling dat de dichter naast een Vita-handschrift (een verkorte versie van de Gesta) de Actus van Jocundus als secundaire bron heeft gebruikt. Van de drie beschrijvingen zijn de eerste twee verwant met de middeleeuwse literaire “stedenlof” (laus urbium), de derde met het “ideale landschap” (locus amoenus). Veldeke zwakt echter, behalve in de beschrijving van Maastricht, de literaire kenmerken van de topoi af, kennelijk met de bedoeling ze voor een niet gevormd bedevaarderspubliek meer aanvaardbaar te maken.)
  • Stefaan van den Bremt.
    De dichter Maurice Maeterlinck, en de Middelnederlandse poezie, blz. 71-86.
    (Het is bekend dat Maeterlinck bevriend was met Cyriel Buysse en Ruusbroec vertaald heeft. Minder bekend is hoe hij zich heeft laten beinvloeden door Middelnederlandse volkspoezie. Dat blijkt vooral uit het bundeltje Douze Chansons (1896), dat in 1900 zou uitgroeien tot Quinze Chansons. De “Lied”-rage was typisch voor het Franse fin-de-siecle, maar Maeterlinck beweert dat hij zijn “chansons” aan zijn “terroir flamand” te danken had. Hoewel hij daarmee bewust aan mythevorming deed (hij exploiteerde het exotisme van het Vlaming-zijn voor lezers uit Frankrijk), zijn er duidelijke aanwijzingen dat hij bouwstoffen heeft ontleend aan de Middelnederlandse poezie die in de tweede helft van de 19de eeuw herontdekt werd. Niet alleen schreef hij het toneelstuk Soeur Beatrice, ook het slotlied van de Quinze Chansons verwijst expliciet naar de Beatrijslegende. In het toneellied uit La princesse Isabelle (1935) parafraseert hij “Het waren twee koninghs kindren”. En in lied IX uit de Quinze Chansons is een echo te horen van “Het daghet in den oosten”).
  • Jan Veulemans.
    Haikoe in Vlaanderen, blz. 87-98.
    (Haikoe, oorspronkelijk een Japans gedichtje van 5, 7, 5 lettergrepen, haalt zijn inspiratie in de natuur en is gekenmerkt door zijn uiterste eenvoud. In ons taalgebied heeft het amper een halve eeuw geschiedenis, maar het is erg vitaal gebleken. Er is een Vlaams haikoecentrum met een eigen tijdschrift “Vuursteen”. In verschillende centra leeft bovendien een haikoe-vriendenkring. Wel wijkt in onze gewesten haikoe van zijn oorspronkelijke begrenzing af en vindt men er wijsheden, allegorieen, gelegenheidsteksten en louter persoonlijke emoties. Toch wel een verrijking van de poezie.)
  • Erwin Huizenga.
    Een decennium van artes-studies. Bibliografisch overzicht van publicaties over artes-literatuur sinds 1989, met de nadruk op medioneerlandistiek, blz. 99-164.
  • Joris Reynaert.
    ‘Der vrouwen heimelijcheit’ als secundaire bron in de Zuid- Nederlandse bewerking van de ‘Chirurgia magna’ van Lanfranc van Milaan, blz. 165-188.

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.40=-=
Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 111, 2001, aflevering 2.
ISSN: 0770-786X.
Gent, 19 maart 2003

  • Georges de Schutter, Guido Geerts.
    Uitgave van literaire teksten uit het verleden: respect voor de vorm -herspelling – vertaling?, blz. 189-217.
    (De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde heeft als een prioritair project het uitgeven van teksten gekozen. Daarbij vormen literaire teksten waarvan wordt aangenomen dat ze tot de literaire canon behoren, en die om welke reden ook als cultureel belangrijk aangezien worden, een belangrijke component. Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie, dat door de Vlaamse minister van Cultuur in de schoot van de Academie opgericht is, wordt, zoals elk vergelijkbaar instituut, geconfronteerd met de vraag in welke spelling oudere teksten aangeboden dienen te worden. Voor wetenschappelijke uitgaven ligt het voor de hand dat de spelling gebruikt door de auteur gerespecteerd wordt. Zodra het doelpubliek ruimer bepaald wordt, lijkt die evidentie af te brokkelen: velen zijn van mening dat alleen omgespelde teksten het beoogde doel – leesplezier bezorgen – kunnen dienen. Op verzoek van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie heeft de KANTL zich over het probleem gebogen. Na verschillende besprekingen heeft de Academie het volgende standpunt ingenomen. De argumentatie wordt hier niet in extenso weergegeven. Die verschijnt wel in een uitgebreider artikel in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 111 (2001), aflevering 2. Het advies wijkt in sterke mate af van dat geformuleerd door M. Schenkeveld-van der Dussen: “Stand van zaken: Schopenhauers vloek of het probleem van de herspelling” in Nederlandse Letterkunde 4, 1999, 385-390.)
  • Marcel Janssens.
    Nog een variante van het meervoudige ikverhaal, blz. 207-218.
  • Marcel Janssens.
    Valere Depauw, een VV, blz. 219-232.
    (Valere Depauw (1912 – 1999) is enkele decennien een Bekende Vlaming geweest, nu is hij, zoals nog andere auteurs van zijn generatie, een Vergeten Vlaming geworden. In zijn profiel speelt het Tavi-syndroom een belangrijke rol. Die klucht uit Ronse heeft zijn imago grotendeels voor lange tijd bepaald. Hij schreef ook sociale heimatverhalen, die eveneens als folkloristische volksliteratuur afgestempeld werden. Zijn Vlaams-nationalistisch engagement kwam ook bij vele critici ongelegen. Op latere leeftijd ontdekte hij het magisch- realisme dat hij in zijn beste romans (Op weg naar Montsegur en de trilogie De uiterste hoeksteen) verwerkte. De kritiek reageerde positiever op dat soort teksten. In de literatuurgeschiedenissen en lexica komt zijn naam niet zo vaak voor. Welke is zijn plaats in een geschiedenis van de Nederlandse letterkunde?)
  • Siegfried Theissen.
    Over mannen, lieden, lui en andere mensen – De meervouden van de persoonsnamen op -man: een geval van taal in- /onstabiliteit, blz. 233-258.
    (Dit onderzoek is in eerste instantie gebaseerd op de
    vergelijking van de meervoudsvormen van de substantieven op – man in het WNT, drie drukken van Van Dale (1924, 1976, 1999), twee drukken van de Woordenlijst (1954, 1995) en in de ANS (1997). Hieruit is gebleken dat de instabiliteit van de meervoudsvormen steeds groter geworden is. Aan het eind van de jaren ’90 heeft meer dan 60 &37; van de 80 onderzochte substantieven meer dan een meervoudsuitgang. De geraadpleegde naslagwerken van de jaren ’90 zijn het echter niet eens over de graad van deze instabiliteit: het onderlinge verschil bedraagt 40 &37; en zelfs als men de ANS buiten beschouwing laat, wijken de Woordenlijst en Van Dale nog in 20 &37; van de gevallen van elkaar af. Daarom is nagegaan in hoeverre de uiteenlopende gegevens van deze naslagwerken overeenkomen met de resultaten van een elektronisch corpusonderzoek van twee jaargangen NRC (1993-1994) en acht jaargangen Knack (1991- 1998) – samen meer dan 60 miljoen woorden of meer dan 100.000 teksten. Dit corpusonderzoek heeft grote verschillen tussen Noord en Zuid aan het licht gebracht : het Zuiden wijkt veel sterker af van de drie naslagwerken dan het Noorden maar ook voor het Noorden zijn er meer gevallen van totale afwijking dan van totale overeenstemming. Globaal genomen kan men zeggen dat de uitgang -lieden, ondanks een lichte daling, nog heel sterk staat, dat -lui veel sterker gedaald is en nu zwakker staat dan -lieden, dat -mannen, ondanks het feit dat het niet sekseneutraal is, een sterke stijging gekend heeft (vooral voor namen van moderne beroepen) en dat -mensen sporadisch als substitutiemeervoud gesignaleerd wordt. In het Noorden is de globale voorkeur (in dalende lijn) -lieden > -mannen > -mensen -lui en in het Zuiden -mannen > -lui > -lieden > -mensen. In een volgende druk van de ANS kan er misschien wat meer aandacht aan deze verschillen worden besteed. Ook de keus van de voorbeelden in de ANS is niet altijd accuraat: inderdaad zijn er van ca. 40 &37; van de door de ANS vermelde lemma’s geen voorbeelden gevonden. Daarentegen worden enkele zeer gebruikelijke woorden (beleidsman, hoekman, topman) door de ANS helemaal niet gesignaleerd. Ook de waardeoordelen van de ANS i.v.m. -lieden, dat stilistisch hoger gewaardeerd zou worden dan -lui, dat een wat geringschattende gevoelswaarde zou hebben, zijn door het corpusonderzoek niet bevestigd.)
  • Jean Weisgerber.
    De topografie van het aardse paradijs: du Bartas, Vondel en Milton, blz. 259-276.
    (De drie bewerkingen van het Genesisverhaal vertonen talrijke punten van overeenkomst die in ruime mate door hun gemeenschappelijke oorsprong kunnen worden verklaard. De verschillen zijn echter interessanter. Enerzijds zijn ze toe te schrijven aan de normen van het klassieke toneel (de Lucifer en Adam in ballingschap van Vondel), die de woekering van de beschrijving (in Eden van du Bartas en Paradise Lost van Milton) in de weg staan. Anderzijds aan de chronologie: du Bartas, de oudste, heeft nog niet helemaal het juk van de middeleeuwse traditie afgeworpen. Zo verwerpt hij de jongste astronomie (Copernicus). Milton daarentegen houdt rekening met het Copernicaanse wereldbeeld. Met hem wordt de uitlegging van de natuurverschijnselen een onafgebroken onderzoekingsproces dat nooit ten einde loopt. Wat de tuinarchitectuur betreft, ontwerpt du Bartas de Hof van Eden als een renaissancetuin (Philibert Delorme), Milton reeds als een landscape garden (Stowe).)
  • Roland Willemyns.
    Inzichten en desiderata in verband met de historiografie van het Nederlands, blz. 277-298.
    (“Over de geschiedenis van het Nederlands in Vlaanderen na de zestiende eeuw”, zegt de spreker, “weten we zo goed als niets”. Naar aanleiding van zijn boek over de Geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden, dat nog in 2001 zal verschijnen, worden in de lezing dan enkele problemen en onderzoeksdesiderata besproken. De spreker heeft het over de primaire en secundaire bronnen die hij voor de verschillende tijdvakken heeft gebruikt en besteedt ook aandacht aan de vele soorten informatie die ons niet ter beschikking staan. Hij beklemtoont dat we terug moeten naar de bronnen en de originele secundaire literatuur in plaats van tweede- handscitaten en geclicheerde opinies telkens weer over te nemen. Hij concludeert dat een interuniversitaire en interdisciplinaire samenwerking nodig zal zijn als we binnen een niet al te lange tijd een behoorlijke, wetenschappelijk gefundeerde interne en externe geschiedenis van het Nederlands in Vlaanderen tot stand willen zien komen.)
  • Willy L. Braekman.
    Vakkennis van een Antwerps scribent, miniaturist en etser (ca. 1600), blz. 299-322.
  • Wim Vandenbussche.
    Nederlands als prestigetaal voor de Brugse upper class in de 19de eeuw?, blz. 323-340.

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.41=-=
Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jaargang 111, 2001, aflevering 3.
ISSN: 0770-786X.
Gent, 19 maart 2003

Themanummer: Edward Vanhoutte (red.) Talig Erfgoed. De Zuidelijke Nederlanden in de 14de eeuw.

Lezingen gehouden op het Colloquium Middeleeuwse Nederlandse teksten uit de zuidelijke Nederlanden op 18 mei 2001 Het niet-literaire talige erfgoed uit de zuidelijke Nederlanden, dat vanaf de 13de eeuw tot nu in geschreven vorm en vanaf het tweede kwart van de twintigste eeuw ook in gesproken vorm tot ons is gekomen, vormt een essentieel onderdeel van het collectieve geheugen van onze contreien. Sommige delen daarvan zijn goed bekend, maar vooral voor wat tussen de 14de en de 18de eeuw geschreven is, is dat maar fragmentarisch. In opvolging van het monumentale Corpus Gijsseling heeft de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in 2001 een project opgezet in verband met 14de-eeuwse ambtelijke taal. Naar aanleiding hiervan werd op 18 mei 2001 het druk bijgewoonde colloquium Talig Erfgoed gehouden, waarop specialisten uit binnen- en buitenland o.a. de noden van de corpusbouw en de uitgave van middelnederlandse teksten uit alle mogelijke genres (van oorkondetaal tot literaire taal) belichtten, verschillende toepassingen van een dergelijk corpus van 14de-eeuwse teksten uit de zuidelijke Nederlanden illustreerden, en de relevantie en mogelijkheden van humanities computing bij dit alles aantoonden. Voor de publicatie van deze bundel werd er geopteerd om niet de letterlijke weergave van de respectievelijke lezingen af te drukken. De auteurs werden bereid gevonden hun studiedagbijdrage te bewerken, te updaten met nieuw materiaal, en soms zelfs volledig te herschrijven. Het resultaat is een boeiende verzameling studies die het 14de-eeuwse talig erfgoed confronteert met haar verleden… en haar toekomst.

  • Edward Vanhoutte.
    Vooraf, blz. 345-346.
  • Georges de Schutter.
    Het talige erfgoed van Vlaanderen. Een inleiding vol onvervulde wensen, blz. 347-360.
  • Marc Boone.
    Spreken de bronnen? Bedenkingen van een historicus bij een corpus van laatmiddeleeuwse Nederlandse teksten, blz. 361-381.
  • Amand Berteloot.
    De bronnen en hun taal, blz. 383-392.
  • Johan Taeldeman.
    Drie segmenteringsaspecten met betrekking tot de opbouw van een corpus van oude teksten (in casu 14de-eeuwse oorkonden), blz. 393-398.
  • Pieter van Reenen.
    Het 14de-eeuwse Middelnederlandse oorkondencorpus als dynamisch-systematisch referentiekader voor taalkundig onderzoek, blz. 399-412.
  • Jozef van Loon.
    Op zoek naar de ideale tekst, blz. 413-430.
  • Tom De Herdt.
    Een hulpprogramma voor manuele lemmatisering van oudere teksten, p. 431-443.
  • Edward Vanhoutte.
    Literaire tekstedities, talig erfgoedonderzoek en humanities computing in Vlaanderen, blz. 445-459.
(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-Neder-L-bericht, no. 0303.42=-=

*-------------Redacteurs--tijdschriftenoverzicht--Neder-L-----------------*
| de Boekenwereld:         Marja Smolenaars <m.smolenaars@wanadoo.nl>     |
| Cahiers voor een Lezer:  Reinder Storm <Reinder.Storm@kb.nl>            |
| Gezelliana:              Piet Couttenier <Piet.Couttenier@ufsia.ac.be>  |
| Gramma/TTT:              Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>      |
| Leuvense Bijdragen:      Hans Smessaert                                 |
|                                    <Hans.Smessaert@arts.kuleuven.ac.be> |
| Literatuur:              Jose Rekers <jjrekers@hotmail.com>             |
| Literatuur Zonder        Bea Ros <Bea@Zunneberg-Ros.nl>                 |
|   Leeftijd:                                                             |
| Mededelingen Stichting   Frank van Lamoen <f.v.lamoen@hccnet.nl>        |
|   Jacob Campo Weyerman:                                                 |
| Meesterwerk:             Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Moer:                    Herman Giesbers <H.Giesbers@let.kun.nl>        |
| Over Multatuli:          Reinder Storm <Reinder.Storm@kb.nl>            |
| Naamkunde:               Tanneke Schoonheim <schoonheim@inl.nl>         |
| Nederlandse Letterkunde: Marja Geesink <msg@xs4all.nl>                  |
| Nederlandse Taalkunde:   Corrie de Haan <c.de.haan@let.leidenuniv.nl>   |
| Neerlandica Extra Muros: Olga van Marion                                |
|                                        <o.van.marion@let.leidenuniv.nl> |
| de Negentiende Eeuw:     Jan Stroop <J.Stroop@hum.uva.nl>               |
| Ons Erfdeel:             Jaap van Veen <JaapJvanVeen@cs.com>            |
| Ons Geestelijk Erf:      Thom Mertens <thom.mertens@ufsia.ac.be>        |
| Onze Taal:               Jac Aarts <j.aarts@chello.nl>                  |
| de Parelduiker:          Wieneke 't Hoen <Wieneke.t.Hoen@chi.knaw.nl>   |
| de Poeziekrant:          Fleur Speet <fspeet@hetnet.nl>                 |
| Queeste:                 ... Een nieuwe redacteur wordt gezocht ...     |
| Spiegel der Letteren:    Betty van Wonderen                             |
|                                         <Betty=van=Wonderen@uba.uva.nl> |
| Taal en Tongval:         Roland de Bonth, <salemans@baserv.uci.kun.nl>  |
| Tabu:                    Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>       |
| Tekst[blad]:             Judith Mulder <tekst.en.uitleg@wxs.nl>         |
| TNTL:                    Karina van Dalen-Oskam                         |
|                                         <Karina.van.Dalen@niwi.knaw.nl> |
| Tijdschrift voor         ... Een nieuwe redacteur wordt gezocht ...     |
|   Taalbeheersing                                                        |
| Tydskrif vir Nederlands  Jean Jordaan <rgo_anas@rgo.sun.ac.za>          |
|   en Afrikaans:                                                         |
| Vaktaal:                 Guido Leerdam <G.Leerdam@dienst.vu.nl>         |
| Verslagen KANTL:         Edward Vanhoutte <evanhoutte@kantl.be>         |
| Vonk:                    Rita Rymenans <rymenans@uia.ua.ac.be>          |
| Vooys:                   Redactie Vooys <vooys@let.uu.nl>               |
| de Zeventiende Eeuw:     Ton Harmsen <a.j.e.harmsen@let.leidenuniv.nl>  |
| ZL:                      Geert Swaenepoel <geertswaenepoel@hotmail.com> |
| Zwart Water              Helene Gelens <zwartwater@planet.nl>           |
*-------------------------------------------------------------------------*


(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://www.neder-l.nl/                      |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@neder-l.nl, naar         |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Marc.van.Oostendorp@meertens.knaw.nl of naar |
|   P.A.Coppen@let.kun.nl                                                 |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 0303.c --------------------------*