Neder-L, no. 0303.b

Subject: Neder-L, no. 0303.b
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Sun, 30 Mar 2003 22:12:02 +0100
Content-Type:text/plain
*********************
*-Elfde-jaargang----------- Neder-L, no. 0303.b -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 0303.13: Evenementenagenda, met:                               |
|                   - Symposium rond herinstelling bijzondere leerstoel   |
|                     Zuid-Afrikaans, vr 11 april 2003 (Amsterdam)        |
|                   - Inaugurele rede prof. dr. E. Jansen, vr 11 april    |
|                     2003 (Amsterdam)                                    |
|                   - Colloquium van het Amsterdams Centrum voor de       |
|                     Studie van de Gouden Eeuw, do 3 april 2003 (A'dam)  |
|                   - 14e Wibautworkshop door Jeannette van der Stelt:    |
|                     'Leren je mondje te roeren. Gesprekken met jonge    |
|                     kinderen', wo 2 april 2003 (Amsterdam)              |
|                   - Brandt Corstius gastschrijver TU Delft, wo 2        |
|                     april - do 22 mei 2003 (Delft)                      |
|                   - Tentoonstelling over H.Th. Wijdeveld, za 22         |
|                     maart - zo 22 juni 2003 (Den Haag)                  |
|                   - Beurs 'DRUKsel', za 26 - zo 27 april 2003 (Gent)    |
|                   - Opvoering 'Wederzijds Huwelijksbedrog', vr 2 en za  |
|                     3 mei 2003 (Heemstede)                              |
|                   - Antiquarenbeurs, za 5 - zo 6 april 2003 (Leiden)    |
|                   - Lezing prof. dr. W. Gerritsen 'Boethius in          |
|                     handschrift en druk', wo 2 april 2003 (Leiden)      |
|                   - Boekpresentatie Middelburgse Stadsdichter Chawwa    |
|                     Wijnberg, zo 6 april 2003 (Middelburg)              |
|                   - Oratie Frits van Oostrom als Universiteits-         |
|                     hoogleraar: 'Academische kwesties. Van middeleeuwse |
|                     literatuur naar universiteit en maatschappij', do   |
|                     15 mei 2003 (Utrecht)                               |
|                   - Antiquarenbeurs, za 10 - zo 11 mei 2003 (Utrecht)   |
| (2) Vac: 0303.14: Vacature voor wetenschappelijk medewerker voor        |
|                   project Ivo Michiels bij het Centrum voor Teksteditie |
|                   en Bronnenstudie (KANTL) te Gent (deadline: vr 11     |
|                   april 2003)                                           |
| (3) Vac: 0303.15: Vacature voor een universitair docent Schriftelijke   |
|                   Taalbeheersing aan de VU Amsterdam (deadline: zo 30   |
|                   maart 2003)                                           |
| (4) Rub: 0303.16: Hora est! Promoties L. Sabourin op do 13 maart 2003   |
|                   te Groningen; I. Wellens op ma 31 maart 2003 te       |
|                   Nijmegen, J. van den Elsen op do 10 april 2003 te     |
|                   Nijmegen, en M. Rem op do 24 april 2003 te Amsterdam  |
| (5) Web: 0303.17: Cumulatief Oorlogswoordenboek Tweede Golfoorlog op    |
|                   www.taalbank.nl                                       |
| (6) Med: 0303.18: Overleden: Adriaan van der Veen (1916-2003), Isaac    |
|                   Faro, ps. voor Cornelis Israel (1922-2003) en         |
|                   Cornelius Onno Jellema (1936-2003)                    |
| (7) Med: 0303.19: Oproep publiek voor opname 'Tien voor Taal' op wo 4   |
|                   april 2003                                            |
| (8) Med: 0303.20: Registratietermijn Taalunieproject VIP-Term verlengd  |
|                   tot wo 9 april 2003                                   |
| (9) Med: 0303.21: Eredoctoraat UvA voor Kees Fens; uitreiking op 8      |
|                   januari 2004 te Amsterdam                             |
|(10) Med: 0303.22: Legermuseum verwerft 17e-eeuws plaatboek over         |
|                   krijgskundige opvattingen van prins Maurits           |
|(11) Med: 0303.23: Master Boekwetenschap en Handschriftenkunde in        |
|                   Amsterdam (UVA)                                       |
|(12) Med: 0303.24: Middag 'Dichter bij Meander' rond literaire e-zine    |
|                   Meander op zo 6 april 2003 te Den Haag                |
|(13) Med: 0303.25: Lezingendag Nederlandse afdeling Societe Rencesvals   |
|                   over Karelepiek in Skandinavie op za 12 april 2003 te |
|                   Utrecht                                               |
|(14) Sym: 0303.26: Congres Werkgroep Zeventiende Eeuw 'Friese cultuur in |
|                   de eeuw van Gysbert Japix', do 28 - vr 29 augustus    |
|                   2003, te Leeuwarden                                   |
|(15) Ten: 0303.27: Tentoonstelling 'Speelruimte - 1000 jaar theater.NL'  |
|                   t/m 1 april 2005 tot 1 april 2005 in Amsterdam        |
|(16) Lit: 0303.28: Pas verschenen: Anna E.C. Simoni. The Ostend story.   |
|                   Early tales of the great siege and the mediating role |
|                   of Henrick van Haestens. ('t Goy-Houten, 2003)        |
|(17) Col: 0303.29: Column Willem Kuiper, no. 62: De Noormannen in Breda  |
|(18) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     ------------30-maart-2003-*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 21 Mar 2003 09:05:54 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030313.html
Subject: Rub: 0303.13: Evenementenagenda

=================
Evenementenagenda
=================


AMSTERDAM, Singelkerk, Singel 454

Symposium rond herinstelling bijzondere leerstoel Zuid-Afrikaans, vrijdag 11 april 2003, 10.00-12.00 uur.

  • Ter gelegenheid van de herinstelling van de bijzondere leerstoel Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam wordt door de Afdeling Neerlandistiek van de Faculteit der Geesteswetenschappen een symposium georganiseerd waar zullen spreken dr. Marijke Barend-Van Haeften en prof. dr. Bert Paasman over ‘De Kaap: Goede Hoop halverwege Indie’, dr. Sief Veltkamp over de geschiedenis van de leerstoel, Adriaan van Dis over zijn studie Zuid-Afrikaanse letterkunde en Zoe Wicomb over ‘Writing a new South Africa’. Aanmelden voor 7 april bij Marina de Vries, +31 (0)20-5253391, secr.mnl.ntk@hum.uva.nl, Leerstoelgroep Moderne Nederlandse Letterkunde, Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam.

AMSTERDAM, Aula Universiteit van Amsterdam, Singel 411

Inaugurele rede prof. dr. E. Jansen, vrijdag 11 april 2003, 14.30 uur.

  • Inaugurele rede van mevrouw prof. dr. Ena Jansen, vanwege de Stichting tot bevordering van de studie van taal, letterkunde, cultuur en geschiedenis van Zuid-Afrika benoemd tot bijzonder hoogleraar in de Zuid-Afrikaanse letterkunde.

AMSTERDAM, Universiteit van Amsterdam, Bungehuis zaal 1.01, Spuistraat 210

Colloquium van het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw, donderdag 3 april 2003, 16.00-17.30 uur.

  • Professor Benjamin Kaplan (University College London) spreekt over ‘”Mixed Marriage” and the Practice of Religious Toleration in the Dutch Republic: A Comparative Approach’.

AMSTERDAM, Studio Taalwetenchap, Wibautstraat 3

14e Wibautworkshop, woensdag 2 april 2003, 15.00 uur

  • Workshop over taalontwikkeling, taalstoornissen, taalverandering en tweetaligheid. Dr. Jeannette van der Stelt (Universiteit van Amsterdam) spreekt over ‘Leren je mondje te roeren. Gesprekken met jonge kinderen’. Inlichtingen +31 (0)20-5961130; e-mail: info@studiotaalwetenschap.nl.

DELFT, Technische Universiteit

Brandt Corstius gastschrijver TU Delft, woensdag 2 april t/m donderdag 22 mei 2003.

  • Auteur en wiskundige Hugo Brandt Corstius is de derde gastschrijver aan de TU Delft. Het programma omvat zeven colleges over het thema ‘Techniek en Taal’. Het gastschrijverschap begint met een openbaar hoorcollege. De lezingen worden georganiseerd i.s.m. de K.L. Poll-stichting voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap (OKW) en Studium Generale. Inlichtingen: +31 (0)15-2788213; e-mail: m.j.vankoppen-westra@tudelft.nl.

DEN HAAG, Museum Meermanno, Prinsessegracht 30

Tentoonstelling over H.Th. Wijdeveld, zaterdag 22 maart t/m zondag 22 juni 2003, di.-vr. 11.00-17.00 uur, za.-zo. 12.00-17.00 uur.

  • Tentoonstelling ‘H.Th. Wijdeveld; art deco-ontwerpen op papier’ met typografisch werk van architect Wijdeveld en enkele navolgers als Anton Kurvers en Fre Cohen. Nadere informatie: http://www.meermanno.nl.

GENT, Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark

DRUKsel, beurs van boekenmakers, bibliofiele drukkers en kleine uitgevers, zaterdag 26 – zondag 27 april 2003.

  • Op zaterdag lezingen door Dirk van Bastelaere en de vormgever Geert Setola. Op zondag door Anneke Brassinga en de schilder Robert Devriendt. Een tentoonstelling toont een selectie uit de boekenproductie van Jozef Cantre. Ter gelegenheid van de beurs geeft DRUKsel nieuw werk uit van Dirk van Bastelaere en Anneke Brassinga. . Inkom is gratis. Nadere info: http://www.druksel.be

HEEMSTEDE, Theater De Luifel, Herenweg 96

Opvoering ‘Wederzijds Huwelijksbedrog’, vrijdag 2 en zaterdag 3 mei 2003, 20.15 uur.

  • De Letterlievende Vereniging J.J. Cremer speelt ‘Het wederzijds huwelijksbedrog’ van Pieter Langendijk. Langendijk was zijn halve leven factor van de Rederijkerskamer Trou Moet Blijcken, en omdat dit voorjaar deze Haarlemse Rederijkerskamer 500 jaar bestaat, heeft J.J. Cremer voor dit stuk uit 1714 gekozen. Het wordt een commedia dell’ arte-achtige voorstelling onder regie van Ko van Leeuwen. Kaarten voor deze voorstellingen (EUR 7,00 p.p) kunt u telefonisch reserveren bij Ans Windhorst, +31 (0)23-5581791 of Hans Kluit 023-5293517.

LEIDEN, Pieterskerk

Antiquarenbeurs, zaterdag 5 en zondag 6 april 2003, 11.00-17.00 uur.

  • Antiquarenbeurs, georganiseerd door de Bond van Handelaren in Oude Boeken. Toegang EUR 3,00. Zie ook Internet http://www.antiqbook.nl/bob.

LEIDEN, Universiteit Leiden, WSD-complex, Cleveringaplaats 1

Lezing prof. dr. W. Gerritsen, woensdag 2 april 2003, 18.45 uur.

  • In de lezingenserie ‘Tot publycque dienst der studie’ van Studium Generale Leiden, i.s.m. het Scaliger Instituut, over actueel onderzoek in de Leidse academische collecties spreekt prof. dr. W. Gerritsen over ‘Boethius in handschrift en druk’. Inlichtingen: +31 (0)71-5277283; e-mail: JE.Molenaar@ics.leidenuniv.nl.

MIDDELBURG, De Drvkkery, Markt 51

Boekpresentatie Middelburgse Stadsdichter Chawwa Wijnberg, zondag 6 april 2003, 15.30-17.00 uur.

  • Presentatie van de nieuwe dichtbundel van de Stadsdichter van Middelburg, Chawwa Wijnberg: ‘Echo van de Roos’ (uitgeverij In de Knipscheer). Lejo Schenk, directeur van het Tropenmuseum, stelt auteur en boek voor. Mr. J.M. Schouwenaar, burgemeester van Middelburg, neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Het Trio Mimoun speelt klezmermuziek. Chawwa Wijnberg leest voor en signeert.

UTRECHT, Academiegebouw, Domplein

Oratie Frits van Oostrom als Universiteitshoogleraar: ‘Academische kwesties. Van middeleeuwse literatuur naar universiteit en maatschappij’, donderdag 15 mei 2003, 16.15 uur.

  • Sinds 1850 hebben vijf geleerden zich gewaagd aan een geschiedenis van de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Wat kenmerkt hun werk (dat vaak veel persoonlijker is dan de status van een standaardwerk doet vermoeden)? Waarom is langzamerhand een zesde poging gerechtvaardigd, en zelfs enigszins urgent? En tenslotte: in hoeverre is dit een parabel over andere academische kwesties, zoals de plaats van de letteren in onze samenleving en van de universiteit in Nederland?

UTRECHT, Jaarbeurs, Beatrixhal en Expohal

Antiquarenbeurs, zaterdag 10 mei, 10.00-17.00 uur en zondag 11 mei 2003, 10.00-17.00 uur.

  • Antiquarenbeurs, georganiseerd door de Bond van Handelaren in Oude Boeken. Toegang EUR 5,00. Zie ook Internet http://www.antiqbook.nl/bob.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 26 Mar 2003 13:29:39 +0100
From: Edward Vanhoutte <evanhoutte@kantl.be>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030314.html
Subject: Vac: 0303.14: Vacature voor wetenschappelijk medewerker voor project Ivo Michiels bij het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (KANTL) te Gent (deadline: vr 11 april 2003)

===================
Vacature KANTL Gent
===================

Vacatures bij het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie 2003: http://www.kantl.be/ctb/staff/vacature.htm

Oproep tot kandidaatstelling

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde werft t.b.v. het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie een contractueel wetenschappelijk medewerker aan in de rang van wetenschappelijk attache, voor de periode van 6 maanden, in een voltijdse betrekking, voor het project ‘Geannoteerde leesuitgave van Ivo Michiels’ literatuurkritische opstellen in Het Handelsblad (november 1948 – oktober 1957)’.

Profiel van de kandidaat:

  • Licentiaat Germaanse Talen, optie: Nederlandse literatuur of gelijkgesteld diploma met aantoonbare specialisatie/opleiding in de moderne Nederlandse literatuur.
  • Kennis van editietechniek en moderne editietheorie, vertrouwd met archiefonderzoek en annotatiepraktijk.
  • Kennis van Vlaamse en Nederlandse literatuur (jaren veertig en vijftig).
  • Stressbestendig, kunnen omgaan met strikte deadlines, helder kunnen rapporteren.

Beschrijving van het project:
Zie http://www.kantl.be/ctb/project/2003/michiels.htm

Aanvangsdatum:
1 mei 2003

De onderzoeker wordt tewerkgesteld in het gebouw van de Academie, Koningstraat 18 Gent, maar kan, naargelang van de behoeften ook op andere locaties onderzoek verrichten.

De betaling gebeurt volgens salarisschaal A 165 (wetenschappelijk attache bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap).

Houders van een doctoraatsdiploma komen niet in aanmerking.

Kandidaatstellingen moeten per e-mail toekomen en bevestigd worden per aangetekende brief. Kandidaatstellingen richten aan:

Prof. dr. G. De Schutter,
Vast Secretaris van de KANTL
Koningstraat 18
9000 Gent
info@kantl.be

en dienen ten laatste op vrijdag 11 april voor 10 u. toe te komen.

De positief gerangschikte kandidaten worden uitgenodigd voor een gesprek op donderdag 17 april 2003 in de voormiddag. De uitgenodigde kandidaten zullen gepolst worden over hun vertrouwdheid met de Vlaamse en Nederlandse literatuur van de jaren veertig en vijftig in het algemeen en het oeuvre van Ivo Michiels in het bijzonder.

Orienterende leeslijst:

  • Ton Anbeek, Na de oorlog. De Nederlandse roman 1945-1960, Amsterdam, 1986.
  • Hugo Bousset, Grenzen verleggen. De Vlaamse prozaliteratuur 1970-1986 I. Trends, II. Profielen, Antwerpen, 1986.
  • Hugo Brems en Dirk de Geest, Wij bloeien maar bloeien vergeefs. Poezie in Vlaanderen 1945-1955, Leuven/Amersfoort, 1988.
  • Hugo Brems en Dirk de Geest, Barbaar in mijn mond. Poezie in Vlaanderen 1955-1965, Leuven/Amersfoort, 1989.
  • G.J. van Bork en N. Laan (red.), Twee eeuwen literatuurgeschiedenis. Poeticale opvattingen in de Nederlandse literatuur, Groningen, 1986.
  • Jean Weisgerber, Aspecten van de Vlaamse roman 1927-1960, Amsterdam, 1968.

Contactpersoon: Edward Vanhoutte, tel: +32 (0)9/265.93.51, fax:
+32 (0)9/265.93.49, e-mail: evanhoutte@kantl.be

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 17 Mar 2003 09:31:58 +0100
From: Wilbert Spooren <w.spooren@let.vu.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030315.html
Subject: Vac: 0303.15: Vacature voor een universitair docent Schriftelijke Taalbeheersing aan de VU Amsterdam (deadline: zo 30 maart 2003)

=====================
Vacature VU Amsterdam
=====================

Universitair docent
Schriftelijke Taalbeheersing
voor de leerstoelgroep
Taal & Communicatie v/m
Voor 28 uur per week
Vacaturenummer: 1303.2003046

De leerstoelgroep Taal & Communicatie van de afdeling Nederlands van de Faculteit der Letteren zoekt een universitair docent met als taak het verzorgen van onderwijs en het verrichten van onderzoek. De leerstoelgroep richt zich op onderwijs en onderzoek op het terrein van de taalbeheersing, waarbij de groep taalbeheersing opvat als de verbinding tussen taalkunde en communicatiewetenschap. Het onderwijs en het onderzoek van de leerstoelgroep Taal & Communicatie kenmerken zich door de analyse van specifiek talige aspecten van schriftelijk en mondeling taalgebruik in conventionele en nieuwe media en door de empirische toetsing van voorstellen voor optimalisering van taalgebruik. De leerstoelgroep levert onderwijs aan de opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur (NTC, Letteren), Communicatie- en Informatiewetenschappen (CIW, Letteren) en Communicatiewetenschap (CW, Sociaal-Culturele Wetenschappen). Bij NTC is dat onderwijs vooral gericht op tekst- en gespreksanalyse en tekst- en gespreksoptimalisering, stoelend op taalkundige inzichten. Bij CIW is dat onderwijs vooral gericht op aspecten van oraliteit en geletterdheid in het communicatieproces. Bij CW richt dat onderwijs zich op beeld- en tekstanalyse.

Taak

In het onderwijs ligt de nadruk op het verzorgen van colleges aan studenten van de opleidingen NTC en CIW op het terrein van de schriftelijke taalbeheersing, zowel op Ba- als op Ma-niveau. Ook wordt u geacht stages en scripties te begeleiden. In de leerstoelgroep wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit en optimalisering van communicatie in met name institutionele contexten. Binnen dit kader richt uw onderzoek zich op de rol van schriftelijke communicatie.

Functie-eisen

U bent een gepromoveerde taalkundige, taalbeheerser of tekstwetenschapper met expertise op het terrein van tekstontwerp en tekstkwaliteit in relatie tot tekstgenre. Expertise op het terrein van journalistiek taalgebruik wordt bijzonder op prijs gesteld. U heeft het Nederlands als moedertaal en u heeft een aantoonbare belangstelling voor het Nederlands als onderzoeksobject. U heeft de potentie en de bereidheid regelmatig te publiceren in nationale en internationale tijdschriften. U heeft belangstelling voor zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. U bent een enthousiasmerend docent, inzetbaar op Ba- en Ma-niveau. U past goed in het bestaande team.

Salaris

Afhankelijk van opleiding en ervaring maximaal EUR 4.490,- bruto per maand (salarisschaal 12) bij volledige werktijd.

Bijzonderheden

De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor een periode van 1 jaar. Bij gebleken geschiktheid volgt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Wij bieden aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden die u via een keuzemodel aan uw eigen wensen kunt aanpassen. Bij een volledig dienstverband beschikt u jaarlijks over minimaal 43 verlofdagen. Op de website kunt u onze arbeidsvoorwaarden uitgebreid terugvinden (http://www.vu.nl/vacatures). Het geven van een proefcollege kan onderdeel uitmaken van de procedure.

Informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer prof. dr. W. Spooren, hoogleraar Taal & Communicatie, tel. +31 (0)20-444.65.72 (b.g.g. +31 (0)73-613.56.76).
Schriftelijke sollicitaties onder vermelding van het vacaturenummer linksboven op brief en envelop, binnen veertien dagen na het verschijnen van deze advertentie, te richten aan de Vrije Universiteit, Faculteit der Letteren, t.a.v. dr. B. Weltens, directeur bedrijfsvoering, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam of per e-mail vacature@let.vu.nl

Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld.

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 25 Mar 2003 17:35:14 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030316.html
Subject: Rub: 0303.16: Hora est! Promoties L. Sabourin op do 13 maart 2003 te Groningen; I. Wellens op ma 31 maart 2003 te Nijmegen, Juliette van den Elsen op do 10 april 2003 te Nijmegen, en Margrit Rem op do 24 april 2003 te Amsterdam

=========
Hora est!
=========

Donderdag 13 maart 2003, Rijkuniversiteit Groningen
Mevrouw L.L. Sabourin: ‘Moedertaal legt ondergrond voor verwerving vreemde taal’.
Promotor: prof. dr. G.J. de Haan.


Maandag 31 maart 2003, Katholieke Universiteit Nijmegen.
I.H.W. Wellens: ‘An Arabic Creole in Africa: The Nubi Language of Uganda’.
Promotoren: prof. dr. C.H.M. Versteegh, prof. dr. M. Woidich.

De geschiedenis van de Nubi begint rond 1820 wanneer Arabischtalige militairen en handelaars vertrekken vanuit Egypte om de zuidelijke gebieden aan de Nijl te ontginnen. De gelederen worden versterkt door lokale Sudanese mannen, vrouwen en kinderen. De Arabischtalige officieren en handelaars gebruiken een gebroken variant van het Arabisch met hun ondergeschikten. In 1885 trekt een groep van Arabischtalige en lokale Sudanezen zich terug bij het Albertmeer in het huidige Uganda. Hun taal is de voorloper van het huidige Nubi.

Momenteel leven in Kenia en Uganda zo’n 25.000 Nubi-sprekers. Nubi wordt over het algemeen een Arabische creooltaal genoemd: Arabisch, want zonn 90 procent van de woordenschat is van Arabische oorsprong (Egyptisch en Sudanees Arabisch), en een creooltaal, omdat vele kenmerken van structuur, ontstaan en ontwikkeling lijken op die van bekende creooltalen. Het proefschrift van mevr. Wellens biedt een beschrijving van het Nubi zoals het nu wordt gesproken in verschillende delen van Uganda, inclusief historische en taalkundige achtergronden.


Donderdag 10 april 2003, Katholieke Universiteit Nijmegen.
Juliette van den Elsen: ‘Monsters, demonen en occulte krachten. De journalistieke perceptie van magische en wonderbaarlijke verschijnselen in de vroege verlichting, 1684-1727 .
Promotoren: Prof. dr. J.A.H. Bots, prof. dr. J.M.M.H. Thijssen

Wat kan de vroegmoderne geletterden en geleerden ertoe hebben gebracht uitvoerig te redetwisten over wichelroedelopers die misdadigers zouden weten op te sporen, over de vraag of de zieleroerselen van een zwangere vrouw het lichaam van de foetus konden veranderen, over wonderdokters die met een geheim poeder hun patienten op afstand zouden kunnen genezen, of over de werkzaamheid van demonen in de natuur? Deze vraag vormt het onderwerp van deze studie over het intellectuele leven van de vroege Verlichting. Uit de in deze periode veelgelezen geletterdentijdschriften blijkt, dat debatten over wonderbaarlijke, magische of occulte verschijnselen allerminst in strijd waren met het vroegmoderne wetenschappelijke rationalisme; zij vormden juist een wezenlijk aspect van de toenmalige intellectuele cultuur. Het is dan ook onmogelijk om hedendaagse criteria voor het onderscheid tussen rationeel en irrationeel, of tussen wetenschappelijk en pseudo-wetenschappelijk of bijgelovig, onversneden op het verleden toe te passen. (Juliette van den Elsen is per e-mail bereikbaar: zjuul@eudoramail.com.)


Donderdag 24 april 2003, 15.45 uur, Vrije Universiteit Amsterdam.
Margrit Rem: ‘De taal van de klerken uit de Hollandse grafelijke kanselarij (1300-1340). Naar een lokaliseringsprocedure voor het veertiende-eeuws Middelnederlands’.
Promotor: prof. dr. P.Th. van Reenen. Copromotoren: dr. M.J. Mulder en dr. E. Wattel.

Samenvatting dissertatie ‘De taal van de klerken uit de Hollandse grafelijke kanselarij (1300-1340). Naar een lokaliseringsprocedure voor het veertiende-eeuws Middelnederlands’

In deze studie staat het taalgebruik van de klerken van de graaf van Holland (1300-1340) centraal. Waar komen de klerken die werkzaam waren binnen de Hollandse grafelijke kanselarij dialectaal gezien vandaan? Hoewel de graaf en de grafelijke kanselarij aan het begin van de veertiende eeuw nog ambulant waren, bevonden zij zich ook vaak in Den Haag. De lokalisering van het dialect van de klerken vindt plaats met behulp van een op de computer ontwikkelde lokaliseringsprocedure. Dialectvarianten van grafelijke scribenten worden vergeleken met overeenkomstige varianten uit 2700 veertiende-eeuwse oorkonden. Deze oorkonden zijn afkomstig uit het gehele Middelnederlandstalige gebied. De ontwikkelde lokaliseringsmethode kan overigens ook ingezet worden om andere veertiende-eeuwse teksten van onbekende herkomst te lokaliseren.

Uit het onderzoek blijkt onder andere dat het dialectgebruik binnen de kanselarij in haar geheel lijkt op het dialectgebruik in het zuiden van Holland. Vooral in Dordrecht wordt een hoge mate van overeenkomst gemeten. Dit hoeft ons niet te verbazen, omdat ook al uit eerder, niet-taalkundig, onderzoek is gebleken dat er rechtstreekse verbanden zijn tussen de kanselarij en Dordrecht. Zo is de grafelijke klerk Melis Stoke werkzaam geweest in Dordrecht, voordat hij in grafelijke dienst kwam. Wanneer we het dialect van de klerken afzonderlijk analyseren dan blijkt dat de ene klerk wat zuidelijker georienteerd is dan de andere. Alle scribenten hebben echter een westelijk profiel. De klerken bezitten allemaal multidialectale vaardigheden. Hiermee wordt bedoeld dat ze ieder in meer of mindere mate gebruik maken van dialectvarianten uit (ver) uiteenliggende gebieden. Daarnaast blijkt onder meer dat er al een kanselarijtaal tot ontwikkeling komt.

Dit boek, met veel foto’s van oorkonden en dialectkaarten, is een aanrader voor iedereen die geinteresseerd is in het Middelnederlands, de geschiedenis van de Nederlandse taal, corpusanalyse en het lokaliseren van Middelnederlandse teksten. Daarnaast heeft deze studie ook veel te bieden voor een ieder die belangstelling heeft voor de geschiedenis van Holland, de Hollandse grafelijke kanselarij en Middeleeuwse schrijfcentra in het algemeen.

Het fraai uitgevoerde boek (EUR 50,00 excl. verzendkosten) is te bestellen bij de Stichting Neerlandistiek VU, Faculteit der Letteren, Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105 1081 HV Amsterdam (ISBN 90-72365-73-9), of bij Nodus Publikationen, Postfach 5725, D-48031 Munster. (Het Duitse ISBN is 3-89323-447-0.)

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sun, 30 Mar 2003 12:12:19 +0200
From: Taalbank <info@taalbank.nl>, via Marc@vanOostendorp.nl
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030317.html
Subject: Web: 0303.17: Cumulatief Oorlogswoordenboek Tweede Golfoorlog op www.taalbank.nl

===============================================
Cumulatief Oorlogswoordenboek Tweede Golfoorlog
===============================================

Van ‘Bagdadograd’ tot ‘Stalingrad aan de Tigris’ en van ‘As van de wezels’ tot ‘bodybag-syndroom’: deze termen vindt u in het ‘cumulatief oorlogswoordenboek “Tweede golfoorlog”‘ op http://www.taalbank.nl.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 21 Mar 2003 09:05:54 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030318.html
Subject: Med: 0303.18: Overleden: Adriaan van der Veen (1916-2003), Isaac Faro, ps. voor Cornelis Israel (1922-2003) en Cornelius Onno Jellema (1936-2003)

=========
Overleden
=========

Op 7 maart 2003 overleed te Den Haag de schrijver en journalist Adriaan van der Veen (* 16 december 1916 te Venray). Door toedoen van Jan Greshoff kwam Van der Veen als journalist terecht bij het Hollandsch Weekblad; tijdens de oorlog was hij correspondent voor Het Vaderland in Amerika; na de oorlog werd hij redacteur letteren bij de NRC tot 1979. Verder was hij redacteur van Werk en Criterium. Als romanschrijver was hij actief tot 1985. In 1953 kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs voor ‘Het wilde feest’ (1952), in 1966 de Anna Blaman-prijs voor ‘Een idealist’ (1965) en in 1976 de Vijverberg-prijs voor ‘In liefdesnaam’ (1975). Onder het pseudoniem Robert J. Moreland wijdde hij een ‘Portrait of a Dutch poet’ aan Greshoff. Zie ook http://www.dbnl.org/tekst/bork001nede01/veen001.htm.

Op 7 maart 2003 overleed de schrijver Isaac Faro, pseudoniem voor Cornelis Israel (* 17 juni 1922 te Amsterdam). Na zijn late debuut (1961) met ‘Heksen huilen niet, of de oranje pyama’ schreef de tot register-ingenieur opgeleide Faro o.a. de schelmenroman ‘De knagende worm’ (1964), ‘De rokkenjagers’ (1963), ‘Damesverhalen’ (1966), ‘Inspio-Lisa'(1968) en ‘De vrouwenclub’ (1971). Tot 1972 publiceerde hij regelmatig in het Hollands Maandblad. Zie ook http://www.dbnl.org/tekst/bork001nede01/faro001.htm.

Op 19 maart 2003 overleed te Leens de dichter Cornelius Onno Jellema (* 9 september 1936 te Groningen). Jellema debuteerde met de bundel ‘Klein Gloria en andere gedichten’ (1961). Voor ‘De toren van Snelson’ (1983) kreeg hij de Herman Gorter-prijs 1984. Daar tussenin verschenen de bundels ‘Tijdverblijf’ (1971), ‘Een eng cocon’ (1975) en ‘De schaar van het vergeten’ (1981). De germanist Jellema vertaalde werk van Meister Eckhart en Johannes Tauler. Onlangs nog verscheen zijn laatste bundel ‘Stemtest’ bij Querido.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 25 Mar 2003 12:06:22 +0100
From: Natascha Hoppenbrouwer <Natascha.hoppenbrouwer@endemol.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030319.html
Subject: Med: 0303.19: Oproep publiek voor opname 'Tien voor Taal' op wo 4 april 2003

==============================
Oproep publiek Tien voor Taal!
==============================

Wilt u getuige zijn van een taalstrijd tussen Nederlanders en onze Zuiderburen?

In het programma 10 voor Taal, gepresenteerd door Anita Witzier en Marcel Vanthilt, staan er twee teams tegenover elkaar.

Drie bekende Nederlanders, en drie bekende Vlamingen zullen onderworpen worden aan een spannende taaltest. Hierbij is natuurlijk de vraag of onze zuiderburen meer kennis hebben van de Nederlandse taal, of dat het toch de Nederlanders zijn die onze eigen taal beter beheersen. Lijkt het u leuk om een opname bij te wonen van 10 voor Taal, reageert u dan snel.

Ons telefoonnummer is 0900-300.1420, EUR 0,10 per minuut. Een gezellige middag gegarandeerd! Er zijn echter maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

Opnamedatum: 4 april, 10:15 uur – 13:00 uur (gasten: Ook dat nog team!)

Natascha Hoppenbrouwer
Afd. Publiekswerving en -voorlichting
Endemol Nederland B.V

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 24 Mar 2003 12:31:16 +0100
From: Albert de Klein <adeklein@ntu.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030320.html
Subject: Med: 0303.20: Registratietermijn Taalunieproject VIP-Term verlengd tot wo 9 april 2003

=======================================================================
Verlenging registratietermijn Taalunieproject VIP-Term tot 9 april 2003
=======================================================================

Op 28 februari 2003 publiceerde de Nederlandse Taalunie op haar website (http://www.taalunie.org/_/actueel/nieuws/03viptermoproep.html) en in Neder-L 0302.18 een oproep tot registratie van belangstelling inzake de ‘Ontwikkeling van een informatievoorziening via het internet ten behoeve van Nederlandstalige terminologie en Nederlandstalig terminologiewerk’. Het project heeft de roepnaam VIP-Term. De oorspronkelijke termijn voor het indienen van reacties was vastgesteld op 15 maart 2003.

Het Algemeen Secretariaat heeft na overleg met en instemming van de Commissie Terminologie besloten de termijn voor het indienen van reacties te verlengen van 16 maart tot en met 9 april 2003, om op die manier aan meer potentiele gegadigden de kans te bieden om hun belangstelling voor uitvoering van het project kenbaar te maken.

Voor meer informatie over het project en de gunningsprocedure verwijzen wij belangstellenden naar de eerdere oproep van 28 februari 2003 en de bijbehorende, aanklikbare informatiebestanden.

De indieningsformaliteiten blijven dezelfde, met dien verstande dat de vermelde datum van 15 maart 2003 vervangen moet worden door 9 april 2003.

De indieners van reacties binnen de eerste termijn zullen over de beslissing tot verlenging worden geinformeerd.

Nederlandse Taalunie
Lange Voorhout 19
Postbus 10595
2501 HN Den Haag
Tel +31-70-346.95.48
Fax +31-70-365.98.18

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 22 Mar 2003 17:49:11 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030321.html
Subject: Med: 0303.21: Eredoctoraat UvA voor Kees Fens; uitreiking op 8 januari 2004 te Amsterdam

===============================
Eredoctoraat UvA voor Kees Fens
===============================

De Universiteit van Amsterdam (UvA) verleent een eredoctoraat aan emeritus hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde Kees Fens. Fens, vooral bekend als invloedrijk criticus en literatuurbeschouwer, ontvangt het eredoctoraat met name vanwege zijn literaire kritieken en zijn grote invloed op de Nederlandse letteren. Het eredoctoraat wordt uitgereikt tijdens de viering van de Dies van de UvA op 8 januari 2004.

Kees Fens (1929) kan worden beschouwd als de invloedrijkste Nederlandse literatuurcriticus van de laatste decennia. Zijn invloed op het literaire leven in Nederland is buitengewoon groot. Zijn maandagochtendrubriek in de Volkskrant was tientallen jaren lang de standaard voor de Nederlandse literaire kritiek. Hij heeft vele schrijvers onder de aandacht van het grote publiek gebracht en veel academische proefschriften hebben door zijn stukken de brede interesse gekregen die ze verdienden.

Als redacteur en oprichter van het literaire tijdschrift Merlyn stond Fens aan de basis van de academische close reading en analyse van literaire teksten, een methode die zijn waarde heeft bewezen voor moderne, klassieke en bijbelteksten. Close reading is nog altijd een belangrijk onderdeel van colleges tekstinterpretatie. Zijn benoeming in 1982 tot hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen heeft ertoe geleid dat zijn werk nog in importantie toenam. Diverse studies op het gebied van de internationale literatuur stammen uit die periode. Zijn wetenschappelijke status blijkt verder uit vele door hem verzorgde bloemlezingen en edities, en uit zijn essays (bijvoorbeeld over T.S. Eliot). Zijn essays De eigenzinnigheid van de literatuur en De gevestigde chaos zijn klassiekers van de literatuurbeschouwing geworden.

Kees Fens, een geboren Amsterdammer, werkte van 1959 tot 1982 als leraar Nederlands. Zijn eerste literaire kritieken schreef hij voor het katholieke weekblad De Linie in 1955. In 1960 stapte hij over naar het dagblad De Tijd. In 1962 richtte hij samen met anderen het literaire tijdschrift Merlyn op. Sinds 1968 schrijft hij voor de Volkskrant, tot 1977 als vast criticus. Vanaf die tijd schrijft hij over boeken van zijn voorkeur en andere onderwerpen. In 2002 was hij gastcriticus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Fens heeft voor zijn literaire kritieken diverse prijzen ontvangen, waaronder de P. C. Hooftprijs in 1990, en is erelid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 21 Mar 2003 18:40:34 +0100
From: L. Sloos, via P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030322.html
Subject: Med: 0303.22: Legermuseum verwerft 17e-eeuws plaatboek over krijgskundige opvattingen van prins Maurits

===========================================================
Legermuseum verwerft 17e-eeuws plaatboek over krijgskundige opvattingen van prins Maurits
===========================================================

Het Legermuseum te Delft heeft zijn militair-historische bibliotheek en mediatheek weten uit te breiden met een zeventiende-eeuws militair plaatboek: De Nassausche Wapen-handelinge. Dit boek geeft een uniek beeld van overigens minder bekende, opmerkelijke krijgskundige ideeen van prins Maurits uit de Tachtigjarige Oorlog. Kortweg bepleit het de invoering van het schild bij het voetvolk van het Staatse leger. Prins Maurits deed eind zestiende eeuw succesvolle proeven met deze legerhervorming. De auteur en illustrator, de Haagse schilder Adam van Breen (ca. 1585-1640), maakte dit werk in 1618 naar eigen zeggen ‘uit genegenheid en dank voor Maurits’.

Het museum kocht het rijk geillustreerde en uiterst zeldzame boek, voluit De Nassausche Wapen-handelinge, van schilt, spies, rappier, ende targe; beyde figuerlick afgebeelt, ende gestelt na de nieu ordening des Doorluchtigen ende Hoochgeboren Vorstes Maurits van Nassau … getiteld, in Frankrijk. Het verscheen in 1618 tegelijkertijd in Nederlandse, Franse en Duitse uitvoering – het Legermuseum verwierf een Franstalig exemplaar.

Het boek bevat zevenenveertig prachtige decoratieve platen waarop drieenzestig figuren staan afgebeeld. Deze werden getekend door de Haagse schilder Adam van Breen (ca. 1585-1640). Hij heeft deze vervolgens, naar eigen zeggen uit genegenheid en dank voor Maurits’ ‘Princelicke Studien’ op militair gebied tijdens de Tachtigjarige Oorlog, laten graveren en drukken ‘tot voor-plantinghe van [de] nieuwe Nassavsche Wapen-Handelinghe’. Hij liet daarbij deze foliant op zijn naam zetten. De bekende Amsterdamse antiquaar Frederik Muller schreef reeds in 1882 over De Nassausche Wapen-handelinge: ‘Zeer fraai plaatwerk, wat vooral compleet hoogst zelden voorkomt’.

In De Nassausche Wapen-handelinge wordt de invoering van het schild (de rondas en de targe, respectievelijk ronde en rechthoekige schilden) bij het voetvolk van het Staatse leger gepropageerd. Een bron uit die tijd doet verslag van de proeven naar Grieks en Romeins voorbeeld die Prins Maurits hiermee eind zestiende eeuw deed. Hij liet onder meer zijn lijfwacht met schilden uitrusten; deze fungeert in het boek als voorbeeld.

De historische betekenis van dit boek blijkt onder meer uit het feit, dat Willem IV in 1749 een exemplaar terugkocht op een veiling van de bibliotheek van Willem III. Eerder was het door collaterale successie in bezit gekomen van Frederik de Grote.

Uit het jaar waarin het boek verscheen dateert ook een geschilderd groepsportret van Maurits en Frederik Hendrik met gevolg, tegen de achtergrond van ijsvermaak op de Haagse Vijverberg. Op de voorgrond staat een groep hellebaardiers. Dit portret is eveneens van de hand van Van Breen en berust in het Rijksmuseum. Dit duidt op een zeker verband tussen Maurits’ experimenten, de militaire waarde die hij toekende aan het schild bij het voetvolk en de totstandkoming van dit boek.

Er verscheen in 1618 zelfs een lofdicht op De Nassausche Wapen-handelinge.
De passage aangaande het schild luidt:

Dus vvapent uvven arm: doet aen dees vreemde wiecken,
En vliecht den vyandt in: dus vellet uvve piecken,
Dus biedt hun ’t stalen punt: dus berght u in u schilt:
Dus handelt u ghevveer, dus met u dagge [=degen/wapen] drillt.

Het boek is vanaf heden te bezichtigen in de aanwinstenvitrine van het Legermuseum; vanwege de kwetsbaarheid van het materiaal wordt het slechts drie maanden tentoongesteld. Daarna is het op verzoek in te zien in de studiezaal van het museum.

L. Sloos

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 21 Mar 2003 09:05:54 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030323.html
Subject: Med: 0303.23: Master Boekwetenschap en Handschriftenkunde in Amsterdam (UVA)

========================================================
Master Boekwetenschap en Handschriftenkunde in Amsterdam
========================================================

In welk vakgebied je ook studeert – alpha, beta of gamma: alle primaire en secundaire teksten zijn overgeleverd in druk of handschrift, en al die teksten hebben twee aspecten: naast inhoud ook vorm. Waarom zien die handschriften en boeken eruit zoals ze eruit zien? Waarom kiezen vormgevers voor die bepaalde vorm en welke effecten heeft die vorm op de lezer en op de tekst? Waarom zijn zowel de bijbel als triviale teksten in hetzelfde lettertype gedrukt? Waarom zijn de meeste reisteksten in Nederland in quarto-formaat en in Frankrijk in kleinere formaten gedrukt? Waarom zetten uitgevers tegenwoordig bijna altijd een foto van de auteur op het omslag?

Bij Boekwetenschap en Handschriftenkunde leer je op een nieuwe, vaak verrassende wijze kijken naar het boek als object, leer je methoden en technieken om onvermoede aspecten van boeken en de daarin aanwezige teksten aan het licht te brengen. Je houdt je bezig met de communicatie tussen auteur, mecenas, censor, kopiist, drukker, uitgever, vormgever, illustrator, boekhandelaar, binder, bibliotheek en lezer in verleden en heden.

De ingangseis voor een master Boekwetenschap en Handschriftenkunde aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam is een bachelor in geesteswetenschappen.

Zie voor nadere informatie ook de site van Boekwetenschap en Handschriftenkunde: http://www.hum.uva.nl/bookmaster en mail naar: boekwetenschap@hum.uva.nl.

Inschrijven dient te geschieden voor 1 juni 2003. Het inschrijfformulier vraag je aan bij: Service & Informatiecentrum, Binnengasthuisstraat 9, 1012 ZA Amsterdam, +31 (0)20-525.8080, e-mail: info@uva.nl.

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 24 Mar 2003 14:06:52 +0100
From: Edith de Gilde <gilde.ee@wanadoo.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030324.html
Subject: Med: 0303.24: Middag 'Dichter bij Meander' rond literaire e-zine Meander op zo 6 april 2003 te Den Haag

============================
Middag ‘Dichter bij Meander’
============================

Op zondagmiddag 6 april a.s. brengt het literaire e-zine Meander (http://meander.italics.net) voor het eerst in zijn ruim zevenjarig bestaan een zestal van zijn beste en meest productieve auteurs en een viertal medewerkers op de planken. Onder de vleugels van de zondichtmiddag van SLAG (Stichting Literaire Aktiviteiten ’s Gravenhage) treden de dichters Ann Tronquo, Anneke Haasnoot, Atze van Wieren, Hans Puttenstein, Philip Hoorne en Rob Passchier voor u op. Van de medewerkers treden voor het voetlicht: Annette van den Bosch, Edith de Gilde, Joop Leibbrand (hij verzorgt ook de presentatie) en Milla van der Have.

U krijgt op deze middag een eenvoudige ‘reader’ mee, waarin de optredende dichters aan u worden voorgesteld met een keuze uit hun gedichten. Muzikale intermezzo’s worden verzorgd door DNW (De Naakte Waarheid), een speciaal voor deze gelegenheid geformeerd bluesrocktrio bestaand uit Edwin van der Beek, Harry Zomerhuis en Peter de Jong.

Meander is al jaren een begrip in poezieminnend internetland. Niet voor niets zijn er zo’n 5400 abonnees. Op 6 april krijgt u een unieke gelegenheid Meander ‘live’ te ontmoeten.

Datum en tijd: zondag 6 april 2003, 14 uur (zaal open 13.30 uur)
Plaats: Theatercafe-restaurant Toussaint, Toussaintkade 21, Den Haag
Entree: EUR 4,50, scholieren en senioren betalen EUR 3,50
Bij wijze van hoge uitzondering is er deze middag geen open podium.
Zie ook http://www.denhaag.org/~slag/agenda.html

(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 19 Mar 2003 23:35:20 +0100
From: Jacqueline de Ruiter <J.deRuiter@bookmark.demon.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030325.html
Subject: Med: 0303.25: Lezingendag Nederlandse afdeling Societe Rencesvals over Karelepiek in Skandinavie op za 12 april 2003 te Utrecht

===================================================
Lezingendag Nederlandse afdeling Societe Rencesvals
===================================================

De Nederlandse afdeling van de Societe Rencesvals (http://www.bookmark.demon.nl) organiseert op zaterdag 12 april in Utrecht een lezingendag. Het ochtendprogramma tot en met de lunch is openbaar. ’s Middags wordt in besloten gezelschap de huishoudelijke vergadering van de afdeling gehouden.

Het thema van de lezingen is de Karelepiek in Skandinavie. Sprekers zijn mevrouw prof.dr. Kramarz-Bein en drs. Jacqueline de Ruiter. Mw. Kramarz-Bein is hoogleraar Skandinavistiek aan de Universiteit van Munster en houdt zich onder andere bezig met cyclusvorming. Haar lezing is in het Duits, maar de discussie kan in het Nederlands worden gevoerd. De Utrechtse medieviste Jacqueline de Ruiter is gespecialiseerd op de Skandinavische ‘Karel ende Elegast’ versie.

Programma van het openbaar gedeelte

10.30u – 11.00u Koffie en conversatie
11.00u – 11.05u Opening door de voorzitter
11.05u – 11.45u Prof.dr. S. Kramarz-Bein:
Die altnordische Karlsdichtung. Das Beispiel der ‘Karlamagnus saga og kappa hans’.
11.45u – 12.30u Jacqueline de Ruiter
Ontdekken of ontmaskeren; wat is belangrijker bij een complot?
12.30u – 13.30u Lunch

Wie ter voorbereiding wat wil lezen over het literaire milieu rond de ‘Karlamagnus saga’ en de andere “riddarasogur” die tijdens de regeerperiode van Hakon Hakonssons uit het Frans werden vertaald kan terecht bij het oude, maar nog steeds relevante Henry Goddard Leach, ‘Angevin Britain and Scandinavia’. Cambridge/ London, 1921.

Deelname is kosteloos, maar met oog op de lunch verzoeken wij u uiterlijk 10 april te laten weten of u aanwezig zult zijn. Opgave en informatie: +31 (0)30-2734012 of rencesvals@bookmark.demon.nl

Jacqueline de Ruiter
(Secretaris van de Nederlandse afdeling van de Societe Rencesvals)

(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: maandag 24 maart 2003 21:23
From: Philippus Breuker <ph.breuker@hetnet.nl>, via piet.verkruijsse@hum.uva.nl
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030326.html
Subject: Sym: 0303.26: Congres Werkgroep Zeventiende Eeuw 'Friese cultuur in de eeuw van Gysbert Japix', do 28 - vr 29 augustus 2003, te Leeuwarden

=======================================================
Friese cultuur in de eeuw van Gysbert Japix
Donderdag 28 en vrijdag 29 augustus 2003
Fryske Akademy Leeuwarden
Organisatie: Werkgroep Zeventiende Eeuw, Fryske Akademy
=======================================================

Het congres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw is dit jaar gewijd aan de Friese cultuur. Dat gebeurt in samenwerking met de Fryske Akademy. Aanleiding om Friesland centraal te stellen is de herdenking van Gysbert Japix, de grote Friestalige dichter van de zeventiende eeuw, die vierhonderd jaar geleden geboren werd. Er is een gevarieerd programma gemaakt, waarin ook plaats is voor een bezoek aan het Fries Museum en waarin zeventiende-eeuwse muziek ten gehore wordt gebracht. De negentien lezingen die er gehouden worden, gaan over een verscheidenheid aan onderwerpen. Verdeeld over twee dagen en gegroepeerd binnen zes thema’s komen behalve de grondlegger van de Friestalige letterkunde zelf, uiteraard ook de Franeker Academie en het Stadhouderlijk Hof aan bod. Zij hebben het gezicht van de Friese cultuur immers in grote mate bepaald. Maar dat deden op hun manier ook Godsdienst, Muziek en Kunst, die daarom ook elk een groep van lezingen zullen vormen.

De lezingen duren elk twintig a vijfentwintig minuten, waarna er steeds aansluitend korte tijd beschikbaar is voor discussie. Er zijn lezingen in het Nederlands en het Fries. Bij de lezingen in het Fries zal een schriftelijke samenvatting in het Nederlands beschikbaar zijn.

Locatie:
It Aljemint, Doelestraat 4, Leeuwarden

Organiserend comite:
Philippus Breuker, voorzitter (UvA/ Fryske Akademy), Louis Peter Grijp (Meertensinstituut/ UU), Ton Harmsen (UL), Chris Heesakkers (em. UL),
Huigen Leeflang (Rijksmuseum Amsterdam), Jo Spaans (UvA).

Inschrijving:
Zie inliggend formulier

PROGRAMMA


28 augustus 2003

11.00 Ontvangst en koffie
11.30 Opening door dr. L.G. Jansma, Fryske Akademy, mede namens Werkgroep Zeventiende eeuw

Godsdienst – voorzitter: Jo Spaans
11.45 W.Th.M. Frijhoff, Hoe religieus was religie in Gysbert Japix’ tijd?
12.15 W.J. op ’t Hof, Nadere Reformatie in Friesland?
12.45 Mirjam de Baar, “Vriesland, zynde van de wereldsche gezelschappen en van sommige andere ongemakken meer bevryd”: de vestiging van de Labadisten in Wieuwerd (1675-1732)
13.15 Lunch en pauze

Muziek – voorzitter: Louis Peter Grijp, c.q. Lammert Jansma
14.30 R. Rasch, De Vredemans: een Friese familie van muzikanten en kunstenaars
15.00 L.P. Grijp, De Friese nachtegaal: over zangcultuur in Friesland in de Gouden Eeuw

Hofcultuur – voorzitter: Ton Harmsen
15.30 Yme Kuiper, De Friese adel en de Nassaus in het zicht van de hofcultuur en de politieke cultuur (1650-1675)
16.00 Thee
16.15 Annemarth Sterringa, Ph.E. Vegelin van Claerbergen als secretaris en hofmeester aan het Friese stadhouderlijke hof
16.45 Minke van der Ploeg-Posthumus, De intocht van Willem Frederik en Albertine Agnes (1652)
17.15 G.H. Janssen, Het hof van Willem Frederik van Nassau-Dietz

18.45 Ontvangst Fries Museum
19.15 Buffet
20.45 Programma in het Fries Museum (Camerata Trajectina; bezichtiging collectie Fries Museum)


29 augustus 2003

9.15 Koffie

Academisch leven – voorzitter: Chris Heesakkers
9.30 Piter van Tuinen, Dy gouwe Kredinse: Gysbert Japix en “dy Rectoare Gutberleth”
10.00 S. Sybrandy, De Franeker hoogleraren in de welsprekendheid en geschiedenis als redenaar bij gebeurtenissen in het huis van de Friese Nassaus
10.30 Lydia Wierda, Literatuur in Franeker bibliotheken in de 17de eeuw
11.00 Koffie
Gysbert Japix en andere Friese schrijvers – voorzitter: Philippus Breuker
11.15 Frits van der Kuip, Gysbert Japix en it sprekwurd
11.45 Olga van Marion, De heldinnenbrief bij Gysbert Japix
12.15 Tentoonstelling Gysbert Japix, Tresoar
12.45 Lunch en pauze
13.45 Nelleke Moser, De kapitein in zijn labyrint, of: wie is Haring van Harinxma?
14.15 Frans Blom, Constantijn Huygens’ contacten met Friese dichters

Kunst – voorzitter: Huigen Leeflang
14.45 R.E.O. Ekkart, Portretschilderkunst in Friesland in de zeventiende eeuw
15.15 Thee
15.30 Piet Bakker, Was de Friese schilderkunst in de Gouden Eeuw vooral portretkunst?
16.00 Hessel Miedema, De foarmjouwing fan de iere Fryske skiedskriuwing

16.30 Afsluiting congres
16.35 Uitreiking scriptieprijs Zeventiende eeuw
16.45 Borrel


INSCHRIJFFORMULIER
Friese cultuur in de eeuw van Gysbert Japix

Inschrijving

Het congres vindt plaats op donderdag 28 en vrijdag 29 augustus 2003 in het zalencentrum van de Fryske Akademy, It Aljemint, Doelestraat 4, Leeuwarden. De kosten, inclusief lunch, bedragen: euro 30 voor leden van de Werkgroep Zeventiende Eeuw en voor leden/stipers van de Fryske Akademy; EUR 35 voor niet-leden; en EUR 25 voor studenten. Het buffet, waarvoor men zich apart moet inschrijven, kost EUR 25.
U kunt zich opgeven bij mevrouw Grada van der Meulen, Fryske Akademy Ljouwert, Postbus 54, 8900 AB Leeuwarden, e-mail: gvdmeulen@fa.knaw.nl
Gelieve gelijktijdig het verschuldigde bedrag over te maken ten name van de Fryske Akademy te Leeuwarden onder vermelding van “Friese cultuur.”

Inschrijven liefst zo spoedig mogelijk en in ieder geval voor 1 augustus.

Inschrijfformulier
Friese cultuur in de eeuw van Gysbert Japix

Naam:

Adres:

Postcode, plaats:

Telefoon:
E-mail:
Aantal personen:

schrijft zich in voor

  • het congres Friese cultuur in de eeuw van Gysbert Japix, donderdag 28 en vrijdag 29 augustus 2003, Fryske Akademy Leeuwarden.
  • buffet: ja/nee

Ik machtig hierbij de Fryske Akademy voor een keer het bedrag ad EUR … af te schrijven van mijn rekeningnummer ……… / ik betaal via www.Fryske-Akademy.nl (doorhalen wat niet van toepassing is).

Datum:

Handtekening:

(15)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 27 Mar 2003 16:56:14 +-100
From: Jennemiek Leijssen <jennemiekl@tin.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030327.html
Subject: Ten: 0303.27: Tentoonstelling 'Speelruimte - 1000 jaar theater.NL' t/m 1 april 2005 tot 1 april 2005 in Amsterdam

=============================================
Expositie over 1000 jaar theater in Nederland
=============================================

Tot 1 april 2005 is in het Theatermuseum van Theater Instituut Nederland (TIN) de tentoonstelling ‘Speelruimte – 1000 jaar theater.NL’ te zien: een unieke expositie over duizend jaar theater in Nederland. Van rondtrekkende komedianten op het marktplein in de vroege middeleeuwen tot het experimentele theater van nu.

In deze tentoonstelling is een zaal helemaal gewijd aan het rederijkerstoneel. Naast het beroemde schilderij van Pieter Balten (Vlaamse boerenkermis, waarop ‘De Cluyte van Plaeyerwater’ wordt opgevoerd) uit de tweede helft van de 16e eeuw, en een origineel rederijkersblazoen, zijn er in deze zaal tijdelijk een aantal rederijkersboekjes en -handschriften tentoongesteld die maar zelden bij elkaar te zien zijn. Uit Munchen is bijvoorbeeld de allereerste druk van ‘Mariken van Nieumeghen’ overgekomen , in 1515 door Vorsterman in Antwerpen gedrukt. Daarnaast liggen er een ‘Elckerlijc-editie’ uit 1501, het Antwerpse regiehandschrift van de ‘Cluyte van Playerwater’ en de toneelrollen van ‘Lanseloet van Denemerken’, ooit in het bezit geweest van de rederijkerskamer ‘De Fiolieren’ uit ‘s-Gravenpolder. De tentoonstelling ‘Speelruimte’ blijft weliswaar te bezichtigen tot april 2005, maar een aantal van deze boekjes en handschriften zullen eind mei 2003 weer in de depots van de bruikleengevers verdwijnen.

Rond de tentoonstelling zijn veel educatieve programma’s georganiseerd. Tevens is een historische theaterwandeling door Amsterdam uitgezet, die u voert langs een aantal markante plaatsen uit de Amsterdamse theatergeschiedenis

Adres:
Theater Instituut Nederland
Herengracht 168
1016 BP Amsterdam
Nederland

Openingstijden:
Maandag tot en met Vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur
Zaterdag en Zondag van 13.00 tot 17.00 uur

Nadere informatie:
http://www.tin.nl (klik op ‘Theatermuseum’)

(16)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 21 Mar 2003 18:40:34 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030328.html
Subject: Lit: 0303.28: Pas verschenen: Anna E.C. Simoni. The Ostend story. Early tales of the great siege and the mediating role of Henrick van Haestens. ('t Goy-Houten, 2003)

==============
Pas verschenen
==============

Anna E.C. Simoni. The Ostend story. Early tales of the great siege and the mediating role of Henrick van Haestens. ’t Goy-Houten: HES & De Graaf Publishers, 2003. EUR 75,00; cloth, with fullcolour dustjacket, ill., 232 pp. (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica, vol. XXXVIII); ISBN 90-6194-159-8.

Behalve de beroemde ‘Slag bij Nieuwpoort’ in 1600, heeft er op het oorlogstoneel van de Tachtigjarige oorlog in het begin van de zeventiende eeuw in West-Vlaanderen nog een niet minder tot de verbeelding sprekende gebeurtenis plaatsgevonden: de belegering van Ostende van 1601 tot 1604. Ook daarbij speelde Maurits een hoofdrol en hoewel de afloop minder succesvol voor de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was dan de slag bij Nieuwpoort, heeft deze belegering die uiteindelijk resulteerde in een Spaanse verovering van een inmiddels verlaten en totaal verwoeste stad, toch een grote indruk achtergelaten in de Noordelijke Nederlanden. De meest vreemde oorlogsmachines werden uitgetest en verschillende nieuwe militaire belegeringstechnieken werden toegepast. Er werd zelfs algemeen gesproken van ‘de Universiteit van Ostende’, waarmee aangegeven werd dat de gebeurtenissen rond de belegering van Ostende uit militair gezichtspunt een interessante leerschool vormden. Talrijk waren bovendien de geruchten en ‘sterke verhalen’ die de ronde deden, bijvoorbeeld de legende van een soldaat in het Spaanse leger die een vrouw bleek te zijn.

Dr. Simoni geeft in dit boek een gedetailleerd en stimulerend verslag van de wijze waarop en de vorm waarin de verhalen over deze schokkende gebeurtenissen kort na de afloop van de belegering op schrift gesteld werden, het Noorden bereikten en daar ook gedrukt werden. In de Republiek lieten de berichten zo’n grote indruk achter dat ‘Ostende’ een van de meest bekende wapenfeiten van de lange vrijheidsstrijd tegen Spanje kon worden. Het boek is daarmee een prachtig voorbeeld geworden van de receptiegeschiedenis van een belangrijke historische gebeurtenis uit onze nationale geschiedenis.

Zeer gedetailleerd wordt de centrale rol behandeld die de Leidse drukker en uitgever Henrick van Haestens inneemt bij de beeldvorming van de belegering. In niet minder dan drie uitgaven doet hij verslag van de krijgshandelingen. De eerste verscheen in 1613, gevolgd door een nieuwe druk in 1614 – beide uitgegeven en gedrukt door Van Haestens zelf – en een Franse vertaling in 1615, uitgegeven door Louis Elzevier, maar gedrukt door Van Haestens. De verschillende uitgaven worden geanalyseerd en met elkaar vergeleken. Dr. Simoni maakt duidelijk dat Van Haestens – zonder dat te vermelden – gebruik gemaakt heeft van een Franse vertaling van een oorspronkelijk in het Duits uitgegeven anoniem ooggetuigeverslag uit 1604-1605. Ook het onafhankelijk van deze uitgaven in 1621 bij Aert van Meurs in Den Haag verschenen werk van Philips Fleming wordt bij het onderzoek betrokken. Het verslag van Fleming die de belegering in dienst van de opeenvolgende bevelhebbers zelf heeft meegemaakt, wordt door de moderne historici als verreweg het meest betrouwbaar beschouwd. Toch concludeert Dr. Simoni dat Van Haestens’ uitgaven een belangrijker plaats verdienen dan tot nu toe aangenomen werd. Veel van zijn materiaal dat elders niet gevonden wordt, heeft hij waarschijnlijk verzameld in de uitgebreide bibliotheek van zijn beroemde stadgenoot Petrus Scriverius.

Van Haestens heeft talrijke gedichten in zijn uitgaven opgenomen – o.a. van Daniel Heinsius en Hugo de Groot – waarvan slechts een klein gedeelte tevoren reeds gedrukt was. Deze gedichten worden uitvoerig becommentarieerd en geciteerd (en vertaald). Het blijkt dat deze gedichten een integraal deel uitmaken van de uitgaven. Dat geldt evenzeer voor de illustraties – bijvoorbeeld van de gebruikte indrukwekkende belegeringswerktuigen – die onderzocht worden op inhoud en ontstaansgeschiedenis. In aparte appendices komen nog een belangwekkende brief van Justus Lipsius uit 1604 over de belegering door Maurits van Sluis, waarin ook Ostende aan de orde komt, en een bijzondere militaire plattegrond van Ostende van de hand van Walter Morgan (Wolff) aan de orde.

De auteur heeft met dit boek een belangrijke bijdrage geleverd aan de geschiedenis, iconografie en vooral receptiegeschiedenis van een van de geruchtmakendste gebeurtenissen uit de Tachtigjarige oorlog.

Dr. Simoni is meer dan 30 jaar werkzaam geweest in het Department Printed Books van de British Library waar zij de sectie Nederlands heeft opgezet. Talrijke publicaties van haar hand verschenen over het in de Nederlanden gedrukte boek, waarvan ‘Publish and be free. A catalogue of clandestine books printed in the Netherlands 1940-1945 in the British Library’ (London, etc. 1975), de ‘Catalogue of books from the Low Countries 1601-1621 in the British Library’ (London 1990) en ‘Printing as resistance’ (Leiden 1995) de bekendste zijn. Gedurende al die tijd is Dr. Simoni aanspreekpunt en zeer gerespecteerde steun en toeverlaat geweest voor alle Nederlandse boekhistorici die nooit tevergeefs bij haar aanklopten als zij vragen hadden over het Nederlandse boek in Engeland. Haar vanzelfsprekende generositeit en vriendschap werd in 1991 geeerd met een Liber amicorum waaraan veel Nederlandse (boek)historici hun bijdrage hebben geleverd: ‘Across the narrow seas. Studies in the history and bibliography of Britain and the Low Countries’.

(17)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 28 Mar 2003 21:29:03 +0100
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
URL artikel: http://www.neder-l.nl/bulletin/2003/03/030329.html
Subject: Col: 0303.29: Column Willem Kuiper, no. 62: De Noormannen in Breda

====================================================
Column Willem Kuiper, no. 62: De Noormannen in Breda
====================================================

Er was eens een koning van Denemarken die Magnus heette. Magnus zat er warmpjes bij, financieel wel te verstaan. Hij had alle heidenen in zijn land verslagen en onteigend, en was zo een vermogend man geworden. Dit kwam David de Bruys, de jonge koning van Schotland, ter ore alsmede dat koning Magnus een huwbare dochter had. Vandaar zijn huwelijksaanzoek in ruil voor een militair bondgenootschap. Koning Magnus overlegt met zijn echtgenote en zijn twee jongere broers – aan de prinses wordt niets gevraagd – en gaat op het aanbod in. Het huwelijkscontract wordt getekend en gezegeld, en daarna is het groot feest in Ripen, het huidige Ribe in Jutland.
Magnus laat een prestigieus schip gereed maken en laadt dat vol met proviand: bier uit Bremen en Lubeck, varkensvlees uit Denemarken, peulvruchten uit Zweden, en allerlei andere lekkernijen. Zijn jongere broer Godevaert vertrouwt hij de zorg voor zijn dochter toe, zijn jongste broer E(v)eraert de bruidsschat. Hijzelf en de koningin blijven thuis.
Onderweg naar Aberdeen wordt de aanstaande bruid ziek en zij sterft op volle zee. De windstilte die vervolgens intreedt kan alleen maar opgeheven worden door haar lichaam overboord te zetten, en aldus geschiedt. Godevaert die met zijn leven garant stond voor haar veilige overtocht besluit niet verder te reizen en ook niet terug te keren, maar koers naar Brabant te zetten. Zo arriveren zij voor de monding van de rivier de Mark, die zij opvaren. Aangekomen bij Breda zien zij een heuvel met daarop een boom in spalier, in hun ogen de ideale plek om een burcht te bouwen.
Godevaert en wat metgezellen varen Breda binnen en gaan daar ter kerke – deze Noormannen zijn namelijk christenen. Heinric, heer van Breda, stapt op de Denen af, heet het gezelschap welkom en nodigt hen uit aan zijn tafel. Na het eten maakt men een wandeling langs de Mark en komt zo bij voornoemde heuvel. Godevaert – die de bruidschat nog op zak heeft – vraagt wie de eigenaar is van dit kavel met deze bijzondere leiboom met aan weerszijden een tafel met zitbanken: hij wil het kopen. Heinric antwoordt dat deze buitenplaats van heer Ancem Hey is, dat het diens vaderlijk erfgoed is, en dat Ancem hier in de maand mei, als de lente op haar hoogtepunt is, zijn vrienden en bekenden ontvangt. Een knecht geheten Aert c.q. Arnout Haghen wordt naar heer Ancem gestuurd, maar die weigert zijn ‘locus amoenus’ te verkopen. Liever kocht hij er grond bij om zijn erfgoed te vergroten.
Godevaert echter laat zich niet afwijzen en besluit de bouw van de burcht door te zetten. De bomen ter plekke – de leiboom uitgezonderd – worden omgehakt en voor zover mogelijk gebruikt voor primitieve houten woningen. Daarop aangesproken door de vrouwen in het gezelschap en herinnerd aan zijn belofte dat hij een hof zou bouwen laat Godevaert stenen en kalk vanuit Doornik importeren – nota bene tolvrij, want hij zegt dat het voor een kerk is – en gaat in Aken en Maastricht op zoek naar een metselaar en een timmerman. Als de grondwerkers uit Gent bij het uitgraven van de grond om de burcht te funderen te veel last hebben van de leiboom moet ook deze wijken. Het hout van de boom blijkt echter door zijn vorm praktisch onbruikbaar en men besluit er een kruis van te maken voor in de kapel.
Nadat de Denen hun burcht voltooid hebben, maken zij dertig jaar lang strooptochten door de omgeving, zowel over land als over zee. Alle dorpen in de omgeving moeten eraan geloven, en de buit verdwijnt achter de muren van Brunen Stene, zoals de Deense burcht heet. Als de omwonenden hun beklag doen bij de hertog van Brabant stelt die 300 man beschikbaar om de Denen te verdrijven. De heer van Wesemale neemt de leiding op zich.
Er wordt een konvooi geformeerd die als lokaas moet dienen, de heer van Wesemale legt zich in hinderlaag, en ja, de Denen trappen erin en worden verslagen. De Brabanders trekken de kleding van de gesneuvelde Denen aan, bestijgen hun paarden en krijgen zo moeiteloos toegang tot Brunen Stene, waar zij de overige Denen van kant maken. De burcht wordt gesloopt. De kostbaarheden verdwijnen in de zak van de heer van Wesemale, het hout en de stenen gaan naar Breda, evenals het kruis uit de slotkapel dat daar wonderen verricht totdat de kerk waarin het hangt tijdens een januaristorm in 1457 in elkaar stort.

Deze curieuze tekst – bekend onder de naam ‘Het heilige kruis en de Denensage te Breda’ – wordt door Nederlandse letterkundigen niet serieus genomen. De enige literatuurgeschiedschrijver die er een woord aan vuil maakt is de Vlaamse Jezuiet Jozef van Mierlo (1878-1958), die in ‘Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden’ (1940, II, p. 81; 1949, I, p. 400) schreef:

Tot de legendenliteratuur behoort vooreerst een berijming van een H. Kruislegende van Breda, verbonden met herinneringen aan de strooptochten van de Denen in die streken: het vermoeden ligt voor de hand dat hier een of ander oud lied in verwerkt werd. Voorts vrij onbenullig gerijmel.

Ware het niet dat het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden besloot deze tekst te digitaliseren voor de onvolprezen ‘CD-ROM Middelnederlands’, ik zou hem misschien over het hoofd gezien hebben. Nu kwam hij tijdens het werken aan het ‘Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten’ – zie ‘Neder-L’ 0301.19 – bij een zoekactie onverwachts bovendrijven.

Veel secundaire literatuur is er niet over het heilige kruis van Breda. Gericht zoeken leverde slechts twee publicaties op: de eerste, nog geen pagina groot, van de historisch taalkundige A.A. Weijnen over het dialect van de ‘Denensage’, en een meer substantiele bijdrage van de hand van de mij (als neerlandicus) volstrekt onbekende dr. A.J. Stakenburg, in de ‘Handelingen van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant’, jaargang 1944.
De ‘Denensage’ is in 1893 met affiniteit en kennis van zaken kritisch uitgegeven door L. Wirth, die in zijn inleiding ingaat op de mythische oorsprong van de sage. De oudst bewaard gebleven getuigenissen dateren uit de zestiende eeuw. Wirth citeert – zonder hem te vertalen, dat hoefde toen nog niet – de humanist Jean Baptiste Gramaye, die de ‘Denensage’ als volgt samenvatte:

Ecce primogenitum Henrici Dynastae a terra Domini sui,
in quod successus erat, more illius temporis,
cognomentum capere; secundogenitum autem a Praetorio
Larensi avito domicilio Paterno, donec hic sedem in
‘Brunesheym’ (sivi ut alii scribunt, ‘Bruneshames’)
transtulit, quod factum post annum M. C. XXIV hac
occasione, quam e veterrimo Ecclesiae Bredensis codice
descriptam, carmine reddidi:

Anglorum Regi Danorum filia Regis
Desponsanda fuit conditione pari.
Sed periit pelago, famulique et gaza superstes
Elapsi in litus, terra Bredana, tuum.
5 Incerti quid agunt? certi tamen, Anglica nunquam
Virgine defuncta, Dana nec arma sequi.
Ergo fortuna parto, dein vivere rapto,
Una salus victis, unaque cura sedet.
Impia gens! non hospitio non foedere digna
10 Arx tibi fax, mors Mars, poenaque crimen erit.
Accidit, ut praedis silvam de more minorem
Turba exhauriret insidiosa viae.
Nec minus insidias doctus Wesemalus onustos
Exueret spoliis, exueretque anima.
15 Caesorum exuviis ornato milite, jussoque
Ad reliquum Castri tendere praesidium
Quod veluti sociis pandit redeuntibus arcem,
Et sero hostiles sensit adesse manus.
Jurarim, non vos vestis, sed praeda fefellit,
20 Praeda oculo nimium cognita saepe truci.

Oftewel in hedendaags poldernederlands:

Merk op, dat de eerstgeboren zoon van heer Heinric volgens de gewoonte van die tijd zijn toenaam ontleende aan het gebied van zijn heer, waarin hij was opgevolgd. Zijn op een na oudste zoon (ontleende zijn naam) aan het huis Larens, het stamslot van vaderskant, totdat hij zijn zetel overbracht naar Brunesheym – of zoals anderen schrijven: Bruneshames – wat gebeurd is na 1124, naar aanleiding van een gebeurtenis die, beschreven in een zeer oude codex uit Breda, door mij in verzen is omgedicht.

Met de Koning van Engeland zou de dochter van de Denenkoning (die van gelijke stand was) zich verloven. Maar zij stierf op zee en haar dienaren en de bruidsschat die niet verloren ging(en) kwamen veilig op uw strand terecht, Land van Breda.
Ze wisten niet wat te doen. Wel wisten ze zeker, dat ze na het overlijden van het meisje nooit of te nimmer achter de krijgsbanier van de Engelsen zouden lopen noch achter die van de Denen. Daarom was het enige redmiddel voor de overwonnenen en hun enige bekommernis om te leven van wat door het lot verkregen was en daarna van roof.
Schurken! Hun burcht, die geen verdrag van gastvriendschap verdient, zal U, moorddadige Mars, een lont zijn voor wraak en misdaad.
Het gebeurde, dat een troep (Denen), die de weg belaagde, volgens gewoonte Minderhout van buit ontdeed en dat de heer van Wesemale, die net zo bekwaam was in het leggen van hinderlagen, hen, bepakt en bezakt, van hun buit en het leven beroofde.
Nadat zijn soldaten zich in de wapenrokken van de gevallenen hadden gehuld, trokken zij op bevel op tegen de rest van het garnizoen van het Kasteel. Dat garnizoen ontsloot de burcht voor hen omdat het hen voor hun terugkerende makkers hield, en te laat bemerkte dat een vijandelijk leger voor de poort stond.
Ik zou zweren, dat niet de wapenrokken, maar de buit jullie misleid heeft, de buit die aan het wrede oog maar al te goed bekend was.

Er moet dus ooit een prozaredactie bestaan hebben van deze gebeurtenis, in het midden gelaten of die in het Latijn of het Brabants gesteld was. In die versie speelde het heilige kruis van Breda nog geen enkele rol.

Historisch chronologisch is de bewaard gebleven ‘Denensage’ een fantasietje. Wirth en Stakenburg betogen beiden de onmogelijkheid van de voorgestelde gang van zaken. Koning David den Bruys identificeren zij als de Schotse koning David II the Bruce (1324-1371), vanaf 1329 koning van Schotland, en met koning Magnus van Denemarken zou bedoeld zijn Magnus II Eriksson (1316-1374), koning van Zweden vanaf 1319 en gedurende 1319-1343 ook koning van Noorwegen. Opvallend is dat beiden al op zeer jeugdige leeftijd koning werden en daarmee speelballen in de Europese huwelijkspolitiek. Voor het veertiende-eeuwse Bredase publiek kunnen beide koningen bekende royalties geweest zijn en misschien waren zij daarom ideale kapstokken voor historische fictie, een literair genre dat in Brabant gretig beoefend werd. Men denke hierbij vooral aan de ‘Grimbergse Oorlog’, een Brabantse ‘Ilias’ over de strijd tussen de hertogen van Brabant en de heren van Grimbergen, waarin alle bekende Brabantse adellijke geslachten met naam en toenaam genoemd worden. Toen deze tekst geschreven werd, waren de verhaalde gebeurtenissen al hele oude koeien, maar het moet voor het aristocratische publiek een waar genot geweest zijn hun naam en wapenteken te horen noemen en beschreven horen.

De ‘Denensage’ is een literaire tekst volgens het concept: Van ‘Lego’ kun je alles maken. De oerkern zal een vaag verhaal geweest zijn over Noormannen die een mislukte kolonisatiepoging gedaan hebben ter hoogte van Breda. Dat verhaal werd een nieuw leven ingeblazen met een koninklijk huwelijk dat in het zicht van de haven strandde. De klap op de vuurpijl was de toevoeging van de legende van het heilige kruis van Breda.
Feit is dat Holland vanaf circa 810 door Vikingen werd bezocht, en dat – ik verlaat mij nu op het eerste deel van de m.i. uitmuntende ‘Geschiedenis van Holland’ – in 836 Witla werd ingenomen, een ‘stad’ gelegen aan de zuidelijke oever van de Maasmond. Sommige Viking warlords konden zich tijdelijk vestigen – tijdelijk omdat er getuige het ontbreken van Skandinavische toponiemen geen sprake geweest kan zijn van permanente kolonisatie. ‘Brunesheym’ (sivi ut alii scribunt, ‘Bruneshames’) vormt daarop geen uitzondering. Bruno is een Germaanse naam, etymologisch verwant met het Middelnederlandse ‘bronie’, een leren borstharnas, de voorloper van de ‘halsberch’. Brunen Stene in de ‘Denensage’ heeft dus niets met ‘bruin’ te maken maar alles met ‘Bruno’s (stenen) huis’. Blijkbaar circuleerde er in Breda behalve de Brabo-sage – waarmee de Brabanders hun stamboom lieten teruggaan op de Trojanen die na de val van hun stad een nieuw vaderland zochten – ook een Bruno-sage.
Een Viking die het hier tijdelijk op het eiland Wieringen heeft uitgehouden was Rorik geheten. Na zijn dood nam zijn verwant Godfried – in het Brabants Godevaert – de helmstok over. Deze Godfried bekeerde zich tot het christendom. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het curieuze gegeven dat de Denen in de Bredase ‘Denensage’ christenen zijn. Hoe dan ook, de gekerstende Godfried legde zijn heidense plunderende landgenoten geen strobreed in de weg, en werd daarom in 885 tijdens onderhandelingen tezamen met vele andere Vikingen gedood, waarmee een definief einde aan hun aanwezigheid hier te lande kwam.

In een volgende versie werd die Bruno-sage gekoppeld aan een ‘princess bride’ die onderweg naar haar echtgenoot op zee het leven laat, waarop de wind in staking gaat. Niet eerder voordat het lichaam overboord gezet wordt, steekt de wind weer op. In de ‘Denensage’ leidt dit tot een blind motief: het lichaam van de Deense prinses krijgt namelijk geen ‘zeemansgraf’ maar wordt goed ingepakt op een vlot in zee gezet om eervol begraven te worden door de eerlijke vinder.
Een zoektocht naar een folktale over een ‘princess bride dies at see’ waarna de boot niet verder kan totdat haar lichaam overboord gezet is, leverde niets op. Maar het uitspitten van de geschiedenis van de koningen van Schotland en Skandinavie wel:

Koning Alexander III (geb. ca. 1241-1286) van Schotland huwt op tienjarige leeftijd met de elf jaar oude Margaret Plantagenet, en krijgt bij haar twee kinderen: Alexander Dunkeld en Margaret Dunkeld. Alexander III overleeft zowel zijn kinderloze zoon als zijn dochter die gehuwd is met Eric II, koning van Noorwegen. Hun dochter Margaret, geboren in 1283 vertrekt in september 1290 per schip naar Schotland om uitgehuwlijkt te worden aan de Prince of Wales, de op dat moment oudste zoon van de Engelse koning Edward I, maar zij sterft op zee.
Voordat Eric II huwde met Margaret Dunkeld was hij – als ik de genealogische tabellen goed interpreteer, chronologisch lijkt er het een en ander niet te kloppen – gehuwd met Isabelle Bruce, dochter van Robert the Bruce, zuster van David the Bruce.

Rest nog de herkomst van de legende van het heilige kruis van Breda. Zowel Wirth als Stakenburg herleiden deze legende tot het ‘Boec vanden Houte’, de Middelnederlandse bewerking van de ‘Historia sanctae crucis’. De plaats waar deze kruisboom staat is een ‘hortus non conclusus’, een niet ommuurde lusthof die tot het vaderlijk erfgoed van heer Ancem Hey behoort. Deze Ancem Hey houdt als een lokale Dieu d’Amour in de lente feesten onder deze leiboom, die twee tafels met zitbanken daaromheen overschaduwt. De beinvloeding onderschrijf ik, maar ik mis de link…
Wie is deze Ancem Hey? Heeft de man bestaan? En hoe historisch zijn heer Heinric van Breda en de heer van Wesemale? In de Brabantse hierarchie is de functie van maarschalk het erfelijk recht van de heren van Wesemale. Het hoeft dus niet per se om een bepaalde heer van Wesemale te gaan. De naam Heinric in combinatie met Breda komt ook meerdere malen voor.
In een m.i. niet veel later toegevoegde instemmende voetnoot in het bewaard gebleven handschrift lezen wij (spelling en interpunctie van mij, WK):

(deze) heer Hendric heer van Breda was heer int jair ons Heeren duysent ijC lxvj (AD 1266), ende hadde een dochter geheiten Elisabeth, die te manne hadde heer Aert van Loven.

Raadpleging van het ‘Oorkondenboek van Brabant’ – wat zouden wij zonder oorkondenboeken moeten beginnen! – bevestigde deze mededeling: Hendrik V van Breda had inderdaad een dochter Isabella = Elizabeth die gehuwd was met Arnoud van Leuven. De oudst bewaard gebleven oorkonde (nr. 1023) waarin Hendrik V voorkomt, dateert van 25 juni 1255, en dan staat hij nog onder voogdij. De oudst bewaard gebleven oorkonde waarin Hendrik niet meer onder voogdij staat (nr. 1048), dateert van 10 mei 1263. De jongst bewaard gebleven oorkonde (nr. 1086), waarin Hendrik V nog in leven is, dateert van 23 oktober 1268.
Terug naar heer Ancem Hey. Ook zijn naam vinden wij terug in het ‘Oorkondenboek’. Anselm Heys treedt tweemaal als getuige op in de oorkonden 995 en 999. Eerstgenoemde dateert van december 1243 en werd uitgegeven door de abdis Hildegonde van de abdij van Thorn. Op dat moment is Godevaert IV van Breda, vader van Hendrik V, nog in leven. Op 25 april 1246 is Anselm Heys getuige bij het opmaken van het testament van Godevaert IV.

Dat de Vikingen geprobeerd hebben zich ook in de Nederlanden te vestigen, geloof ik graag. Of ze dat bij Breda gedaan hebben… Het gerucht dat dit het geval was, moet echter hardnekkig genoeg geweest evenals de herinnering aan een Deense princess bride die op zee het leven liet. Dat geeft ons een indicatie wanneer de ‘Denensage’ opgeschreven werd: op zijn vroegst na 1290.
Vanmiddag ben ik voor het eerst van mijn leven in Breda geweest. Het was er mooi, rustig en schoon. Ik heb de Mark gezien, de plaats waar de Denenburcht gestaan moet hebben, en het handschrift in de voormalige Chasse Kazerne, waar nu het stadsarchief gevestigd is. Zelden zo prettig op locatie gewerkt.
Het handschrift – 16 cm breed bij bijna 24 cm hoog – is met slechts 23 regels per bladzijde voor Middelnederlandse begrippen ongewoon ruim bemeten. Het perkament is dik, stug en bruin, maar de twee katernen volgen de Regel van Gregory foutloos. De kopiist schrijft een keurige littera textualis formata, en het geheel maakt een sobere, maar zeer verzorgde indruk. Dit handschrift dat omstreeks 1460 vervaardigd zal zijn, werd door de Bredanaars van toen volstrekt serieus genomen. Het wordt tijd dat wij dat ook doen.

Literatuuropgave:

  • CD-ROM Middelnederlands
  • F.F.X. Cerutti e.a., Geschiedenis van Breda. De Middeleeuwen. Tilburg 1952.
  • M. Dillo e.a., Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312 II. Den Haag 2000.
  • R.E. Kunzel e.a., Lexikon van Nederlandse toponiemen tot 1200. Amsterdam 1989.
  • A.J. Stakenburg, De heilige-Kruislegende en de Denensage van Breda […], in: Handel. Prov. Gen. K. en Wet. Noordbrabant 1944, p. 62-77.
  • Schotland, Encarta(R) 99 Encyclopedie Winkler Prins Editie.
  • Wirth, L., Het heilige kruis en de Denensage te Breda. Groningen 1893.
  • http://www.bndestem.nl/regioportal/BNS/ 0,2622,2639-HistorischSchetsboek-Regionieuws!!,00.html

* Met dank aan prof. dr. Jan Smit (em. Middeleeuws Latijn, UvA), drs. Dirk van Miert (Neolatijn, UvA), mevr. dr. Doreen Gerritzen (Naamkunde, Meertens Instituut), Leo Nierse (‘BN/De Stem’) en het stadsarchief van Breda.

(18)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://www.neder-l.nl/                      |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@neder-l.nl, naar         |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Marc.van.Oostendorp@meertens.knaw.nl of naar |
|   P.A.Coppen@let.kun.nl                                                 |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 0303.b --------------------------*