Neder-L, no. 0301.b

Subject: Neder-L, no. 0301.b
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Tue, 28 Jan 2003 02:54:49 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-Elfde-jaargang----------- Neder-L, no. 0301.b -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 0301.12: Evenementenagenda, met:                               |
|                   - Achtste Wibautworkshop over praten met allochtone   |
|                     kinderen en hun omgeving, wo 5 februari 2003        |
|                     (Amsterdam)                                         |
|                   - Conferentie 'The changing role of the manuscript    |
|                     librarian', wo 5 - zo 8 maart 2003 (Den Haag)       |
|                   - Tentoonstelling over typografisch werk van          |
|                     Wijdeveld, za 22 maart - zo 22 juni 2003 (Den Haag) |
|                   - Frans Kellendonk Lezing 2003 door Bas Heijne,       |
|                     ma 17 februari 2003 (Nijmegen)                      |
| (2) Vac: 0301.13: Vacature voor een wetenschappelijk medewerker voor    |
|                   o.a. het DALF-project bij Centrum voor Teksteditie en |
|                   Bronnenstudie te Gent (deadline: vr 31 januari 2003)  |
| (3) Rub: 0301.14: Hora est! Promotie W. Blom, wo 29 januari 2003 te     |
|                   Groningen                                             |
| (4) Med: 0301.15: Overleden: Wilhelmina (Miep) Racke-Noordijk           |
|                   (1914-2003)                                           |
| (5) Med: 0301.16: Lezingenreeks 'Beroemde boeken' (en hun               |
|                   maatschappelijke betekenis), ma 3 februari - ma 28    |
|                   april 2003 te Den Haag                                |
| (6) Med: 0301.17: Vonne van der Meer op wo 5 februari 2003 bij de       |
|                   Stichting Literaire Activiteiten Zwolle               |
| (7) Med: 0301.18: Nieuws van Wintertuin                                 |
| (8) Web: 0301.19: REMLT, Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse|
|                   Literaire Teksten, beschikbaar op Internet            |
| (9) Lit: 0301.20: Pas verschenen: Joep Leerssen & Marita Mathijsen      |
|                   (red.). Oerteksten. Nationalisme, edities en          |
|                   canonvorming. (Amsterdam 2002)                        |
|(10) Lit: 0301.21: Pas verschenen: Uitgebreide heruitgave van L. ten     |
|                   Kate, Gemeenschap (1710), bezorgd en ingeleid door I. |
|                   van Bilt en J. Noordegraaf                            |
|(11) Ten: 0301.22: Retrospectieve tentoonstelling over Vlaams literair   |
|                   tijdschrift 'Revolver (1968-2003)' van vr 7 februari  |
|                   - za 15 maart 2003 in Nijmegen; opening op 7 februari |
|                   2003 met diverse sprekers                             |
|(12) Ten: 0301.23: Tentoonstelling 'Minnelijk akkoord'. Literatuur in    |
|                   Brussel van de 14de tot de 17de eeuw' in het Stadhuis |
|                   van Brussel van za 1 februari - zo 30 maart 2003      |
|(13) Col: 0301.24: Linguistisch Miniatuurtje XLI: Heb ze op een rij,     |
|                   kom erbij                                             |
|(14) Col: 0301.25: Column Willem Kuiper, no. 61: De Goede Hof            |
|(15) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     ----------28-januari-2003-*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 17:37:14 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Rub: 0301.12: Evenementenagenda

=================
Evenementenagenda
=================


AMSTERDAM, Studio Taalwetenschap, Wibautstraat 3

Achtste workshop Wibautworkshops, woensdag 5 februari 2003, 15.00 uur.

  • Rianne Doeleman en Nazife Cavus Nunes houden de achtste workshop over praten met allochtone kinderen en hun omgeving. Inlichtingen: +31 (0)20-5961130, e-mail: info@studiotaalwetenschap.nl.

DEN HAAG, Koninklijke Bibliotheek

Conferentie over handschriften, woensdag 5 – zondag 8 maart 2003.

  • Conferentie ‘The changing role of the manuscript librarian’, georganiseerd door LIBER, Ligue des Bibliotheques Europeennes de Recherche. Zie voor nadere bijzonderheden en het programma: http://www.kb.nl/coop/liber/mss/.

DEN HAAG, Museum Meermanno, Prinsessegracht 30

Tentoonstelling over Wijdeveld, 22 maart – 22 juni 2003, di.-vr. 11.00-17.00, za.-zo. 12.00-17.00 uur.

  • Tentoonstelling over het typografisch werk van architect H.Th. Wijdeveld en enkele navolgers als Anton Kurvers en Fre Cohen.

NIJMEGEN, Aula Katholieke Universiteit, Comeniuslaan 2

Frans Kellendonk Lezing 2003, maandag 17 februari 2003, 16.00-17.00 uur.

  • Bas Heijne spreekt over de kunst die sinds het einde van de modernistische beweging haar gevoel voor richting lijkt kwijt te zijn. Niet langer wil de kunstenaar – blijkbaar – een dwingende rol van betekenis spelen in de wereld, alle oproepen tot nieuw engagement ten spijt. Frans Kellendonk was zich als geen ander bewust van de dilemmans die de hedendaagse kunstenaar op zijn weg vindt. In zijn lezing vertrekt schrijver Bas Heijne vanuit Kellendonks gespleten positie en probeert te ontdekken welke rol de kunst zou kunnen spelen in een tijd waarin ze het geloof in zichzelf kwijt lijkt te zijn. De Frans Kellendonk Lezing is een jaarlijkse literaire lezing, ingesteld door de Gemeente Nijmegen en de Katholieke Universiteit Nijmegen, ter nagedachtenis aan de auteur Frans Kellendonk.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 23 Jan 2003 14:23:00 +0100
From: Edward Vanhoutte <evanhoutte@kantl.be>
Subject: Vac: 0301.13: Vacature voor een wetenschappelijk medewerker voor o.a. het DALF-project bij het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie te Gent (deadline: vr 31 januari 2003)

==========================================================
Vacature bij het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie
==========================================================

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde werft t.b.v. het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie een contractueel

wetenschappelijk medewerker

aan in de rang van wetenschappelijk attache,voor de periode van 1 jaar, in een voltijdse betrekking, voor het project ‘DALF & Digital Archive of Letters and Letter Editions’.

Vacature op: http://www.kantl.be/ctb/staff/vacature.htm

Taak:

  • XML-markup
  • DTD-ontwikkeling
  • software ontwikkeling
  • applicatie ontwikkeling
  • opleiding geven

Profiel van de kandidaat:

  • Licentiaat in de humane wetenschappen of gelijkgesteld diploma met aantoonbare specialisatie/opleiding in Humanities Computing.
  • Aantoonbare expertise en ervaring op het gebied van documentanalyse, XML, TEI, DTD-ontwikkeling en applicatiebouw.
  • Kennis of noties van het editeren van modern documentair briefmateriaal.
  • Kennis of noties van de DALF DTD en Guidelines. (Zie o.a.: http://www.kantl.be/ctb/project/dalf/)
  • Goede kennis van de Engelse taal.
  • Stressbestendig, kunnen omgaan met strikte deadlines, helder kunnen rapporteren.

Aanvangsdatum:

  • 17 februari 2003

De onderzoeker wordt tewerkgesteld in het gebouw van de Academie, Koningstraat 18 Gent, maar kan, naargelang van de behoeften ook op andere locaties onderzoek verrichten.

De betaling gebeurt volgens salarisschaal A 165 (wetenschappelijk attache bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap).

Houders van een doctoraatsdiploma komen niet in aanmerking.

Kandidaatstellingen moeten per e-mail toekomen en bevestigd worden per aangetekende brief. Kandidaatstellingen richten aan:

Prof. dr. G. De Schutter,
Vast Secretaris van de KANTL
Koningstraat 18
9000 Gent
info@kantl.be

en dienen ten laatste op vrijdag 31 januari voor 10 u. toe te komen.

De positief gerangschikte kandidaten worden uitgenodigd voor een gesprek op donderdag 6 februari 2003 in de namiddag.

Contactpersoon: Edward Vanhoutte, tel: +32 (0)9/265.93.51, fax:
+32 (0)9/265.93.49, e-mail: evanhoutte@kantl.be

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 17:37:14 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Rub: 0301.14: Hora est! Promotie W. Blom, wo 29 januari 2003 te Groningen

=========
Hora est!
=========

Woensdag 29 januari 2003, 14.30 uur, Academiegebouw Universiteit Utrecht, Domplein 29.
Mevrouw W. Blom: ‘From root infinitive to finite sentences’.
Promotoren: prof. dr. H. de Swart, prof. dr. P. van Geest; copromotor: dr. P. Wijnen.

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 17:37:14 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Med: 0301.15: Overleden: Wilhelmina (Miep) Racke-Noordijk (1914-2003)

=========
Overleden
=========

Op 15 januari 2003 overleed te Lochem de columniste en romanschrijfster Wilhelmina (Miep) Rack’e-Noordijk (* 1914). Onder het pseudoniem Scheherazade schreef zij in Libelle gedurende vele jaren de uitermate populaire rubriek ‘Cocktail’, gebundeld in o.a. ‘Cocktail party’ (1973), ‘Armoe troef’ (1973), ‘Dat, wat er niet is’ (1976) en ‘Decembercocktail’ (1982). Daarvoor en voor tal van reportages kreeg zij in 1994 de LOF-prijs voor tijdschriftjournalistiek. Onder het pseudoniem Maria Oomkens schreef zij romans zoals ‘Mijn dochter en ik’ (1972), ‘Bidden in de theedoek’ (1972), ‘Hutspot’ (1979), ‘Baas, Marietje en de wereldbol’ (1981).

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 17:37:14 +0100
From: Gea Schelhaas <Gea.Schelhaas@kb.nl>
Subject: 0301.16: Lezingenreeks 'Beroemde boeken' (en hun maatschappelijke betekenis), ma 3 februari - ma 28 april 2003 te Den Haag

========================
Cursus ‘Beroemde Boeken’
========================

In het voorjaar van 2003 bieden de Koninklijke Bibliotheek en Campus Den Haag van de Universiteit Leiden de collegereeks ‘Beroemde Boeken’ aan. In de colleges staat de maatschappelijke betekenis van boeken centraal. De sprekers behandelen tien bekende en minder bekende werken, van de Flora Batava tot het dagboek van Anne Frank, Het Achterhuis. Voor zover mogelijk worden exemplaren van de besproken boeken uit het bezit van de Koninklijke Bibliotheek getoond.
De cyclus wordt besloten met een kennismaking met het project Bibliopolis. De geschiedenis van het Nederlandse boek on line, dat door de Koninklijke Bibliotheek in samenwerking met onder meer medewerkers van de Universiteit Leiden is uitgevoerd. De colleges worden gegeven door zeven verschillende sprekers. Alle sprekers hebben een brede academische kennis op het gebied van boekwetenschappen en zijn verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek of de Universiteit Leiden.

U kunt een uitgebreide informatiebrochure aanvragen via info@campusdenhaag.nl.

Data: maandagavond 3 februari – 28 april 2003
Tijd: 19.30 – 21.30 uur
Locatie: Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Programma:

  • Maandag 3 februari 2003, 19.30-21.30 uur.
    Eerste lezing door prof. dr. P.G. Hoftijzer over de ‘Biblia latina’ van Johannes Gutenberg.
  • Maandag 10 februari 2003, 19.30-21.30 uur.
    Tweede lezing door dr. G. Warnar over Jan van Ruusbroecs ‘Die geestelicke brulocht’.
  • Maandag 17 februari 2003, 19.30-21.30 uur.
    Derde lezing door dr. B.P.M. Dongelmans over ‘De revolutionibus prbium coelestium’ van Nicolaus Copernicus.
  • Maandag 3 maart 2003, 19.30-21.30 uur.
    Vierde lezing door dr. A. Leerintveld over ‘Otiorum libri sex’ van Constantijn Huygens.
  • Maandag 10 maart 2003, 19.30-21.30 uur.
    Vijfde lezing door prof. dr. P.G. Hoftijzer over de Statenbijbel.
  • Maandag 17 maart 2003, 19.30-21.30 uur.
    Zesde lezing door drs. M. van Delft over de ‘Flora Batava’.
  • Maandag 24 maart 2003, 19.30-21.30 uur.
    Zevende lezing door drs. R. Storm over de ‘Max Havelaar’ van Multatuli.
  • Maandag 31 maart 2003, 19.30-21.30 uur.
    Achtste lezing door P. van Capelleveen over ‘Capriccio’ van Gerrit Komrij.
  • Maandag 7 april 2003, 19.30-21.30 uur.
    Negende lezing door dr. B.P.M. Dongelmans over ‘Het Achterhuis’ van Anne Frank.
  • Maandag 28 april 2003, 19.30-21.30 uur.
    Tiende en laatste lezing door drs. M. van Delft over ‘Bibliopolis; de geschiedenis van het Nederlandse boek on line’.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 17:37:14 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Med: 0301.17: Vonne van der Meer op wo 5 februari 2003 bij de Stichting Literaire Activiteiten Zwolle

===========================
Vonne van der Meer bij SLAZ
===========================

In 1999 verscheen de ‘verhalenroman’ ‘Eilandgasten’. Het boek werd een bestseller en stond al snel hoog in de boeken-top-10. Ook het ‘vervolg’, ‘De avondboot’, beleefde herdruk op herdruk. De verhalen in de beide boeken spelen op Vlieland. De belevenissen van diverse tijdelijke bewoners van het vakantiehuisje Duinroos worden beschreven. Verbindende schakels zijn de werkster en het het gastenboek. In oktober 2002 is het afsluitende deel drie van de ‘trilogie’ verschenen: ‘Laatste seizoen’. Vonne van der Meer is uitgeschreven over haar vakantiegasten. Maar erover praten wil ze nog wel. Dat komt ze doen op 5 februari 2003 in Schouwburg Odeon.

Het zijn stuk voor stuk psychologische portretten die Vonne van der Meer schrijft. De gasten van Duinroos genieten niet van een onbekommerde vakantie. Allemaal staan ze op een belangrijk punt in hun leven. Staan ze voor belangrijke keuzes. Maar de schrijfster laat haar lezers lange tijd in onzekerheid over de kern van het probleem. Spanning opbouwen, verwachtingen wekken en dat alles in een zorgvuldige stijl, dat zijn handelsmerken van Vonne van der Meer.

Tegenwoordig zet zij haar techniek en verhalend vermogen in om levensverhalen te vertellen, romans vol. Aan het begin van haar schrijversloopbaan waren het vooral ook de korte verhalen waarmee ze een vaste lezersschare wist te winnen, ondanks de beperkte populariteit van het korte verhaal als literair genre.

Hoewel de verbeelding van de lezer haar eigen werk mag doen, suggereert Vonne van der Meer in haar werk hele concrete situaties, personages en decors. Ze weet al haar middelen, die van de schrijver, de regisseur en van beschouwend mens, om te zetten in boeken die niet alleen door een groot publiek gelezen worden, maar ook door de recensenten doorgaans positief beoordeeld worden.

Vonne van der Meer is op 5 februari te gast bij de Stichting Literaire Activiteiten Zwolle. Zij zal geinterviewd worden door Henk de Lange. De ontmoeting met Vonne van der Meer vindt plaats in Schouwburg Odeon. Kaarten a EUR 5,50 zijn verkrijgbaar aan de kassa van Schouwburg Odeon en kunnen gereserveerd worden bij Waanders Boekverkopers en Boekhandel Westerhof.

Vonne van der Meer werd in 1952 te Eindhoven geboren. Op haar zeventiende deed ze eindexamen, waarna ze een jaar doorbracht in een Amerikaans gezin. Ze volgde daar het laatste jaar aan een High School. Het schoolsysteem liet toe dat ze zelf haar vakken koos en zo kon ze twee uur per dag toneellessen volgen. Daarna woonde ze een jaar in Parijs, waar ze onder andere balletlessen nam en veel schreef en muziek maakte.

Ze volgde in Amsterdam aan de theaterschool de regie-opleiding. Daarnaast heeft ze altijd geschreven, voornamelijk teksten die in de opleiding van pas kwamen: scenes, eenakters, liedjes. In het een na laatste jaar schreef ze onder pseudoniem een monoloog, ‘De behandeling’, waarvoor ze de tweede prijs van een eenakterwedstrijd van NRC-Handelsblad kreeg. Toneelgroep Centrum speelde de monoloog in 1976.

In datzelfde jaar werkte ze als regieassistent bij Franz Marijnen (RO-theater). Ze deed daar ook haar eerste regie van een door haarzelf geschreven eenakter (een gelegenheidsstuk gesitueerd op de Lijnbaan rond kerstmis). Haar echte regiedebuut maakte ze een jaar later bij Fact, met ‘Stella’ van Goethe. Daarna heeft ze nog geregisseerd bij Toneelgroep Centrum, Theater, Baal en bij de Haagse Comedie.

Als ze niet regisseerde schreef ze verhalen. Het eerste verhaal dat in het Hollands Maandblad gepubliceerd werd was ‘Afscheid van Phoebe’ (1980). De eerste verhalenbundel kwam uit in 1985. Voor dat debuut, ‘Het limonadegevoel en andere verhalen’ (Bezige Bij), kreeg ze de Geertjan Lubberhuizenprijs 1986. In 1987 verscheen de korte roman ‘Een warme rug’. Verder schreef ze een toneelstuk dat gebaseerd is op het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’ van Andersen. Het stuk verscheen eind 1988 op de planken als familievoorstelling. In 1989 verscheen ‘De reis naar het kind’, het verhaal van de kinderloze Julia die al haar zinnen op een Peruaans adoptiekind heeft gezet, bedrogen uitkomt, zich met haar lot verzoent en tenslotte toch nog zwanger wordt.

Na ‘De reis naar het kind’ verschenen bij De Bezige Bij ‘Zo is hij’ (1991), ‘Nachtgoed’ (1993) en ‘Spookliefde. Een Iers verhaal’ (1995). Het toneelstuk ‘Weiger nooit een dans’ ging in maart 1996 in het RO-theater in Rotterdam in premiere; de tekst verscheen in boekvorm.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 23 Jan 2003 16:30:48 +0100
From: info@wintertuin.nl
Subject: Med: 0301.18: Nieuws van Wintertuin

=====================
Nieuws van Wintertuin
=====================

— Donderdag 30 januari * Gedichtennacht * Cafe d’Anvers Antwerpen —
Wintertuin organiseert tijdens landelijke Gedichtendag een nieuwe editie van de MAATREGEL, ’s werelds meest dansbare poezieprogramma. Deze keer in de prachtige club Cafe d’Anvers in ANTWERPEN. Met de dichters: Marcel Vanthilt (B), Rick de Leeuw (NL), Vitalski (B), Svetlana (USA), Erik Jan Harmens (NL), Wwalt Koslovsky (D), Sieger M. Geertsma (NL), Tjitske Jansen (NL).
Deejays: Koenie, Johnny Smoke, Jaco-NBG, Lance, Nikolai. Veejays: Lab-au, Grootendorst.
Van 21.00 uur tot 05.00 uur * toegang: vvk 8,- / deur 10,- Maatregel 300103 is een coproductie met Antwerpen Boekenstad i.s.m. Cafe d’Anvers, KINGKONG.be, Weekup Magazine. Kijk voor meer informatie op http://www.maatregel.nl

— Vrijdagnacht 31 januari * Festival de Nachten * Singel Antwerpen —
Tijdens een nieuwe editie van het prachtige festival DE NACHTEN in Antwerpen verzorgt Wintertuin de after party met bijzondere Poetry Slam & Dance-acts waaronder Tjitse Hofman en deejay Nikola”i, mc ZINGO, Wehwalt Koslovsy en Svetlana met deejay Lance. Kijk voor meer informatie op http://www.denachten.be

— Dinsdag 11 februari * Arsenaal * Vlissingen —
Wintertuin Poetry Slam op Locatie met onder meer Tjitske Jansen, Sven Ariaans, Rijn Vogelaar, Quirien van Haelen, de Woorddansers. Animatie: MC Zingo, veejay Grootendorst, Miss Annika en deejay Josito. Aanvang 19.30 uur Arsenaaltheater, Arsenaalplein 1, Vlissingen.

— Donderdag 20 februari * Doornroosje * Nijmegen —
5e Voorronde van de Swingendse Poetry Slam van Nederland. Met onder meer de dichters Rijn Vogelaar, Peter van de Linden, Jaap Montagne, Zingo Animatie, Miss Nataca en deejay Bas. Aanvang 21.00 uur / Toegang 2 euro 50

— NIEUWS: NIJMEEGSE POETRY SLAM FINALE OP DONDERDAG 17 APRIL.
LANDELIJKE FINALE (GRAND CITY SLAM) OP DONDERDAG 15 MEI, DOORNROOSJE NIJMEGEN! Lees meer over onze Slams, de winnaars, de finales, de achtergrond, de zomertour op http://www.maatregel.nl/indexslam.html

— Maandag 24 februari * Merleyn * Nijmegen —
1e Story Slam tijdens de wekelijkse sofasalon in Muziek en Danscafe Merleyn aan de Hertogstraat te Nijmegen. Kijk voor meer informatie op onze site http://wintertuin.nl Inschrijven kan: (maximaal 1000 woorden / 10 minuten): mail naar info@wintertuin.nl

— NOG TE BEZICHTIGEN TOT 2 FEBRUARI A.S: de Wintertuin expositie “MOOIE WOORDEN”, INSTALLATIES VAN BEELDEND KUNSTENAARS EN WOORDKUNSTENAARS IN HET MUSEUM VOOR MODERNE KUNST TE ARNHEM. Met werk van onder meer Piet Gerbrandy, Roland Schimmel, Mark Manders, Marije Langelaar, Dyane Donck, Geert Buelens, Jake de Vos, Albertina Soepboer, Bart FM Droog, Tsead Bruinja, Ingmar Heytze, Grootendorst&vandenBerg, Tjitske Jansen e.a.

Kijk voor nieuws, programma’s en de onregelmatige W E B L O G van de wintertuinmedewerkers op http://www.wintertuin.nl

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 27 Jan 2003 21:15:58 +0100
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Web: 0301.19: REMLT, Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten, beschikbaar op Internet

=================================================================
REMLT:
Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten
http://cf.hum.uva.nl/dsp/scriptamanent/remlt/remltindex.htm
=================================================================

Deze maand is het tien jaar geleden dat dit project – dat pas jaren later zijn definitieve naam zou krijgen – met een vernieuwingssubsidie van de KNAW officieel van start ging.
Wie vertrouwd is met de Franse letterkunde van de Middeleeuwen weet dat men daar al sinds jaar en dag de beschikking heeft over repertoria waarin literaire eigennamen verzameld zijn, de bekendste: E. Langlois (1904, reprint 1971), L.F. Flutre (1962), G.D. West (1969), G.D. West (1978) en A. Moisan (1986).
Dat die naslagwerken er zijn, is in belangrijke mate te danken aan het feit dat de Romanistiek vanaf haar negentiende-eeuwse begin in bijna al haar tekstedities een ‘Index de Noms de Personnes et de Lieux’ opnam. Zonder een dergelijke ‘Index’, een ‘Glossaire’ en een ‘Analyse du Poeme’ was een goede editie ondenkbaar. Hoe anders was de situatie hier. Omdat het merendeel van de edities van Middelnederlandse teksten tot stand kwam in het kielzog van het overigens magistrale ‘Middelnederlandsch Woordenboek’ was van een dergelijke literair-historische aanpak geen sprake.

Het plan om een ‘Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten’ te maken is niet nieuw. Het oudste initiatief dateert van 1902 toen de Koninklijke Vlaamsche Academie een prijsvraag uitschreef voor ‘Een Onomasticon of Lijst van Persoonsnamen der Middelnederlandsche Letterkunde’. De bedenker was niemand minder dan Willem de Vreese. Twee jaar later was er een inzender: de Leuvense hoogleraar C.P.F. Lecoutere leverde in 1904 ca. 35.000 fiches met daarop meer dan 100.000 uitgeschreven vindplaatsen. Bij mijn weten is daar nooit iets mee gedaan en is het materiaal inmiddels onvindbaar.
In 1991 werd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen een nieuwe poging gedaan de kat de bel aan te binden. Drie toenmalige AIO’s (Assistenten in Opleiding) – inmiddels prof. dr. G.H.M. Claassens, drs. P.A.W. van Heusden en dr. G.H.P. Sonnemans – lanceerden de INGM: de ‘Index Nominum Generalis Medioneerlandicae’. Het was hun bedoeling met behulp van collega’s in den lande een geannoteerde index samen te stellen van alle epische eigennamen – persoonsnamen (antroponiemen) en plaats- en landennamen (toponiemen) – uit de handschriftenperiode, voor zover beschikbaar in een handelseditie. In een prospectus werd op basis van materiaal dat deel uit zou gaan maken van Claassens’ proefschrift een voorbeeld gegeven van wat de INGM-redactie voor ogen stond.
Ondergetekende, destijds bezitter van een bescheiden database Middelnederlandse epische eigennamen, behoorde tot de aanvragers van deze prospectus. Hij was door zijn promotie-onderzoek naar de ‘Ferguut’ al jaren op zoek naar de herkomst van de eigennamen uit het vrij bewerkte, tweede stuk van de ‘Ferguut’, en hoopte door het systematisch excerperen van Middelnederlandse (epische) teksten de literaire horizon van de tweede auteur verder te kunnen reconstrueren dan Maartje Draak, de peetmoeder van de Middelnederlandse Arturroman, zo’n vijftig jaar eerder had gedaan.

In datzelfde jaar 1991 had men op het P.J. Meertens Instituut KNAW tijdens een congres te Kiel kennis gemaakt met een vier jaar eerder gelanceerd initiatief van de Duitse naamkundigen Friedhelm Debus en Horst Puetz om een ‘Lexikon der literarischen Namen in deutschen Texten des Mittelalters’ te maken. Na consultatie van binnen- en buitenlandse deskundigen werd in het voorjaar van 1992 besloten voor de Middelnederlandse letterkunde een vergelijkbaar project op het getouw te zetten, te beginnen met de eigennamen in de epiek.
Overleg tussen de INGM-redactie en het P.J. Meertens Instituut – waarbij ik min of meer toevallig betrokken raakte – leidde tot de conclusie dat een dergelijk project niet zonder Bureau kon. Overeengekomen werd dat het INGM-project zou opgaan in het Meertens-initiatief. Het P.J. Meertens Instituut zou de personele verantwoordelijkheid op zich nemen, apparatuur en handboeken aanschaffen, en zorg dragen voor de realisering van het project, dat uitgebreid werd met de periode van de boekdrukkunst, en dat uiteindelijk ‘Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten’ gedoopt werd. Met ingang van 1 januari 1993 werd dr. W.Th.J.M. Kuiper voor een dag per week aangesteld als coordinator en daarnaast werd een drietal zogeheten uurdeclaranten als documentalist in dienst genomen. Voor weinig geld werd veel werk – kwalitatief en kwantitatief – verzet door: mevr. drs. H.T. Hendriks (Amsterdam), mevr. drs. M.C.H.P. de Jong (Nijmegen) en mevr. drs. K. Koopmans (Amsterdam).

Om een lang verhaal kort te maken – daarvoor en voor de voetnoten verwijs ik naar de inleiding op de webpagina van het project – het is ons nogal tegengevallen. Het materiaal bleek door de ruim gekozen terminus ad quem van 1568 – het begin van de Tachtigjarige Oorlog, om zo volledig mogelijk te zijn – vele malen omvangrijker en ook nog eens veel weerbarstiger dan gedacht. Hadden wij ons beperkt tot excerperen en indexeren sec dan hadden wij in de daarvoor geplande vijf jaar moeiteloos een opsomming kunnen maken van eigennamen en de daarbij behorende regel- of paginanummers. Hetzelfde als wat Lecoutere had gedaan maar dan in ‘WordPerfect’.
Zo echter heb ik c.q. hebben wij de opdracht niet opgevat. Een ‘Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten’ is alleen dan een aanwinst voor de vakbeoefening als de eigennamen ook geidentificeerd en geannoteerd worden. Identificatie bleek alleen maar mogelijk door de Middelnederlandse eigennamen systematisch te vergelijken met (het variantenapparaat van) de Franse en Latijnse bronteksten, annotatie door de literaire namen systematisch te toetsen aan contemporaine historiografische, geografische en encyclopedische teksten. Hiervoor konden wij dankbaar gebruik maken van het werk vele anonieme studenten Historische Nederlandse Letterkunde UvA en van de UvA-stagiair(e)s: drs. Liesbeth Broekhuizen, Frank Heistermann en drs. Age Rotshuizen. Men bedenke zich dat de digitalisering van de Middelnederlandse letterkunde in die dagen nog in de kinderschoenen stond…

Na de begrote vijf jaar was de organisatie van en rond het project nogal veranderd. Wij waren nog maar met zijn drieen, het Meertens Instituut verkeerde in rep en roer – en niet alleen vanwege ‘Het Bureau’ van Voskuil – maar dankzij de steun van de wetenschappelijke begeleidingscommissie bestaande uit prof. dr. Amand Berteloot (Westfaelische Wilhelms-Universitaet, Muenster), prof. dr. Geert Claassens (Katholieke Universiteit, Leuven), prof. dr. Wim Gerritsen (Universiteit van Utrecht), dr. Wil Pijnenburg (Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden) en prof. dr. Rob Rentenaar (P.J. Meertens Instituut) en de welwillendheid van de nieuwe directie kregen mevr. drs. Hella Hendriks en mevr. drs. Sasja Koetsier net voldoende verlenging voor het afronden van een alfa-versie. In de zomer van 1999 werd – zoals dat nu heet – de stekker uit het project getrokken.

Sindsdien werken mevr. Hendriks en ik in onze vrije tijd en om niet verder aan dit project. Te gek voor woorden, maar het is niet anders. Inmiddels hebben wij van de letters A – F (in totaal 225 pagina’s A4 – het volledige ‘Repertorium’ zal in zijn huidige omvang 763 pagina’s A4 gaan tellen) een beta-versie gereed die wij nu in PDF publiceren op het volgende Internet-adres: http://cf.hum.uva.nl/dsp/scriptamanent/remlt/remltindex.htm.
In de loop van dit en volgend jaar zullen de resterende letters volgen, en zullen reeds gepubliceerde letters geactualiseerd worden als daar noodzaak toe bestaat. Vandaar dat elke letter voorafgegaan (en besloten) wordt door de datum van de laatste revisie. Wie een fout ziet, een verbetering weet, iets wil vragen of anderszins commentaar heeft, wordt dringend verzocht dit te doen aan: willem.kuiper@hum.uva.nl.
Vooralsnog is geen typografische versie van het ‘Repertorium’ gepland. Het corpus moet nog worden aangevuld met enkele teksten, waaronder de volumineuze Middelnederlandse bewerkingen van de ‘Destructie van Troyen’. Pas als ook dit materiaal verwerkt is en de onvermijdelijke fouten opgemerkt en verbeterd zijn, zal een aanvraag voor een uitgave in boekvorm gedaan worden. Daarnaast is het de bedoeling het materiaal digitaal toegankelijk te maken in een hypertext-editie op de DBNL (‘Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren’).
Ten slotte is het mijn/onze droom om na voltooiing van het Corpus Epiek met geldelijke steun van NWO dit ‘Repertorium’ uit te bouwen tot een zo volledig mogelijk naslagwerk op eigennamen in alle Middelnederlandse literaire teksten.

Willem Kuiper

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 17:37:14 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Lit: 0301.20: Pas verschenen: Joep Leerssen & Marita Mathijsen (red.). Oerteksten. Nationalisme, edities en canonvorming. (Amsterdam 2002)

==============
Pas verschenen
==============

Joep Leerssen & Marita Mathijsen (red.). Oerteksten. Nationalisme, edities en canonvorming. Amsterdam: Instituut voor Cultuur en Geschiedenis, 2002. 156 blz.; ills.; isbn 90-807611-1-7; EUR 15,00.

De these van ‘Oerteksten’ is, dat er in de negentiende eeuw drie ontwikkelingen tegelijkertijd aan de gang zijn voor de oudere letterkunde in heel Europa, die nauw met elkaar samenhangen. In de eerste plaats vindt er overal een zoektocht plaats naar oude handschriften in de volkstaal, die zodra ze ontdekt worden een nationaal historisch belang toegekend krijgen. Ze stijgen letterlijk en figuurlijk in waarde. Met het vinden van de middeleeuwse handschriften komt er behoefte aan uitgaven. Men beseft dat de in de volkstaal geschreven historische teksten niet zonder studie heruitgegeven kunnen worden. Hierdoor ontstaan vanuit de ervaringen in de klassieke filologie de eerste wetenschappelijke nationale edities, die vanaf het begin begeleid worden door theoretische uiteenzettingen. De moderne editiewetenschap is ontstaan in die tijd. Met de nieuwe edities wordt de nationale canon vastgelegd, en dat is de derde ontwikkeling. De teksten die in de negentiende eeuw voor het eerst uitgegeven werden, verwierven een onverwoestbare canonieke status. Deze drie samenhangende ontwikkelingen worden door verschillende specialisten vanuit de diverse Europese naties toegelicht.

De inhoud van de bundel is als volgt:

  • Albert Rijksbaron: Karl Lachmann en zijn methode: het voorbeeld van de klassieke filologie
  • August den Hollander: De bijbel in statenvertaling
  • William R. Veder: Een vreemde taal. Over de kerkslavische teksten van de ‘Slavia Orthodoxa’
  • Marc Lauxtermann: Digenis Akritis & Digenis Akritas. De receptie van het epos in het Griekenland van de negentiende en de vroege twintigste eeuw
  • Irene E. Zwiep: De Jesnitz-‘Moreh’ (1742)
  • Jan Burgers: De constructie van het verleden: de Hollandse visie op de Middeleeuwen van de zestiende tot de achttiende eeuw en de centrale plaats daarin van de ‘Rijmkroniek’ van Melis Stoke
  • Arend Quak: De ‘Edda’ is Noors!
  • Jelle Koopmans: ‘La premiere de son sexe’: waarom Marie?
  • Carla Dauven-van Knippenberg: Karel, Elegast en het mooiste Nederlandse ridderverhaal. Een pleidooi voor ms. Zeitz, Domherren-Bibliothek cod. 60 (olim XXXII)
  • Jan Waszink: Nederlandse taal en ‘natie’ rond 1600
  • Marita Mathijsen: De Belgische opstand als spelbreker voor het nationale editeren
  • Shlomo Berger: ‘Tsene Rene’: the Yiddish ‘national’ text
  • Joep Leerssen: John O’Donovan en zijn editie van de ‘Annalen der vier Meesters’
  • Piet Verkruijsse: ‘Bij Cats hoeft men zijne gezigtszenuwen zoo sterk niet te spannen’, of: hoe zit het nu echt met de consumptie van Cats ?
  • Resianne Fontaine: Pinhas Hurwitz’ ‘Sefer ha-Berit’: manifest van verlichting of traditie?

Bestellingen kan men richten aan drs. Paul Koopman, Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam, e-mail: paul.koopman@hum.uva.nl, Internet: http://www.hum.uva.nl/ich.

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 15 Jan 2003 16:16:36 +0000
From: Jan Noordegraaf <j.noordegraaf@let.vu.nl>
Subject: Lit: 0301.21: Pas verschenen: Uitgebreide heruitgave van L. ten Kate, Gemeenschap (1710), bezorgd en ingeleid door I. van Bilt en J. Noordegraaf

==========================================================
Pas verschenen:
Uitgebreide heruitgave van L. ten Kate, Gemeenschap (1710)
==========================================================

Bij de Stichting Neerlandistiek VU is onlangs de tweede, herziene en uitgebreide uitgave verschenen van Lambert ten Kate, Gemeenschap tussen de Gottische spraeke en de Nederduytsche. Fotomechanische herdruk van de editie-1710. Bezorgd en ingeleid door Igor van de Bilt & Jan Noordegraaf.

Ten behoeve van deze nieuwe uitgave is de inleiding uitgebreid met verdere gegevens inzake de achttiende-eeuwse receptie van Ten Kates boek. Als bijlage was al opgenomen Jean Le Clerc, ‘Convenance des Langues Gothique & Flamande’ (1710), een contemporaine recensie. Toegevoegd is een korte, vrij obscuur gebleven en in het Engels gestelde biografische schets van Ten Kate uit het jaar 1732, van de hand van zijn vriend J.C. le Blon.

Het boek (prijs: EUR 15,00 excl. verzendkosten) kan besteld worden bij de Stichting Neerlandistiek VU, Faculteit der Letteren,Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, NL-1081 HV Amsterdam (ISBN 90-72365-69-0) of bij Nodus Publikationen, Postfach 5725, D-48031 Muenster (http://go.to/nodus). Het Duitse ISBN is 3-89323-525-6.

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 23 Jan 2003 16:44:09 +0100
From: Siem Bakker <S.Bakker@let.kun.nl>
Subject: Ten: 0301.22: Retrospectieve tentoonstelling over Vlaams literair tijdschrift 'Revolver (1968-2003)' van vr 7 februari - za 15 maart 2003 in Nijmegen; opening op 7 februari 2003 met diverse sprekers

================================================================
Tentoonstelling Vlaams literair tijdschrift ‘Revolver 1968-2003’
================================================================

In Nederland is het ongebruikelijk dat een Vlaams literair tijdschrift een retrospectieve tentoonstelling kent. Op initiatief van de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur en met de steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren wordt in de Galerij van de Universiteitsbibliotheek op vrijdag 7 februari de tentoonstelling ‘Revolver 1968-2003’ geopend. Onder de titel ‘Grensoverschrijdende zichtbaarheid’ houden drie schrijvers, die meewerkten aan het nieuwste nummer, korte lezingen over hun werk en draagt actrice Carina van der Sande een monoloog voor van Koen Peeters. De manifestatie begint om 15.00 uur in de Zijzaal van de Refter, Erasmusplein 1, en wordt van 16. 30 tot 18.00 uur voortgezet op de Galerij van de Universiteitsbibliotheek. Bezoekers van de manifestatie krijgen gratis de nieuwste ‘Revolver’ (zover de voorraad strekt). De tentoonstelling duurt tot 15 maart 2003.

Nadere informatie: dr. S.N.Bakker, tel. +31 (0)24 -361.20.48 / 58; s.bakker@let.kun.nl; http://www.revolver-literair.be

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 10:37:36 +0100
From: Remco Sleiderink <remco.sleiderink@kubrussel.ac.be>
Subject: Ten: 0301.23: Tentoonstelling 'Minnelijk akkoord'. Literatuur in Brussel van de 14de tot de 17de eeuw' in het Stadhuis van Brussel van za 1 februari - zo 30 maart 2003

=======================================================================
‘Minnelijk akkoord’. Literatuur in Brussel van de 14de tot de 17de eeuw
Tentoonstelling in Stadhuis Brussel (1 februari – 30 maart 2003)
=======================================================================

In de winter van 1511 waren in Brussel wonderlijke sneeuwsculpturen te zien. Deze waren een uiting van de nieuwe burgercultuur, die mede onder impuls van literaire gezelschappen was ontstaan. Rederijkerskamers, zoals ’t Mariacranske, vormden en verspreidden het ideaal van de beschaafde burger via teksten en evenementen. Ze streefden naar een harmonieuze samenleving, een maatschappij in “minnelijk akkoord”. Zelden was de macht van het schone woord groter…

Met originele handschriften en oude drukken, didactische panelen en constructies biedt de tentoonstelling ‘Minnelijk akkoord’ een prachtig en indrukwekkend overzicht van het literaire leven en het ontstaan van de burgermoraal in het oude Brussel.

Aansluitend op de tentoonstelling is er mogelijkheid tot een korte cultuurhistorische wandeling in de buurt van de Grote Markt. De wandeling eindigt met een bezoek aan het Museum van de Stad Brussel (het Broodhuis), waar onder meer een schitterende maquette van de middeleeuwse stad te zien is.

Openingsuren

Van 1 februari tot 30 maart 2003, dagelijks van 10 tot 17 uur (maandag gesloten) in het Stadhuis van Brussel op de Grote Markt.

Toegangsprijzen

Individuele bezoekers: 5 euro; groepen en verminderde tarieven: 3 euro.
Het toegangsticket geeft tevens recht op een beschrijving van een cultuurhistorische wandeling en biedt gratis toegang tot het Museum van de Stad Brussel (het Broodhuis), eveneens op de Grote Markt.

Info en reservering groepsbezoeken

Tel. +32 (0)2-412.43.06
E-mail: minnelijkakkoord@kubrussel.ac.be
Website: http://www.kubrussel.ac.be/akkoord

(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 21 Jan 2003 14:24:38 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 0301.24: Linguistisch Miniatuurtje XLI: Heb ze op een rij, kom erbij!

==============================
Linguistisch Miniatuurtje XLI:
Heb ze op een rij, kom erbij!
==============================

De verkiezingscampagne van de afgelopen weken heeft mij weer flink aan het denken gezet. En denk maar niet dat het dan om de inhoud gaat, ben je gek. Nee, het zijn de slogans die mijn taalkundige aandacht trekken. In het bijzonder die van de LPF en de SP, ‘bien etonnes de se trouver ensemble’. De verkiezingsslogan waarmee de SP de kiezers probeert te overtuigen luidt ‘Stem voor, stem SP’, en die van de LPF: ‘Heb lef, stem LPF’. Dezelfde structuur, nietwaar? Twee imperatieven, door komma gescheiden. Maar zijn ze wel zo gelijk? En wat betekenen ze eigenlijk?

Ik moet eerlijk bekennen dat aanvankelijk alleen de gebiedende wijs ‘Heb lef’ mij opviel. Wat gek, dacht ik, kan dat wel, iemand gebieden om lef te hebben? Is ‘hebben’ wel een werkwoord waarmee je een imperatief kunt maken? ‘Heb een nieuwe auto!’ of ‘Heb het koud!’, dat kan toch eigenlijk niet? Maar een kleine inventarisatie hielp mij al gauw uit die droom: ‘hebben’ met een imperatief kan heel goed, mits het samen met zijn lijdend voorwerp een soort van gevoel uitdrukt: ‘heb geduld’, ‘heb plezier’, ‘heb medelijden’, en ook tennisvereniging ‘Heb durf’ uit Landsmeer vormt een mooi voorbeeld. Met name in combinatie met een ontkenning is deze imperatief nog tamelijk frequent ook: ‘heb geen angst’, ‘heb geen vertrouwen’, enzovoorts. Maar ook ‘heb niet de illusie’, ‘heb niet alleen oog voor …’, ‘heb niet te hoge verwachtingen’, en nog veel meer. De mooiste? Uit het apocriefe boek Jezus Sirach 9:15: ‘Heb geen welbehagen aan dat waarin de goddelozen wel behagen hebben’. Ik heb op het internet ook wel een paar fremdkoerper aangetroffen: ‘heb niet zomaar seks’, en ‘heb niet teveel cloons in een room’, maar die schrijf ik voor het gemak even toe aan de invloed van het Engels.

Zijn de slogans daarmee taalkundig verklaard? Nou, niet helemaal. Want wat betekenen die twee imperatieven, met die komma daartussen? De Algemene Nederlandse Spraakkunst (nu online op http://oase.uci.kun.nl/~ans/) onderscheidt de ‘uitvoeringsimperatief’ (‘doe iets’) en de ‘voorstellingsimperatief’ (‘Loop in Iran als vrouw maar eens zonder hoofddoekje op straat’). Welke van de twee zit er in de slogan? ‘Stem SP’ en ‘Stem LPF’ zal wel de uitvoeringsimperatief zijn, maar wat is de andere?

Zit de oplossing soms in de speciale constructie? De ANS noemt de ‘conditionele aaneenschakeling’ als in ‘Zeg dat nog eens en ik breek je nek’ en ‘Eet niet teveel snoep en je houdt een gezond gebit’. In het eerste lid staat dan een uitvoeringsimperatief, die de voorwaarde vormt voor datgene wat in het tweede lid staat, al dan niet ironisch bedoeld als het tweede lid een bedreiging is. Maar deze analyse lijkt niet van toepassing op onze slogans. Ten eerste is bedreiging van de kiezers in de politiek natuurlijk niet aan de orde. Maar er is ook helemaal geen sprake van nevenschikking met ‘en’, en bovendien: is het v’o’orstemmen wel een voorwaarde voor het stemmen van SP, en is het hebben van lef een voorwaarde voor het stemmen op de LPF? Het lijkt erop dat de opstellers van de slogans eerder het omgekeerde voor ogen hebben: als je LPF stemt, toon je dat je lef hebt, als je SP stemt, stem je v’o’or.

Toch bevredigt die omgekeerde conditionaliteit ook niet helemaal. Is het echt de bedoeling dat in een slogan wordt uitgedrukt dat het stemmen op een bepaalde partij een ‘voorwaarde’ is voor iets anders? Aan de andere kant is het duidelijk dat de nevenschikking van de twee imperatieven met komma niet zomaar een nevenschikking is. De karakteristieke intonatie (eerste lid stijgend, tweede lid dalend) draagt bij aan de indruk dat de twee aansporingen op de een of andere manier met elkaar samenhangen. Maar wat is dan die samenhang?

Een vergelijkbaar geval lijkt mij de bekende leuze ‘Snoep verstandig, eet een appel’. Ook hier is het niet de bedoeling om uit te drukken dat het verstandig snoepen een voorwaarde is voor het eten van een appel, noch is het omgekeerde het geval. Of toch?

Ik heb het idee dat het hele imperatiefverhaal eenvoudiger is dan de ANS het voorstelt. De overeenkomst tussen de voorstellingsimperatief, de conditionele aaneenschakeling en de constructie die we hier hebben is volgens mij dat er in alle gevallen sprake is van een verborgen ‘als-dan’-constructie. Zo betekent ‘zeg dat nog eens en ik breek je nek’ precies ‘als je dat nog eens zegt dan breek ik je nek’. Idem voor ‘Eet niet teveel snoep en je houdt een gezond gebit’. De voorwaardelijke imperatief lijkt ook een ‘als-dan’-constructie, maar met weggelaten ‘dan’-gedeelte: ‘Als je in Iran als vrouw zonder hoofddoekje op straat loopt, dan (zul je wel merken wat er gebeurt)’. Zo’n verzwegen gevolg is een bekend verschijnsel bij dreigementen of zaken die iedereen weet. Daarmee zijn de beide bijzondere gevallen die de ANS noemt geheel door de constructie verklaard en is een aparte term als voorstellingsimperatief overbodig.

Maar hoe zit het dan met onze slogans? Welnu, dat lijkt mij ook een normale ‘als-dan’-constructie, maar met een modale kleuring van de delen. Beide leden van de nevenschikking moeten begrepen worden met een modaliteit van wenselijkheid. Eventueel deontisch, waardoor het verplichting wordt. Die modaliteit kun je uitdrukken met hulpwerkwoorden als ‘willen’ of ‘moeten’: ‘Als je verstandig wilt snoepen, dan moet je een appel eten’, ofwel, meer technisch: ‘Als het voor jou wenselijk is dat je verstandig snoept, dan is het wenselijk dat je een appel eet’. Doordat het eerste lid een activiteit noemt die met gewenst sociaal gedrag te maken heeft (verstandig zijn), krijgt de conclusie ook een sociale noodzakelijkheid: als je verstandig wilt snoepen, en dat wil je want dat willen we allemaal, dan moet je een appel eten, en dus moet je een appel eten.

Onze beide slogans hebben dus inderdaad een vergelijkbare structuur: als je v’o’or wilt stemmen (en wie wil dat niet), dan moet je SP stemmen, dus moet je SP stemmen, en als je lef wilt hebben (en dat willen we allemaal), dan moet je LPF stemmen en dus moet je LPF stemmen. Zo wordt een ethische inhoud (morele wenselijkheid) gesuggereerd door de kale syntactische vorm. Is er een mooiere illustratie van de hele verkiezingscampagne mogelijk?

Peter-Arno Coppen

(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 27 Jan 2003 00:23:58 +0100
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Col: 0301.25: Column Willem Kuiper, no. 61: De Goede Hof

==========================================
Column Willem Kuiper, no. 61: De Goede Hof
==========================================

Mijn echtgenote heeft groene vingers. Niet omdat zij van Mars komt – vrouwen komen immers van Venus – maar omdat zij weet hoe met planten om te gaan. Als gevolg daarvan hebben wij een tuin waar maar weinigen langslopen zonder daar een blik vol welbehagen op te werpen. Geloof het of niet, ik heb een keer twee voorbijgangsters tegen elkaar horen zeggen: ‘Als ik zo’n mooie tuin had, zou ik er ook wat aan doen!’
Tuinen zijn niet van alle tijden. Pas toen de mens een vaste woon- en verblijfplaats koos, zullen de eerste tuinen ontstaan zijn. Aanvankelijk groente- en kruidentuinen, siertuinen kwamen pas later.
Tuinieren is in essentie een tegennatuurlijke bezigheid: het gaat er om de natuur ‘niet’ zijn loop te laten hebben. Hoe meer men ingrijpt in natuurlijke groei des te mooier een tuin kan worden. Snoeien en mesten, daar gaat hem om!
De mooiste tuin aller tijden was de Hof van Eden. Die zag er niet uit als onze Keukenhof, maar had het karakter van een ultieme boomgaard. Het heeft er alle schijn van dat de middeleeuwse medemens meer onder de indruk was van bloeiende, welriekende en vruchtdragende bomen dan van een bloementapijtje. Dat mocht men overigens graag plukken om het in huis over de vloer uit te strooien.
Cruciaal voor een middeleeuwse tuin was de muur erom heen. Een hortus was pas een hortus als het een hortus conclusus was. Die muur gaf aan: hier houdt de wilde natuur op en begint de beschaving. Achter de muur moest de stank van de buitenwereld plaatsmaken voor de zoete geuren van exotische bomen, de brandende zon voor schaduw, stenen voor gras, lawaai voor het gekwinkeleer van vogels en het kabbelen van een beekje dat idealiter zijn oorsprong vond in een natuurlijke bron.
De ideale bron welde niet op als grondwater, maar kwam uit een rotspartij en spoot zijn water in een door mensenhanden gemaakt bassin. Als daar edelstenen in lagen die door het bronwater meegespoeld waren dan wist men het zeker: deze bron is een uitloper van een ondergrondse paradijsrivier. Een of meer exotische bomen die de bron overschaduwden behoorden ook tot de vaste ingredienten.
Middeleeuwse tuinen die aan bovengenoemde criteria voldoen zijn bijzondere plaatsen, met een bijzondere geschiedenis en een bijzondere functie. Vandaar dat ze zoveel descriptieve aandacht krijgen in middeleeuwse romans, en als locus amoenus vaak een cruciale rol spelen.

Laatst kwam ik bij het vertalen van het Tweede Boek van Jan Boendales ‘Der leken spiegel’ een tuin tegen die mijn nieuwsgierigheid prikkelde, en wel omdat hij door Jan bekend werd verondersteld. Voor niet ingewijden, Jan Boendale was een Brabants auteur, volgens eigen zeggen geboren te Tervuren, dat toen nog buiten de muren van Brussel lag. Jammer dat hij niet de moeite genomen heeft er ook even bij te zeggen welk jaar men toen schreef. Jan Boendale moet een degelijke Latijnse scholing genoten hebben en was vele jaren lang topambtenaar in Antwerpen. Een van de bewaard gebleven handschriften vermeldt dat hij in 1351 gestorven is en optimisten denken dat hij in 1279 geboren is. Buiten werktijd toonde Jan zich een ambitieus en bevlogen auteur, maar geen romancier. Zijn literaire held was Jacob van Merlant, de homo universalis van de dertiende-eeuwse Middelnederlandse letterkunde.
Boendales bekendste werk is ‘Der leken spiegel’, geschreven tussen 1325 en 1330, een curieuze mengeling van heilsgeschiedenis en wat wij nu ‘normen en waarden’ noemen. In een epiloog zegt hij er zelf het volgende van:

Nu is dit werc gheindt,
daer ghi viere boeke in vindt:
D’ierste vander werelt beghinne,
d’ander heeft dat middel inne,
5 dat derde van sconen zeden,
van hoefscheden, van wijsheiden,
d’fierde der werelt inde
[…]

Het ander (tweede) boek behandelt het leven van Jezus en Zijn moeder, beginnend met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis en eindigend met haar ten hemel opname. Zijn bron zou ik nu graag naast mij hebben liggen. Het zal een Latijns verzamelhandschrift(je) geweest zijn met een aantal apocriefe evangelien, waaronder die van pseudo-Jacobus, pseudo-Mattheus en pseudo-Thomas. Deze evangelien zouden deels door kerkvader en bijbelvertaler Hieronymus van Strido (347-419) uit het Hebreeuws in het Latijn vertaald op verzoek van de bisschoppen Cromatius and Heliodorus, deels door hem uit zijn herinnering naverteld (II, 3, 1-14):

Jheronimus, in sijnre kintschede,
hadde ghelesen in eenre stede
in wat manieren ende hoe
onser vrouwen gheboorte quam toe,
5 ende over langhen tijt na dat
so sat hi in eenre stat
daer hi jeghen liede sprac
ende die dinc also vertrac
also hem ghedochte van desen
10 dat hi wilen hadde ghelesen.
Doe bat men hem zonder letten
dat hij’t in scrifte wilde setten.
Doe screef die goede Jheronimus
van onser vrouwen aldus:
[…]

Had hij wat meer tijd tot zijn beschikking dan zou Jan zich niet tot een samenvatting beperkt hebben, maar het boek integraal vertaald (II, 13, 121-134):

Weet dat in’t Latijn
vele meer woorden sijn
dan ic hier zegghe u!
Ic lijdt mitten cortsten nu.
125 Ic en vertrecke niet altemale
beide tale ende wedertale
die si hadden onderlinghe,
want ic hope een zonderlinghe
boec daer of te maken,
130 ghelijc dattie zaken
Jheronimus mit zire pinen
Van Ebreeusche trac in Latine,
so ic best mach ende can,
Ist dat’s mi God onse Here an.

Jammer dat het er niet van gekomen is. J.J. Mak moge in de eerste druk van de ‘Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur’ zijn rechtzinnige neus ophalen voor deze “niet eerste-rangs” bron – omdat het om niet-canoniek materiaal gaat en de samensteller niet de echte Hieronymus is maar een pseudo-Hieronymus – feit is dat voor de Reformatie en de Contrareformatie deze verhalen over de kinderjaren van Jezus en zijn moeder Maria voor het volksgeloof minstens zo beeldbepalend zijn als de canonieke teksten.

Op de vlucht voor de tyrannieke koning Herodes die de boodschap van de Drie Koningen over de nieuwgeboren koning letterlijk neemt, arriveert de heilige familie na een barre tocht door de woestijn in de Egyptische stad Socria var. Sotria. (II, 19). De Engelse vertaling van pseudo-Mattheus spreekt over “the regions of Hermopolis, and entered into a certain city of Egypt which is called Sotinen.” Uit een voetnoot blijkt dat het om een emendatie gaat, het teksthandschrift leest ‘Sotrina’. Dat verklaart de Middelnederlandse lezing Sotria.
Maar of het inderdaad om het onvindbare Sotinen in Hermopolis gaat, betwijfel ik. Daarvoor ligt Hermopolis Magna veel te zuidelijk en Hermopolis Parva veel te westelijk. Om de reis van de heilige familie een schijn van realiteit te geven dient men ervan uit te gaan dat zij een bestaande handelsroute gevolgd heeft, lopend van Gaza naar Cairo. De Gentse edelman Joos van Ghistele maakte tussen 1481 en 1485 die reis en zijn kapelaan Ambrosius Zeebout beschreef hem tamelijk nauwkeurig in het derde boek van diens reisverslag ‘Tvoyage van Mher Joos van Ghistele’. Geen spoor van Sotrina c.q. Sotinen. Wat nog het meest in de buurt komt is Sethroe alias Heracleopolis Parva, een stad die gelegen heeft in de Nijl-delta. aan de meest rechtse zijarm van de rivier. Daar nemen zij hun intrek in het Capitolium, een heidense tempel met 365 afgodenbeelden. Hoofdstuk 22 van de brontekst legt uit dat zij wel gedwongen waren hun intrek in deze heidense tempel te nemen, omdat niemand zo gastvrij was hen onderdak te verlenen. Ook is daar sprake van 355 afgodenbeelden. Maar de bedoeling is duidelijk: een (af)god voor elke dag.
Het gevolg van deze heilige overnachting is dat alle demonen die in die beelden huizen – de traditionele christelijke verklaring voor heidense orakelbeelden – maken dat zij weg komen, waarna de beelden om- en stukvallen. Volgens de brontekst wordt hiermee een profetie van Isaias waargemaakt – ‘Isaias’ 19, 1 – maar curieus genoeg verwijst Jan Boendale naar wat David “inden soutre” voorzegd had: “God […]/ stont inder [g]oden synagoghe/ Inder midden verdoemt hi[se] daer.” (II, 19, 23-25) En inderdaad, zo begint Psalm 81.
Deze gebeurtenis komt landsheer Affrodosius ter ore, maar wie denkt dat deze in woede uitbarst vergist zich. Affrodosius beseft ogenblikkelijk met wie hij te maken heeft en buigt zijn knie. Terzijde, dit soort anekdoten heeft geen enkele andere functie dan het joodse volk ervan te beschuldigen ziende blind en horende doof te zijn voor de Verlosser die in hun midden was geboren.
Hierna neemt de heilige familie zijn intrek bij een weduwe en woont daar een jaar totdat het volgende gebeurt: de kleine Jezus, die inmiddels drie jaar oud is, ziet kinderen spelen en sluit zich bij hen aan. Tijdens het spel krijgt Hij een dood, gedroogd en gezouten visje te pakken, Hij doet dat in een beker met water, en even later zwemt het visje levend rond. Toeschouwers vertellen dit aan de weduwe, die hen prompt het huis uitzet, bevreesd als zij is dat Hij een tovenaar is. Deze gebeurtenis komt niet uit pseudo-Mattheus maar staat aan het slot van het eerste hoofdstuk van het pseudo-Thomas evangelie.
Vandaar gaat de reis naar Babylon (II, 19, 87-104):

Men leest dat, te waren,
doe si in Egypten waren
dat si hadden hare wone
90 bider stat van Babylone,
daer nu die goede hof leeght,
die balseme te draghen pleeght,
die nerghent en wast dan daer,
goet ende gherecht, dat’s waer,
95 noch so edel no so fijn.
Dat mach daer bi wel sijn
dat Cristus ende Maria mede
wandelden te diere stede.
Daer springhet ooc in dien pleine
100 ene zonderlinghe fonteine,
daer Maria, als ic’t vinde,
gherne was met haren kinde,
want si dicke, na haer ghevoech,
sijn lijf [ende] sijn ghewaden daer in dwoech.

Gedurende de Middeleeuwen dacht men bij het horen of lezen van de stadsnaam Babylon niet aan het Oudtestamentische ‘oude’ Babylon in Mesopotamie, maar aan het ‘nieuwe’ Babylon in Egypte. Dat was oorspronkelijk een burchtstad aan de rechteroever van de Nijl ten zuiden van Heliopolis, in het Middelnederlands Der Zonnen Stad. Babylon en Heliopolis – alom bekend door de legende van de heilige Barbara – maakten deel uit van de oudchristelijke tafelzilver en waren hoekstenen in het middeleeuwse referentiekader. Nadat in 972 het Al Kahira – lett. de overwinnende, het huidige Cairo – door een Fatimiden generaal even ten noorden van Babylon gesticht was, werd Babylon na verloop van tijd ingelijfd – net als Ter Vuren in Brussel en Merlant in Brielle – en vervolgens met Cairo vereenzelvigd.
Bij Babylon zou dus een bijzondere tuin moeten liggen, met balsembomen die een superieure balsem voortbrengen zoals die nergens anders ter wereld werd voortgebracht. De reden daarvan moet gelegen zijn in het feit dat Maria en Jezus van die tuin hun wandelpark gemaakt hadden. In die tuin ontspringt ook een bijzondere bron, en Maria verbleef daar graag bij, zowel om de kleine Jezus te wassen alsook diens kleren. Verderop in de tekst lezen we dat de ‘heidenen’ elk jaar op Dertiendag – 6 januari – zich in die bron wassen, niet ter ere van de Drie Koningen, maar omdat in die regio Kerstmis op 6 januari gevierd wordt.
Aanvankelijk heb ik rekening gehouden met de mogelijkheid dat ‘Die goede Hof’ een (te) letterlijke vertaling was van de naam van de tuin, maar dat bleek niet het geval. Jan Boendale refereert hier aan een bij zijn publiek bekend geachte tuin. Maar welke?

Een van de voordelen van Internet is dat de wereld een stuk kleiner geworden is. Onder het motto ‘niet geschoten is altijd mis’ zocht en vond ik het e-mail adres van de boekwinkel van de American University in Cairo. Deze keer ving de koe een haas. De vraag kon niet beantwoord worden, maar werd doorgeschoven naar iemand anders, en die iemand anders bleek de Nederlandse socioloog Cornelus Hulsman te zijn. Vanaf dat moment had ik virtueel een poot aan de grond.

wordt vervolgd

(15)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://www.neder-l.nl/                      |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@neder-l.nl, naar         |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Marc.van.Oostendorp@meertens.knaw.nl of naar |
|   P.A.Coppen@let.kun.nl                                                 |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 0301.b --------------------------*