Neder-L, no. 9907.c: tijdschriftenoverzicht

Subject: Neder-L, no. 9907.c: tijdschriftenoverzicht
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Fri, 30 Jul 1999 04:14:35 +0200
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Achtste-jaargang--------- Neder-L, no. 9907.c -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Maandelijks tijdschriftenoverzicht                                      |
| ==================================                                      |
| (1) Tyd: 9907.22: Literatuur, jrg. 16, no. 3, mei/juni 1999             |
| (2) Tyd: 9907.23: Moer, jrg. 31, no. 3, juni 1999                       |
| (3) Tyd: 9907.24: Naamkunde, jrg. 30, no. 1-2, 1998                     |
| (4) Tyd: 9907.25: Naamkunde, jrg. 31, no. 1-2, juli 1999                |
| (5) Tyd: 9907.26: Onze Taal, jrg. 68, no. 6, juni 1999                  |
| (6) Tyd: 9907.27: Onze Taal, jrg. 68, no. 7-8, juli-augustus 1999       |
| (7) Tyd: 9907.28: Tabu, jrg. 28, no. 3, 1998                            |
| (8) Tyd: 9907.29: Tabu, jrg. 28, no. 4, eind 1998                       |
| (9) Tyd: 9907.30: TNTL, jrg. 115, no. 1                                 |
|(10) Tyd: 9907.30: TNTL, jrg. 115, no. 2                                 |
|(11) Tyd: 9907.31: Lijst redacteurs tijdschriftenoverzicht Neder-L       |
|(12) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.22-=-=
LITERATUUR, jaargang 16, nummer 3, mei/juni 1999.
ISSN 0168-7050.
Door: Jos’e Rekers.
Lent, 24 juni 1999.

  • Judit Gera.
    Op zoek naar een definitie van het geheimzinnige element x. Artistieke parallellen tussen het gedicht De Molen door J.H. Leopold en de schilderkunst van Piet Mondriaan in de periode 1908-1914. Blz. 138-144.
    (De parallellen in het werk van beide kunstenaars lijken vooral veroorzaakt door een kentering in kunstopvatting begin deze eeuw, waarbij de nadruk komt te liggen op het element van vergeestelijking.)
  • Nico Laan.
    Mulisch, Reich en de psychoanalyse. Blz. 145-153.
    (In Mulisch’ novelle ‘Het seksuele bolwerk’ – over leven en denken van Reich – lijkt Mulisch de werkwijze van de psychoanalyse te benaderen; een werkwijze die voorbijgaat aan het onderscheid tussen wetenschap en fictie.)
  • Jan van Luxemburg.
    (In de rubriek ‘Lucifer is geen Hamlet’:)
    Noorse en Nederlandse koketterie. Constance Ring, een vrouwenroman uit het Noorden. Blz. 154-158.
    (Deze roman van Amalie Skram dient als uitgangspunt voor een vergelijking met contemporaine romans waarin eveneens vrije liefde en overspelige huwelijksmoraal in het geding zijn.)
  • Els Stronk.
    ‘Elk wordt gesticht, door de gesangen die ik dicht’. Grootspraak van predikant-dichters? Blz. 159-165.
    (Er zijn genoeg aanwijzingen dat de Nederlandse ‘matigheid’ en ‘soberheid’ al op een eerder tijdstip ingang hadden gevonden in de samenleving dan in de 17e eeuw onder invloed van het calvinisme.)
  • Nelleke Noordervliet & Hanna Stouten.
    (In de rubriek Een voetstap in het natte zand:)
    Op zoek naar schrijvende vrouwen in het verleden. Blz. 166-169.
    (In deze gefingeerde briefwisseling wordt Betsy Hasebroek aangevallen op het vroegtijdig staken van haar literaire werk en voert zij ter verdediging een ‘onbestemde angst’ aan.)
  • Onno-Sven Tromp.
    Schrijvers op de voet gevolgd. Literair wandelen in Nederland. Blz. 170-176.
    (Een literaire wandeling die de wereld van Nescio binnenleidt, vormt de aanleiding tot een beschouwing over het fenomeen literaire wandeling en is voorzien van een overzicht met publicaties op dit gebied vanaf 1982.)
  • Marcel Janssens.
    (In de rubriek Grensverkeer:)
    Met Gezelle over de grens. Blz. 177-178.
    (Over de gekte in Vlaanderen naar aanleiding van het Guido Gezellejaar (1999) en de geringe belangstelling in Nederland hiervoor.)
  • Nieuws, blz. 179-185.
  • Recensies, blz. 185-195:
    . <Door: Piet Franssen:>
    Wim van Anrooij. Helden van weleer. De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700). Amsterdam University Press, Amsterdam, 1997.
    . <Door: M. van Otegem:>
    J. Janssen (red.). Omnibus idem. Opstellen over P.C. Hooft ter gelegenheid van zijn 350-ste sterfdag. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1997.
    J. Janssen (red.). Zeven maal Hooft. Lezingen ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van P.C. Hooft, uitgesproken op het herdenkingscongres in de Amsterdamse Agnietenkapel op 21 mei 1997. AD&L uitgevers, Amsterdam, 1997.
    . <Door: Jan Waszink:>
    Jacobus Revius. Licht op Deventer. De Geschiedenis van Overijssel en met name van de stad Deventer. Boek 6 (1619-1640). Uit het Latijn vertaald en toegelicht door A.W.A.M. Bude, G.T. Hartong & C.L. Heesakkers. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1998.
    . <Door: Gerard Termorshuizen:>
    Multatuli. Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy. Uitgegeven en toegelicht door Annemarie Kets-Vree. Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam, 1998. (Nederlandse Klassieken).
    . <Door: Yra van Dijk:>
    Odile Heynders. Langzaam leren lezen. Paul Rodenko en de poezie. Syntax, Tilburg, 1998.
  • Signalementen, blz. 196-200:
    . Jan-Hein Nobel & Sander van Vlerken (red.). Handboek voor schrijvers. Stichting Schrijven, Amsterdam, 1998.
    . Maarten Klein. ‘Wist een mensch ooit iets…’ Van oude menschen in nieuw licht. Louis Couperus Genootschap, Den Haag. (Couperus Cahier; IV).
    . Marlene Lunter & Heidi van Dulmen (samenst.). Moordmeiden. Vrouw en Cultuur, Eindhoven, 1998. (Vijf schrijfsters voor de lijst; dl. 2).
    . Jos Joosten. Lijnen en breuken. Een kleine historische beschouwing over het Nijmeegse Instituut Nederlands. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 1998.
    . A.L. S”otemann. Verzen als leeftocht. Over Gerrit Kouwenaar. Historische Uitgeverij, Groningen, 1998.
  • Ingekomen uitgaven, blz. 201-203.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.23-=-=
MOER, TIJDSCHRIFT VOOR HET ONDERWIJS IN HET NEDERLANDS, jaargang 31, nummer 3, juni 1999.
ISSN 0166-3755.
Door: Herman Giesbers, Bedrijfscommunicatie Letteren, KUN.
Nijmegen, 27 juli 1999.

Dit nummer is een speciaal dik themanummer onder de titel ‘Zin in kunst! Kunstzinnig taalonderwijs’.

  • Redactioneel:
    Jan Peter Houtman.
    Zullen we het beleven? Blz. 89-90.
    (Jan Peter Houtman leidt dit themanummer over de combinatie onderwijs met kunst en cultuur in. Hij schetst de mogelijkheden, maar ook de gevaren die allerlei veelbelovende ontwikkelingen op het terrein van kunst en taalonderwijs kunnen bedreigen.)
  • Jan Peter Houtman.
    Alle geluk van de wereld. Een buitenschool project met (I)VBO-leerlingen. Blz. 91-102.
    (Een reportage uit Rotterdam over een project met als thema ‘geluksspreuken’, een project dat zich inmiddels mag verheugen in de aandacht van media en uitgevers en dat provinciale en landelijke onderwijsprijzen heeft gekregen. Op basis van gesprekken met Ellen Vomberg, bij de school betrokken als beeldend kunstenaar, wordt aandacht besteed aan de totstandkoming en de resultaten van het project, de visie op leren en onderwijs, en aan de minder rooskleurige aspecten die voor anderen ter lering kunnen dienen.)
  • Peter Dekkers.
    Dichter bij de natuur. Vakoverstijgende lessenserie Nederlands en biologie in de BaVo. Blz. 103-106.
    (Samenwerkingsverbanden tussen Nederlands en biologie bestaan er nauwelijks in de basisvorming. Toch biedt zo’n combinatie voor leerlingen een aanlokkelijk perspectief. Peter Dekkers beschrijft hoe een dergelijke combinatie gemaakt kan worden met behulp van ‘verhalend ontwerpen’.)
  • Ilse Bolscher.
    Een papieren museum. Blz. 107-108.
  • Elsbeth van der Laan.
    ‘Mona Lisa heeft geen wenkbrauwen’. Opdrachten bij Stilleven van Ted van Lieshout. Blz. 108-115.
    (De kern van deze twee bijdragen wordt gevormd door ‘Stilleven. Een tentoonstelling’ van Ted van Lieshout, dat in 1998 verscheen en diverse prijzen won. Ilse Bolscher geeft een nadere beschrijving van het boek en Elsbeth van der Laan laat zien hoe het boek als basis kan dienen voor een les aan een MAVO-brugklas, waarbij kunstbeschouwing en taalvaardigheid hand in hand gaan.)
  • Ine Pels.
    CKV 1, een voorbeeld uit de praktijk. Blz. 116-129.
    (Culturele en Kunstzinnige Vorming is een van de nieuwe vakken in de Tweede Fase van het v.o. Veel scholen hebben moeite met de invulling van dit vak CKV-1. Ine Pels, docente Nederlands en kunstcoordinator aan het Dr. Knippenbergcollege in Helmond, beschrijft wat er tot nu toe op haar school in praktijk is gebracht. Niet zozeer de nieuwe methodes CKV, maar activiteiten die aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen en tegelijk iets nieuws bieden, brengen kunstzinnige vorming tot stand, zo leren de eerste ervaringen. Ine Pels beschrijft en becommentarieert het een en ander aan de hand van vele voorbeelden uit de Helmondse praktijk.)
  • Ilse Bolscher.
    ‘Wacht, ik wil deze opdracht nog even afmaken’. Gaan waar de woorden gaan in het letterkundig museum. Blz. 130-137.
    (Eind 1997 is in het Letterkundig Museum in Den Haag de permanente tentoonstelling ‘Gaan waar de woorden gaan. 250 jaar Nederlandse literatuur’ geopend. Anna-Marie Luecken, educatief medewerkster, ontwikkelde hierbij een educatief programma voor de bovenbouw havo en vwo dat aan wil sluiten bij CKV-1 en de studiehuisgedachte. Ilse Bolscher bezocht het museum en observeerde 5-havo- en 6-vwo-leerlingen tijdens hun ‘museumles’.)
  • Frank Kuehnen & Wil Willemsen.
    Een goede les op een warme plek. Op de Technische School Jonkerbosch. Blz. 138-140.
    (Wil Willemsen, docent Nederlands, kunstambassadeur en voorzitter van de Commissie Internationalisering Cultuur en Intercultureel, en Frank Kuehnen, vakgroepleider Nederlands en betrokken bij een gemeentelijk pilotprogramma taalbeleid, schetsen hoe op hun school voor Individueel Voorbereidend Beroepsonderwijs in Nijmegen gewerkt wordt en wat ze belangrijk vinden. Centrale aandacht krijgt ook hier het praktisch handelen van de leerlingen.)
  • Pieter Mols.
    Kunst als gebruiksvoorwerp. Een pedagogisch perspectief. Blz. 141-152.
    (De schrijver is museumdirecteur in Veldhoven en op diverse plaatsen werkzaam binnen kunst- en cultuureducatie. Van buiten het onderwijs laat hij zien hoe instellingen uit de kunstwereld de leerlingen in het onderwijs proberen te bereiken en wellicht zijn zijn inzichten en ervaringen inspirerend voor leraren basis- en voortgezet onderwijs. Mols beschrijft eerst zijn visie en geeft daarna voorbeelden van hoe zulke mooie ideeen vorm gegeven kunnen worden.)
  • Lucie Visch & Suzanne van Norden.
    Wanneer gaan we nou werken? Twee taalvormers over hun werk op basisscholen. Blz. 153-162.
  • Mirjam Zaat.
    Wat kinderen leren van taalvorming. Blz. 163-169.
    (Taalvorming is het centrale thema in de twee artikelen van Visch & Van Norden en van Zaat. Bij taalvorming, of literaire vorming, wordt taal gezien als een communicatie- en uitingsmiddel voor je waarnemingen, je gevoelens, je beroeringen. De drie auteurs zijn als consulenten taalvorming verbonden aan de Kunstweb/Taaldrukwerkplaats te Amsterdam. Zij beschrijven wat er in hun visie komt kijken bij een open deur als: taal is communicatie. Volgens hen mag deze deur nog veel verder worden opengezet, maar nog te vaak is er sprake van ‘technisch’ onderwijs voorzien van een communicatief sausje. In het eerste artikel geven Lucie Visch en Suzanne van Norden een verslag uit de praktijk van de taalvorming, in het tweede artikel geeft Mirjam Zaat vervolgens een verantwoording vanuit de theorie.)
  • Marco Holmer.
    Kinderen leren vertellen dankzij Aristoteles. Verhalen vertellen op de basisschool. Blz. 170-178.
    (De auteur werkt als verhalenverteller in theaters, scholen, bejaardentehuizen en veel andere plaatsen. Hij geeft daarnaast cursussen aan jongeren en volwassenen in het vertellen van verhalen. In dit artikel beschrijft hij zijn ervaringen met het leren vertellen van verhalen aan kinderen van buurthuis De Jutter en basisschool De Maaspleinschool in de rivierenwijk in Utrecht.)
  • Herman Giesbers.
    ‘Als je twee keer kijkt zie je meer’. Kunst op de basisschool. Blz. 179-186.
    (Najaar 1997 stond basisschool De Brink in Ottersum twee weken lang in het teken van kunst, kunst in allerlei vormen. Kinderen gingen op bezoek bij plaatselijke kunstenaars en waren vooral ook zelf actief bezig met het maken van kunst. Een ding werd meer dan ooit duidelijk: kunst en taal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een reportage uit Noord-Limburg.)
  • Jos Walta.
    Dat is de kunst! Over kunstenaars, kunst en kinderen. Blz. 187-193.
    (Jos Walta is coordinator kunstzinnige vorming bij De Kempen schoolbegeleidingsdienst. Voor hem hebben kunstuitingen drie functies: ontspanning, activering en reflectie. Ook in het (basis)onderwijs kan kunst deze functies vervullen. Walta vindt het belangrijk dat kinderen kennismaken met deze drie aspecten. In dit artikel beschrijft hij op welke manieren vorm kan worden gegeven aan kunstonderwijs op de basisschool.)
  • Aloijsius van Saus.
    Kettie de Klown speelt met taal. Lachend leren lezen op de basisschool. Blz. 194-198.
    (Theatergroep Lawine verzorgt onder het motto ‘Lachend Leren’ Kettie de Klown-jeugdtheaterstukken, vaak in samenwerking met educatieve of voorlichtende organisaties. Het doel van deze voorstellingen is om ondersteuning te geven aan projecten die kinderen begeleiden of voorlichten. Met subsidie van de stichting Lezen heeft Lawine nu een voorstelling gemaakt voor kinderen uit de groepen 3, 4 en 5 van de basisschool om hen te stimuleren meer te lezen. Aloijsius van Saus alias Bartje Klown vertelt hoe hij samen met Kathy diStefano als Kettie de Klown drama een rol laat spelen bij leesbevordering.)
  • Forum:
    Geert van de Ven.
    De sjimpansee doet niet mee. Blz. 207.
    (Mag de docent afwijken van ‘het rechte pad’, zoals dat door de methode gegeven wordt? Een speelse observatie uit de praktijk.)
  • Recensie, op blz. 199-202:
    . <Door: Herman Giesbers:> Carolyn Edwards, Lella Gandini & George Forman (red.), De honderd talen van kinderen. De Reggio Emilia-benadering bij de educatie van jonge kinderen. Uitgeverij SWP, Utrecht, 1998.
  • Idee, op blz. 203-206:
    . <Door: Mirjam Tuinder:> Als een man twee vrouwen heeft. Verhalen uit de Arabische wereld. Van Holkema & Warendorf/ Novib, Houten, 1999.
    Als een man twee vrouwen heeft. Docentenhandleiding. LSO, Amsterdam, 1999.
    . <Door: Mirjam Tuinder:> Ethiopi”e: de erfenis van een keizerrijk. KIT-Uitgeverij, Amsterdam, 1998.
  • VON-info, op blz. 212-214:
    (Informatie uit de bestuursvergaderingen van de VON.)

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.24-=-=
NAAMKUNDE, Mededelingen van het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie te Leuven en het Meertens Instituut te Amsterdam, jaargang 30 (1998), nummer 1-2.
ISSN 0167-5357.
Door: Tanneke Schoonheim, Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden.
Leiden, 30 juni 1999.

  • D. Gerritzen.
    Voornamen in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden (1820-1940). Blz. 1-29.
  • W. Van Langendonck.
    Een hieerarchie van plaatsnamen in het Nederlands en het Frans. Blz. 31-43.
  • W.A. Ligtendag.
    Vroegmiddeleeuwse toponiemen in de goederenadministratie van Fulda en Werden te lokaliseren in Groningen. Blz. 45-78.
  • F. Claes.
    Herkomstnamen en immigratie in Diest tot 1400. Blz. 79-143.
  • W. Beele.
    De familienaam Bulckaen. Blz. 145-147.
  • Boekbespreking:
    . <Door: F. Debrabandere, op blz. 149-151:> D. Kremer (coord.). Dictionnaire historique de l’anthroponymie romane (PatRom).

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.25-=-=
NAAMKUNDE, Mededelingen van het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie te Leuven en het Meertens Instituut te Amsterdam, jaargang 31, nummer 1-2, juli 1999.
ISSN 0167-5357.
Door: Tanneke Schoonheim, Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Leiden, 27 juli 1999.

  • C.J. de Moel Hzn.
    Voornaamgeving in de 19de eeuw in Edam-Volendam. Blz. 1-38.
  • K.F. Gildemacher.
    Friese Naamkunde. Blz. 39-68.
  • F. Claes.
    Enige beroepsnamen en bijnamen in Diest voor 1400. Blz. 69-80.
  • W. Beele.
    De familienaam Queinheweel. Blz. 81-86.
  • M. Gysseling (+) & F. Debrabandere.
    Vroegmiddeleeuwse persoonsnamen. Blz. 87-137.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.26-=-=
ONZE TAAL, jaargang 68, nummer 6, juni 1999.
ISSN 0165-7828.
Door: Jac Aarts, Hogeschool Larenstein.
Arnhem, 1 juli 1999.

  • Ren’e Appel.
    ‘Ik mix gewoon, no span’. De straattaal van jongeren in Amsterdam. Blz. 140-143.
    (De straattaal van Amsterdamse jongeren wordt vooral gesproken door jongeren die naast het Nederlands ook Surinaams als thuistaal hebben. De gebruikers zijn juist diegenen die het Nederlands goed zeggen te beheersen: het is voor hen een zaak van expressie, van taalverrijking. De vaak hiervoor gebruikte term ‘smurfentaal’ is dan ook onterecht. Na het Surinaams is het Engels een goede tweede als leverancier van straattaalwoorden. De meertaligheid van deze grotestadsjongeren “vindt zijn uitdrukking in hun onderlinge omgangstaal, dus in kleurrijk Nederlands.”)
  • Vraag en antwoord.
    <Door: Taaladviesdienst>. Blz. 147.
    (Wat is juist: “nooit en te nimmer” of “nooit ofte nimmer”? Wat is de juiste uitspraak van “cornedbeef”? Is het “naar gelang..” of “naar gelang van ..”? Is een computer die in 2000 niet op hol slaat, “millenniumproof” of “millenniumproef”? Is “enzovoort” juister dan “enzovoorts”? Op deze vragen geeft de Taaladviesdienst antwoord.)
  • Hans van de Velde en Muriel Houtermans.
    E’en taal, twee uitspraaknormen. De voorbeeldfunctie van Vlaamse en Nederlandse nieuwslezers. Blz. 148-150.
    (Nederlanders en Vlamingen houden er verschillende uitspraaknormen op na. Dit blijkt uit onderzoek onder studenten Nederlands in Nederland en Belgi”e. Het noordelijke Standaardnederlands van Henny Stoel e.a. wordt door Vlamingen expliciet afgewezen: zij kiezen voor het zuidelijke Nederlands zoals dat door de nieuwslezers van de VRT gesproken wordt. Andersom zijn Nederlanders minder stellig: zij vinden het zuidelijke Nederlands wat ouderwets. Bijna alle proefpersonen (uit noord en zuid) vinden het taalgebruik bij de commerciele omroepen overigens minder verzorgd en minder ‘standaardtalig’ dan bij de publieke omroepen.)
  • <Door: Taaladviesdienst>
    22 andere woorden voor ‘employability’/ Ander woord voor… callcenter. Blz. 151.
    Als beste Nederlands equivalent voor “employability” is uitgekozen: “emplooibaarheid”. Het woord werd o.a. ingezonden door Jan Plug (Vught), columnist van het maandblad Personeelsbeleid. De Taaladviesdienst zoekt nu een ander woord voor “callcenter”. “De letterlijke vertaling ‘belcentrum’ lijkt ons te vaag.”
  • Rozendaal, H.M.
    “Get yellow!” Blz. 151 .
    (Irriterende anglomane reclame van de Postbank, gericht op mogelijke jonge rekeninghouders: “Bored with the grey? Get Yellow!” Ook de bijhorende tekst is doorspekt met overbodig Engels (“Yellow is value for money (..) Kies nu voor een lifestyle met fun (..)”.)
  • Jan Erik Grezel.
    “Ik wil achterhalen wat zich in de hersenen afspeelt.” Interview met taalkundige Pieter A.M. Seuren. Blz. 152-155.
    (Al 25 jaar doceert Seuren taalfilosofie en theoretische taalkunde (specialisatie: semantiek) aan de Nijmeegse universiteit. Evenzo lang fulmineert hij tegen de school van Chomsky. Binnenkort gaat hij met emeritaat. Anders dan de meeste andere semantici benadrukt hij dat betekenis niet losstaat van de wereldkennis die elk mens heeft. Hij pleit voor een taalkunde met een empirische basis: ons dagelijks taalgebruik. De ‘transformationeel-generatieve grammatica’ van Noam Chomsky vindt hij “speculatieve nonsens die als solide wetenschap wordt verkocht”. De ingewikkelde boomstructuren ogen goed op papier maar hebben geen relatie meer met wat er zich in de hersenen afspeelt. Daar is het Seuren juist wel om te doen.)
  • Nicoline van der Sijs.
    Purisme toen en nu. Blz. 155.
    (De angst voor de ondergang van het Nederlands is bepaald niet nieuw. Nu het Engels als grote vijand, lang geleden het Latijn. Als opwarmertje voor het congres op 6 november fungeert een citaat uit “Twe-spraack van de Nederduitsche letterkunst” van H.L. Spiegel. Dit boek staat bekend als de eerste gedrukte grammatica van het Nederlands. Na verzuchtingen over moeilijkdoenerij met quasi-Latijnse woorden eindigt elke strofe van een hierin opgenomen gedicht met “Op die manier gaat het Nederlands geheel verloren” …)
  • Jan Erik Grezel.
    Hoe nuttig is ’t kofschip? Blz. 156-158.
    (Met het ezelsbruggetje van ’t kofschip kun je de meest frequente -d/-t-fouten niet voorkomen. Bij “verhuisd” in “ik ben verhuisd” moet de cursist eerst weten dat het hier om een voltooid deelwoord gaat. Bovendien is de hulp van ’t kofschip vaak onnodig: uit onderzoek van Alied Blom blijkt dat de probleemspeller vooral bij werkwoorden met een stameinde op -l, -m, -n en -r de mist ingaat. Juist de kofschipwerkwoorden zorgen zelden of nooit voor problemen: ‘gepiepd” en “gehuilt” komen vrijwel nooit voor. Bovendien is het lastig de regel helder en sluitend te formuleren.)
  • Peter-Arno Coppen.
    ’t Kofschip is geen spellingregel. Spellen zonder ezelsbruggetje. Blz. 158-160.
    (Volgens Coppen is kennis van de juiste uitspraak onmisbaar. Dan is de ‘kofschipregel’ niet nodig. Wie twijfelt aan de d in bv. “echt gebeurDe geschiedenis”, kan gewoon het voltooid deelwoord met een uitgang verlengen. De spelling daarvan is immers gebaseerd op de verlenging van het woord.)
  • Marjon Gaasbeek.
    “Tools for cheese”. Is ‘al het Engels in reclame even storend?. Blz. 161.
    (Aanvulling op twee Nijmeegse onderzoeken: niet alle Engels in reclame wordt even storend gevonden. Proefpersonen bij haar afstudeeronderzoek vonden Engels niet gepast bij een product van Nederlandse makelij (‘tools for cheese’ bij een advertentie voor een kaasschaaf..). Evenzo bij een product dat niet trendgevoelig is. Bij een reclame voor Levi’s echter (modegevoelig en uit een Engelstalig land) krijgt het Engels meer waardering.)
  • Nicoline van der Sijs.
    Het versierde woord. Een 17de-eeuws combinatorisch woordenboekopnieuw uitgebracht. Blz. 162-164.
    (Zeer aan te bevelen voor (tekst)schrijvers, journalisten en allen die streven naar origineel woordgebruik: de heruitgave van het 17de-eeuwse woordenboek “Epitheta” (1620) door de Antwerpse schoolmeester Anthoni Smyters. Onder ‘epitheta’ verstond Smyters naamwoorden (bijvoeglijke, zelfstandige) waarmee een bepaald z.nw of eigennaam kan worden verbonden. Zoek een woord op (“muis”, “Arabier”, “oude man”) en kijk waarmee het verbonden kan worden. Voor het moderne Nederlands bestaan geen combinatorische woordenboeken.)
  • Riemer Reinsma.
    Lunet(te). Blz. 167.
    (In Breda zijn ze nog duidelijk te zien, en in Utrecht is er zelfs een hele wijk naar genoemd: lunetten. Een lunet is een tweelingfort. Het is een Frans leenwoord en betekende in die taal ‘maantje’ of ‘halve maan’; later ging het meervoud ‘bril’ betekenen. Ook worden genoemd: bastion, ravelijn, citadel.)
  • Guus Middag.
    Behaspelen. Blz. 166.
    (Het komt in geen enkel woordenboek voor, maar wel in een gedicht van Leopold: het woord “behaspelen”.)
  • Marlies Philippa.
    Wedeme. Blz. 168.
    (Het Middelnederlandse woord “wedeme” (o.a. bruidsschat) hangt samen met het Duitse “widmen”(wijden, opdragen). Andere woorden die in dit verband aan de orde komen: weduwe, wedde, weem, wijden (met hypercorrecte -d-: eig. wi”en, vgl. wie-rook), Eng. wedding.)
  • Ewoud Sanders.
    Torquemada. Blz. 169.
    (“Meer Kamerleden”, aldus meldde onlangs de NRC, “worden door meer televisietorquemada’s allerstrengst ondervraagd.” Het woord “torquemada” staat voor “inquisiteur, ketterjager” en houdt de herinnering levend aan de Spaanse fanatieke grootinquisiteur Tomas de Torquemada (1420-1498).

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.27-=-=
ONZE TAAL, jaargang 68, nummer 7-8, juli-augustus 1999.
ISSN 0165-7828.
Door: Jac Aarts, Hogeschool Larenstein.
Arnhem, 20 juli 1999.

  • Marc van Oostendorp.
    ‘Praten met je ogen’. Gehandicapte kinderen communiceren dankzij Bliss-symbolen. Blz. 176-179.
    (Sommige kinderen zijn lichamelijk zo zwaar gehandicapt dat ze geen woorden kunnen uitspreken of opschrijven. Dankzij een symbolensysteem dat een beetje lijkt op Chinese karakters en op de pictogrammen van bv. de Nederlandse Spoorwegen kunnen zij nu toch met pc en toetsenbord tot communicatie komen. In het Huizense revalidatiecentrum De Trappenberg bereiken de logopedisten Caroline Bockweg en Els Koerselman er opmerkelijke resultaten mee. De uitvinder ervan, Charles Bliss, had er overigens heel andere bedoelingen mee: hij wilde de wereld een internationale taal geven die gemodelleerd was naar het Chinees. Mede omdat het Esperanto er al was, verdween zijn boek “Semantography” (1949) roemloos in stoffige boekenkasten.)
  • Redactie.
    Congres Onze taal/Zeepkistdiscussie. Blz. 179.
    (Aankondiging van het tweejaarlijkse congres: “Gastvrij Nederlands? Invloeden op onze taal”. Dit vindt plaats in Rotterdam op 6 november.)
  • Vraag en antwoord.
    <Door: Taaladviesdienst>. Blz. 183.
    (Is “gedood” in een zin als “Bij de overstromingen zijn drie mensen gedood” een anglicisme? Is het “meerderlei” of “mererlei” ? En is het “hun” of “zijn” in een zin als “Het echtpaar wilde een kind, omdat zijn enige kind overleden was”? Op deze vragen geeft de Taaladviesdienst antwoord.)
  • Marc van Oostendorp.
    Het ‘point of no return’ voor het Engels. (Interview met Abram de Swaan). Blz.184-185.
    (Het Engels “is de taal van de macht die zich voordoet als de taal van het amusement.” Volgens de Amsterdamse socioloog Abram de Swaan zullen talen met een zwakkere culturele positie het loodje leggen: het Afrikaans bijvoorbeeld. Onze taal niet, “omdat het Nederlands het nog net kan halen.” Hij is het niet eens met de officiele Europese taalpolitiek die alle landstalen officiele talen maakt en verwacht dat het Engels in de alledaagse Europese praktijk de enige werktaal zal worden. Daarmee is ook sprake van een onrechtvaardig oprukken van Angelsaksische cultuur. Dit geldt sterk voor bv. onderzoekers van wie Engelstalige publicaties bij selectie zwaar meetellen: voor beoordeling van artikelen ben je dan afhankelijk van mensen uit de Engels-Amerikaanse cultuur. Daarom pleit De Swaan voor een continentaal-Europees Engels. Een Europese Taalacademie zou daarop moeten toezien.)
  • Theo Veenhof.
    Een ‘ronde hoer’ of een Spaanse schone? De herkomst van het woord ‘mokkel’. Blz. 186-188.
    (Is het woord ‘mokkel’ misschien van Spaanse oorsprong? Veenhof denkt aan het Spaanse ‘mocuela’ (mooi meisje). Bewijsplaatsen zijn er echter niet (ook niet genoemd bij Kiliaan.)
  • Marcel Uljee.
    Lezen terwijl de telefoonteller tikt. Tien verschillen tussen lezen van papier en lezen op internet. Blz. 188-189.
    (Een internettekst leest anders dan een papieren versie. Er zijn minstens tien belangrijke verschillen. Het psychologische aspect (dat je de teksten niet kunt voelen, ruiken en aanraken), acht Uljee misschien nog wel het belangrijkste verschil. Toch zijn de voordelen onloochenbaar: internetteksten zijn goedkoper, milieuvriendelijker en toegankelijker dan papieren teksten.)
  • Erwin Marsi.
    “De ene taal wordt sneller gesproken dan de andere”. Blz. 190-193.
    (Wordt de ene taal echt sneller gesproken (bv.Italiaans, Frans) dan de andere of is dat een van de vele taalmythen? Het berekenen van spreeksnelheid is zeer gecompliceerd, alleen al omdat in spontane spraak (= niet voorgelezen) veel stilte voorkomt (soms wel bijna de helft). En wat moet je meten: lettergrepen of fonemen (=betekenishoudende klanken) per seconde? Gemeten in fonemen per seconde wordt het Nederlands zelfs sneller uitgesproken dan het Italiaans. Gemeten in uitspraaksnelheid (dus zonder meerekenen van stiltes) blijken talen nauwelijks van elkaar te verschillen. Ook spelen intonatie en sociale factoren een belangrijke rol: misschien zijn die zelfs nog relevanter dan mogelijke structurele verschillen tussen talen. “De indruk dat sommige talen sneller worden gesproken dan andere is dus misschien wel juist, maar niemand heeft dat nog objectief kunnen meten.”)
  • Arjan Polderman.
    Alle vijf (de) boeken. Blz. 193.
    (Is het “alle vijf boeken” of “alle vijf deboeken” ? Het zinsritme is in dit verband een zelden genoemde factor. Omdat zowel “vijf” als “boeken” beklemtoond zijn, is een zekere spreekpauze onvermijdelijk, vandaar ‘alle vijf DE boeken”. Dit zinsritme is misschien ook de oorzaak van de opkomst van nieuwere constructies met “hele” (bijwoord) en “om”, bv. “een heel goede zaak/een heLE goede zaak” en “het is de bedoeling (OM) het doel te halen.)
  • Jan Erik Grezel.
    “Je moet hier ook nog wat presteren”. De succesformule van ’10 voor taal’. Blz. 194-96.
    (De taalquiz ’10 voor taal’ is haar tiende jaargang ingegaan. De succesformule ervan, kort samengevat: educatief, maar ook speels. Geen grammaticavragen, want het gaat niet om pure schoolkennis. De opgaven worden nagekeken door deskundigen van de Taaladviesdienst van Onze Taal, waarbij weleens iets specifiek Vlaams over het hoofd gezien wordt. Aan deelnemers is geen gebrek. Dat de Vlamingen vaker zouden winnen, was alleen in het begin zo: de laatste jaren gaat het gelijk op.)
  • Marcel Lemmens.
    “De Britten hebben gepersconfereerd”. De vorming van nieuwe werkwoorden. Blz. 196-197.
    (Van zelfstandige naamwoorden maken we makkelijk nieuwe werkwoorden: faxen, scheidsrechteren, hinten, koppen, persconfereren. Deze werkwoorden komen in Van Dale 1976 nog niet voor. De vernederlandsing ervan gaat snel, omdat we met deze nieuwvormingen snel en efficient betekenis kunnen doorgeven. Het lijkt op macro’s bij tekstverwerking.)
  • Anneke Neijt.
    De tussen-e(n) in samenstellingen. De ‘Groene Boekjes’ van 1881, 1954 en 1995. Blz. 198-201.
    (Een van de betrokkenen bij de vorige spellingherziening vergelijkt het eindresultaat van 1995 met dat van de voorgangers in 1881 (De Vries en Te Winkel, 1e dr 1866) en in 1954, met name wat betreft de tussen-e(n) bij zelfstandige naamwoorden in samenstellingen. De spelling van ’81 is het ingewikkeldst, die van ’54 en ’95 zijn elkaars gelijke. Het eindresultaat van ’95 had consistenter kunnen zijn, zodat er minder van willekeur sprake zou zijn dan nu. De Taalunie echter verwierp de voorgestelde regeling, zodat de taalgebruiker van nu opgezadeld is met een te lastige regeling. Het gebruik van het meervoudscriterium (alleen/ook meervoud op -s) werd door de Commissie helemaal niet gewild. Sta er niet te lang bij stil, aldus het advies, als het spellen van samenstellingen niet altijd goed lukt: ‘het inconsistente gebruik is immers het gevolg van een inconsistente beregeling”.)
  • Redactie.
    Databank Onze Taal/Gezocht: vrijwilliger. Blz. 201.
    (De Databank Onze Taal is geen uitgave van het genootschap zelf, maar van Jac Aarts, actief lid-abonnee. De maandelijkse gegevens over Onze Taal worden vanuit deze databank gepubliceerd in Neder-L. De databank is natuurlijk veel uitvoeriger en bevat alle gegevens vanaf 1995; bovendien zijn de registergegevens over Onze Taal vanaf 1984 erin opgenomen. Ook voor niet-abonnees is de databank relevant. Men kan deze bestellen door f 10,– over te maken op giro 39.76.124 van J.J.C.T. Aarts te Arnhem onder vermelding van “Databank Onze Taal/Neder-L. Bij overmaking via girotel wordt u dringend verzocht uw adresgegevens te vermelden. Dit geldt ook voor hen die in Belgi”e wonen maar een Nederlandse girorekening hebben.”)
  • Tamtam:
    <Door: Redactie. Blz. 202.>
    (Drie taalberichten:
    (1) Zeeuws ook erkende streektaal?
    (2) ABN niet in Haarlem, maar in Dronten (onderzoek van dialectoloog Harrie Scholtmeijer: in Dronten ontstond het meest pure ABN, omdat alle nieuwkomers 35 jaar geleden elkaar moesten verstaan. De tweede generatie slaagt daar nu in)
    (3) Europese meetlat talenkennis. Een werkgroep van de Raad van Europa ontwikkelde een ‘taalportfolio’, waarmee iemands talenkennis praktisch meetbaar wordt)
  • Geschiedenis op straat. Hunnenweg. Blz. 203.
    <Door: Riemer Reinsma:>
    (In diverse plaatsen zijn wegen waarvan men denkt dat ze naar Attila’s Hunnen genoemd zijn, maar waar zich toch nooit een Hun vertoond heeft. Deze woestelingen zijn namelijk nooit in Nederland geweest. De etymologie is onduidelijk.)
  • Woordenboek van de poezie. Onk. Blz. 204
    <Door: Guus Middag>
    (Hoe noem je een boom die zo kaalgewaaid is dat er nog maar een blaadje aan hangt? In een gedicht van de Nieuw-Zeelandse Laura Ranger komt dit voor; dat ene blaadje wordt vergeleken met een losse sok, eenzaam hangend aan de waslijn. Hoe noem je zoiets? Van dialectologe Jo Daan is het woord “onk” (Zaans) afkomstig: ‘gezegd van incompleet (loos, eenzaam) paar, bv. een onke sok’.)
  • Etymofilie. Elstar. Blz. 205.
    <Door: Ewoud Sanders>
    (De naam voor de rood-gele appelsoort Elstar bestaat uit twee delen: Elst+ -ar; deze laatste twee letters vormen een eerbetoon aan de kweker ervan, de Wageninger Arie Schaap.)
  • InZicht.
    <Door: Raymond No”e:, op blz. 206-207:>
    Deze keer aankondigingen van 2 cd-roms, 5 boeken en een tijdschrift:
    . Woordenboek der Zeeuwse Dialecten (WZD), nu ook op cd-rom.
    . Handwoordenboek Frans-Nederlands, Van Dale, cd-rom.
    . Inez van Eijk & Egbert Warries, “Eekhoorntje op lange weg. Over het schrijven van verhalen en ander proza”.
    . Wim Dani”els, De kuitbreuk van Romario en andere taalanekdoten”.
    . J.A. Brongers, “Boekwoorden woordenboek. Rondgang door de boekenwereld”.
    . Florimon van Putte, “Dede pikina ku su bisina. Papiamentu-Nederlands en de onverwerkt verleden tijd” (de geschiedenis van het Papiamento).
    . Inge Zwitserlood, Wim Zonneveld en Sonja Sengers, “Taal: kijken en doen. Elementaire informatie over (gebaren-)taal in 10 hoofdstukken” (cursus die jonge gebarentaalgebruikers laat zien wat taal is en wat gebarentaal is).
    . In de subrubriek Tijdschrift aandacht voor het blad “Schrijven”, gericht op beginnende schrijvers. Redactie: Louis Stiller, Sabine ten Have, Erik Nieuwenhuis en Sander van Vlerken, uitg. Stichting Schrijven.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.28-=-=
TABU, Bulletin voor Taalwetenschap, jaargang 28, nummer 3, 1998.
ISSN 0165-9200.
Door: Ton van der Wouden, NWO/Nederlands RUG en ATW RUL.
Leiden, 21 juli 1999.

  • Jan Koster.
    Gapping moet blijven. Blz. 99-106.
    (“De vraag doet zich […] voor waarom het sowieso overbodige ‘move alpha’ op de onderzoeksagenda prijkt als nooit tevoren, terwijl Gapping vrijwel uit de belangstelling verdwenen is.” “Zodra we inzien dat c-command onjuist is en beter vervangen kan worden door een generalisatie van het standaard localiteitsbeginsel, het Bilocaliteitsprincipe, dan blijkt dat nog veel verdere unificatie mogelijk is […] [en] ziet het er naar uit dat ALLE locale grammaticale relaties berusten op precies hetzelfde bouwplan, de Configurationele Matrix”.)
  • A.M. Duinhoven.
    Zinnen met toegevoegde persoonsvorm. Over SGF-coordinatie en samentrekking. Blz. 107-132.
    (“Hebben we in SGF-coordinatie met samentrekking te doen of met deletie, met alletwee of met geen van beide?” Over zinnen als “Plotseling werd Karel boos en liep de kamer uit”. De titel is veelzeggend.)
  • Eric Hoekstra.
    De drie stamgebieden en de gebiedende wijs meervoud van “zijn”. Blz. 133-142.
    (Over “Kinderen wezen jullie nu eens stil” uit de Meertens-enquete van 1995. De “wezen”-variant komt bij uitstek voor in Holland, Zeeland en Utrecht, stammen op een “z” – “kinders zij ne kier stille” – met name onder de grote rivieren, en “b-varianten – “bent nou es stil” enz. vooral in Oost-Brabant.)

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.29-=-=
TABU, Bulletin voor Taalwetenschap, jaargang 28, nummer 4, eind 1998.
ISSN 0165-9200.
Door: Ton van der Wouden, NWO/Nederlands RUG en ATW RUL.
Leiden, 21 juli 1999.

  • Petra Hendriks.
    Waarom Plato’s probleem niet van toepassing is op de verwerving van taal. Blz. 153-158.
    (“De geobserveerde kloof tussen taalinput en taaloutput laat zich […] verklaren door aan te nemen dat er geen strikte scheiding bestaat tussen het niveau van syntactische representatie en het niveau van semantische representatie.”)
  • Ton van der Wouden.
    Waar Machteld nou? Blz. 159-161.
    (“Dit alles laat zien dat een kind van ruim drie jaar oud al weet hoe ze (bepaalde aspecten van) een conversatie moet organiseren. Bovendien blijkt dat ze op die leeftijd al de beschikking heeft over een heel arsenaal aan modale uitdrukkingsmiddelen van het Nederlands, inclusief modale partikels.”)
  • Jack Hoeksema.
    Een ondode kategorie: de genitief. Blz. 162-167.
    (De genitief lijkt in het Nederlands bijna uitgestorven, maar leeft nog voort in journalistieke zinswendingen als “dat is eigenlijk niet des Van Gaals” en “Dat is niet des CDA’s”.)
  • Eric Hoekstra.
    De gebiedende wijs en de 2e persoon meervoud van “zijn”. Blz. 168-174.
    (Nogmaals over de vraag, waar men “kinderen wezen jullie nu eens stil” zegt, waar “bennen”, waar “zijn”?)

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.30-=-=
TIJDSCHRIFT VOOR NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE, jaargang 115, nummer 1.
ISSN 0040-7550.
Door: Dick Wortel, Instituut voor Nederlandse lexicologie.
Leiden, 7 juli 1999.

  • L. Kuitert.
    Het Deltaplan in de literatuurgeschiedenis. Naar aanleiding van de verschijning van een nieuwe klassiekenreeks. Blz. 1-15.
  • A. den Hollander.
    Leidse fragmenten van een Middelnederlands leven van Jezus. Blz. 15-25.
  • L. Decloedt.
    Van Bruno Brehm tot Thomas Mann. Simon Vestdijk en de Duitstalige literatuur. Blz. 25-42.
  • G.R.W. Dibbets.
    De Nederduitsche spraekkunst (1764) van Frans de Haes. Blz. 42-65.
  • F. de Tollenaere.
    Lexicographica: mnl. ghehuust ende ghehooft (1450). Blz. 65-67.
  • Boekbeoordelingen.
    . <Door: P. Wackers:> B.A.M. Ramakers: Spelen en figuren. Toneelkunst en processiecultuur in Oudenaarde tussen Middeleeuwen en Moderne Tijd. Amsterdam, [1996]. Blz. 67-69.
    . <Door: M. Hunziker:> R. Dekker: Lachen in de Gouden eeuw. Een geschiedenis van de Nederlandse humor. Amsterdam, 1997. Blz. 69-71.
    . <Door: E. Verbaan:> M. Meijer Drees: Andere landen, andere mensen. De beeldvorming van Holland versus Spanje en Engeland omstreeks 1650. ‘s-Gravenhage, 1997. Blz. 71-75.
    . <Door: J. Jansen:> W. Abrahamse: Het toneel van Theodore Rodenburgh (1574-1644). Amsterdam, 1997. Blz. 75-78.
    . <Door: J. Muyres:> A. de Vos: Gezelles ‘Gouden eeuw’. De Zuidnederlandse zeventiende-eeuwse literatuur in het werk van Guido Gezelle. Leuven, 1997. Blz. 78-79.
    . <Door: Chr. Dohmen:> J. Mateboer: Bibliografie van het Nederlandstalig narratief fictioneel proza 1701-1800. Nieuwkoop, 1996. Blz. 79-81.
    . <Door: Chr. Dohmen:> G.J. Johannes: De lof der aalbessen. Over (Noord-)Nederlandse literatuurtheorie, literatuur en de consequenties van kleinschaligheid 1770-1830. ‘s-Gravenhage, 1997. Blz. 81-83.
  • Signalementen.
    . <Door: K. Dekker:> C. van Bree: Een oud onderwerp opnieuw bekeken. Leiden, 1997. Blz. 83-84.
    . <Door: J. Posthumus:> T. van der Wouden: Verboden op het werk te komen. Klein woordenboek van Vlaamse taal- en andere eigenaardigheden. Enschede, 1998. Blz. 84-85.
    . <Door: M. Rem:> Ph.H. Breuker (red.) Landrecht der Vriesne. Tekstuitgave en commentaar. Leeuwarden, 1996. Blz.85.
    . <Door:B.P.M. Dongelmans:> M. van Delft (red.): Verzamelaars en vezamelingen. Koninklijke Bibliotheek 1798-1998. Blz. 86-87.
    . <Door: A.Th. Bouwman:> J. Deschamps [en] H. Mulder: Inventaris van Middelnederlandse handschriften van de Koninklijke Bibliotheek van Belgie. Brussel, 1998. Blz. 87-88.
    . <Door: B. Besamusca:> Beatrijs: een middeleeuws Maria-mirakel. Amsterdam, 1995. Mariken van Nieumeghen & Elckerlijc: zonde, hoop en verlossing in de late middeleeuwen. Blz. 88-90.
    . <Door: B. Besamusca:> Die salighe ende schoone hystorie vanden strijde des lants van Spaengien: een Middelnederlandse vertaling van de Kroniek van Pseudo-Turpijn [=]. Groningen, 1997. Blz. 90.
    . <Door: M. de Jong:> Van die becooringe des duvels hoe hij crijstus becoorden [=]. Munster, Amsterdam, 1998. Blz. 90-91.
    . <Door: L. van Gemert:> Princeps Auriacus. Sive Libertas defensa (1599) = De prins van Oranje of de verdediging van de Vrijheid. Voorthuysen, 1998. Blz. 91-92.
    . <Door: A. de Vries:> Het dagboek van Otto van Eck. Hilversum, 1998. Blz. 92-93.
    . <Door: P.G. de Bruijn:> Chr. D’Haen: Het Schrijverke. Gent, 1997. Blz. 93-94.
  • Ontvangen boeken. Blz. 95.

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.31-=-=
TIJDSCHRIFT VOOR NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE, jaargang 115, nummer 2.
ISSN 0040-7550.
Door: Dick Wortel, Instituut voor Nederlandse lexicologie.
Leiden, 7 juli 1999.

  • V. Fraeters.
    ‘Vanden leeuwe wert hi lam’. Alchemie en religie in de Middelnederlandse vertaling van Tabula chemica. Blz. 97-113.
  • W. Waterschoot.
    Eigentijdse commentaar bij zestiende- en vroeg-zeventiende-eeuwse gedichten. Blz. 113-123.
  • I. Glorie.
    ‘Wij hopen langs dezen weg iets bij te dragen tot verbetering van den Smaak en de Kritiek in Nederland’. De literaire kritieken van Aarnout Drost. Blz. 123-143.
  • R. de Bonth.
    ‘Nu een woordjen van de Idea’. Blz. 143-158.
  • Boekbeoordelingen.
    . <Door: J. Noordegraaf, R.D. Snel Trampus, R. Leclercq, R. Vismans:> Algemene Nederlandse spraakkunst. Red. W. Haeseryn e.a. Groningen, Deurne, 1997. Blz. 158-166.
    . <Door: E. Huizenga:> W.L. Braekman: Middeleeuwse witte en zwarte magie in het Nederlands taalgebied. Gecommentarieerd compendium van incantamenta tot einde 16de eeuw. Gent, 1997. Blz. 166-171.
    . <Door: O. Lie:) E. Huizenga: Een nuttelike practijke van cirurgien. Geneeskunde en astrologie in het Middelnederlandse handschrift Wenen, Oesterreichische Nationalbibliothek, 2818. Hilversum, 1997. Blz. 171-174.
    . <Door: J. Konst> D. Heinsius: Auriacus, sive Libertas saucia (1602). Ed. J. Bloemendal. Voorthuizen, 1997. Blz. 174-177.
    . <Door: A.C.G. Fleurkens:> P.C. Hooft: Granida. Spel. Ed. L. van Gemert en L.P. Grijp. Amsterdam, 1998. Blz. 177-179.
    . <Door: F. Ruiter:> N. Laan: Het belang van smaak. Twee eeuwen academische literatuurgeschiedenis. Amsterdam, 1997. Blz. 179-182.
    . <Door: L. Custers> H.G.M. Prick: In de zekerheid van eigen heerlijkheid. Het leven van Lodewijk van Deyssel tot 1890. Amsterdam, 1997. Blz. 182-185.
  • Interdisciplinair.
    . <Door: W. H”usken:> Nederlands kunsthistorisch jaarboek 47: ‘Pieter Bruegel’. Zwolle, 1996. Blz. 185-188.
    . <Door: M.Th. Leuker:> L. van de Pol: Het Amsterdams hoerdom. Prostitutie in de zeventiende en achttiende eeuw. Amsterdam: 1996. Blz. 188-193.
  • Signalementen.
    . <Door: Clara Strijbosch:> Jacob van Maerlant. Samengesteld door I. Biesheuvel en F. van Oostrom. Amsterdam, 1999. Reinaert de Vos. Samengest. door H. Slings. Amsterdam, 1999. Blz. 112.
    . <Door: L. van de Zande:> J.W. de Vries (red.): Eene bedenkelijke nieuwigheid. Twee eeuwen neerlandistiek. Hilversum, 1997. Jos Joosten: Lijnen en breuken. Een kleine historische beschouwing over het Nijmeegse Instituut Nederlands. Nijmgen, 1998. Blz. 193-195.
    . <Door: J. Schuffel:> H. Duits (red.): Een lezer aan het woord. Studies van L. Strengholt over zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde. Amsterdam, Munster, 1998. Blz. 195.
    . <Door: A. de Jeu:> P. Hoftijzer: Pieter van der Aa (1659-1733). Leids uitgever en boekverkoper. Hilversum, 1998. Blz. 195-196.
    . <Door: Chr. Dohmen:> J. van Effen: De Hollandsche Spectator. 8 februari 1732-23 mei 1732. Aflevering 31-60. J. van Effen: De Hollandsche Spectator. 8 februari 1732-23 mei 1732. Aflevering 106-150. Leiden, 1998. Blz. 196-198,
    . <Door: L. Jensen:> G. Paape: De Bataafsche Republiek, zo als zij behoord te zijn, en zoals zij weezen kan [=]. Nijmegen, 1998. Blz. 198.
  • Ontvangen boeken. Blz. 199.
(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9907.32-=-=

*-------------Redacteurs--tijdschriftenoverzicht--Neder-L-----------------*
| Amsterdamer Beitraege    Tanneke Schoonheim <schoonheim@inl.nl>         |
| de Achttiende Eeuw:      Truus Reijs-Extra <btr@hetnet.nl>              |
| de Boekenwereld:         Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>  |
| Cahiers voor een Lezer:  Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Driemaandelijkse Bladen: Harrie Scholtmeijer                            |
|                                  <Harrie.Scholtmeijer@meertens.knaw.nl> |
| Gramma/TTT:              Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>      |
| Leuvense Bijdragen:      Hans Smessaert                                 |
|                                    <Hans.Smessaert@arts.kuleuven.ac.be> |
| Literatuur:              Jose Rekers <jjrekers@hotmail.com>             |
| Literatuur Zonder        Bea Ros <Bea@Zunneberg-Ros.nl>                 |
|   Leeftijd:                                                             |
| Mededelingen Stichting   Marco de Niet <Marco.deNiet@konbib.nl>         |
|   Jacob Campo Weyerman:                                                 |
| Meesterwerk:             Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Millennium:              Paul Wackers <wackers@let.kun.nl>              |
| Moer:                    Herman Giesbers <H.Giesbers@let.kun.nl>        |
| Over Multatuli:          Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Naamkunde:               Tanneke Schoonheim <schoonheim@inl.nl>         |
| Nederlandse Letterkunde: Karel Bostoen <bostoen@rullet.leidenuniv.nl>   |
| Nederlandse Taalkunde:   Luuk Lagerwerf <l.lagerwerf@wmw.utwente.nl>    |
| Neerlandica Extra Muros: Olga van Marion <ovmarion@rullet.leidenuniv.nl>|
| de Negentiende Eeuw:     Jan Stroop <J.Stroop@hum.uva.nl>               |
| Ons Erfdeel:             Jaap van Veen <Jaap_van_Veen@compuserve.com>   |
| Ons Geestelijk Erf:      Thom Mertens <thom.mertens@ufsia.ac.be>        |
| Onze Taal:               Jac Aarts <Jac.Aarts@inter.NL.net>             |
| de Parelduiker:          Wieneke 't Hoen <Wieneke.t.Hoen@chi.knaw.nl>   |
| Queeste:                 Willem Kuiper <Willem.Kuiper@hum.uva.nl>       |
| Spiegel der Letteren:    Betty van Wonderen                             |
|                                         <Betty=van=Wonderen@uba.uva.nl> |
| Taal en Tongval:         Roland de Bonth, <salemans@baserv.uci.kun.nl>  |
| Taalbeheersing:          Louise Cornelis <lcornelis@compuserve.com>     |
| Taalschrift:             Ewoud Sanders (via:) <secr@ntu.nl>             |
| Tabu:                    Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>       |
| Tekst[blad]:             Judith Mulder <tekst.en.uitleg@wxs.nl>         |
| TNTL:                    Dick Wortel <wortel@inl.nl>                    |
| Trefwoord:               Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Tydskrif vir Nederlands  Jean Jordaan <rgo_anas@rgo.sun.ac.za>          |
|   en Afrikaans:                                                         |
| Vaktaal:                 Marcel Uljee <uljee-en-jansen@hetnet.nl>       |
| Volkskundig Bulletin:    Theo Meder <Theo.Meder@meertens.knaw.nl>       |
| Vonk:                    Rita Rymenans <rymenans@uia.ua.ac.be>          |
| Vooys:                   Michiel Ruijgrok <mruijgrok@theo.uu.nl>        |
| de Zeventiende Eeuw:     Ton Harmsen <harmsen@rullet.leidenuniv.nl>     |
*-------------------------------------------------------------------------*


(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9907.c --------------------------*-