Neder-L, no. 9905.c: tijdschriftenoverzicht

Subject: Neder-L, no. 9905.c: tijdschriftenoverzicht
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Mon, 31 May 1999 23:56:24 +0200
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zevende-jaargang--------- Neder-L, no. 9905.c -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Artikels/mededelingen                                                   |
| =====================                                                   |
| (1) Med: 9905.21: Lezing Rolf H. Bremer over Franciscus Junius          |
|                   (1591-1677) op vrijdag 4 juni te Leiden               |
| (2) Med: 9905.22: 'De ander is nooit vreemder dan nabij'; tien uur      |
|                   poezie op zaterdag 5 juni 1999 in de stadsschouwburg  |
|                   te Nijmegen                                           |
|                                                                         |
| Maandelijks tijdschriftenoverzicht                                      |
| ==================================                                      |
| (3) Tyd: 9905.23: Leuvense Bijdragen, jrg. 87, no. 3-4, april 1999      |
| (4) Tyd: 9905.24: Literatuur, jrg. 16, no. 2, maart/april 1999          |
| (5) Tyd: 9905.25: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman,   |
|                   jrg. 22, no. 1, april 1999                            |
| (6) Tyd: 9905.26: Nederlandse Taalkunde, jrg. 4, no. 1, februari 1999   |
| (7) Tyd: 9905.27: Ons Geestelijk Erf, jrg. 72, afl. 2, juni 1998        |
| (8) Tyd: 9905.28: Onze Taal, jrg. 68, no. 5, mei 1999                   |
| (9) Tyd: 9905.20: Vooys, jrg. 17, no. 1, maart 1999                     |
|(10) Tyd: 9905.30: Lijst redacteurs tijdschriftenoverzicht Neder-L       |
|(11) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 21 May 1999 12:08:06 +0200
From: C.L. de Vink <LDEVINK@RULLET.LEIDENUNIV.NL>
Subject: Med: 9905.21: Lezing Rolf H. Bremer over Franciscus Junius (1591-1677) op vrijdag 4 juni te Leiden

========================================================
Lezing Rolf H. Bremer over Franciscus Junius (1591-1677) op vrijdag 4 juni te Leiden
========================================================

Lezing IFOTT-cluster Taalgeschiedenis & Taalvariatie, door dr. Rolf H. Bremmer jr. (UL), getiteld ‘Franciscus Junius (1591-1677) leest Chaucer. Maar waarom? En hoe?’.

Tijd: vrijdag 4 juni 1999, 15.15 uur; plaats: Universiteit Leiden, P.N. van Eyckhof 1, 1167-001A. Belangstellenden zijn van harte welkom!
Informatie: drs. C. Leendert de Vink (UL), tel.: +31-71-5272111, e-mail: ldevink@rullet.leidenuniv.nl

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 29 May 1999 20:15:05 +0200
From: Ben Salemans <salemans@baserv.uci.kun.nl>
Subject: Med: 9905.22: 'De ander is nooit vreemder dan nabij'; tien uur poezie op zaterdag 5 juni 1999 in de stadsschouwburg te Nijmegen

===========================
Tien uur poezie in Nijmegen
===========================

Op zaterdag 5 juni 1999 vindt in de Nijmeegse stadsschouwburg een poeziefestival plaats dat tien uur, van 14.00 tot 24.00 uur, zal duren. Het festival heeft als titel een dichtregel van Cees van der Pluijm meegekregen: “De ander is nooit vreemder dan nabij”.

Deelnemende dichters zijn Laura Almagor, Haval Amin, Anneke Brassinga, Emma Crebolder, Adriaan van Dis, Petra van Driest, Chr’etien Breukers, Clinton v. Du Plessis (Zuid-Afrika), Maarten van den Elzen, Jo Gisekin (Belgie), Frieda Groffy (Belgie), Judith Herzberg, Frans Hoppenbrouwers, Gerrit Kouwenaar, Frederique Kosse, Hester Knibbe, Johann de Lange (Zuid-Afrika), Elly Mense, Ren’e van Riessen, Renate Stoute, Wilma Stockenstr”om (Zuid-Afrika) en Nachoem Wijnberg. Voorts zijn er optredens van Marijke Boom, De Kantlijn, Kwant Met Pit en zanggroep Maqam. De presentatie wordt verzorgd door Marja Alofs, Daan Cartens en Andr’e Matthijsse.

Kaartverkoop en reserveringen aan de kassa van de stadsschouwburg en boekhandel Faust in de Ziekerstraat; telefonisch reserveren: 024-3221100. Nadere informatie: tel. 024-3552902.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.23-=-=
LEUVENSE BIJDRAGEN, Tijdschrift voor Germaanse Filologie, jaargang 87 (1998), nummer 3-4, april 1999.
ISSN 0024-1482.
Door: Hans Smessaert, F.W.O.-Vlaanderen & Departement Linguistiek, K.U.Leuven.
Leuven, 25 mei 1999.

  • Introduction. Blz. 273-280.
  • Kristin Davidse.
    Agnates, verb classes and the meaning of construals. The case of ditransitivity in English. Blz. 281-313.
    (Relaties tussen constructies zijn essentieel voor een goed begrip van het taalsysteem en linguistische categorieen. Relaties van ‘agnation’ worden gebruikt om een classificatie van ditransitieve werkwoorden in het Engels op te stellen.)
  • An Laffut.
    Agnation as a heuristic tool. An application to the ‘locative alternation’ in English. Blz. 315-336.
    (Case study van de zgn. ‘spray’ en ‘load’-werkwoorden m.b.v. agnation relaties.)
  • Petra Campe.
    Paradigmatische Variation als linguistisches Instrument. Oder wie sich der adnominale Genitiv im Deutschen gegen praepositionale Eindraenger haelt. Blz. 337-369.
    (Stabiliteit, inherentie, inclusie, contact en abstractie gelden als factoren die de alternatie tussen de genitief en de prepositionele concurrent bevorderen of verhinderen.)
  • Kris Buyse.
    The Spanish prepositional accusative. “What grammars say” versus “what corpora tell us about it”. Blz. 371-386.
    (Gedetailleerd corpusonderzoek toont de problemen aan met de traditionele definities voor het gebruik van de Spaanse accusatief met “a”.)
  • Nicole Delbecque.
    Why Spanish has two transitive construction frames. Blz. 387-415.
    (De twee constructieframes weerspiegelen een verschillende conceptualisatie van de argumentstructuur, m.n. een unilateraal transitiviteitsschema tegenover een bilateraal perspectief op de structuur van de gebeurtenis.)
  • Nicole Delbecque.
    La dimension paradigmatique de l’alternance “a/zero” en espagnol au-dela de la construction transitive. Blz. 417-464.
    (De twee types transitiviteit worden geassocieerd met verschillende netwerken van constructies. Het onderscheid “a/zero” geldt ook voor niet-argumentsposities.)
  • Michele Goyens.
    L’alternance entre construction accusative et dative dans l’histoire des verbes francais. Blz. 465-490.
    (De keuze van de moderne Franse werkwoorden voor een datief of een accusatief is lang niet altijd dezelfde als die van het corresponderende Latijnse etymon.)
  • William B. McGregor.
    “Optional” ergative marking in Gooniyandi revisited: implications to the theory of marking. Blz. 491-534.
    (De morfologische markering voor ergativiteit is gesitueerd op het pragmatische niveau van het semiotische systeem en verwijst naar een niet-prototypische of onverwachte Agens, en niet naar een lage graad van agentiviteit.)
  • William B. McGregor.
    The oblique alternation in Gooniyandi. Blz. 535-571.
    (De NP die gecoindexeerd is met een oblique encliticon op een positie buiten die NP vervult de rol van “implicated” participant.)

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.24-=-=
LITERATUUR, jaargang 16, nummer 2, maart/april 1999.
ISSN 0168-7050.
Door: Jos’e Rekers.
Lent, 25 mei 1999.

  • Riet Schenkeveld-Van der Dussen.
    Waarom vergeten? De schrijfster Betsy Hasebroek (1811-1887). Blz. 70-76.
    (Hoewel Hasebroek in haar tijd een vernieuwster was van een veelgelezen genre, heeft ze mede door haar eigen bescheidenheid en haar thematiek toch niet de canon gehaald.)
  • Anke van den Bremt.
    Een haiku-dichter in proza. Nescio’s natuurdagboek. Blz. 77-84.
    (Bestudering van Nescio’s observaties in zijn natuurdagboek toont vele overeenkomsten met de thematiek in zijn prozawerken.)
  • Wilt Idema.
    (In de rubriek Lucifer is geen Hamlet:)
    Confucius Batavus: het eerste Nederlandse dichtstuk naar het Chinees. Blz. 85-89.
    (Nederlandse handelsbetrekkingen in de 17e eeuw leidden in ieder geval tot een vroege Nederlandse bewerking van de Vier Boeken van Confucius van de hand van Pieter van Hoorn.)
  • Femke Kramer.
    Rederijkers-esbatementen. Om tot lachen te berueren. Blz. 90-97.
    (Beschrijving van de kenmerken en functie(s) van het komische rederijkerstoneel, bedoeld om meer aandacht te vragen voor dit ondergewaardeerde genre.)
  • Ries Agterberg.
    Op zoek naar raakpunten in de Afrikaanse literatuur. Afrikaanse letterkundigen strijden voor een plaats in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Blz. 98-102.
    (Uiteenzetting over de vraag of de Afrikaanse literatuur moet worden opgenomen in de nieuw te verschijnen 7-delige literatuurgeschiedenis en over de vraag of beide literaturen naar elkaar toe zullen groeien.)
  • Marcel Janssens.
    (In de rubriek Grensverkeer:)
    Noord en Zuid. Blz. 103-104.
    (Over de (vermeende) verschillen in culturele identiteit tussen noord en zuid.)
  • Cyrille Offermans.
    Onbegrepen kunstproza. Over Ton Anbeeks visie op de roman. Blz. 105-107.
    (Offermans onderkent een tweedeling in de literatuur, waarbij volgens hem de populaire literatuur in opmars is. Tegelijkertijd ziet hij nog voldoende toekomst voor Anbeeks ‘kunstproza’, oftewel de literatuur voor de enkeling.)
  • Frans Ruiter & Wilbert Smulders.
    Anbeek is ‘pop’, Offermans is ‘gek’: kanttekeningen bij een broedertwist. Blz. 108-111.
    (De auteurs gaan een stap verder dan Offermans en Anbeek – namelijk voorbij het monopolie van het boek – en voorspellen het einde van de leescultuur ten gunste van de nieuwe media.)
  • Ton Anbeek. Nawoord. Blz. 112.
  • Nieuws, blz. 113-116.
  • Recensies, blz. 117-127:
    . <Door: Michiel van Kempen:>
    A. James Arnold (ed.). A history of literature in the Caribbean. Volume 1. Hispanic and Francophone regions. Volume 3. Cross-cultural studies. John Benjamins, Amsterdam/Philadelphia, 1994, 1997.
    . <Door: P.J. Verkruijsse:>
    Peter Thissen. Werk, netwerk en letterwerk van de familie van Hoogstraten in de zeventiende eeuw. Sociaal-culturele achtergronden van geletterden in de Republiek. APA-Holland Universiteits Pers, Amsterdam, 1994. (Studies Instituut Pierre Bayle 26). (Ook verschenen als proefschrift Nijmegen.)
    Saskia Stegeman. Patronage en dienstverlening. Het netwerk van Theodorus Janssonius van Almeloveen (1657-1712) in de Republiek der Letteren. Nijmegen, 1996. (Proefschrift Nijmegen.)
    . <Door: Anneke C.G. Fleurkens:>
    R. van Stipriaan. Leugens en vermaak. Boccaccio’s novellen in de kluchtcultuur van de Nederlandse renaissance. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1996. (Proefschrift UvA.)
    . <Door: Adrienne Zuiderweg:>
    A.G. Hoekema. ‘Tot heil van Java’s arme bevolking’. Een keuze uit het Dagboek (1851-1860) van Pieter Jansz, doopsgezind zendeling in Jepara, Midden-Java. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1997. (Manuscripta Mennonitica: I.)
    . <Door: Geke Blanken-Aarsen:>
    Wybren Scheepsma. Deemoed en devotie. De koorvrouwen van Windesheim en hun geschriften. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 1997.
    (Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen; XVII.)
  • Signalementen, blz. 128-133:
    . Willem Frijhoff, Hubert Nusteling & Marijke Spies (red.). Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813. Hilversum, 1998. (Geschiedenis van Dordrecht; II.)
    . Ysengrimus. Vertaald uit het Latijn door Mark Nieuwenhuis. Amsterdam, 1997. (Griffioen.)
    . Ogen in je achterhoofd. Miep Diekman. (Schrijversprentenboek.) Uitgeverij Leopold/Letterkundig Museum.
    . M.F.K.P. Kummer. Tijdelijke literatuur. Interpreteren volgens Heidegger. Tilburg University Press, Tilburg, 1997.
    . Carla Walschap & Bruno Walschap (samenst.) Met medew. van Harold Polis. Gerard Walschap. Brieven 1921-1950. Nijgh & Van Ditmar, 1998.
    . Theo D’Haen & Hans Bertens (eds.) ‘Closing the gap’. American postmodern fiction in Germany, Italy, Spain and the Netherlands. Rodopi, Amsterdam/Atlanta, 1997.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.25-=-=
MEDEDELINGEN VAN DE STICHTING JACOB CAMPO WEYERMAN, jaargang 22, nummer 1, april 1999.
ISSN 0167-4609.
Door: Marco de Niet, Koninklijke Bibliotheek.
Den Haag, 23 mei 1999.

  • Lotte C. van de Pol.
    Jacob Campo Weyerman en de prostitutie van zijn tijd. Blz. 1-13.
    (Bewerking van een lezing, waarin nagegaan wordt in hoeverre Weyerman de realiteit beschrijft bij zijn hekeling van prostitutie in het algemeen en enkele beruchte Amsterdamse hoerenmadams in het bijzonder.)
  • Sijtze van der Veen.
    JCW en JWR : reconstructie van een gemiste kans. Blz. 13-28.
    (Tekst van een vlotte lezing over Johan Willem Ripperda, die zich door middel van opportunisme op wist te werken van een arme Groningse jonker van het verkeerde geloof tot Gedeputeerde in de Staten Generaal, hertog en zelfs minister van Spanje. Een geliefde doelwit voor Weyermans spot.)
  • Frans Wetzels.
    Jacob Campo Weyerman en Delft. Blz. 28-31.
    (Observatie naar aanleiding van enkele archivalische bronnen die betrekking hebben op het verblijf van Weyerman en diens zoon in Delft.)
  • A.J. Hanou.
    De Modese Groltrompetter (1741). Blz. 32-44.
    (Analyse van een “lopend blad” van de hand van Hermanus van den Burg, inclusief de volledige tekst van de eerste aflevering van 9 januari 1741.)
  • Signaleringen. Blz. 44-52.
    . <Door: F.A. Janssen:> Verschenen: Ingrid Weekhout, Boekencensuur in de Noordelijke Nederlanden. De vrijheid van drukpers in de zeventiende eeuw. Den Haag 1998.
    . <Door: R. Dekker:> Verschenen: Ton Jongenelen, Van smaad tot erger, Amsterdamse boekverboden 1747-1794. Amsterdam, Stichting Jacob Campo Weyerman, 1998.
    . <Door: M. van Vliet:> Verschenen: D. Kraakman, Kermis in de hel, Vrouwen en het pornografisch universum van de ‘Enfer’ 1750-1850. Diss. Amsterdam 1997.
    . <Door: P. van Oostrum:> D’Openhertige juffrouw, of d’ontdekte geveinsdheid. Ed. J. Kloek, I. Leemans, W. Mijnhardt. Leiden, Astraea, 1998.
    . <Door: B. de Boer Lzn:> A.J. Hanou, Onder de Acacia. Studies over de Nederlandse vrijmetselarij en vrijmetselaarsloges voor 1830. Leiden, Astraea, 1997.
    . <Door: F. van Lamoen:> Jacob Campo Weyerman, De Naakte Waarheyt (1737). Met een inl. d. A.J. Hanou. Amsterdam, Stichting Jacob Campo Weyerman, 1997.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.26-=-=
NEDERLANDSE TAALKUNDE, Driemaandelijks Tijdschrift.
Jaargang 4, nummer 1, februari 1999.
ISSN 1384-5845.
Door: Luuk Lagerwerf, Taal en communicatie, Universiteit Twente.
6 mei 1999.

Themanummer: Het WNT voltooid

  • L. van Driel en J. Noordegraaf.
    De kofschipper en het kathederboefje. De Vries en Te Winkel, de spelling en het WNT. Blz. 4-33.
  • Dirk Geeraerts.
    Vleeshouwers, beenhouwers en slagers. Het WNT als bron voor onomasiologisch onderzoek. Blz. 34-46.
  • H. Schultink.
    WNT en morfologie. Blz. 47-64.
  • A. Weijnen.
    Het belang van het WNT voor de dialectologie. Blz. 65-75.
  • Nicoline van der Sijs.
    De waarde van het elektronische WNT (EWNT) voor etymologisch onderzoek. Blz. 76-90.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.27-=-=
ONS GEESTELIJK ERF, Driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de vroomheid in de Nederlanden, jaargang 72, aflevering 2, juni 1998.
ISSN 0774-2827.
Door: Thom Mertens, Ruusbroecgenootschap.
Antwerpen, 22 april 1999.

  • Albert Deblaere.
    Christian Mystic Testimony. Blz. 129-153.
    (Engelse vertaling van het belangrijke artikel van Albert Deblaere s.j. (1916-1994), dat een heldere uiteenzetting geeft over de vraag wat is (christelijke) mystiek is en wat de kenmerken van de mystieke ervaring zijn, zoals men die kan afleiden uit getuigenissen van mystici – vandaar de titel.)
    Samenvatting
    Het getuigenis van de christelijke mystici spreekt van een directe en passieve ervaring van Gods tegenwoordigheid. De wetenschappelijke studie ervan wordt bemoeilijkt doordat het mystieke fenomeen geen plaats vindt binnen het geheel van de theologie: het hoort niet thuis in de moraaltheologie maar evenmin in de dogmatische theologie. Bovendien moet men het woord van de mystici ernstig nemen, dat het onmogelijk is op adequate wijze over hun ervaringen te getuigen.
    Alvorens tot een bespreking van de centrale kenmerken van het mystieke getuigenis over te gaan worden terloops twee punten aangeraakt die het situeren van de mystiek binnen het kader van de religieuze wetenschappen bemoeilijken: het gebrek aan een mystieke theologie ‘sui generis’ en aan inzicht in de relatie tot de mystieke getuigenissen van de andere religies.
    Dan wordt nader ingegaan op de twee belangrijkste karakteristieken van de mystieke ervaring: direct en passief. Een zogenaamde ‘verworven contemplatie’ is dus uitgesloten. Het eigen karakter van de mystieke ervaring heeft twee gevolgen: [1] wanneer ze onttrokken wordt, meent men in de illusie te hebben geleefd; [2] ze is onmededeelbaar.
    Deze ervaring betreft niet alleen een goddelijke aanwezigheid maar de aanwezigheid van God zelf, een transcendente Andere. Toch is ze niet esoterisch: wat mystici direct en passief beleven is wat alle gelovigen geschonken wordt.
    Tenslotte worden drie problemen bij de lectuur van mystieke teksten aangeduid: [1] de relatie tussen mystiek en gelukzalig schouwen; [2] de betekenis van de mystieke nacht als een teveel aan licht; [3] het onderscheid tussen verdienste en liefde.
  • Xianglong Zhang.
    The ‘Meeting’ in Ruusbroec’s ‘Spiritual Espousals’. Blz. 154-163.
    (Dit artikel een van de resultaten van het studieverblijf van prof. Zhang (Peking University) bij het Ruusbroecgenootschap te Antwerpen. Vanuit zijn chinese achtergrond zijn bepaalde aspecten van de middeleeuwse mystiek begrijpelijker en andere vreemder dan voor onderzoekers met een westerse achtergrond.
    Samenvatting
    Dit artikel belicht drie aspecten in de beschrijving van de ontmoeting tussen God en mens, zoals die voorkomt in Ruusbroecs ‘Geestelike brulocht’. Een eerste paragraaf beschrijft de natuurlijke aanleg tot deze ontmoeting. In de tweede paragraaf wordt de paradoxale eis belicht die deze ontmoeting stelt: onthechting van alle beelden en gehechtheid aan het ‘beeld’ van de mens Jezus. De liefde die tot deze ontmoeting leidt, wordt in ‘vlees en bloed’ beleefd, maar kan de Beminde nooit bezitten. In de derde paragraaf wordt de harmonie van deze beleving geschetst. Tegengestelde ervaringen als rust en activiteit, affectie en rationaliteit worden door de liefde zelf in een vruchtbaar evenwicht gebracht.
  • Hans Kienhorst en Mikel Kors.
    Fragment van een onbekend Ruusbroec-verzamelhandschrift. Blz. 164-172.
    (Tweede artikel in een reeks van vier artikelen over de Ruusbroecs oeuvre-handschriften. In het Aartsbisschoppelijk Archief van Mechelen werd een fragment van een Ruusbroec-handschrift ontdekt dat in opzet grote verwantschap vertoont met het bekende Groenendaalse verzamelhandschrift van Ruusbroecs werken.)
    Zusammenfassung
    In diesem Beitrag wird ein neuentdecktes Fragment des ‘Spieghel der eewigher salicheit’ von Jan van Ruusbroec kodikologisch untersucht. Es stellt sich heraus, dass es sich dabei wahrscheinlich handelt um eine direkte Kopie der Handschrift aus Groenendaal, aus den Jahren 1360-1380. Die Bedeutung dieser Entdeckung liegt darin, dass jetzt klar wird, dass die Kopien der Groenendaler Handschrift keine isolierten Phaenomenen sind, doch Zeugen dafuer, wie man in der zweiten Haelfte des 15. Jahrhunderts sich bestrebt hat Ruusbroecs opera omnia in der best denkbaren Fassung zu verbreiten. Die Ruusbroec-Handschrift D ist somit die einzige Sammelhandschrift, die nicht direkt von Groenendaal abhaengig ist. Fuer unsere Handschrift ist eine Herkunft aus dem Kloster Bethanien zu Mechelen nicht auszuschliessen.
  • Joris Reynaert.
    Tussen ‘bloeticheit’ en ‘verdoemnisse’. Een merkwaardige laatmiddeleeuwse mystieke autograaf (Gent ub, Hs. 1359, fol. 79r-91r, 106r-113v). Blz. 173-189.
    (Uitgave met inleiding van twee autografe mystieke teksten uit de tweede helft van vijftiende eeuw. Ze zijn vermoedelijk geschreven door een non uit een Brabants convent. Deze teksten getuigen van de bijzondere vorm de mystieke traditie in de late middeleeuwen aanneemt.)
    Summary
    During the second half of the fifteenth century a new interest in mysticism manifested itself among the religious women in the convents of the Netherlands. On the whole this interest was canalised – by confessors and other clerical guides – towards those parts in the mystic writings of Eckhart, Tauler, Ruusbroec etc. which could be considered as ‘safe’ for the humble and obedient nun, whose spiritual life was supposed to take place within the bounds of monastic organisation. As far as late medieval women are known to have written their own ‘new’ mystic texts, they were mainly concerned with confirming or ‘reforming’ the existing monastic spirituality. In this respect the two sixteenth century autographs in the Ghent manuscript University Library Ms. 1359 (which are edited here) are exceptional. Their author (probably a nun in a Brabantine convent) – daringly, but also quite hopelessly and, as it appears, often correcting or deleting her own writing – tries to put into words a synthesis of the inward and outward aspects (‘inkeer’, ‘uutkeeren’) of a truly grand mysticism in the tradition of Ruusbroec.
  • Guido de Baere.
    Andr’e Lefevere translating Ruusbroec: ‘a sparkling stone’. Blz. 190-202.
    (Guido de Baere, hoofdediteur van de nieuwe drietalige Ruusbroec-editie, bespreekt het vertaalwerk van prof. dr. Andr’e Lefevere (1945-1996) dat hij voor de Ruusbroec-uitgave verricht heeft: een in-memoriam dat tevens een stukje onderzoeksgeschiedenis beschrijft.)
    Samenvatting
    Dit artikel is de licht gewijzigde versie van een lezing gegeven tijdens het congres ‘De letter en de geest: the spirit and the letter’ (UIA – Universiteit Antwerpen, 28-29 mei 1998) ter nagedachtenis van Andr’e Lefevere (1945-1996). Beschreven wordt zijn rol als vertaler van vijf traktaten (‘Vanden blinkenden steen’, ‘Vanden vier becoringhen’, ‘Vanden kerstenen ghelove’, ‘Een spieghel der eeuwigher salicheit’, ‘Van seven trappen’) en zeven Brieven van Ruusbroec, in het kader van de editie van Ruusbroecs ‘Opera Omnia’. In het bijzonder wordt ingegaan op de vertaalproblemen van het traktaat ‘Vanden blinkenden steen’. Na enkele algemene opmerkingen wordt ingegaan op een aantal specifieke moeilijkheden, zoals het technisch karakter van de mystieke terminologie, die een zeer precieze vertaling vereist, de misleidende gelijkenis van het Middelnederlands met het moderne Nederlands, het belang van de Middelnederlandse morfologie, het eigen karakter van de mystieke taal, de alles doordringende aanwezigheid van de Schrift en het stilistisch niveau. Heel kort wordt ook het overige vertaalwerk van Andr’e Lefevere voor de ‘Opera Omnia’ vermeld.
  • Rob Faesen.
    Jan van Ruusbroec in Beijing. Blz. 203-216.
    (Uitgebreid verslag van de drie studiedagen die in april 1998 door Guido de Baere, Rob Faesen en Thom Mertens aan de Universiteit van Peking werden gegeven. In een vervolgartikel zal worden ingegaan op de vragen die door de studenten en andere belangstellenden werden gesteld.)
    Summary
    In April 1998 a meeting dedicated to the theme of Christian Mystical Experience was organised at the Peking University (Beijing Daxue) in collaboration with the Ruusbroecgenootschap. First we discussed a definition of mystical experience. A presentation was given of a new way of reading the Song of Songs by Bernard of Clairvaux and William of Saint-Thierry, by means of which they interpreted more explicitely the mystical experience as an experience of love. Next, we looked more closely at John of Ruusbroec and his teaching, especially by taking the structure of his Spiritual Espousals as a key for the understanding of his love-mysticism. In a third step, we focussed on the descriptions given by Ruusbroec of natural mysticism (in contrast with mysticism as a meeting with the Other). Attention was given both to his positive appreciation and his criticism. The Chinese participants of this session raised a number of important topics, which will be discussed in a next issue. The cooperation is continued in a number of translation projects that contain mystical texts as well as secondary literature about mysticism.
  • Boekbesprekingen
    . <Door: Carine Lingier:> Wybren Scheepsma. Deemoed en devotie. De koorvrouwen van Windesheim en hun geschriften.
    . <Door: Miriam Piters:> Ludo Jongen. Heiligenlevens in Nederland en Vlaanderen.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.28-=-=
ONZE TAAL, jaargang 68, nummer 5, mei 1999.
ISSN 0165-7828.
Door: Jac Aarts, Hogeschool Larenstein.
Arnhem, 16 mei 1999.

  • Peter Burger.
    ‘Ik voel nattigheid’. Zin en onzin van het Neurolinguistisch Programmeren (NLP). Blz. 112-115.
    (NLP is een verzameling technieken op het gebied van communicatie en psychotherapie die o.a. uitgaat van de gedachte dat iedereen een voorkeur heeft voor een bepaald zintuig. Je vindt dat in het taalgebruik terug: visuele types ‘hebben ergens oog voor’, auditieve zeggen ‘dat luistert nauw’ en kinethetisch ingestelde types (voelen en bewegen) preferen ‘anders omgaan met’. Gebruikers van een leugendetector weten dat iemand die links omhoog kijkt, iets verzint; wie naar rechts omhoog kijkt, herinnert zich echte beelden. Wie de zaak nuchter bekijkt (aanhangers ‘a la Ratelband zijn hier niet sterk in) moet met bv. de psycholoog Sharpley (1987) vaststellen dat de theorie op zichzelf rammelt: als er al zoiets is als een weergavesysteem, valt dat niet af te lezen uit oogbewegingen en taalgebruik. Toch liggen gunstige neveneffecten van zo’n theorie voor de hand. Al die aandacht voor lichaamstaal kan de blik scherpen voor non-verbale manieren van uitdrukken en bovendien is NLP – los van de wetenschappelijke waarde – een verzameling technieken die mensen kan helpen hun kijk op zichzelf en anderen te veranderen. Taalkundigen kunnen er diepere inzichten in metaforen aan ontlenen.)
  • M. Dragosavic.
    Wanneer wisselt het millennium? Blz. 117.
    (De datum noteren we anders dan de tijd. Op de digitale klok geeft 23:00:00 aan dat er 23 uren van die dag verstreken zijn; we kijken dus naar het verleden. Zo zouden we “1999 jaar” moeten aangeven met 1999.00.00 maar dat doen we niet: we kijken dan ineens een dag vooruit en schrijven 01-01-2000. Dit is echter fout. Pas op 1 januari 2001 begint het nieuwe millennium, want dan zijn de 2000 jaar voorbij.)
  • Jan Kuitenbrouwer.
    Turbotaal met een kamferluchtje. Blz. 118.
    (Met turbotaal proberen mensen aanzien te verwerven in groepen: de taal moet ze turbokracht geven bij hun klim naar de top. Tragisch is oubotaal: oubollige woorden die onthullen dat de spreker ten onrechte denkt dat hij modern en ‘in’ is. “Goeiesmorgens”, “te diep in het glaasje gekeken”, het kan echt niet meer. Kuitenbrouwer heeft er hele lijsten van, maar “verwaarloosd zijn seks, dood en sport.” Zijn er OT-lezers die zijn verzameling kunnen aanvullen?)
  • Vraag en antwoord. Blz. 119.
    <Door: Taaladviesdienst>
    (Is er verschil tussen ‘ofwel’ en ‘oftewel’? Is ‘stopzetten’ nog een contaminatie? Wat betekent precies ‘herdenken’? Zijn naast ‘honderdeneerste’ en ‘duizendeneerste’ ook ‘honderdeneende’ en ‘duizendeneende’ mogelijk? Over deze vragen laat de Taaladviesdienst zijn licht schijnen.)
  • Taalergernissen. Blz. 120-121.
    <Door: diverse lezers>
    (Twaalf lezers van Onze Taal mogen hier even hun ergernis zien kwijt te raken. Wie ergert zich aan wat en waarom? Enkele voorbeelden:
    . Op het postkantoor moet je voor een spoedbrief naar het buitenland om ‘priority’ vragen.
    . Een ‘black box’ is helemaal geen ‘zwarte doos’! Het apparaat is oranje en is genoemd naar de Britse luchtvaarttechnoloog Black. “Kunt u als ‘taalbewaker’ de media op deze domme vertaalfout wijzen? Ik vraag u dit omdat ik vrees dat men niet naar een zeurende particulier zal luisteren.”
    . Verkeerd uitgesproken woorden als ‘lump sum’.
    . Naar achteren verschuivende klemtonen in bv.’werkgelEgenheid’, ‘werklOzen’ en ‘arbeidsvOOrwaardenbeleid’;
    . Het verschil tussen ‘wegens’ en ‘vanwege’: zelfs een hoogleraar in de Nederlandse taalkunde (bedoeld is Frida Balk, J.A.) kent dit verschil niet meer…
    . Op de Nederlandse tv wordt meteen ondertiteld wordt zodra er Vlaams wordt gesproken, ook als het heel begrijpelijk is. “Daarmee schoffeert men ‘en de spreker ‘en de toehoorders. Botte Hollandse arrogantie…”)
  • Gaston Dorren.
    Migrantentalen in Nederland. Blz. 122-124.
    (Wat zal er gebeuren met de talen die Turken, Marokkanen, rijksgenoten en anderen meebrachten naar Nederland? Zal het Nederlands zich vermengen met allerlei exotische talen? Welnee, zegt Dorren in het slothoofdstuk van zijn boek “Nieuwe tongen. De talen van migranten in Nederland en Vlaanderen” waarop dit artikel is gebaseerd. De taal van het land van herkomst sterft op den duur altijd uit, soms snel (emigrerende Nederlanders!), soms langzaam (jiddisch). Factoren als status van de betreffende taal in het land van herkomst en positie in de media spelen hierbij een grote rol. Het Chinees (Kantonees), het Turks en het Standaardarabisch zullen het daarom nog lang kunnen volhouden, maar voor het Sranan, het Papiamentu, het Berbers en het Marokkaans-Arabisch ziet Dorren het op termijn somber in.)
  • Tamtam Taalberichten. Blz. 125.
    <Door: redactie>.
    (Over taalzaken die de krant haalden:)
    . SGP: Vloekfilter op tv (een pas in Engeland ontwikkeld apparaat dat vloeken kan weghalen uit tv-programma’s);
    . Taalles voor allochtonen nog geen succes (kritisch rapport van Rekenkamer over de wachtlijsten);
    . Voornaam TomTom mag niet (ambtenaar in Venray weigerde deze naam:”Zelfstandige naamwoorden die middenin ineens een hoofdletter krijgen, kennen we niet in Nederland”);
    . Fries verplicht in provinciehuis? (Ged. Staten willen aan toekomstige provincieambtenaren de eis stellen dat ze Fries kunnen lezen en schrijven).
  • Marc van Oostendorp.
    De dicteermachine. Blz. 126-127.
    (Het is geen ‘science fiction’ meer maar al realiteit: spreken met de computer. Het programma FreeSpeech zet gesproken woorden om in geschreven tekst op het scherm. Het programma moet echter nog veel leren, en wel van ‘zijn eigen baasje’: de gebruiker (en geen ander) moet woorden inspreken, zodat het programma kan leren. Het is langzaam, zeker niet foutloos, maar toch fantastisch: FreeSpeech is de voorbode van de grootste verandering in het schrijven sinds de uitvinding van de typemachine. Moeten kinderen straks nog letters en woorden kunnen schrijven?)
  • Battus.
    Even de waarheid zeggen. Blz. 128.
    (Laatste aflevering van deze serie “waarin Battus zijn studenten voor de gek hield”.) In de ANS wordt naar aanleiding van de werking van het woord ‘niet’ gesproken over ‘waarheid’ en ‘onwaarheid’ waartoe zinsontkenning zou kunnen leiden. Onzin! De grammatica is helemaal niet in staat daar iets zinnigs over te zeggen. Battus zelf kan dat natuurlijk wel: hij onthult nu het bestbewaarde geheim van onze taal. “Zoals altijd is het geheim van een ontstellende eenvoud: in het Nederlands tellen ontkennende zinnen een oneven aantal woorden en zijn zinnen met een even aantal woorden altijd positief.”)
  • WOE (Initiatiefgroep Woordenlijst Onnodig Engels)
    Oproep: onnodig Engels. Blz. 129.
    (Deze Initiatiefgroep gaat uit van een gematigd standpunt: men is tegen onnodig Engels en tegen het vervangen van goede Nederlandse woorden door Engelse. Er wordt nu gewerkt aan een woordenlijst van goede Nederlandstalige alternatieven. Wie mee wil werken, donateur wil zijn of informatie wil, kan terecht bij het meldpunt dat nu opgericht is: Kruisbalk 5, 2291 ME Wateringen.
  • Het woordenboek van de poezie.
    <Door: Guus Middag:>
    Halflandelijkheid. Blz. 130-131.
    (“Halflandelijk” (= gebieden tussen stad en land in) komt het eerst voor in het gedicht Zelfkant in de bundel “Kind van stad en land” (1936) van Simon Vestdijk. Daarna komt het geleidelijk steeds vaker voor: blijkbaar was het een gat in de taal.
  • Geschiedenis op straat.
    <Door: Riemer Reinsma:>
    Apendans. Blz. 131.
    (De naam van het straatje Apendans in Den Haag is niet een geval van volksetymologie zoals het WNT meldt: het is geen vervorming van ‘les Appendances’ (bijgebouwen). De naam is gebaseerd op een uithangbord met daarop het woord ‘apendans’ (als kermisattractie: dansende apen onder begeleiding van een horlepiep.)
  • Van woord tot woord.
    <Door: Marlies Philippa:>
    Tafel en stoel. Blz. 132.
    (Deze keer aandacht voor woorden die met meubilair te maken hebben: stoel/staan, zitten/zetel (zetten), tafel (Latijn), tabula rasa, dis (Gr. diskos), diskette, bord/berd/boord (te berde brengen)
  • InZicht.
    <Door: Raymond No”e:>
    (Deze rubriek geeft informatie over nieuwe boeken, congressen, lezingen e.d. in taalkundig Nederland:
    . Doreen Gerritzen, “Voornamen. Een praktische handleiding”;
    . Veronique de Tier en Siemon Reker (red.). In vergelijking met dieren. Intensiverend taalgebruik volgens de SND-krantenenquete. (O.a. over elatieven oftewel ‘dikke’ woorden als “hondsmoe” en de tekst van de Dialectendag-lezingen van Ewoud Sanders, Ann Marynissen en W.T. van Gelder.)
    . Joep Kruijsen en Nicoline van der Sijs (red.),”Honderd jaar stadstaal”
    (Stadstalen van 20 Nederlandse en Belgische steden.)
    . Ewoud Sanders. Jemig de pemig! De invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands.
    . Henk Donkers en Jaap Willems. Journalistiek schrijven (voor krant, vakblad en nieuwe media (+ diskette met voorbeeldartikelen).
    . Johan De Schryver en Linda Tambuyser. ‘De nieuwe spelling’ en ‘De werkwoorden’ (diskettes).
    . Gaston Dorren. Nieuwe tongen. De talen van migranten in Nederland en Vlaanderen.
    . Simon Winchester. De gekwelde moordenaar.
    (Lexicografische thriller: medewerker aan Oxford English Dictionary blijkt krankzinnig verklaarde moordenaar.)
    . In de subrubriek Tijdschrift: VWS-Niews, red. Henk Capelle, uitgave van de VWS (Vereniging voor Wetenschappelike Spelling). Deze in 1963 door prof. Paardekooper opgerichte vereniging, die streeft naar fonologische spelling, lijkt geen echt bloeiend bestaan meer te leiden.
  • Vergeten woorden.
    <Door: Hans Heestermans:>
    Aver. Blz. 135.
    (De oorspronkelijke betekenis van ‘aver’ is ‘kind’, ‘nakomeling’. Het woord kwam in het Middelnederlands alleen voor in de verbinding ‘van aver tot aver’ (= van geslacht op geslacht). De zegswijze werd uiteindelijk vervormd tot ‘van haver tot gerst (gort)’.)

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.29-=-=
VOOYS, Tijdschrift voor Letteren, jaargang 17, nummer 1, maart 1999.
Fl. 8,75 bij de betere boekhandel, jaarabonnement fl. 25,-.
ISSN 0921-3961.
Door: Gaston Franssen <G.E.H.I.Franssen@students.let.uu.nl>
Utrecht, 20 april 1999.

  • Jeroen Kapteijns.
    Het Nederlandse volk de les gelezen. Maatschappijkritiek van W.F. Hermans. Blz. 4-19.
    (Hermans is bij het Nederlandse publiek vooral bekend als de schrijver van romans als ‘De donkere kamer van Damokles’ en beschouwingen zoals opgenomen in ‘Het sadistisch universum 1 en 2′. Vaak gaat men voorbij aan Hermans’ polemische bijdragen aan het maatschappelijke debat. Deze polemieken zijn verzameld in verschillende publicaties, bijvoorbeeld in ‘Boze brieven van Bijkaart’, ‘Malle Hugo’ of ‘Door gevaarlijke gekken omringd’. Jeroen Kapteijns brengt in kaart hoe en waarom Hermans zich in het publieke debat mengde. Daarbij komen zeer uiteenlopende kwesties aan de orde: de affaire-Weinreb, de universitaire lotingsprocedure, het communisme et cetera. Ten slotte formuleert Kapteijns een antwoord op de vraag of Hermans’ maatschappelijke bemoeienissen zijn literaire imago hebben beschadigd.)
  • Gaston Franssen.
    De beschaafde oorlog van de literatuur. ‘Vincent Haman’ (1898) van Willem Paap en de veldtheorie van Pierre Bourdieu”. Blz. 20-29.
    (In 1898 publiceerde Willem Paap, mede-oprichter van ‘De nieuwe gids’, zijn roman ‘Vincent Haman’. Deze roman werd tot nu toe uitsluitend beschouwd als een sleutelroman over de beweging van Tachtig, een literaire afrekening met het l’art-pour-l’art verleden. Gaston Franssen stelt echter een nieuwe lezing van ‘Vincent Haman’ voor, met als interpretatiekader de veldtheorie van de Franse literatuursocioloog Pierre Bourdieu. Volgens deze theorie zijn de ontwikkelingen in het literaire veld afhankelijk van de sociaal-economische eigenschappen van de maatschappelijke context. Met behulp van Bourdieus theorieen en begrippen toont Franssen aan dan dat men ‘Vincent Haman’ kan lezen als een sociaal-theoretische analyse van de opgang en ondergang van de woordkunst-Tachtigers.)
  • Jan Vorstenbosch.
    (Column:) de zonden van de lezer (7): woede. Blz. 30-32.
  • Titia Blanksma.
    For I here throw down my gauntlet. Moraal en politiek in Mary Wollstonecrafts ‘A Vindication of the rights of women’. Blz. 33-39.
    (In het Victoriaanse tijdperk golden strenge omgangsregels en diende iedereen zich strikt aan de etiquette te houden. Met name vrouwen werden daardoor sterk beperkt in hun vrijheid en ontwikkelingsmogelijkheden. Mary Wollstonecraft legde de vinger op deze maatschappelijke misstanden in haar ‘A Vindication of the Rights of Women’. Titia Blanksma beschrijft de verhouding tussen Wollstonecrafts moraalfilosofische opvattingen en haar zeer omstreden politieke en maatschappelijke stellingname.)
  • Redbad Fokkema.
    De beknelde droom van Elisabeth Eybers. Blz. 40-42.
    (Ena Jansens proefschrift over de Amsterdamse periode van de Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers wordt door Redbad Fokkema gerecenseerd, maar deze dissertatie is voor hem tevens de aanleiding om Eybers’ poezie nauwkeurig te analyseren, en deze vervolgens in de ‘grote romantische traditie’ te plaatsen. Ten slotte toont hij de relatie aan tussen deze traditie en de Franse Revolutie.)
  • Duodecimo’s, blz. 43-49.
    . ‘Een waanzinnige existentiele leegte’; Anneke Jansen over de toneelstukken van Alex d’Electrique.
    . ‘Het Faustboek van 1587’; Anne Boonzaaijer over het oorspronkelijke verhaal van Dr. Faustus.
    . ‘Pretpark Dali’; Harold Konincx over de schilderijen van Salvador Dali, avant-garde en massacultuur.
  • Floske Kusse en Inge Werner.
    “Een beetje dansen, een beetje springen”. Interview met Sjoerd Kuyper. Blz. 50-56.
    (Kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper, bekend en bejubeld vanwege zijn ‘Robin’-serie, vertelt in dit interview over zijn achtergrond, het ‘autobiografische gehalte’ van zijn werk, en over de angst van iedere jongen om in diep water te zwemmen. Floske Kusse en Inge Werner lichten Kuypers’ bewoordingen toe met citaten en achtergrondinformatie.)
  • Recensies, blz. 57-64.
    . <Door: Marco Goud:> A.L. S”otemann. Verzen als leeftocht. Over Gerrit Kouwenaar. Groningen (Historische uitgeverij) 1998. 160 blz. fl. 39,50.
    . <Door: Ingrid van Amelsfort:> F. Lasarte en K. Wellinga. De eeuwige ontdekking. Inleiding in de Spaans-Amerikaanse literatuur. Bussum (Uitgeverij Coutinho) 1996. 211 blz. fl. 35,-.
    . <Door: Milla van der Have:> R. Kopland, ‘Mooi, maar dat is het woord niet’. Amsterdam (Uitgeverij Van Oorschot) 1998. 187 blz. fl. 34,90.
(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9905.30-=-=

*-------------Redacteurs--tijdschriftenoverzicht--Neder-L-----------------*
| Amsterdamer Beitraege    Tanneke Schoonheim <schoonheim@inl.nl>         |
| de Achttiende Eeuw:      ??? nieuwe redacteur gezocht                   |
| de Boekenwereld:         Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>  |
| Cahiers voor een Lezer:  Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Driemaandelijkse Bladen: Harrie Scholtmeijer                            |
|                                  <Harrie.Scholtmeijer@meertens.knaw.nl> |
| Gramma/TTT:              Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>      |
| Leuvense Bijdragen:      Hans Smessaert                                 |
|                                    <Hans.Smessaert@arts.kuleuven.ac.be> |
| Literatuur:              Jose Rekers <jjrekers@hotmail.com>             |
| Literatuur Zonder        Bea Ros <Bea@Zunneberg-Ros.nl>                 |
|   Leeftijd:                                                             |
| Mededelingen Stichting   Marco de Niet <Marco.deNiet@konbib.nl>         |
|   Jacob Campo Weyerman:                                                 |
| Meesterwerk:             Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Millennium:              Paul Wackers <wackers@let.kun.nl>              |
| Moer:                    Herman Giesbers <H.Giesbers@let.kun.nl>        |
| Over Multatuli:          Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Naamkunde:               Tanneke Schoonheim <schoonheim@inl.nl>         |
| Nederlandse Letterkunde: Karel Bostoen <bostoen@rullet.leidenuniv.nl>   |
| Nederlandse Taalkunde:   Luuk Lagerwerf <l.lagerwerf@wmw.utwente.nl>    |
| Neerlandica Extra Muros: Olga van Marion <ovmarion@rullet.leidenuniv.nl>|
| de Negentiende Eeuw:     Jan Stroop <J.Stroop@mail.uva.nl>              |
| Ons Erfdeel:             Jaap van Veen <Jaap_van_Veen@compuserve.com>   |
| Ons Geestelijk Erf:      Thom Mertens <csp.mertens.t@alpha.ufsia.ac.be> |
| Onze Taal:               Jac Aarts <Jac.Aarts@inter.NL.net>             |
| de Parelduiker:          Wieneke 't Hoen <Wieneke.t.Hoen@chi.knaw.nl>   |
| Queeste:                 Willem Kuiper <W.Kuiper@hum.uva.nl>            |
| Spiegel der Letteren:    Betty van Wonderen                             |
|                                         <Betty=van=Wonderen@uba.uva.nl> |
| Taal en Tongval:         Roland de Bonth, <salemans@baserv.uci.kun.nl>  |
| Taalbeheersing:          Louise Cornelis <lcornelis@compuserve.com>     |
| Taalschrift:             Ewoud Sanders (via:) <secr@ntu.nl>             |
| Tabu:                    Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>       |
| TNTL:                    Dick Wortel <wortel@inl.nl>                    |
| Trefwoord:               Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Tydskrif vir Nederlands  Jean Jordaan <rgo_anas@rgo.sun.ac.za>          |
|   en Afrikaans:                                                         |
| Vaktaal:                 Marcel Uljee <uljee-en-jansen@hetnet.nl>       |
| Volkskundig Bulletin:    Theo Meder <Theo.Meder@meertens.knaw.nl>       |
| Vonk:                    Rita Rymenans <rymenans@uia.ua.ac.be>          |
| Vooys:                   Michiel Ruijgrok <mruijgrok@theo.uu.nl>        |
| de Zeventiende Eeuw:     Ton Harmsen <harmsen@rullet.leidenuniv.nl>     |
*-------------------------------------------------------------------------*


(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9905.c --------------------------*