Neder-L, no. 9904.d: tijdschriftenoverzicht

Subject: Neder-L, no. 9904.d: tijdschriftenoverzicht
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Wed, 28 Apr 1999 23:37:22 +0200
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zevende-jaargang--------- Neder-L, no. 9904.d -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Artikels/mededelingen                                                   |
| =====================                                                   |
| (1) Vac: 9904.39: Aanvulling op 9904.28: Vacatures Leiden (deadline: 3  |
|                   mei 1999) voor schrijfonderzoeker-methodoloog en voor |
|                   argumentatietheoreticus                               |
|                                                                         |
| Maandelijks tijdschriftenoverzicht                                      |
| ==================================                                      |
| (2) Tyd: 9904.40: Leuvense Bijdragen, jrg. 87, no. 1-2, oktober 1998    |
| (3) Tyd: 9904.41: Literatuur, jrg. 16, no. 1, januari-februari 1999     |
| (4) Tyd: 9904.42: Moer, jrg. 30, no. 6, december 1998                   |
| (5) Tyd: 9904.43: Moer, jrg. 31, no. 1, februari 1999                   |
| (6) Tyd: 9904.44: Moer, jrg. 31, no. 2, april 1999                      |
| (7) Tyd: 9904.45: Ons Erfdeel, jrg. 41, no. 4, september-oktober 1998   |
| (8) Tyd: 9904.46: Ons Erfdeel, jrg. 41, no. 5, november-december 1998   |
| (9) Tyd: 9904.47: Onze Taal, jrg. 68, no. 4, april 1999                 |
|(10) Tyd: 9904.48: Taalbeheersing, jrg. 21, no. 1, februari 1999         |
|(11) Tyd: 9904.49: Volkskundig Bulletin, jrg. 24, no. 3, december 1998   |
|(12) Tyd: 9904.50: Vonk, jrg. 28, no. 3, januari-februari 1999           |
|(13) Tyd: 9904.51: Vonk, jrg. 28, no. 4, maart-april 1999                |
|(14) Tyd: 9904.52: Lijst redacteurs tijdschriftenoverzicht Neder-L       |
|(15) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 22 Apr 1999 09:18:04 +0100 (MET)
From: Korrie Korevaart <KOREVAART@pcmail.LeidenUniv.nl>
Subject: Vac: 9904.39: Aanvulling op 9904.28: Vacatures Leiden

===================================================================
Aanvulling op 9904.28: Vacatures Leiden (deadline: 3 mei 1999) voor schrijfonderzoeker-methodoloog en voor argumentatietheoreticus
===================================================================

In de e-mailversie van het vorige Neder-L-bulletin is een fout geslopen in artikel 9904.28. Daarin worden twee vacatures beschreven voor twee universitaire docenten Taalbeheersing. Het lijkt alsof het gaat om twee schrijfonderzoekers-methodologen. Dit is niet juist. De eerste vacature is inderdaad voor een schrijfonderzoeker-methodoloog, maar de tweede is voor een argumentatietheoreticus. De correcte (verbeterde) versie van artikel 9904.28 staat op het web: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/bulletin/1999/04/990428.html Mijn excuses voor het ongemak.

Met vriendelijke groet,

Korrie Korevaart

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.40-=-=
LEUVENSE BIJDRAGEN, Tijdschrift voor Germaanse Filologie,
jaargang 87 (1998), nummer 1-2, oktober 1998.
ISSN 0024-1482.
Door: Hans Smessaert, F.W.O.-Vlaanderen & Departement Linguistiek, K.U.Leuven.
Leuven, 6 april 1999.

  • F.G. Droste.
    On meaning. Metalinguistic considerations. Blz. 1-36.
    (Een voorstel tot integratie van de verschillende termen die in de verschillende theoretische kaders worden gebruikt voor het concept “betekenis”.)
  • Xavier Dekeyser.
    “Alway(s)” and “Algate(s)” in Middle and Early Modern English. From space to time and beyond. Blz. 37-45.
    (Metonymie en metafoor als processen van semantische verandering bij de overgang van continuiteit in de ruimte, over continuiteit in de tijd en herhaling naar “onbegrensdheid”.)
  • Nadine Van den Eynde Morpeth.
    “wh-” vs “th-” relativisation as a stylistic diagnostic. Reporting on a real-time study of language change. Blz. 47-57.
    (Het onderscheid tussen de twee relativeringsstrategieen is registergebonden, zowel voor het Britse als voor het Schotse en Amerikaanse Engels. Binnen het journalistiek taalgebruik is het systeem de laatste tien jaar in volle beweging.)
  • Albrecht Classen.
    Ernst Robert Curtius and the Topos of the Book. The Impact of an Idea on Modern philological Research. Blz. 59-78. (De topos “het boek als symbool” in het werk “Europaeische Literatur und lateinisches Mittelalter” (1948) van de Duitse romanist Ernst Robert Curtius.)
  • Maarten Lemmens.
    The experiential basis of lexical and constructional flexibility: a diachronic and synchronic study. Blz. 79-113. (Zowel de lexicale en constructionele flexibiliteit als de ergatieve voorkeur van de zgn “suffocate”-werkwoorden zijn gemotiveerd door onze ervaring van de wereld en hangen samen met het onderscheid tussen interne en externe “causation”.)
  • Dirk Boutkan.
    A new etymology of Dutch “koog”, Mod. Frisian “keech”. Blz. 115-118.
    (Uit een non-Indo-europees, Noord-europees substraat.)
  • Hans Denruyter.
    Tierisches Leben im “Wigalois” Wirnts von Gravenberg. Blz. 119-138.
    (Het toverdier wordt geidentificeerd als een panter. De combinatie van tekstuele elementen met buitentekstuele elementen uit de heraldiek leiden tot een beter tekstbegrip.)
  • David L. Gold.
    The American English Slangism “fink” probably has no Jewish Connection. Blz. 139-146.
    (De invloed van het Jiddisch op het Amerikaans Engels van voor 1894 is onwaarschijnlijk en geen van de jiddische woorden is semantisch verwant met het Engelse.)
  • David L. Gold.
    English “Star Chamber” has no Jewish Connection. Blz. 147-149.
    (Linguistische, chronologische en socioculturele tegenargumenten tegen het verband met het Hebreeuwse “shetar”.)
  • David L. Gold.
    An Instance of Convergence: Frisian “witte” and Yiddish “mideye”. Blz. 151-153.
    (Ze zijn allebei (i) afkomstig van een uitroep, (ii) intensifieerders, (iii) beperkt tot bepaalde adjectieven en (iv) onderworpen aan fonologische reductie.)
  • David L. Gold.
    American English “jitney” (five-cent coin; sum of five cents) has no apparent Jewish or Russian Connection. Blz. 155-170.
  • Aimo Seppaenen & Christopher Hall.
    Remarks on English relative Adverbs. Blz. 171-185.
    (Over de verschillen in distributie tussen “where”, “when”, “how” en “why” in beperkende, uitbreidende en vrije relatiefzinnen.)
  • Boekbesprekingen.
    . <Door: Rudolf Bentzinger, op blz. 187-191:> H.-P. Prell & M. Schebben-Schmidt. Die Verbableitung im Fruehneuhochdeutschen. Walter de Gruyter, Berlin-New York, 1996.
    . <Door: Torsten Leuschner, op blz. 192-196:> B. Schmidhauser. Kausalitaet als linguistische Kategorie. Mittel und Moeglichkeiten fuer Begruendungen. Niemeyer, Tuebingen, 1995.
    . <Door: Torsten Leuschner, op blz. 197-200:> A. Peyer. Satzverknuepfung: Syntaktische und textpragmatische Aspekte. Niemeyer, Tuebingen, 1997.
    . <Door: Juergen Erich Schmidt, op blz. 201-204:> W. Falkner. Verstehen, Missverstehen und Missverstaendnisse. Untersuchungen an einem Korpus englischer und deutscher Beispiele. Niemeyer, Tuebingen, 1997.
    . <Door: Karin Pittner, op blz. 205-212:> O. Oennerfors. Verb-erst-Deklarativsaetze: Grammatik und Pragmatik. Almqvist & Wiksell, Stockholm, n.d.
    . <Door: Geert H.M. Claassens, op blz. 213-215:> Karina van Dalen-Oskam. Studies over Jacob van Maerlants Rijmbijbel. Verloren, Hilversum, 1997.
    . <Door: E.J.K. Eylenbosch, op blz. 216-219:> H.H.A. van de Wijngaard & H. Crompvoets. Woordenboek van de Limburgse dialecten, II. Niet-agrarische vakterminologieen, Aflevering 3: Molenaar. Van Gorcum, Assen/Maastricht, 1991.
    . <Door: Gottfried Kolde, op blz. 220-231:> N.P. Himmelmann. Deiktikon, Artikel, Nominalphrase. Zur Emergenz syntaktischer Struktur. Niemeyer, Tuebingen, 1997.
    . <Door: Nadine Van den Eynden Morpeth, op blz. 232-233:> The Computer Developed Linguistic Atlas of England, Volume II. Niemeyer, Tuebingen, 1997.
    . <Door: Frans Claes, s.j., op blz. 234-236:> J. de Vries & F. de Tollenaere, m.m.v. A.J. Persijn. Etymologisch woordenboek. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1997.
    . <Door: Eugene H. Casad, op blz. 237-241:> Dirk Geeraerts. Diachronic Prototype Semantics: A Contribution to Historical Lexicology. Clarendon Press, Oxford, 1997.
    . <Door: Thomas Bein, op blz. 242-244:> G. Herchert. “Acker mir mein bestes Feld”. Untersuchungen zu erotischen Liederbuchliedern des spaeten Mittelalters. Muenster, New York, 1996.
    . <Door: Hartmut Schmidt, op blz. 245-247:> U. Goebel, I. Lemberg & O. Reichmann. Versteckte lexikographische Information. Niemeyer, Tuebingen, 1995.
    . <Door: Hartmut Schmidt, op blz. 248-250:> G. Fritz & E. Strassner (Hgg.). Die Sprache der ersten deutschen Wochenzeitungen im 17. Jahrhundert. Niemeyer, Tuebingen, 1996.
    . <Door: E. Koktova, op blz. 251-256:> Yan Huang. The syntax and pragmatics of anaphora: a study with special reference to Chinese. Cambridge University Press, 1994.
    . <Door: Albrecht Classen, op blz. 257-258:> J. Nowe. “Wir wellen haben ein spil”. Zur Geschichte des Dramas im deutschen Mittelalter. Darstellung und Anthologie. Acco, Leuven, 1997.
    . <Door: Albrecht Classen, op blz. 259-263:> Fremdes wahrnehmen – fremdes Wahrnehmen. Studien zur Geschichte der Wahrnehmung und zur Begegnung von Kulturen in Mittelalter und frueher Neuzeit. S. Hirzel, Stuttgart/Leipzig, 1997.
  • Inhoud van Tijdschriften. Blz. 265-272.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.41-=-=
LITERATUUR, jaargang 16, nummer 1, januari/februari 1999.
ISSN 0168-7050.
Door: Jos’e Rekers.
Lent, 20 april 1999.

  • Ton Anbeek.
    De roman in de eenentwintigste eeuw. Terug naar de bron? Blz. 2-10.
    (Anbeek geeft zijn visie op de geschiedenis van de roman aan de hand van het realistische en idealistische type, waarbij hij ook constanten en veranderingen aangeeft.)
  • Lotte Jensen.
    Van Dames-post tot Onze Roeping. Nederlandse vrouwentijdschrijften in de achttiende en negentiende eeuw. Blz. 11-18.
    (Vrouwentijdschriften waren in oorsprong apolitiek en moralistisch. Eind 19e eeuw kwamen daar emancipatoire tijdschriften bij die wel een politiek karakter droegen.)
  • Maarten Steenmeijer.
    (In de rubriek Lucifer is geen Hamlet:)
    Hardnekkige mythomanieen, troostende metafysica’s. Spaanse versus Nederlandse literaire kritiek. Blz. 19-21.
    (Vergelijking laat zien dat Spaaanse critici weinig inhoudelijk ingaan op de literatuur. Daarvoor moet je bij het essayistisch werk van de grotere auteurs zijn.)
  • Jaap Grave.
    Carel ter Haar: ‘De Nederlandse openheid maakt het vertellen mogelijk’. Twintig jaar Nederlandstalige literatuur in Duitsland. Blz. 22-26.
    (Vraaggesprek met de promotor van de Nederlandse literatuur in Duitsland over de verschillen in taal en cultuur, over de inspanningen van het Produktiefonds en over zijn eigen inbreng.)
  • Nelleke Noordervliet & Hanna Stouten.
    (In de rubriek Een voetstap in het natte zand:)
    Op zoek naar schrijvende vrouwen in het verleden. Blz. 27-30.
    (Gefingeerde briefwisseling met Petronella Johanna de Timmerman, een geleerde vrouw uit de 18e eeuw die als wiskundige geheel opgang in het natuurwetenschappelijk schouwen van die tijd.)
  • Oscar Westers.
    ‘Een zoo schaars aangekweekt, en toch zoo allernuttigst talent’. Rederijkers, studenten en voordrachtskunst in de negentiende eeuw. Blz. 31-37.
    (Onderzoek naar de wederzijdse beinvloeding van rederijkerskamers en studentencorpsen in de 19e eeuw.)
  • Marcel Janssens.
    (In de rubriek Grensverkeer:)
    Walschap en Vlaanderen. Blz. 38-40.
    (Janssens memoreert de 100ste geboortedag van Walschap en inventariseert wat dat aan publicaties heeft opgeleverd in Vlaanderen en in Nederland.)
  • Nieuws, blz. 41-46.
  • Recensies, blz. 47-57:
    . <Door: Rob Resoort:> Karel ende Elegast. Vertaald door Karel Eykman. Bezorgd en ingeleid door A.M. Duinhoven. Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam, 1998. Klassieken van de Nederlandse Letterkunde; XIV.
    . <Door: Matthijs van Otegem:> C. Huygens. Trijntje Cornelis. Een volkskomedie uit de Gouden Eeuw. Geediteerd door H.M. Hermkens. Vert. door P. Verhuyck. Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam, 1997. Nederlandse Klassieken; 10.
    . <Door: Adrienne Zuiderweg:> Siegfried Huigen. De weg naar Monomotapa. Nederlandstalige representaties van geografische, historische, en sociale werkelijkheden in Zuid-Afrika. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1996.
    . <Door: Wim van den Berg:> Remieg Aerts. De letterheren. Liberale cultuur in de negentiende eeuw. Het tijdschrift De Gids. Meulenhof, Amsterdam, 1997.
    . <Door: Nico Laan:> Hugo Brems et al. (red.). Nederlands 200 jaar later. Handelingen Dertiende Colloquiem Neerlandicum. Internationale Verniging voor Neerlandistiek, Woubrugge, 1998. Jan W. de Vries (red.). ‘Eene bedenkelijke nieuwigheid’. Twee eeuwen neerlandistiek. Verloren, Hilversum, 1997.
  • Signalementen, blz. 58-62:
    . R.E.V. Stuip & C. Vellekoop (samenst.) Emoties in de Middeleeuwen. Hilversum, 1998. Utrechtse Bijdragen tot de Medievistiek; 15.
    . Frank Willaert (red.). Veelderhande Liedekens. Studies over het Nederlandse lied tot 1600. Peeters, Leuven, 1997. Antwerpse Studies over Nederlandse literatuurgeschiedenis; 2.
    . Harald Hendrix & Ton Hoenselaars (red.). Vreemd volk. Beeldvorming over buitenlanders in de vroegmoderne tijd. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998. Utrecht Renaissance Studies.
    . Bijbelselect. Golden classics. Ontroerende, spannende, vrolijke, schokkende, mooie, raadselachtige, aangrijpende en verrassende teksten uit de bijbel. Nederlands Bijbelgenootschap en Katholieke Bijbelstichting, Haarlem / ’s Hertogenbosch, 1997.
    . Startersbijbel. Nederlands Bijbelgenootschap en Vlaams Bijbelgenootschap, Beernem, 1997.
    . Genesis toegelicht. Johannes toegelicht. Voorpublicaties van de Groot Nieuws bijbel met aantekeningen. Nederlands Bijbelgenootschap en Katholieke Bijbelstichting, 1997.
    . Online bijbel deluxe cd rom. Importantia, Dordrecht.
    . Ella van ’t Hof. Van Adam tot Zevende hemel. De bijbel in kort bestek. Martinus Nijhoff, Groningen, 1997.
    . Jacobine Geel (samenst.). Eigen zinnigheid. De bijbel in fragmenten. Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 1997.
    . Frida Balk-Smit Duytzentkunst. Fritzi en de sprookjes. Portret en zelfportret van Fritzi ten Harmsen van der Beek. Thomas Rap, Amsterdam.
  • Ingekomen uitgaven, blz. 63-65.

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.42-=-=
MOER, TIJDSCHRIFT VOOR HET ONDERWIJS IN HET NEDERLANDS, jaargang 30, nummer 6, december 1998.
ISSN 0166-3755.
Door: Herman Giesbers, Bedrijfscommunicatie Letteren, KUN.
Nijmegen, 2 februari 1999.

  • Redactioneel:
    Mirjam Tuinder. Blz. 241-242.
    (Mirjam Tuinder vraagt zich af in hoeverre al de vernieuwingen in het onderwijs de leerlingen wel aanspreken en of zo die vernieuwingen het beoogde doel wel bereiken.)
  • Buk Kastein, Evelyn Plagman & Geert van de Ven.
    Ik kan al lezen, ik wil spreken! Interviews met ‘Nieuwe Buren’ cursisten. Blz. 243-252.
    (Zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de cursist is in elke methode belangrijk. Toch is de directe invloed van de cursist op het lesprogramma of het curriculum nog niet erg groot. Drie docenten hebben d.m.v. interviews met cursisten onderzocht hoe zij de methode Nieuwe Buren beoordelen.)
  • Manja Heerze.
    De leeslat, meer dan AVI. Een geintegreerde visie op leesbaarheid. Blz. 253-260.
    (Kinderen moeten boeken lezen op hun niveau, anders lezen ze niet. Maar wordt ‘hun niveau’ bepaald door de technische leesvaardigheid of door hun interesse? Manja Heerze, uitgeefster jeugdliteratuur, zet in dit artikel een nieuwe manier uiteen om het niveau van kinderboeken te bepalen.)
  • Ed Dumoulin.
    Schrijversbezoek en leespromotie! Fictieonderwijs in klas 1 en 2 van het VO. Blz. 261-266.
    (Leesbevordering in het voortgezet onderwijs: hoe pak je dat aan? De Jonge Jury geeft materialen uit om leerlingen te stimuleren meer boeken te lezen. Ook andere activiteiten kunnen daarbij helpen, bijvoorbeeld het uitnodigen van schrijvers op school. Ed Dumoulin laat zien hoe zijn school dat doet.)
  • Recensie:
    . <Door: Cathy Berg, op blz. 266-274:> C. van de Guchte, Lezen doe je overal. Een methode aanvankelijk lezen in het Nederlands voor allochtone neveninstromers. Zwijsen, Tilburg, 1996. (Incl. handleiding, 9 geluidscassettes en poster).
  • Forum:
    Mark van Esdam.
    Uitzonderingen zijn uitzonderingen. Blz. 275-276.
    (Mark van Esdam vindt dat in het spellingsonderwijs uitzonderingen een te grote rol spelen.)
  • Leesvoer, op blz. 279-282:
    . R. Appel & A. Vermeer, Woordenschat en taalonderwijs aan allochtone leerlingen (Studies in Meertaligheid 9.) Tilburg University Press, Tilburg, 1997.
    . J. de Nobel & S. van Vlerken (red.), Handboek voor schrijvers, nieuwe editie. Stichting Schrijven, Amsterdam, 1998. University Press, Amsterdam, 1998.
    . J. Bakx, M. Bernards & A. de Vries, Nota Bene! Cursus schrijfvaardigheid voor hoogopgeleide anderstaligen. Coutinho, Bussum, 1997.
    . F. Jansen & L. Gijsbers (red.), Kriskras door het Nederlands. Sdu, Den Haag, 1998.
    . Leesstrip ’98. NBLC, Den Haag/Amsterdam, 1998.
    . E. Pistoor, Brieven met effect. Sdu, Den Haag, 1998.
    . G. van Berkel e.a., Onze Taal Taalkalender 1999. Sdu, Den Haag.
  • VON-info, op blz. 285-288:
    (Robbert Roosenboom, de nieuwe voorzitter van de VON, doet verslag van de ALV en verwoordt het grote ongenoegen van de VON over de voorgestelde wijzigingen in het programma van de Tweede Fase.)

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.43-=-=
MOER, TIJDSCHRIFT VOOR HET ONDERWIJS IN HET NEDERLANDS, jaargang 31, nummer 1, februari 1999.
ISSN 0166-3755.
Door: Herman Giesbers, Bedrijfscommunicatie Letteren, KUN.
Nijmegen, 13 april 1999.

  • Redactioneel:
    Herman Giesbers.
    Verlos ons van het Groot Dictee. Blz. 1-2.
    (Betreurd wordt dat taal of Nederlands nog steeds gelijkgesteld wordt aan spelling en dat dit idee door zoiets als het nationeel dictee alleen maar gestimuleerd wordt. Nu ook steeds meer scholen hun eigen groot dictee organiseren, vraagt de auteur zich af of deze tendens niet ook te wijten is aan een toenemende productgerichte benadering in het onderwijs.)
  • Inge van Baalen & Eudia Fellinger.
    Leren leren voor beginnende alfabetisanten. Praktijkvoorbeelden uit de eerste tien weken alfabetisering. Blz. 2-9.
    (Docenten roeien in de praktijk vaak met de riemen die ze hebben om gestalte te geven aan ‘leren leren’. Ontwikelingen in het veld gaan immers sneller dan materiaalontwikkelaars methoden op de markt kunnen brengen. Geen reden voor de auteurs, docenten bij de Centrale Opvang Vluchtelingen (COV) in Apeldoorn, om bij de pakken neer te gaan zitten. Enkele stimulerende voorbeelden uit de praktijk.)
  • Hans Goossen.
    Naar het nieuwe schoolexamen schrijfvaardigheid HAVO/VWO. Het netwerk gedocumenteerd opstel. Blz. 10-19.
    (Sinds een paar jaar hebben de OMO-scholen in het zuiden van het land een netwerk opgericht voor docenten Nederlands om samen na te denken over de nieuwe examenprogramma’s. Hans Goossen beschrijft het resultaat voor het examen schrijfvaardigheid.)
  • Esther Hafkenscheid & Mari”elle Bieleman.
    Andere woordaanpak voor overschatters. Taalbeleid in het voortgezet onderwijs. Blz. 20-27.
    (Op het Roelingcollege in Groningen startte in 1995 ‘de taalklas’ voor taalzwakke leerlingen. De auteurs doen verslag van een onderzoek naar de effecten van de woordenschatlijn van ‘Weet wat je leest’ in die taalklas. Met name “zelfoverschatters”, leerlingen die hun woordkennis te hoog inschatten, bleken baat te hebben bij de stapsgewijze aanpak van het programma.)
  • Recensie, op blz. 28-33:
    . <Door: Robbert Roosenboom> J. Dirksen & D. Prak. Handleiding leesdossier; een complete gids voor docenten Nederlands en moderne vreemde talen. Bulkboek, Amsterdam, 1998.
    D. Prak. ABC van het leesdossier; praktische tips, voorbeelden en richtlijnen. Bulkboek (SLO), Amsterdam, 1998.
  • Forum:
    Desiree ter Schure-Smits.
    80 % goed = ingeburgerd? Blz. 34-37.
    (In Moer 1996/5 schreef Geert van de Ven een redactioneel over de plaats van Maatschappij-orientatie in de toetsen voor nieuwkomers die een inburgeringscursus hebben gevolgd. Inmiddels zijn we 2 jaar verder. Desiree ter Schure-Smits reageert n.a.v. de instelling van de Wet Inburgering Nieuwkomers en de MO Profieltoets op de ideeen van Van de Ven.)
  • Leesvoer, op blz. 38-39:
    . B. Dumon & J. Manrho, BoekieBoekie-aftelkalender. NBLC, Den Haag, 1998, en J. Manrho (red.), De BoekkieBoekie-krant, NBLC, Den Haag, 1998.
    . R. Lap, Zonder taal geen verhaal. MAXPro Records, Eindhoven, 1998 (CD).
    . H. van Lierop-Debrauwer, H. Peters & A. de Vries (red.), Een gat in de grens. Ontwikkelingen in literatuur en onderwijs. Bijdragen aan het gelijknamige symposium. Tilburg University Press, Tilburg, 1998.
    . M. Lunter & H. van Dulmen, Moordmeiden. Vrouw & Kultuur, Eindhoven, 1998.
  • VON-info, op blz. 40:
    (Over de contributieverhoging voor het jaar 1999.)

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.44-=-=
MOER, TIJDSCHRIFT VOOR HET ONDERWIJS IN HET NEDERLANDS, jaargang 31, nummer 2, april 1999.
ISSN 0166-3755.
Door: Herman Giesbers, Bedrijfscommunicatie Letteren, KUN.
Nijmegen, 20 april 1999.

  • Redactioneel:
    Geert van de Ven.
    Communicatie? Hoe spel je dat? Blz. 41-42.
    (Geconfronteerd met het examen Communicatie voor cursisten in de beveiligingsbranche waarin het toetsen van spelling de boventoon voert, bepleit Van de Ven een cultuuromslag waarbij een brede visie op taal en taallessen ontwikkeld wordt.)
  • Kim van der Zouw.
    Een volwassen benadering. Moeten volwassenen anders leren schrijven en lezen dan kinderen? Blz. 42-53.
    (Een belangrijke vraag in de alfabetisering is of bij analfabete volwassenen een andere didactiek moet worden gebruikt dan bij kinderen. Kim van der Zouw, medewerkster van het instituut voor multiculturele ontwikkeling (FORUM) in Utrecht, gaat in op deze vraag. Zij betrekt hierbij de uitgangspunten van Alfa, een alfabetiseringsmethode voor volwassen anderstaligen.)
  • Jetty Jongerius.
    Continuiteit in taalonderwijs. Een voorbeeld uit de onderbouw van de basisschool. Blz. 54-60.
    (Basisschool De Klinker in Schiedam ervoer knelpunten in haar onderwijs in de onderbouw. Door systematisch het eigen schoolwerkplan en de eigen praktijk te analyseren kwamen niet alleen de zwakke, maar ook de sterke kanten van de school naar boven. Jetty Jongerius, medewerkster van de SLO, beschrijft de afspraken die het team heeft gemaakt over een leerlijn van ontluikende geletterdheid naar leren lezen, over streefdoelen en hoe daarmee om te gaan bij de overgang van groep 2 naar groep 3.)
  • Tetsje Oelen.
    Zorgleerlingen in de eerste opvang: ons een zorg?!. Blz. 61-71.
    (Net als in het reguliere onderwijs bevinden zich ook in de eerste opvang van het voortgezet onderwijs jongeren die speciale aandacht nodig hebben doordat ze een cognitieve achterstand hebben. Tetsje Oelen van Het Projectbureau in Rotterdam geeft een beschrijving van de problemen en de manier waarop naar oplossingen gezocht wordt.)
  • Ed Dumoulin.
    Schrijversbezoek en leespromotie 2. Wat maken de leerlingen ervan? Blz. 72-77.
    (Ed Dumoulin beschreef in Moer 1998/6 hoe op zijn school, het Theresialyceum in Tilburg, aan leesbevordering wordt gewerkt. Toen beloofde hij ook in een volgend nummer de resultaten van de lessen te laten zien. Hier die resultaten.)
  • Forum:
    Bart van der Leeuw:
    Liever een LAT. Blz. 78-80.
    (In Moer 1998/6 beschreef Manja Heerze de leeslat, een nieuwe manier om het niveau van kinderboeken vast te stellen en daardoor beter aan te sluiten bij het niveau van kinderen. Bart van der Leeuw heeft zijn vraagtekens bij deze methode. Manja Heerze reageert op het forum van Bart van der Leeuw op blz. 81-82.)
  • Leesvoer, op blz. 84-87:
    . Elektronisch Groene Boekje. Sdu Taal Standaard, Den Haag, 1998.
    . Het elektronische stijlboek van de Volkskrant. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1998 (CD-ROM).
    . Stichting Lezen, LEZEN 1999. Het calendarium op het gebied van leesbevordering. Stichting Lezen, Amsterdam, 1999.
    . Dick Schram & Cor Geljon, Grensverleggend literatuuronderwijs. Literaire en kunstzinnige vorming in de Tweede Fase. Thieme, Zutphen, 1998.
    . M. Swakhoven, Mopjes in het Arabisch en het Nederlands. De Vleermuis, Roermond, z.j.
    . T.C. Tsui, Chinese wijsheden en parallelle Nederlandse gezegdes in twee talen. De Vleermuis, Roermond, z.j.
    . D. van der Heide, Groot schimpnamenboek van Nederland. Bedum, Profiel Uitgeverij, 1998.
    . R. Reinsma, Prisma Synoniemen. Het Spectrum, Utrecht, 1998..
    . Leesgoed 1998/6. NBLC, Den Haag, 1998.
    . S. van Overmeeren & G. van der Weijden (red.), Tijdschriften in de klas. Groep Publieks- en opinietijdschriften, Amsterdam, 1998.
    . M. Hoogeveen & H. Bonset, Het schoolvak Nederlands onderzocht. Garant, Leuven/Apeldoorn, 1998.
  • VON-info, op blz. 88:
    (Aankondiging algemene ledenvergadering VON, op zaterdag 5 juni 1999 in de Domstadacademie te Utrecht.)

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.45-=-=
ONS ERFDEEL, jaargang 41, nummer 4, september-oktober 1998.
ISSN 0030-2651.
Door: Jaap van Veen.
Uithoorn, 8 februari 1999.

  • Herman Pleij.
    Hoezo “Vrede van Munster”? Blz. 481-490.
    (Vrijwel geen Nederlander kan (of wil) zich iets voorstellen bij deze vrede, die het einde van de Tachtigjarige Oorlog markeert.)
  • Rob Schouten.
    Hedendaags hellenisme. Verbazing, fantasie en extase in de poezie van het fin de siecle. Blz. 491-505.
    (De VSB-prijs, Nederlands grootste jaarlijkse prijs voor poezie, ging in 1996 naar Leo Vroman, in 1997 naar Gerrit Kouwenaar en in 1998 naar Rutger Kopland. Het is een prijs die niet het gehele oeuvre wil belonen maar de beste bundel van ieder jaar en wie de VSB-juri’s wenst te geloven, moet dus wel constateren dat vooral de grote namen van vroeger nog altijd het aangezicht van de Nederlandse poezie bepalen.)
  • K. van Berkel.
    Max Wildiers’ wetenschap gewikt. Blz. 507-513.
    (“Wie was Wildiers, waar ken ik hem van? Hij moest belangrijk zijn, doch ik kon mij weinig herinneren van zijn werk”, aldus de schrijver van het artikel.)
  • Bert Cardon.
    Ingekeerde portretten van Bouts. Blz. 515-524.
    (Dirk Bouts arriveert omstreeks het midden van de 15de eeuw in Leuven. Waar en wanneer hij geboren is, weet men niet met zekerheid. Hij zou uit Haarlem afkomstig zijn. Hij schilderde veel portretten waarin sporen van het Noorden zijn terug te vinden.)
  • Eric de Kuyper.
    Duel om Oostende. Eric de Kuyper antwoordt Charlotte Mutsaerts (1) Blz. 527-533.
  • Cyrille Fijnaut.
    Criminaliteit en justitieel beleid in Belgie en Nederland. Blz. 535-545.
    (Ook in de sfeer van het justitiele beleid heeft het er veel, van dat niet zozeer de criminaliteitsproblemen van alledag als wel “zaken” en “affaires” de meeste publieke aandacht trekken en buitensporig veel invloed uitoefenen op het beleid dat wordt gevoerd.)
  • Reinier Salverda.
    Dimasqui van Tempo doeloe. Indische romans van P.A. Daum. Blz. 547-554.
    (Chacun a deux pays: le sien et puis les Indes. Dit romantisch motief speelt -zoals Beekman laat zien in zijn Paradijzen van Weleer(1998)- een centrale rol in de Nederlandse Koloniale literatuur uit Oost-Indie.)
  • Ton Gloudemans.
    Scheppen met de enkelbeeldknop. Animatiefilm in Nederland. Blz. 555-564.
    (Animatiefilmmakers lijken in een aantal opzichten meer op beeldend kunstenaars, dan op filmmakers. Zij werken in ateliers; niet op filmsets. Zij houden zich bezig met het creeren van een volkomen artificiele wereld; niet met het registreren van de werkelijkheid of een fictieve vorm daarvan.)
  • Frank Hellemans.
    Kleine drama’s van grote eenzaamheid. Tamelijk slecht nieuws van Gie Bogaert. Blz. 567-571.
    (Mislukkelingen, binnenvetters, randdebielen en vrouwen die gretig met hun levensverhaal uitpakken. Soms verbreekt een man de lijdzaamheid en onderneemt een poging tot biecht. Maar allemaal verwachten zij weinig van het leven. Of valt er toch wat manna uit de hemel?)
  • Willem Breedveld.
    Paars II: gewoon maar toch anders. Blz. 573-579.
    (Een observatie van het tweede kabinet Kok.)
  • Culturele kroniek. Blz. 581-607.

    Literatuur:
    . <Door: Ed Leeflang:> “Van het Friese land en het Friese leven / Fan it Fryske Lbn en it Fryske Libben.” van Obe Postma.
    . <Door: Annette Portegies:> “Met en zonder lauwerkrans. Schrijvende vrouwen uit de vroeg-moderne tijd 1550-1850: van Anna Bijns tot Elise Calcar” van o.a. Riet Schenkeveld-van de Dussen, Karel Porteman, Lia van Gemert en Piet Couttenier.
    . <Door: Pascal Cornet:> “En de liefste dingen nog verder” van Paul de Wispelaere.
    . <Door: Eep Francken:> “Kikuyu” van Etienne van Heerden in vertaling van Robert Dorsman.
    . <Door: Luc Devoldere:> “Orville” van Dirk van Weelden.
    . <Door: Kees van ’t Hof:> “Tegen de tijd” van Willem van Toorn.
    . <Door: Cyrille Offermans:> “Abessijnse kronieken” van Moses Isegawa.

    Beeldende kunst:
    . <Door: Juleke van Lindert:> “Piet Killaers’ beelden” van Frans Budi, Jan Reijs en Lambert Tegenbosch.
    . <Door: Ingeborg Walinga:> “Oude Meesteressen. Vrouwelijke kunstenaars in de Nederlanden” door Leen Huet en Jan Grieten.

    Theater:
    . <Door: Jos Nijhof:> Het Holland Festival, meer ruimte voor theater.

    Muziek:
    . <Door: Hugo Heughebaert:> “Traditie en vernieuwing. Koninklijk Vlaams Conservatorium 1898 – school – conservatorium – hogeschool – 1998” van de Hogeschool Antwerpen.
    . <Door: Jan Rubinstein:> “Het HonderdComponistenBoek” van Pay-Uun Hiu en Jolande van der Klis.

    Film:
    . <Door: Wim de Poorter:> “Le Bal Masqui” van Julien Vrebos.
    . <Door: Jan Temmerman:> Een kwart eeuw Vlaamse Filmweken.
  • Taal- en cultuurpolitiek. Blz. 609- 612.
    . <Door: Dirk van Assche:> Neerlandistiek en “Eeuwige Vrede” in Munster.
    . <Door: Barbara Bosch:> “Afrikaans in Afrika” van Christo van Rensburg.
    . <Door: Paul Soetaert:> Op het snijpunt van informatie en cultuur: drieduizend bibliothecarissen in Amsterdam.
  • Publicaties. Blz. 613-624.
    . <Door: Gie van den Berghe:> “Extreem-rechts in Nederland” van Joop van Holsteyn en Cas Mudde.
    . <Door: Luc Devoldere:> “The European Challenge, Essays on culture, values and policy in a changing environment” van Kees Paling en Vic Veldheer.
    . <Door: Hans Groenewegen:> “Een wijze ging voorbij – Het leven van Abel J. Herzberg” van Arie Kuiper.
    . <Door: Luc Francois:> “De Generale Bank, 1822-1997” van Herman van der Wee, Erik Buyst, Isabelle Cassiers, Helma Houtman-de Smedt, Ginette Kurgan-van Hentenryck, Michelangelo van Meerten en Guy Vanthemsche.
    . <Door: Wim Rutgers:> “Het paradijs overzee; de ‘Nederlandse’ Caraoben in Nederland” van Ger Oostindie.
    . <Door: Ludo Simons:> “Bibliografie van literaire tijdschriften in Vlaanderen en Nederland. De tijdschriften verschenen in 1996” van Hilda van Assche, Richard Bayens en Peter de Bode.
  • Bibliografie: Het Nederlandstalige boek in Vertaling. Blz. 625-627.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.46-=-=
ONS ERFDEEL, jaargang 41, nummer 5, november-december 1998.
ISSN 0030-2651.
Door: Jaap van Veen.
Uithoorn, 8 april 1999.

  • Marc Hooghe.
    De abdicatie van de openbare omroep. Van politiek tot commercie. Blz. 643-653.
    (De Vlaamse omroep heeft woelige jaren achter de rug. De rustige BRT werd eerst in 1991 omgedoopt tot BRTN – waarbij niemand ooit heeft begrepen waar die ‘N’ nu eigenlijk voor stond – en nu dus sinds 1 januari 1998 VRT – Vlaamse Radio en Televisie Omroep. Maar er is natuurlijk meer veranderd.)
  • Saskia Bak en Ingeborg Wallinga.
    Tergen en verleiden met foto’s. Controversieel werk van Inez van Lamsweerde. Blz. 654-669.
    (Kunstenaars die een vak leerden voordat zij de kunstacademie bezochten, trekken zich vaak minder aan van de strenge regels van de autonome kunst. Een van de regels is: gij zult u niet inlaten met commercie. Zo iemand was Inez van Lamsweerde.)
  • Hans Vandevoorde.
    Dante D’haen. Blz. 661-675.
    (Kunnen gobelins ontroeren? Een vraag die op je af komt bij het bezoek aan de tapijten van het Musie de Cluby in Parijs. Als ik de gedichten van Christine D’haen lees, vooral die uit Onyx (1983) moet ik steeds aan die wandtapijten denken.)
  • Ena Jansen.
    De culturele relatie Nederland-Zuid-Afrika vroeger en nu. Blz. 676-683.
    (Tot op de dag van heden bestaat er een ingewikkelde relatie tussen Nederland en het Afrikaanstalige deel van Zuid-Afrika. Die relatie vertoont duidelijke overeenkomsten met de banden tussen een koloniale mogendheid en een voormalige kolonie.)
  • Eep Francken.
    Vrouwen winnen in Afrika. Het werk van Riana Scheepers. Blz. 684-691.
    (De vrouw in de Zuid-Afrikaanse literatuur).
  • Christopher Brown.
    Met vanzelfsprekend gemak. Over het werk van Anton van Dijck. Blz. 693-706.
    (Over het leven en werk van Anton van Dijck).
  • Jacques de Visscher.
    Cornelis Verhoeven: stamelen voor de werkelijkheid. Blz. 709-714.
    (…De liefde is een passie; zij kan tot drang worden om te bezitten, zoals misschien ons woord ‘liefhebben’ te kennen geeft. Maar de drang om te bezitten is zeker niet de liefde in haar meest zuivere vorm.)
  • Annick Cuynen.
    Hoort de nagalm, diep in ’t steengewelf. Simon Vestdijk 1898-1971. Blz. 716-723.
    (De uitgave van een postzegel was een van de initiatieven die kaderen in de viering van zijn honderdste geboortedag op 17 oktober j.l.)
  • G.F.H. Raat.
    Literatuur als levenselixir. De proza van Helga Ruebsamen. Blz. 724-730.
    (Het is november 1998 en de achtste druk van Het lied en waarheid ligt in de winkel. Meer dan een jaar is verstreken sinds de roman werd uitgebracht. Pas nu na dertig jaar bereikt Helga Ruebsamen het grote lezerspubliek.)
  • Yves Knockaert.
    Als een vis in het water. De muziek van Peter Vermeersch. Blz. 731-736.
    (Peter Vermeersch verschijnt in zoveel gedaantes dat je nooit goed weet welk aspect van hem het eerst te benaderen. Hij is een breed-spectrum musicus, hij is een kameleon,….)
  • Culturele kroniek. Blz. 737-772.

    Literatuur:
    . <Door: Hugo Brems:> “Personages” van Miguel Declercq.
    . <Door: Geert Buelens:> “Hier is de tijd. Gedichten” van Esther Jansma.
    . <Door: A.L. Svtemann:> Kritische bespreking van “Maerlants werk: juweeltjes van zijn hand” van Ingrid Biesheuvel, Kleine gedigten voor kinderen” van P.J. Buijnsters en “Camera Obscura” van Hildebrand verzorgd door Willen van den Berg.
    . <Door: Elke Brems:> “Apenjaren” van Jo Govaerts.
    . <Door: Frank Hellemans:> “Verdwaalde post” Walter van de Broeck. . <Door: Hans Vanacker:> “Een dichter bij ons, Karel Lodewijk Ledeganck” door Paul van Woestijne en Hugo Notteboom.
    . <Door: Kees van Domselaar:> “Zeegezang inclusief Gesternten van Frederik de Zeeman. Gedichten” van Jacques Hamelink.
    . <Door: Aart van Zoest:> “1000 sonetten” van Jan Kal.
    Beeldende kunst:
    . <Door: Juleke van Lindert:> “Cobra 50 manifestatie”
    . <Door: Dirk van Assche:> “Vlaamse schilders en de dageraad van Hollands Gouden Eeuw” van Jan Briels.
    . <Door: Marc Dubois:> “Werk in architectuur/ Paul Robbrecht en Hilde Daem” van Steven Jacobs.

    Theater:
    . <Door: Jos Nijhof:> “De verrassende ‘come-back’ van het openluchttheater”
    . <Door: Fred Six:> “Van Blauwe Maandag Compagnie tot Het Toneelhuis. Een verhaal in manifesten” van het Vlaams Theater.

    Muziek:
    . <Door: Hendrik Willaert:> “Vlaamse Muziek vol. 1 en vol. 2” op Naxos 8551038.
    . <Door: Ernst Vermeulen:> “Nieuwe electronische muziek in Nederland”.
    . <Door: Ernst Vermeulen:> “Nieuwe muziek inVlaanderen” van Marc Delaere, Yves Knockaert en Herman Sabbe.

    Film:
    . <Door: Erik Martens:> “Rondvlinderen bij Delvaux.
  • Taal- en cultuurpolitiek. Blz. 773-778.
    . <Door: Filip Matthijs:> “Het buitenland en wij”
    . <Door: Rudi Wester:> “Rooskleurige vooruitzichten voor de Nederlandstalige literatuur in Spanje”
    . <Door: Dirk van Assche:> “Veel meer dan een druppel whisky…” Over het vijftigjarig bestaan van het Komitee voor Frans-Vlaanderen (KFV).
  • Publicaties Blz. 779-789
    . <Door: Anton Claessens:> “Het woordenboek de Nederlandse Taal”
    . <Door: Marc Hooghe:> “Het scherm der verbeelding. Opstellen over televisie” van Maarten Doorman en Michael Zeeman.
    . <Door: Frits Niessen:> ” Vreemde buren. Over politiek in Nederland en Belgie” van Derk Jan Eppink.
    . <Door: Hans Vanacker:> “Leeuw en Haan op weg naar het kruispunt over “Le coq et le lion. La Belgique ‘a la croisie des chemins” van Eric Vanneufville en “La Belgique. Politique des langues et construction de l’Etat de 1780 ‘a nos jours” van Astrid van Busekist.
    . <Door: Ludo Simons:> “De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag” n.a.v. o.a. “De wereld van de Koninklijke Bibliotheek 1798-1998” van P.W. Klein, M.A.W. Klein-Meijer.
    . <Door: Manu Ruys:> “Taal en Politiek” van Els Witte en Harry van Velthoven
    . <Door: Steven Debaere:> “De Franse Nederlanden/ Les Pays-Bas Francais, jaarboek 23” van Stichting Ons Erfdeel.
  • Bibliografie van het Nederlandstalige boek in vertaling. Blz. 790-793.

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.47-=-=
ONZE TAAL, jaargang 68, nummer 4, april 1999.
ISSN 0165-7828.
Door: Jac Aarts, Hogeschool Larenstein.
Arnhem, 17 april 1999.

  • Redactie.
    Taalmythen. Blz. 76-77.
    (Introductie van een nieuwe serie: opvattingen over taal die door iedereen aangehangen of bestreden worden maar waar niemand nog serieus over nadenkt. Kinderen leren niet meer goed lezen, het oprukkende Engels bedreigt het Nederlands, Belgen zijn taalgevoeliger, het Nederlands is moeilijk: iedereen zegt het. “De redactie neemt niet op voorhand een standpunt in en zal elke kwestie redactioneel inleiden.” Eerste mythe: vreemde woorden bedreigen het Nederlands. Ja (J. van Malde) of nee (Peter-Arno Coppen)?)
  • J. van Malde.
    Hoezeer uw taal telt … Opmars uitheemse woorden schaadt onze taal. Blz. 78-79.
    (Het Nederlands raakt volgens J. van Malde doorspekt met vreemde woorden en uitdrukkingen, vooral Engelse. Hij wil niet alle niet-Nederlandse woorden uitbannen; hij ergert zich vooral aan uitheemse voornamen, acroniemen en onnodige vreemde woorden. De eigen woorden worden snel bij het grofvuil gezet. “De kampioenen van deze taalaantasting vindt men bij omroep en reclame, maar ook in de pers en bij(semi-)overheid en bedrijven weten ze er raad mee”. Het Engels nu is een veel ernstiger aanval dan in vroegere tijden Frans en Duits. Het Genootschap Onze Taal zou meer moeten doen aan de ‘vergroting van de veerkracht van onze taal’.)
  • Peter-Arno Coppen.
    Hoezeer uw argumentatie telt … Angst voor uitheemse woorden is ongegrond. Blz. 80-82.
    (De zorgen van Van Malde zijn vanuit taalkundig standpunt lastig te analyseren. Formuleringen als ‘onze woorden worden aangetast’ doen Coppen denken aan beweringen die gedaan worden over immigranten of asielzoekers: ‘ze pikken onze banen (woorden) in’. Het wordt echter door de feiten weersproken: vreemde woorden richten zich juist prima naar de woordvormings- en klankregels van het Nederlands. Van Maldes suggesties voor een actiever beleid van Onze Taal blijven steken in vaagheid. De taal laat zich niet de wet voorschrijven: ze is van ons allemaal. De heersende mode om woorden uit het Engels over te nemen hoort er evenzeer bij als de ergernis van anderen daarover.)
  • Vraag en antwoord. Blz. 83.
    <Door: Taaladviesdienst>
    (Buiten/uit de boot vallen, de enig(st)e reden, gespeend van, in arren moede: dat zijn de kwesties die de Taaladviesdienst deze keer aan de orde stelt.)
  • Gerard Kempen.
    Fiets en (centri)fuge. Blz. 88.
    (De oorsprong van het eenvoudig lijkende woord ‘fiets’ is en blijft onduidelijk. De etymoloog Ewoud Sanders wijdde er al een studie aan. Volgens Kempen hangt ‘fiets’ samen met ‘(centri)fuge’. In verschillende Noord-Brabantse dialecten werd ‘centrifuge’, dat een on-Nederlandse zj-klank heeft, ingekort en verbasterd tot ‘fiets’. De centrifuge voor het afromen van melk werd namelijk met de hand bediend: je moest er a.h.w. mee ‘trappen’. Deze toestellen werden in Nederland populair tegelijk met de opkomst van het rijwiel. Een Kempisch werkwoord ‘fietsen'(‘snel lopen’) kan dit misschien bevorderd hebben.)
  • Taaladviesdienst.
    120 andere woorden voor ‘assessment’ / Ander woord voor … employability. Blz. 89.
    (De TAD ontving zo’n 120 alternatieven voor ‘assessment’; na rijp beraad komt ‘geschiktheidstest’ als beste uit de bus. Een eervolle vermelding is er voor ‘profieltoets’; het werd niet de winnaar, omdat ‘toets’ beperkter is dan ‘test’. Nieuwe oproep: een goed Nederlands woord voor ‘employability’. ‘Inzetbaarheid’ ligt voor de hand, maar als ‘employability’ zo eenvoudig te vervangen is, waarom blijft men het dan volop gebruiken?”)
  • Hans Heestermans.
    “Een nationaal museum der taalvormen.” De totstandkoming van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Blz. 90.
    (In 1851 startte taalgeleerde Matthias de Vries zijn levenswerk: zijn plan tot het samenstellen van een groot woordenboek der 19e-eeuwse taal inclusief de voorgeschiedenis ervan werd officieel aangenomen. Samen met L.A. te Winkel en David werd er wel hard gewerkt maar niet echt snel. Al na deel 1 (a-ajuin, 1882) werd het een mikpunt van spot: ’t Duurt nu geen dertig jaar gewis,/ Eer ’t tot ‘azijn’ genaderd is’. De begingrens werd tenslotte gesteld op 1500, waarmee de aansluiting op het Middelnederlands Woordenboek tot stand kwam. Mede dankzij een ingreep van Kruyskamp kwam de zaak toch op zijn pootjes terecht. In 1973 stelde hij de grens vast op 1921: uit de jaren daarna zouden geen woorden meer opgenomen worden. Het WNT is nu het meest gezaghebbende woordenboek (en zelfs het grootste ter wereld), en toch ook een genoegen om erin te lezen.)
  • Henk Tetteroo.
    ‘Het meisje die …’ Blz. 92.
    (Steeds vaker komt het voor: zinnen als ‘het meisje die daar loopt,..’ en ‘het middel raakt uitgewerkt. Hij..’ Tetteroo hanteert de t-regel; voor de toepassing daarvan hoef je alleen het verschil de-/het-woord te weten. De regel luidt: Een ‘het-woord’ krijgt (1) DAT als betr.vnw., (2) DIT of DAT als aanw.vnw. en (3) HET als pers.vnw.)
  • Marc van Oostendorp.
    Bloemen, boeken en pompebl^eden. De dag van de kleine talen. Blz. 93.
    (In het kader van de Europese Dag van de Minderheidstalen’ (23 april) aandacht voor de belangrijkste minderheidstaal in Nederland: het Fries. Daar gaat het goed mee, al moet er in het onderwijs op gewezen blijven worden dat het Fries evenwaardig is aan Nederlands en Engels. Bij de nu in Leeuwarden gevestigde ene pabo die Friesland nog rijk is, lijkt Fries activisme minder voor te komen. “Daar is Nederlands spreken nu veel gewoner.”)
  • Battus.
    De universele verboegings-e. Blz. 94.
    (Het lijkt zo’n simpel klankje: de toonloze e, zoals die o.a. voorkomt in hUt, zE, gezellIg, heerlIJk. Via de ogenschijnlijk eenvoudige zin ‘de student zet de kat op de mat’ laat Battus zien hoeveel betekenissen erdoor gemaakt kunnen worden. In het voorbijgaan komt ook nog even de vrouwelijke oorsprong van (dieren)taal aan de orde: “Bij de kat is het vrouw-zijn normaal; de man krijgt de uitgang -er erbij (‘kater’).)
  • Riemer Reinsma.
    Choorstraat. Blz. 95.
    (Hoe spreek je ‘Choorstraat’ uit: met een [g] of met een [k]? “Het probleem doet zich met name voelen in Leiden”, al zijn er in andere steden ook straten die genoemd zijn naar het meest prominente deel van de kerk (koor: ‘plaats waar gewijde liederen werden gezongen’). De k-uitspraak is dus het meest juist.)
  • Marjon Spolders.
    De spreker wikt, de hoorder beschikt. Over retorisch redeneren. Blz. 96-98.
    (Retorica wordt weleens omschreven als ‘welsprekendheid’, maar dat is onjuist. Veel beter is ‘de kunst van het overtuigen door middel van woorden’; geheel ten onrechte wordt ‘retorica’ ook wel gelijkgesteld met het gebruik van opgeklopte, lege argumenten. Classica en communicatietrainer Spolders legt vaak gebruikte begrippen helder uit: ethos (karakter bij de spreker), pathos (emotie bij de hoorder), logos (redeneringen van de spreker) e.d. Tenslotte laat ze zien hoe eeuwenoude inzichten ook nu nog in bv. reclame een rol kunnen spelen (bv. campagnes om mensen te laten stoppen met roken). Uiteindelijk hangt alles af van de hoorder: die beslist of hij meegaat met de spreker.)
  • Tamtam Taalberichten. Blz. 100-101.
    <Door: redactie>
    . Veel instemming voor Initiatiefgroep Onnodig Engels;
    . Songfestivallied moet in het Nederlands” (Kamerlid Dittrich)
    . ‘Euroland(e)’ taboe in Frankrijk”
    . Leven van Jezus in het Limburgs” (strip)
    . Ophef in Amerika over woord ‘niggardly’.</UL>
  • C. Kostelijk.
    Zelfverbranding. Blz. 101.
    (Het schijnt voor te komen: mensen die van het ene moment op het andere spontaan vlam vatten. Hoe noem je dit gruwelijke verschijnsel, dat in het Engels ‘spontaneous human combustion’ heet? ‘Zelfontbranding’ slaat op stoffen, ‘zelfverbranding’ lijkt beter. Dat geeft het WNT, en ook Van Dale, althans tot de 8e druk (1961). In die druk kiest Van Dale ineens voor een andere betekenis (‘zelfvertering’).)
  • Ewoud Sanders.
    Borsalino. Blz. 102.
    (Schrijvers als J.W. Schotman en Nescio, kunstenaar Joseph Beuys, acteur Alain Delon, ondernemer Al Capone en paus Johannes Paulus II: zij allen zijn bekende dragers van de deftige zwarte gleufhoed borsalino. Deze is genoemd naar de Italiaanse hoedenmaker Guiseppe Borsalino. Japie (bij Nescio) was er overigens vroeg bij: zijn hoed wordt al vermeld in een voorstudie (1911) van ‘De uitvreter’, terwijl ‘borsalino’ in het Engels pas aangetroffen is rond 1915. Borsalino is eig. een merknaam en zou dus met een hoofdletter geschreven moeten worden; het Groene Boekje echter geeft een kleine letter als was het een soortnaam.)
  • Guus Middag.
    Carboleum. Blz. 103.
    (‘Carboleum’ (olieachtige verf, ook wel koolteer genoemd) komt voor in de gedichtenbundel ‘In het vertrek’ (1996) van Robert Anker. In de bundel ‘Het lied van de krekel’ (J. Eijkelboom) echter wordt gesproken van ‘carboLINeum’. Is er een verschil in nuance, in deftigheid? Wordt het eerste alleen door de echte vaklieden gebruikt, het tweede door de onhandige stadstuinbezitter?)
  • InZicht. Blz. 104-105.
    <Door: Raymond No”e:>
    (Deze rubriek geeft informatie over nieuwe boeken, congressen, lezingen e.d. in taalkundig Nederland. Deze keer: 7 boekuitgaven, 1 cd-rom, 1 tijdschrift.)
    . Robin Dunbar, “Vlooien, roddelen en de ontwikkeling van taal”. (Hierin de stelling dat de spraak door vrouwen uitgevonden is, en wel om de sociaal-emotionele verhoudingen binnen de groep te herstellen: ‘de spraak nam daarmee de plaats in van het vlooien’. Of toch door mannen: om de jacht goed te laten verlopen?)
    . Marc De Coster, “Woordenboek van neologismen. 25 jaar taalaanwinsten”.
    . Ivo de Wijs (ed.), “Tante Constance en tante Mathilde. Liedteksten van Drs. P” (incl. cd met live-opnamen uit 1977; nieuwe reeks: Pluche, bibliotheek van Nederlandse chansons en cabaretliederen).
    . Mineke Schipper en Ang’elica Dorfman, “En de boom blijft maar geven. Caribische en Latijns-Amerikaanse spreekwoorden en zegswijzen over vrouwen)”.
    . Marlies Philippa, “Etymologie” (Onze Taal Taalcahiers 2). (Haar bijdragen aan vijf jaar Taalkalender; hierin: feest en vrije tijd, maanden en dagen, getallen.)
    . Jan Stroop, “Poldernederlands. Waardoor het ABN verdwijnt.”
    . Antoine Braet, “Argumentatieve vaardigheden. Een praktische didactiek voor havo en vwo, met een inleiding in de argumentatieleer”.
    . Tijdschrift: Tekst[blad], vakblad voor tekstschrijvers (vereniging: Tekstnet). Redactie: Felix van de Laar, Nicole Ummelen en Judith Mulder.
    (“De inhoud is gevarieerd en veel artikelen zijn ook voor leken interessant.”)
    . Op cd-rom: Taaladviesbank, samengesteld door de Nederlandse Taalunie. 500 adviezen over taalkwesties, nog in vier stappen uit te breiden tot 1500 adviezen.</UL>
  • Het proefschrift van. Blz. 106.
    <Door: Marc van Oostendorp>
    (Matthias Huening: zeurneuzerij. H. is een neerlandicus die onlangs in Leiden promoveerde op een proefschrift over de geschiedenis van woorden op -erij. In “Woordensmederij. De geschiedenis van het suffix -erij” legt hij o.a. uit hoe een misverstand ontstond: een woord als ‘bakkerij’ werd niet meer gezien als afgeleid van ‘bakker’ met het achtervoegsel -ie (later: -ij), maar van het werkwoord ‘bak’ met het suffix ‘erij’. “Ze maakten ook ‘smederij’, terwijl er ook toen geen beroepsgroep ‘smeder’ bestond, maar wel een werkwoord ‘smeden’. Omdat -erij’ ook vaak gebruikt werd voor ‘dagelijks’ en dus ‘vervelend’ werk, kreeg het een ongunstige bijbetekenis: ‘aandachttrekkerij’ bv. Dat een buitenlandse taalkundige dit uitzoekt, lijkt niet toevallig: Nederlandse taalkundigen zijn nogal op Amerikaanse theorieen gericht. “Met historische taalkunde valt wetenschappelijk niet te scoren. Er is in Nederland geen enkele hoogleraar meer die expliciet de geschiedenis van het Nederlands bestudeert.”)

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.48-=-=
TAALBEHEERSING, Driemaandelijks Tijdschrift, jaargang 21, nummer 1,
februari 1999.
ISSN 1384-5853.
Door: Louise Cornelis, Amsterdam.
Amsterdam, 13 april 1999.

  • Geert Jacobs.
    Zelfverwijzing in persberichten. Blz. 1-16.
  • M.A. van Rees.
    ‘En dat doen we nu dus al een uurtje zo ongeveer’. De fasen van een kritische discussie als diagnostisch instrument bij het vaststellen van de oorzaken van een onbevredigend discussieverloop. Blz. 17-28.
  • Frans van Eemeren, Rob Grootendorst en Bert Meuffels.
    De onredelijkheid van de ad baculum-drogreden. Blz. 29-48.
  • Tom Koole en Henrike Padmos.
    Gesprekstraining en gespreksanalyse: een literatuurstudie. Blz. 49-62.
    (De auteurs zijn in de literatuur nagegaan op welke manieren inzichten uit het taalbeheersingsonderzoek naar gesprekken hun weg hebben gevonden, dan wel zouden kunnen vinden, naar gesprekstrainingen. Er blijkt nog niet veel kruisbestuiving te zijn, maar de auteurs zien wel enkele veelbelovende mogelijkheden, met name om de methode van de gespreksanalyse te gebruiken in trainingen ter verhoging van het inzicht in de talige kant van gesprekken.)
  • Boekbeoordelingen:
    . <Door: Ted Sanders, op blz. 63-67:> L.G.M.M. Hustinx. Markeerders van thematische structuur in tekst. Dissertatie KU Nijmegen. 1996.
    . <Door: Ton van Haaften, op blz. 67-71:> F.H. van Eemeren, R. Grootendorst, F. Snoeck Henkemans et al. Handboek argumentatietheorie. Historische achtergronden en hedendaagse ontwikkelingen. Groningen: Martinus Nijhoff. 1997.</UL>
  • Signaleringen, blz. 72-76:
    . <Door: Bert Meuffels:> Hans Hoeken. Het ontwerp van overtuigende teksten. Wat onderzoek leert over de opzet van effectieve reclame en voorlichting. Bussum: Coutinho. 1998.
    . <Door: Marcel Bax:> Liesbeth Koenen. Het vermogen te verlangen [9 letters]. Gesprekken over taal en het menselijk brein. Tweede druk. Amsterdam: Atlas. 1998.</UL>
  • <Door: Peter Houtlosser, blz. 76-81:> Uit de tijdschriften.
    (Een overzicht van de meest recente afleveringen van enkele neerlandistische tijdschriften.)
  • Nieuws uit het vakgebied. Blz. 82.
    (Met een aantal personele veranderingen.)

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.49-=-=
VOLKSKUNDIG BULLETIN, Tijdschrift voor Nederlandse cultuurwetenschap, jaargang 24, nummer 3, december 1998.
ISSN 0166-0667. ISBN 90-6168-695-4.
Door: Theo Meder.
Amsterdam, maart 1999.

  • Rob van Ginkel.
    Illusies van het eeuwig onveranderlijke. Volkskunde en cultuurpolitiek in Nederland, 1914-1945. Blz. 345-384.
  • Volkskunde en etniciteit. Zes interviews. Blz. 385-444.
  • Berichten en verslagen:
    . <Door: Herman Roodenburg, op blz. 445-449:> Roots and Rituals. Managing Ethnicity. Het zesde internationale congres van de Soci’et’e Internationale d’Ethnologie et de Folklore (SIEF), 20-25 april 1998, Amsterdam.
    . <Door: Theo Meder, op blz. 449-453:> Horizons of Narrative Communication; Perspektiven der Erzaehlkultur. Het twaalfde congres van de International Society for Folk Narrative Research, 26-31 juli 1998, Goettingen.</UL>
  • Boekbesprekingen:
    . <Door: Cor G.W.P. van der Heijden, op blz. 454-459:> G. van den Brink. De grote overgang. Een lokaal onderzoek naar de modernisering van het bestaan. Woensel 1670-1920.
    . <Door: Herman Roodenburg, op blz. 460-462:> Willem Frijhoff. Volkskunde en cultuurwetenschap: de ups en downs van een dialoog.
    . <Door: Barbara Henkes, op blz. 462-463:> Patricia Herminghouse & Magda Mueller (ed.). Gender and Germanness. Cultural Productions of Nation.
    . <Door: Erwin H. Karel, op blz. 464-466:> Goffe Jensma. Het rode tasje van Salverda. Burgerlijk bewustzijn en Friese identiteit in de negentiende eeuw.
    . <Door: Antoon Hoogveld, op blz. 466-468:> Musya Glants & Joyce Toomre (ed.). Food in Russian History and Culture.
    . <Door: Louis Peter Grijp, op blz. 468-470: Paul Rutten, Rob Dekkers & Hetty Jansen. De meeste dromen zijn bedrog. De opleving van Nederlandse populaire muziek onderzocht.
    . <Door: Rob van Ginkel, op blz. 470-472:> G.J. Schutte & J.B. Weitkamp. Marken. De geschiedenis van een eiland.

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.50-=-=
VONK, Tijdschrift van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands vzw, jaargang 28, nummer 3, januari-februari 1999.
(Themanummer ‘Taalbeschouwing’.)
ISSN 0770-2086.
Door: Rita Rymenans, vakgroep didactiek Nederlands, Universiteit Antwerpen (UIA).
Antwerpen, 12 april 1999.

  • Jan T’Sas.
    “Ik doe dat niet!” Blz. 3-6.
    (De vernieuwingen in het onderwijs taalbeschouwing worden niet door alle leraren in dank afgenomen, zo blijkt uit de titel van deze bijdrage. Jan T’Sas legt de vinger op de wonde in zijn inleiding op dit themanummer. Wat de vernieuwingen in de leerplannen precies inhouden en hoe er didactisch mee omgesprongen kan worden, licht hij vervolgens kort toe. Een inductieve aanpak en de integratie van taalvaardigheid en taalbeschouwing staan hierbij centraal. In de overige artikels van dit nummer worden deze principes concreet uitgewerkt.)
  • Marc Stevens.
    Voorwaarden voor een leerrijk taalbeschouwingsonderwijs. Blz. 7-24.
    (Leerrijk taalbeschouwingsonderwijs moet aan een aantal voorwaarden voldoen, aldus Marc Stevens. Ingebed in een reismetafoor noemt hij er vijf: aan de slag gaan met echt, levend en betekenisvol taalmateriaal; inductief lesgeven; op het gepaste niveau van concreet naar abstract werken; op een correcte manier tegen taal aankijken; leerlingen motiveren door gevarieerde taalbeschouwingslessen aan te bieden. Hij stoffeert zijn standpunten met tal van inspirerende voorbeelden voor het basis- en het secundair onderwijs.)
  • Jannemieke van de Gein.
    Wat is hier het onderwerp. Blz. 25-33.
    (Taalbeschouwing staat in het basisonderwijs nog in de kinderschoenen, ook in Nederland. Volgens Jannemieke van de Gein bestaat daar wel overeenstemming over de inhoud, maar laten de didactische uitwerkingen nog veel te wensen over. In deze bijdrage licht ze eerst de leerzame en de nuttige kant van strategisch taalbeschouwingsonderwijs toe om vervolgens even stil te staan bij de mogelijke oorzaken van de mislukking. Ten slotte illustreert ze aan de hand van twee suggesties (experimenteren met interpunctie en het herkennen van samenstellingen) haar stelling dat het onderwerp (taal!) serieus moet worden genomen.)
  • Ides Callebaut.
    Hoe probeer ik (toekomstige) leraren van de basisschool tot de nieuwe taalbeschouwing over te halen? Blz. 35-44.
    (De leraren uit het artikel van Jan T’Sas moeten nog tot de nieuwe taalbeschouwing overgehaald worden. Hoe Ides Callebaut (toekomstige) leraren van de basisschool probeert te overtuigen, demonstreert hij aan de hand van twee lessen die hij gegeven heeft in de basisschool en in de lerarenopleiding. Met het eerste voorbeeld toont hij aan dat je met leerlingen van het vierde leerjaar en toekomstige onderwijzers naar de structuur van zinnen kunt kijken als naar de structuur van bomen. In het tweede voorbeeld staat voor beide doelgroepen het kijken naar beeldtaal centraal.)
  • Hendrik Cornilly.
    Spellen en taal in het basisonderwijs. Blz. 45-62.
    (Het Vlaams Spellenarchief heeft ongeveer 2000 gezelschapsspellen in zijn bezit. In deze Spiekerskorner stelt Hendrik Cornilly de verschillende soorten taalspellen voor die aanleiding kunnen geven tot tal van taalbeschouwelijke activiteiten in het basis- (en secundair) onderwijs.)
  • Katrien Durnez & Fransien Vandermeersch.
    Taalvaardigheid en taalbeschouwing. Een interessant duo. Blz. 63-74.
    (Taalvaardigheid en taalbeschouwing kunnen ook in de derde graad van het secundair onderwijs op een geintegreerde manier aangepakt worden. Hoe dat concreet kan, illustreren Katrien Durnez & Fransien Vandermeersch aan de hand van drie lesvoorbeelden met taalkundige onderwerpen. In het eerste voorbeeld staat het kijken en luisteren naar een video over de spelling van het Nederlands centraal. De tweede lessenreeks concentreert zich op het lezen en spreken naar aanleiding van diverse artikelen uit De StandaardTAAL. Het derde voorbeeld ten slotte demonstreert hoe leerlingen informatie over de ontwikkeling van het Middelnederlands vanuit drie verschillende media leren benaderen.)
  • Ronald Soetaert.
    Grof geschud en zorgvuldig gezeefd. Taalbeschouwing voor alle mensen van goede wil. Blz. 75-79.
    (Rubriek ‘Grof geschud’.)
  • Guy De Troyer.
    Kid City. Blz. 81-83.
    (Rubriek ‘Interkl@s’.)
  • Boekbesprekingen (Rubriek ‘Ingeboekt’. Blz. 85-88.):
    . <Door: Joke Verbeek:> Rob Belemans & Jos Van Thienen. Ich kal ooch Limburgs. Creatief lespakket voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Hasselt, Provinciebestuur Limburg, 1998.</UL>
  • Ingeblikt. Blz. 89-90.
    Korte inhoud van: Moer 1998/6, Werkblad voor Nederlandse Didactiek 27/1, Mijn eigen taal, Handboek voor schrijvers, Ons Erfdeel 41/4&5.

(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.51-=-=
VONK, Tijdschrift van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands vzw, jaargang 28, nummer 4, maart-april 1999 (Themanummer ‘Beoordeling totaalmethodes’)
ISSN 0770-2086.
Door: Rita Rymenans, vakgroep didactiek Nederlands, Universiteit Antwerpen (UIA).
Antwerpen, 12 april 1999.

  • Rita Rymenans.
    Is vervolgd… Een vergelijkend warenonderzoek van de totaalmethodes Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs. Blz. 3-11.
    (Precies drie jaar geleden publiceerde dit tijdschrift, ter gelegenheid van 25 jaar VON, een schoolboekennummer met daarin een jurybeoordeling van elf totaalmethodes Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs (A-stroom). De invoering van de eindtermen voor de eerste graad en de nieuwe spelling hebben het methodelandschap sindsdien grondig hertekend. Daarom heeft VON(K) het beoordelingswerk voor de nieuwe methodes overgedaan met de bedoeling die op te volgen tot in de hogere graden. Nieuw is dat nu ook het methodeaanbod voor de B-stroom onder de loep is genomen. Rita Rymenans pakt in dit inleidend artikel de draad weer op in april 1996 en schetst het verloop van deze tweede beoordelingsronde.)
  • VON(K)-Werkgroep Schoolboeken.
    Criteria voor de beoordeling van de totaalmethodes Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs (A-stroom). Blz. 14-25.
    (De oorspronkelijke criteria voor de beoordeling van de totaalmethodes Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs (A-stroom) – in 1996 opgesteld door de toenmalige VON(K)-Werkgroep Schoolboeken – zijn door een aantal kritische ogen bekeken. Op een paar punten en komma’s na heeft de Werkgroep geen grote wijzigingen aan het oorspronkelijke concept aangebracht. Ter verduidelijking voor de lezer/gebruiker zijn verwijzingen toegevoegd naar de eindtermen voor de A-stroom van de eerste graad secundair onderwijs die inmiddels goedgekeurd waren.)
  • Wilfried De Hert, Rita Rymenans & Luc Vercammen.
    Gewikt, gewogen en goed beVONden? (bis) Beoordeling van de methodes Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs (A-stroom). Blz. 27-46.
    (Twaalf totaalmethodes voor de eerste graad secundair onderwijs (A-stroom) zijn door drie jury’s van beoordelaars doorgelicht op vier vlakken: vakinhouden, didactische aanpak, gebruiksvriendelijkheid en uiterlijke vormgeving. De drie juryvoorzitters presenteren in deze bijdrage de resultaten van dit gigantische beoordelingswerk. Naast een volledige bibliografische beschrijving van elke beoordeelde methode, worden de plussen en minnen tegen elkaar afgewogen in een overzichtstabel en in een uitgeschreven eindoordeel per methode.)
  • VON(K)-Werkgroep Schoolboeken.
    Criteria voor de beoordeling van de totaalmethodes Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs (B-stroom). Blz. 48-57.
    (De criteria die oorspronkelijk opgesteld waren voor de beoordeling van de totaalmethodes Nederlands voor de A-stroom van de eerste graad secundair onderwijs zijn door de juryleden voor de B-stroom aangepast aan de doelgroep. De meeste criteria zijn overeind gebleven; ze moeten weliswaar in het hoofd van de leraar/gebruiker vertaald worden naar het niveau van dat type leerling. Wel zijn een aantal criteria weggevallen en werden er enkele nieuwe toegevoegd. Ook hier vindt u verwijzingen naar de ontwikkelingsdoelen voor de B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs.)
  • Luc Wyns.
    Methodes Nederlands voor de B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs. Huilen met de pet op! Blz. 58-67.
    (Voor de B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs is het methodeaanbod vrij beperkt: vier totaalmethodes zijn door vier juryleden aan een vergelijkend warenonderzoek onderworpen. In deze bijdrage worden de resultaten door voorzitter Luc Wyns op verschillende manieren gepresenteerd: naast een bibliografische beschrijving en een uitgeschreven juryoordeel van elke beoordeelde methode vat hij de plussen en minnen in een overzichtstabel samen. Omdat de balans vaak naar het negatieve overslaat, voegt hij er enkele slotbedenkingen over het methodeaanbod voor de B-stroom aan toe.)
  • Marc Stevens.
    Nieuwe wijn of nieuwe zakken? Nieuwe taalmethodes Nederlands voor de lagere school. Blz. 70-95.
    (Drie jaar geleden maakte Marc Stevens zich in hetzelfde ‘schoolboekennummer’ boos over de kwaliteit van de totaalmethodes Nederlands voor de lagere school. Dat de uitgevers na de invoering van de eindtermen en de nieuwe leerplannen voor het lager onderwijs niet hebben stilgezeten, is de auteur zeker niet ontgaan. Ook hij heeft de spreekwoordelijke koe weer bij de horens gevat en in zijn eentje vijf nieuwe totaalmethodes voor deze doelgroep tegen het licht gehouden van elf criteria. Dat zijn verhaal al heel wat optimistischer klinkt dan in 1996, zal iedereen vrolijk stemmen, de auteur niet in het minst.)
  • Ronald Soetaert.
    Het Schoolboek. Een boekhouding. Blz. 96-100.
    (Rubriek ‘Grof geschud’.)
(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9904.52-=-=

*-------------Redacteurs--tijdschriftenoverzicht--Neder-L-----------------*
| Amsterdamer Beitraege    Tanneke Schoonheim                             |
|                                          <Tanneke@rulxho.LeidenUniv.nl> |
| de Achttiende Eeuw:      ??? nieuwe redacteur gezocht                   |
| de Boekenwereld:         Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>  |
| Cahiers voor een Lezer:  Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Driemaandelijkse Bladen: Harrie Scholtmeijer                            |
|                                  <Harrie.Scholtmeijer@meertens.knaw.nl> |
| Gramma/TTT:              Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>      |
| Leuvense Bijdragen:      Hans Smessaert                                 |
|                                    <Hans.Smessaert@arts.kuleuven.ac.be> |
| Literatuur:              Jose Rekers <jjrekers@hotmail.com>             |
| Literatuur Zonder        Bea Ros <Bea@Zunneberg-Ros.nl>                 |
|   Leeftijd:                                                             |
| Mededelingen Stichting   Marco de Niet <Marco.deNiet@konbib.nl>         |
|   Jacob Campo Weyerman:                                                 |
| Meesterwerk:             Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Millennium:              Paul Wackers <wackers@let.kun.nl>              |
| Moer:                    Herman Giesbers <H.Giesbers@let.kun.nl>        |
| Over Multatuli:          Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Naamkunde:               Tanneke Schoonheim                             |
|                                          <Tanneke@rulxho.LeidenUniv.nl> |
| Nederlandse Letterkunde: Karel Bostoen <bostoen@rullet.leidenuniv.nl>   |
| Nederlandse Taalkunde:   Luuk Lagerwerf <l.lagerwerf@wmw.utwente.nl>    |
| Neerlandica Extra Muros: Olga van Marion <ovmarion@rullet.leidenuniv.nl>|
| de Negentiende Eeuw:     Jan Stroop <J.Stroop@mail.uva.nl>              |
| Ons Erfdeel:             Jaap van Veen <Jaap_van_Veen@compuserve.com>   |
| Ons Geestelijk Erf:      Thom Mertens <csp.mertens.t@alpha.ufsia.ac.be> |
| Onze Taal:               Jac Aarts <Jac.Aarts@inter.NL.net>             |
| de Parelduiker:          Wieneke 't Hoen <Wieneke.t.Hoen@chi.knaw.nl>   |
| Queeste:                 Willem Kuiper <W.Kuiper@hum.uva.nl>            |
| Spiegel der Letteren:    Betty van Wonderen                             |
|                                         <Betty=van=Wonderen@uba.uva.nl> |
| Taal en Tongval:         Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Taalbeheersing:          Louise Cornelis <lcornelis@compuserve.com>     |
| Taalschrift:             Ewoud Sanders (via:) <secr@ntu.nl>             |
| Tabu:                    Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>       |
| TNTL:                    Andre Bouwman <bouwman@rulub.leidenuniv.nl>    |
| Trefwoord:               Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Tydskrif vir Nederlands  Jean Jordaan <rgo_anas@rgo.sun.ac.za>          |
|   en Afrikaans:                                                         |
| Vaktaal:                 Marcel Uljee <uljee-en-jansen@hetnet.nl>       |
| Volkskundig Bulletin:    Theo Meder <Theo.Meder@meertens.knaw.nl>       |
| Vonk:                    Rita Rymenans <rymenans@uia.ua.ac.be>          |
| Vooys:                   Michiel Ruijgrok <mruijgrok@theo.uu.nl>        |
| de Zeventiende Eeuw:     Ton Harmsen <harmsen@rullet.leidenuniv.nl>     |
*-------------------------------------------------------------------------*


(15)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9904.d --------------------------*