Neder-L, no. 9802.b

Subject: Neder-L, no. 9802.b
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Sun, 22 Feb 1998 01:04:37 +0100
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zesde-jaargang----------- Neder-L, no. 9802.b -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 9802.16: Evenementen-agenda, met:                              |
|                   - 19th European Antiquarian Book & Print Fair,        |
|                     26 - 28 februari (Amsterdam)                        |
|                   - Tentoonstelling 'Affiches uit de Belle Epoque',     |
|                     20 februari - 4 april (Brussel)                     |
| (2) Vac: 9802.17: Vacature Keulen (Duitsland); deadline: eind feb. 1998 |
| (3) Sym: 9802.18: Culturele Propaganda. Een atelier van het Huizinga    |
|                   Instituut, op 12 maart 1998 te Utrecht                |
| (4) Lit: 9802.19: Te verschijnen: Dien langen Duyvel van Nieukoop. Twee |
|                   pamfletten uit 1651 over baljuw Jan van Sevenhoven.   |
|                   Nieuwkoop 1998                                        |
| (5) Med: 9802.20: Eredoctoraat T. de Graaf aan de Universiteit van      |
|                   Sint-Petersburg                                       |
| (6) Col: 9802.21: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 19: Theo    |
|                   Welpen                                                |
| (7) Rub: 9802.22: Rubriek 'Uit de STCN', no. 9: De Boeken               |
| (8) Rub: 9802.23: Boekenrubriek, no. 8: Schrijvende vrouwen             |
| (9) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 18 Feb 1998 19:18:15 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@let.UVA.NL>
Subject: Rub: 9802.16: Evenementen-agenda

==================
Evenementen-agenda
==================


AMSTERDAM, RAI Congrescentrum, Europaplein

19th European Antiquarian Book & Print Fair, 26 februari 1998, 16-21 uur, 27-28 februari 1998, 11-18 uur.
Europese antiquarenbeurs met tal van deelnemers uit binnen- en buitenland. Catalogus beschikbaar.


BRUSSEL, Koninklijke Bibliotheek van Belgie, Houyouxgalerij, Kunstberg

Tentoonstelling AFFICHES UIT DE BELLE EPOQUE, 20 februari – 4 april 1998, ma.-za. 12-16.50 uur. Toegang vrij.
Expositie van in het kader van de campagne SOS Kunstwerken op papier gerestaureerde affiches uit het bezit van de KB.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 17 Feb 1998 12:12:12
From: Marja Kristel - IVN <ivnnl@wxs.nl>
Subject: Vac: 9802.17: Vacature Keulen (Duitsland); deadline: eind februari 1998

=======================================================================
VACATURE KEULEN VACATURE KEULEN VACATURE KEULEN VACATURE KEULEN
=======================================================================

Recent heeft prof. dr. H.W.J. Vekeman, als hoogleraar Nederlandse filologie verbonden aan de Universitaet zu Koeln, ons laten weten dat de Universiteit van Keulen heeft ingezien dat de huidige staf van het Instituut Nederlands, met meer dan 500 vakstudenten, niet meer aan de wettelijke verplichtingen kan voldoen.

Naast andere bijkomende personele middelen mag het Instituut voor het aanstaande zomersemester (1 april – 1 augustus) een hoogleraar voor moderne Nederlandstalige literatuur en moderne theorieen over het literaire werk aantrekken. Het gaat over een zogenaamde (zeer aantrekkelijke)

C3-Stelle

Een dergelijk bijkomend hoogleraarschap is een primeur in de Duitse neerlandistiek, en zal waarschijnlijk een aanloop zijn naar een vast aan het Instituut verbonden C3-baan. Al zal de realisatie daarvan nog heel wat voeten in de aarde hebben.
De te benoemen hoogleraar zal wekelijks 4 colleges van tweemaal 45 minuten moeten aanbieden en zal beschikken over alle rechten en plichten van een Duitse C3-hoogleraar.

Formele voorwaarde voor deze positie is uiteraard dat men gepromoveerd is en dat men – indien reeds verbonden aan een universiteit -officieel vrijstelling krijgt om deze vacature waar te nemen.

Kandidaten dienen met de grootste spoed hun curriculum vitae en een lijst van publicaties te sturen naar:

  • het adres of de fax van het Instituut:
    Universitaet zu Koeln
    Institut fuer Niederlaendische Philologie
    Lindenthalguertel 15a
    D-50935 Koeln, Duitsland
    tel. +49 221 470 4161
    fax. +49 221 470 5122
  • het prive-adres van professor Vekeman:
    Am Burgfeld 1, D-50374 Erfstadt, Duitsland

Medegedeeld door:
IVN – Internationale Vereniging voor Neerlandistiek
Raadhuisstraat 1
2481 BE Woubrugge, Nederland
tel. ++ (31) 172 518 243,
fax ++ (31) 172 519 925,
e-mail: ivnnl@wxs.nl
homepage: http://www.worldaccess.nl/~ivnnl/

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 18 Feb 1998 19:18:15 +0100
From: Huizinga Instituut via piet.verkruijsse@let.uva.nl
Subject: Sym: 9802.18: Culturele Propaganda. Een atelier van het Huizinga Instituut, op 12 maart 1998 te Utrecht

        *--------------------------------------------------*
        |                                                  |
        |               CULTURELE PROPAGANDA               |
        |     Een atelier van het Huizinga Instituut       |
        |                  12 maart 1998                   |
        |                                                  |
        |   Academiegebouw Utrecht, Domplein 19, kr. 19.   |
        |                                                  |
        *--------------------------------------------------*

Op het moment dat dit atelier gehouden wordt, is het boekenweek. Kennelijk is deze boekenweek zo succevol dat de CPNB jaarlijks in deze culturele propaganda investeert.

In dit atelier staat dergelijke culturele propaganda centraal. De vraag is of de formule van de boekenweek ook voor andere cultuuruitingen zoals musea, film en monumenten geschikt is. En waar het ‘succes’ uit bestaat. Gaat het om een bevordering van zoiets als ‘cultureel besef’ of is het de verkoop van cultuurgoederen die telt? Daarbij: is culturele propaganda een typisch 20e-eeuws verschijnsel of zijn er van oudsher dergelijke acties ter bevordering van culturele consumptie ondernomen?

Zes sprekers, die allen in meer of mindere mate ook op de hoogte zijn met de praktijk van boekenweken, filmfestivals, uitmarkten, museumweekenden, monumentendagen e.d., is gevraagd om kort de volgende stelling toe te lichten voor hun terrein: ‘Goede cultuur behoeft geen propaganda’.

Daarop zullen zes korte reacties gegeven worden door jonge onderzoekers die onderzoek doen naar culturele consumptie. Naar aanleiding van deze verschillende statements zal er algemene discussie zijn over vorm, doel en effectivtieit van culturele propaganda. De dag zal afgesloten worden met een cultuursociologische slotbeschouwing.

Programma (voorzitter prof. dr. Marlite Halbertsma):

10.00-10.15 ontvangst

BOEKEN

10.15-10.50 Openingslezing door dr. Lisa Kuitert: De Boekenweek
10.50-11.00 Reactie door drs. Nanske Wilholt

THEATER

11.00-11.20 Drs. Rob van Gaal
11.20-11.30 Reactie door drs. Maaike Bleeker

Koffiepauze

FILM

11.45-12.05 Dr. Frans Westra
12.05-12.15 Reactie door drs. Ansje van Beusekom

12.15-13.00 Discussie

Lunchpauze

MONUMENTEN

14.15-14.35 Spreker nog niet bekend
14.35-14.45 Reactie door drs. Amber Struyk

MUSEA

14.45-15.05 Dr. Dirk Noordman
15.05-15.15 Reactie door drs. Jori Zijlmans

Theepauze

CD’s, PLATEN

15.30-15.50 Prof. dr. Paul Rutten
15.50-16.00 Reactie door dr. Harry Hansman

16.00-16.40 Discussie
16.40-17.00 Slotbeschouwing door dr. Wim Knulst

Aanmelden voor 1 maart bij Luc Korpel, Huizinga Instituut, Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam, tel./fax 020-5254433, e-mail: luc.korpel@let.uva.nl.

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 3 Feb 1998 23:26:42 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@let.UVA.NL>
Subject: Lit: 9802.19: Te verschijnen: Dien langen Duyvel van Nieukoop. Twee pamfletten uit 1651 over baljuw Jan van Sevenhoven. Nieuwkoop 1998.

==============
Te verschijnen
==============

Bij Uitgeverij Bert Post te Nieuwkoop verschijnt in mei 1998:

Dien langen Duyvel van Nieukoop. Twee pamfletten uit 1651 over baljuw Jan van Sevenhoven. Uitgegeven en van commentaar voorzien door een Werkgroep van Amsterdamse neerlandici. Onder redactie van P.J. Verkruijsse.. Nieuwkoop 1998. 136 blz.; ills.; ISBN 90 70376 19 9.

Jan van Sevenhoven, ‘dien langen duyvel van Nieukoop’

Dat het in een Hoge Heerlijkheid op het Zuid-Hollandse platteland in het midden van de 17e eeuw niet altijd even heerlijk was, blijkt uit de situatie in 1651 in Nieuwkoop. De Heer van Nieuwkoop, Johan de Bruyn van Buytewech, had een baljuw en schout benoemd, ene mr. Jan van Sevenhoven, die onder de bevolking beter bekend stond als ‘dien langen Duyvel van Nieukoop’.

In 1651 verschenen twee pamfletten waarin de schandelijke daden van Van Sevenhoven omstandig uit de doeken worden gedaan in de vorm van een buurpraatje (het Nieukoops buerpraetje) en een kroegpraatje (het Nieuwkoops kroegh-praetien), indertijd populaire presentatievormen van kritiek op de overheid. De – uiteraard – anonieme auteurs laten telkens drie turfschippers de toestand bespreken en zinnen op maatregelen om de gehate baljuw uit Nieuwkoop weg te krijgen..

De beide pamfletten bieden een onthullend doorkijkje op de sociale, economische, juridische en politieke verhoudingen in Nieuwkoop, Noorden, Woerdense Verlaat en Achttienhoven, een gemeenschap die toen toch niet meer dan een paar duizend inwoners geteld kan hebben. De zorg of het ontbreken daaraan voor armen en wezen wordt in die unieke documenten aan de orde gesteld, evenals het sjoemelen met tolgelden en met het ijken van maten en gewichten. De willekeur van de strafrechtpleging en het afpersen van arbeiders en middenstanders door de baljuw en zijn kornuiten worden breed uitgemeten, zoals ook de vriendjespolitiek van de toenmalige bestuurders.

Dit alles gebeurt tegen het decor van Nieuwkoop en omstreken dat ook voor de tegenwoordige bewoners van deze contreien nog zeer herkenbaar overkomt. Het onderzoek naar de pamfletten heeft bovendien nieuwe gegevens opgeleverd over de voor Nieuwkoop uitermate belangrijke turfhandel.

Een onderzoek naar twee pamfletten uit 1651

Een werkgroep van tweedejaars neerlandici van de leerstoelgroep Historische Nederlandse Letterkunde van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam heeft zich in 1997 onder leiding van dr. P.J. Verkruijsse gestort op de twee 17e-eeuwse pamfletten over de baljuw van Nieuwkoop.

Het onderwerp bood de gelegenheid onderzoek te doen naar het genre van de pamfletliteratuur in het algemeen en van de ‘praatjes’ met hun typische dialoogstructuur en argumentatie in het bijzonder. In bibliotheken zijn zoveel mogelijk exemplaren opgespoord van de beide pamfletten en analytisch-bibliografisch onderzocht. Er zijn pogingen gedaan om de auteurs en drukkers op te sporen; er wordt achtergrondinformatie verstrekt over de hoofdpersonen, over de historische en economische situatie rond het midden van de 17e eeuw, over het rechts- en belastingsysteem in die tijd en over de turfhandel.

Het resultaat van het onderzoek is een teksteditie van het ‘Nieukoops buer-praetje’ en het ‘Nieuwkoops kroegh-praetien’ waarin na de inleiding naast de transcriptie van de 17e-eeuwse tekst een parallelvertaling in modern Nederlands is opgenomen. Verder bevat de editie woord- en zakencommentaar, een overzicht van gebruikte archivalia en literatuur, een index van persoons- en geografische namen uit de pamfletten en bijlagen met een bibliografische beschrijving van de gedrukte bronnen en lijsten van pamfletten met een dialoogstructuur en van namen van Nieuwkoopse turfschippers.

U kunt dit boek bestellen bij Uitgeverij Bert Post, Riethof 9, 2431 AZ Noorden. Intekenprijs f.27,50 (excl. verzendkosten); na verschijnen f.35,- (excl. verzendkosten).

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 3 Feb 1998 23:26:42 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@let.UVA.NL>
Subject: Med: 9802.20: Eredoctoraat T. de Graaf aan de Universiteit van Sint-Petersburg

========================
Eredoctoraat T. de Graaf
========================

De Universiteit van Sint-Petersburg heeft op 29 december 1997 een eredoctoraat toegekend aan de Groningse linguist dr. T. de Graaf vanwege de belangrijke rol die hij speelt in de samenwerking tussen de wetenschappers van die universiteit en de Europese Gemeenschap. Zo verkreeg hij een subsidie van de organisatie INTAS in Brussel voor het opzetten van een databank van spraakmateriaal gebaseerd op oude geluidsopnames in het Petersburgse archief van de Russische Academie van Wetenschappen. De Graaf houdt zich vooral bezig met onderzoek naar fonetiek en etnolinguistiek van Aziatisch Rusland en Japan. Op het ogenblik verricht hij ook onderzoek naar de taal van de Siberische mennonieten (verwant met het Nederduits) en naar de restanten van het Jiddisch in Rusland.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 11 Feb 1998 17:10:22 +0100
From: Marc van Oostendorp <oostendorp@rullet.leidenuniv.nl>
Subject: Col: 9802.21: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 19: Theo Welpen

=============================
NederNed, no. 19: Theo Welpen
=============================

Onverhoeds haalde de man die in de trein tegenover me zat het laatste nummer van Nederlandse Taalkunde tevoorschijn. Ik keek nog eens goed: ik wist zeker dat ik deze man nog nooit op de TiN-dag had gezien. Kennelijk had hij in de gaten dat ik hem bespiedde want hij keek op en glimlachte.

‘Het nieuwste nummer van Nederlandse Taalkunde,’ zei ik. ‘Ja’, zei hij. ‘Kent u dat blad?’ Ik legde uit dat ik in een ver verleden wel eens een recensie van een proefschrift bij de redactie van NT had ingeleverd en dat dit stuk nog steeds op publicatie wachtte.

‘Ach,’ zei hij. ‘U bent ook taalkundige. Nu ja. Er staan deze keer mooie stukken in hoor; maar liefst twee artikelen over de /h/ bijvoorbeeld. Dat vindt u misschien vreemd, maar daar smul ik van!’

Nu had ik al gehoord dat er artikelen zouden verschijnen van Trommelen & Zonneveld en Nijen Twilhaar, maar ik had nog niets gezien. ‘Wat schrijven ze?’ vroeg ik.

‘Als ik het goed begrijp is de h volgens Nijen Twilhaar en die anderen helemaal geen medeklinker, maar alleen een kenmerk [-stem] op de klinker. Dat is op zichzelf natuurlijk geen nieuws, de oude Grieken wisten het al, maar deze auteurs zetten een aantal argumenten voor deze hypothese op een rijtje.’

De man stond op en pakte een bruine aktetas uit het bagagerek. ‘Hun argumentatie is voornamelijk gebaseerd op het feit dat lettergrepen die met een h beginnen zich gedragen als onsetloze lettergrepen. Dat komt volgens hen doordat dergelijke lettergrepen onsetloos zijn. Kunt u mij nog volgen?’ Ik knikte. Uit zijn aktetas pakte de man een degelijk opschrijfboek en een potlood en tekende twee lettergrepen:

         S                S
         |                |
         R                R
         |                |
         a                a
                          |
                   [-stem][+stem]

‘Dit zijn de lettergrepen [a] en [ha] volgens Trommelen en Zonneveld. Een voorbeeld van een verschijnsel waarbij beide lettergrepen zich hetzelfde gedragen is reductie. Normaal gesproken kunnen de klinkers van onbeklemtoonde lettergrepen gereduceerd worden tot sjwa: /reformer/ wordt [r@former]. Een uitzondering hierop zijn echter onsetloze lettergrepen: de e in /egal/ blijft altijd een e. Een andere klasse van uitzonderingen zijn de lettergrepen die beginnen met een h: de e in /helas/ blijft ook altijd een e, hoe informeel je ook spreekt.

Op dezelfde manier geven die Utrechters nog enkele meer of minder sterke argumenten voor de overeenkomsten tussen /a/ en /h/. Bent u enigszins bekend met deze materie?’ Ik haalde mijn schouders op en mompelde wat. ‘Toch lijkt me hun conclusie overhaast. Ze beweren dat ze hiermee hebben aangetoond dat ‘binnen de syllabe de constituent waardoor h onmiddellijk gedomineerd wordt niet de Onset maar het Rijm is.’ Hij tikte met zijn potlood op het opengeslagen tijdschrift.

‘Maar die conclusie is toch helemaal niet onoverkomelijk? Hij lijkt me gebaseerd op een ongefundeerde aanname, namelijk dat de lettergreep a geen onset heeft.’

‘Misschien hebt u gelijk,’ gaf ik toe. ‘Het is best mogelijk om vol te houden dat ook de lettergreep /a/ met een onset begint, waarin dan bijvoorbeeld een glottale stop zit. De overeenkomst tussen [?a] en [ha] is dan dat deze onset nagenoeg leeg is.’ De man tekende driftig de vereiste structuren:

            S                  S
          /   \              /   \
         O     R            O     R
         |     |            |     |
         ?     a            h     a

‘En daarmee zijn al die feiten die men in Utrecht bestudeerde toch ook te verklaren? Dat begrijp ik nu niet. Net zoals ik niet begrijp hoe zij denken verklaard te hebben dat een h niet aan het eind van een lettergreep kan voorkomen. Als een klinker gespecificeerd kan zijn als [-stem][+stem] kan hij toch ook gespecificeerd zijn als [+stem][-stem]?’

‘Ik weet het niet’, bekende ik. ‘Ik heb het artikel niet gelezen. De man glimlachte weer. ‘Mag ik u nu iets vragen?’ zei ik. ‘Waarom stelt u eigenlijk belang in deze kwestie?’

‘Nu, eigenlijk ben ik econoom,’ zei hij. ‘Ik probeer de taalkunde een beetje bij te houden, als hobby. Als je zo’n artikel leest, waarin zoveel voorbeelden gegeven worden, dan begin je automatisch na te denken over tegenvoorbeelden en mogelijke andere analyses. En u?’

‘Ik ben wel taalkundige,’ zei ik, en ik noemde mijn naam.

‘Uw beroep had ik al geraden,’ zei de man. ‘Ik ben bang dat ik van uw werk nog nooit gehoord heb. Ik heet overigens Theo Welpen.’ Die naam kwam mij wel bekend voor, maar thuisbrengen kon ik hem niet.

Marc van Oostendorp

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 22 Jan 1998 10:53:35 +0100
From: Paul Dijstelberge <P.Dijstelberge@ubu.ruu.nl>
Subject: Rub: 9802.22: Rubriek 'Uit de STCN', no. 9: De Boeken

=======================================
Rubriek ‘Uit de STCN’, no. 9: De Boeken
=======================================

In dit nieuwe jaar heb ik het goede voornemen om mijn rubriek Uit de STCN te vervolgen. Voor de nieuwe lezers: ondergetekende is behalve Neerlandicus titelbeschrijver bij de Short Title Catalogue, Netherlands. Om Gerard Reve te parafraseren: overdag schilder ik voor het Bestel abstract, Des nachts in het Geheim figuratief.

Over mijn abstracte werk: De STCN is de nationale bibliografie van publikaties gedrukt tussen 1540 en 1801. Een bestand dat iedere Neerlandicus behoort te kennen en te raadplegen: on-line en uitgerust met alle zoekmogelijkheden die de computer biedt. We hebben ons zelfs gewaagd op het gladde ijs van de onderwerpsontsluiting (redelijk elementair, maar toch) zodat het systeem nu meer vragen kan beantwoorden dan een willekeurige wetenschapper kan (of zou willen) bedenken.

Bibliograaf is een nogal gespecialiseerd beroep. Je zit achter een bureau, dat in dit bijzondere geval in Utrecht staat in de oude leeszaal. Voor wie daar nooit is geweest: het is een negentiende-eeuwse ruimte, vijf meter breed, tien meter lang, ongeveer vijf meter hoog, met een gietijzeren omloop en oude boekenkasten met gaasdeuren. Grote bollen verspreiden een gaslampachtig licht. Op de bureaus staan computerschermen die enigszins afbreuk doen aan dit victoriaanse interieur – maar we beschrijven de boeken nog altijd met een vulpen! Over de bureaus trekt een stroom van boeken voorbij. Het in perkament of leer gebonden bezinksel van eeuwen. Dat die boeken nog bestaan moet als een wonder worden beschouwd. De blinde vernietigingsdrang van de zich manager noemende lagere diersoort lijkt immers van alle eeuwen te zijn, of hebben we hier toch te maken met iets nieuws, een aankondiging van de eindtijd?

Wij bekijken die boeken nauwkeurig en maken er zo accuraat mogelijk bibliografische beschrijvingen van. Het meest wezenlijke kenmerk daarvan is de fingerprint – een methode om edities van elkaar te onderscheiden die even effectief als eenvoudig is. De beschrijvingen worden opgeslagen in een database die in iedere bibliotheek bekeken kan worden. Het is een abstracte bezigheid, en voor buitenstaanders is de hypnotiserende charme ervan onbegrijpelijk – ik heb de term zonderling horen gebruiken door iemand van wie ik zeker weet dat hij enig verstand heeft.

Het beschrijven als zodanig kent weinig variatie: het is vergelijkbaar met het oplossen van de wekelijkse cryptogram in de Volkskrant en dat vind je leuk of je vindt er niets aan. Het werkelijk interessante is natuurlijk de geschiedenis die dag in dag uit door je handen gaat. Of je nu wil of niet, langzamerhand wordt er een beeld opgebouwd van een tijdperk dat in niets lijkt op wat er in de (meeste) hedendaagse geschriften over dat tijdperk te vinden is (en waardoor dan ook nog een afwijkende visie op het heden wordt veroorzaakt).

Neerlandici, zou ik willen zeggen, laat die secundaire literatuur nu eens een jaar of wat met rust, breng al het post-moderne en cultuur-historische geklets naar de Slegte, bedrinkt u van de opbrengst en lees uitsluitend nog primaire literatuur. Het drinken van wijn is, zoals algemeen bekend mag worden verondersteld, goed voor het hart en gedichten/romans zijn goed voor de bovenkamer. Beide activiteiten laten zich goed combineren. Het leest bovendien een stuk makkelijker dan het uiterst moeizame proza dat door de eeuwig malende universitaire gebedsmolens wordt afgescheiden.

Als Neerlandicus leid ik een ander, allerminst abstract leven – ik schrijf af en toe een artikel en lever daarmee mijn kleine bijdrage aan de al genoemde gebedsmolens. Maar ik houd niet erg van het lezen van wetenschappelijke artikelen. Dat is mij in dit zelfde tijdschrift wel eens nagedragen door vakgenoten (men leze in Neder-L artikel 9608.02 “Spaanders”, een fundamentele bijdrage van Andre Hanou hierover) maar ik heb nu eenmaal weinig wetenschappelijke pretenties. Ik voel mij meer iemand die aan de oever van een stroom staat met een hengel. Af en toe heb je beet. Soms is het een regenboogforel, soms een oude schoen, af en toe een kluwen fietswrakken. Met enige regelmaat hoop ik hierover verslag uit te brengen op deze plaats.

Paul Dijstelberge.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 7 Feb 1998 04:51:27 -0500
From: Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>
Subject: Rub: 9802.23: Boekenrubriek, no. 8: Schrijvende vrouwen

=========================================
Boekenrubriek, no. 8: Schrijvende vrouwen
=========================================

Bespreking van: Met en zonder lauwerkrans: Schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd 1550-1850: van Anna Bijns tot Elise van Calcar. Hooofdred. R. Schenkeveld- van der Dussen, red. K. Porteman, L. van Gemert, P. Courtenier. Amsterdam: University Press, 1997. 970 blz., ill., ISBN 90 5356 268 0, Prijs: fl. 99,50.

Het boek zou in een zin te typeren zijn als een verzameling van in druk verschenen werk van vrouwen, maar zo’n simpele omschrijving doet geen recht aan het immense werk dat door de medewerkers is verzet. Er is namelijk niet slechts geprobeerd een lijst aan te leggen van vrouwenliteratuur, er is van iedere schrijfster een korte biografie opgenomen en tevens een aantal voorbeelden uit haar werk en een lijstje met bron en literatuurvermelding

Stelt u zich dat eens voor; zo’n 150 “lemma’s” van literaire vrouwen van in totaal 850 bladzijden. De andere 100 bladzijden worden gevuld door inleiding en index. Ook de illustraties verdienen aandacht; het zijn niet de obligate portretten die we in ieder boek tegenkomen, maar een groot aantal originele en ten dele onbekende prenten. Het werk kan zeker monumentaal genoemd worden. Natuurlijk zijn er kritische kanttekeningen te plaatsen (1), maar naast negatieve zijn er nog veel meer positieve dingen te zeggen over dit boek. Zo is er niet uitsluitend gekeken naar formele literaire kwaliteiten van de teksten en komt (gelukkig) ook saai, vroom, niet-vernieuwend, en soms zelfs wat onbeholpen schrijfwerk aan bod.

Juist deze brede selectie geeft een veel beter overzicht van wat vrouwen zoal schreven, dan de gebruikelijke korte opsomming van steeds dezelfde auteurs die in andere overzichtswerken te vinden is. Natuurlijk heeft iedereen van het werk van Anna Maria van Schurman gehoord, en ook Anna Bijns en Belle van Zuylen zijn geen onbekenden, maar wie kent Wilhelmina de Reeck of Geertruide van Halmale? De makers van het boek hebben ook niet de pretentie een bloemlezing van de beste literaire producties te geven, veeleer willen zij de schrijvende vrouw zien in een sociale en culturele context. Er blijken bijvoorbeeld nogal wat vrouwen naaste (mannelijke) familieleden te hebben die wel naam hebben gemaakt in het literaire circuit, zoals Dorothea Petronella Beets, de zuster van Nicolaas Beets van de Camera Obscura, en Barbara Ogier, de dochter van Willem Ogier, een toneelschrijver uit het Antwerpse rederijkersmilieu. Mannelijke familieleden of vrienden hadden vaak ook een rol te spelen in het proces van uitgave van het werk van de vrouwen, al was het alleen maar een financiele.

Het heeft lang geduurd voordat vrouwen zich als professioneel auteur konden manifesteren; schrijven werd gezien als tijdverdrijf naast de “werkelijke” plichten als huisvrouw en moeder. Zeker in de vroege werken is er geregeld sprake van een verontschuldigende toon waarbij de auteur er de nadruk oplegt dat zij haar huiselijke plichten niet heeft verzaakt ten behoeve van het schrijven. Een prachtige prent op blz. 24 (J.H. Ramberg, De geleerde vrouw, 1802) laat zien hoe het huishouden een vreselijke bende wordt als de vrouw zich niets van haar plichten aantrekt en wegdroomt bij haar schrijverij. Dit was niet uitsluitend kritiek van mannen op vrouwen die zich aan het huishouden onttrokken, ook de schrijvende vrouw zelf vond dat haar eerste plicht man en kroost betrof. Zo schrijft Elisabeth Bekker (Betje Wolff):

‘k Zal steeds het moeilijk lot eens braven mans beklagen,
Zo hij het huwlijksjuk met ene vrouw moet dragen,
Die, om Rousseau of Young, ‘en kroost ‘en man vergeet.
Die ongeregeld slaapt, die denkt ook als zij eet;
Die hare sex veracht, en die gij nooit moet zoeken
Dan in een morsig hok, in ’t midden van haar boeken;
Die nooit de naald, maar steeds de pen heeft in de hand:
‘k Weet wel, zo handelen geen vrouwen van verstand,
Die zijn onschuldig aan alle ongeregeldheden;
Die volgen met vermaak het wijs bevel der rede;
’t Noodzaaklijke gaat voor; ’t is uitgespaarde tijd,
Die iedre schrandre vrouw aan haren leeslust wijdt;

Het is geen wonder dat er weinig professionele broodschrijfsters waren als zelfs de vrouwen zelf vonden dat schrijven op de tweede plaats kwam. De vrouwen uit de betere standen hadden meer mogelijkheden om hun talenten te ontplooien want het eigenlijke huishoudelijke werk werd voor hen door dienstboden gedaan, maar ook dan zien we toch zelden een oeuvre van betekenis. Een geval apart is Anna Barbara van Meerten-Schilperoort die naast haar huishoudelijke taken – toegegeven: met behulp van haar moeder – en die van een domineesvrouw ook nog tijd had om o.a. een meisjeskostschool te runnen, om schoolboekjes te schrijven – zij was niet tevreden met de gebruikelijke leerboeken – en om tijdschriften, jeugdalmanakken en boeken te schrijven of te redigeren. Deze vrouw moet een onvoorstelbare energie gehad hebben om dit alles te doen en daarbij ook de opvoeding van haar eigen kinderen niet te verwaarlozen. En dan hebben we het nog niet eens over haar werk ten behoeve van de gevangenen in het Goudse Huis van Bewaring. (2)

Ook gebeurde het wel dat het werk van een vrouw werd toegeschreven aan haar man, zoals de “Hemelspraken” van Petronella Keysers, de echtgenote van Lambert Vossius, die in het postume “Alle de Wercken” van haar man belandden zonder vermelding van haar naam. Publiceren samen met een echtgenoot kwam geregeld voor, zoals bij Clara Badon wiens werk na haar dood uitkwam gebundeld met dat van haar man Johannes Ghyben. Nog in 1800 verontschuldigde Antonia Kleijn-Ockerse zich dat ze haar werk apart uitbracht en niet samen met dat van haar man! Sociale afkomst was tot op zekere hoogte van belang; slechts een enkele telg uit een arbeidersgezin had tijd, talent en doorzettingsvermogen genoeg om tot publicatie te komen.

De betere standen genoten een betere opleiding, hadden meer vrije tijd, verkeerden vaker in literaire kringen en hadden meer geld om een publicatie te financieren. De opleiding van vrouwen heeft lange tijd achtergelopen bij die van mannen. Het werd niet nodig geacht dat zij Latijn leerden, de universiteit was voor hen gesloten, als ze al een vreemde taal leerden was dat Frans en dus was het ontbreken van kennis van “de klassieken” een kenmerk van bijna alle literaire vrouwen. Deze kennisachterstand bestempelde hen dan ook meteen als amateurs en, met natuurlijk een paar uitzonderingen, is het duidelijk dat ze door hun mannelijke collega’s niet voor vol werden aangezien. Schrijfsters met grote literaire vaardigheden lieten hun werk door mannen “verbeteren”, zoals Tesselschade, die P.C. Hooft haar verzen toestuurde.

Toch waren er ook mannen die de prestaties van vrouwen op waarde wisten te schatten. Johan van Beverwijck, medicus, schreef in 1643 “de uitnementheyt des vrouwelicken geslachts”, maar hij was niet de enige. Saskia Stegeman laat in een recent artikel (3) zien dat van Almeloveen, ook een medicus, allerlei gegevens verzamelde over “geleerde” vrouwen. Zijn correspondentie met de Haarlemse dichteres Elisa Koolaart-Hooftman is bijna volledig bewaard gebleven en zij was volgens Almeloveen de oorzaak van zijn verzameling – hij verzamelde trouwens ook allerlei gegevens over andere onderwerpen, maar was vooral geinteresseerd in de geleerdengeschiedenis in het algemeen. Helaas wordt er met geen woord gerept over van Almeloveen in “Met en zonder lauwerkrans”, ook niet specifiek in het lemma voor Elisa Hooftman. Het voornemen van van Almeloveen om een soort catalogus aan te leggen (wij zouden het nu een biografisch woordenboek noemen) veranderde langzamerhand in het idee om niet eerder verschenen werk van vrouwelijke schrijfsters te publiceren, maar uiteindelijk kwam er weinig van terecht.

Een interessante studie zou een vergelijking zijn tussen de onderwerpen die mannelijke en vrouwelijke auteurs behandelen in hun dichtwerken en proza. Is er verschil in onderwerpkeuze; hoe wordt het onderwerp benaderd; welke literaire vorm kiezen zij; welk genre? Over enkele schrijfsters is wel iets meer bekend dan zo op het eerste gezicht uit de inleiding van het boek blijkt, zoals over Elisabeth Maria Post wiens werk de aandacht heeft getrokken van J.C. Brandt Corstius en van A.N. Paasman (4). Maar tot een serieuze vergelijking van meerdere mannen en vrouwen is het nog niet gekomen. Wellicht dat de publicatie van dit boek hiertoe kan bijdragen. Het is in ieder geval een prachtig boek om zo nu en dan eens in te bladeren en onverwachte ontdekkingen te doen.

Marja Smolenaars.

Noten:
(1) Zie ook de recensie van Kees Fens in de Volkskrant van 8-12-1997 en die van Maaike Meijer in het NRC van 16-1-1998.
(2) Zie ook F.J. Huiskamp, “Kijk, de vrouw van de dominee gaat voorbij: Het leven van Anna Barbara van Meerten, geboren Schilperoort (1778-1853)” in Boekenpost 33 (jan/feb.1998), blz. 25-27. Een compleet overzicht van haar oeuvre is te verkrijgen bij F.J. Huiskamp.
(3) S. Stegeman, “Geleerde vrouwen als verzamelobject. De voorgenomen uitgave over geleerde vrouwen van Theodurus Janssonius van Almeloveen (1657-1712)” in De Zeventiende Eeuw, jrg. 13/2 (1997), blz. 447-457.
(4) Zie behalve de literatuurlijst in “Met en zonder lauwerkrans” ook A.N. Paasman, “Dichters in Gelders Arcadia. ‘Et in Arcadia ego’ II” in “Nederlandse tuinen in de achttiende eeuw”, handelingen van het symposium georganiseerd door de Werkgroep Achttiende Eeuw in het Rijksmuseum ‘Paleis het Loo’, 1985. Amsterdam, 1987, blz. 77-96.

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@let.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@let.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9802.b --------------------------*