Neder-L, no. 9708.a

Subject: Neder-L, no. 9708.a
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Tue, 19 Aug 1997 03:57:45 +0200
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zesde-jaargang----------- Neder-L, no. 9708.a -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 9708.01: Evenementen-agenda, met:                              |
|                   - Afscheidscollege prof. dr. E.K. Grootes (Amsterdam) |
|                   - Congres 'The Presence of the Past (Amsterdam)'      |
|                   - Tentoonstelling 'De eerste reis naar de Oost        |
|                     1595-1597' (Amsterdam)                              |
|                   - Tentoonstelling 'Mijn vriend Van Dishoeck' (A'dam)  |
|                   - Colloquium 'Ad maiorem Dei gloriam' (Antwerpen)     |
|                   - Lezingen Nelleke Noordervliet over de Nederlandse   |
|                     Roman (Leiden)                                      |
| (2) Web: 9708.02: Zoekmachine Laurens Janszoon Coster                   |
| (3) Rub: 9708.03: Boekenrubriek, no. 3: Botanische boeken in Haarlem    |
| (4) Web: 9708.04: Web-site AD&L: www.xs4all.nl/~bipet/index             |
| (5) Col: 9708.05: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXXVIII:     |
|                   'Maar niet zoals wij dat kennen'                      |
| (6) Col: 9708.06: Column Willem Kuiper, no. 33: "Onder de Groene Linde" |
| (7) Med: 9708.07: Wat is wat in LM XXVIII?                              |
| (8) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sun, 10 Aug 1997 10:58:21 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@let.UVA.NL>
Subject: Rub: 9708.01: Evenementen-agenda

==================
Evenementen-agenda
==================


AMSTERDAM, Aula UvA, Singel 411

Afscheidscollege prof. dr. E.K. Grootes, 12 september 1997, 14 uur.
Prof. dr. E.K. Grootes, hoogleraar in de Nederlandse letterkunde van de Renaissance, houdt zijn afscheidscollege onder de titel ‘Terug naar Bredero’. De vakgroep Historische Nederlandse Letterkunde nodigt alle belangstellenden en vooral oud-studenten uit hierbij aanwezig te zijn. Receptie na afloop van het college.


AMSTERDAM, Doopsgezinde Kerk, Singel 452

Congres THE PRESENCE OF THE PAST: CULTURAL POLICY, MEDIA, MUSEUMS, 17 oktober 1997.
Congres t.g.v. het tienjarig bestaan van de vakgroep Culturele Studies van de Universiteit van Amsterdam. Lezingen door H. Luebbe (Zuerich), K. Pomian (Parijs), M. Colardelle, J. Vaessen, D.J. Meijers, F. van Vree.
Inschrijven voor 1 september en inlichtingen bij vakgroep Culturele Studies, Spuistraat 210, 1012 VT Amsterdam, 020- 5253503, fax 5253052, e-mail: P.Voogt@let.uva.nl.


AMSTERDAM, Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam, Kattenburgerplein 1, 020-5232222

Tentoonstelling DE EERSTE REIS NAAR DE OOST 1595-1597, 15 augustus t/m 14 september 1997, di.-za. 10-17 uur; zon- en feestdagen 12-17 uur (t/m 8 september ook ma. 10-17 uur).
Expositie over een van de belangrijkste reizen uit de Nederlandse geschiedenis, de zgn. Eerste Schipvaart, waarop een viertal schepen de weg naar Azie vond. De expositie wordt begeleid door een publicatie van Vibeke Roeper en Diederick Wildeman: “Om de Zuid; de Eerste Schipvaart naar Oost-Indie van Cornelis Houtman 1595-1597”, een vertaling in modern Nederlands van het reisverslag van Willem Lodewijksz, koopman en een van de opvarenden.


AMSTERDAM, Theo Thijssen Museum, Eerste Leliedwarsstraat 16, 020- 4207119

Tentoonstelling MIJN VRIEND VAN DISHOECK; Thijssen en zijn uitgever, tot 15 december 1997.
Kleine tentoonstelling over C.A.J. van Dishoeck (1863-1931). Centraal staat – uiteraard – zijn verhouding tot Thijssen. Te zien zijn brieven, foto’s, portretten, documenten, bandstempels en alle Van Dishoeck-boeken uit Thijssens bibliotheek.


ANTWERPEN, Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (UFSIA), Hof van Liere, Prinsstraat 13

Colloquium van de Werkgroep Zeventiende Eeuw en het Centrum Nederlandse Literatuurgeschiedenis: AD MAIOREM DEI GLORIAM; jezuieten in de Nederlanden tijdens de zeventiende eeuw, vrijdag 29 augustus 1997, 10-18.15 uur.
Zie voor meer gegevens Neder-L 9706a. Inlichtingen: 00 32 3 2204287 (Dr. Hubert Meeus) of 00 32 3 2204286 (Marie-Rose Goeman).


LEIDEN, Academiegebouw, Rapenburg 73

Lezingen door Nelleke Noordervliet over de NEDERLANDSE ROMAN, september t/m december 1997.
Nelleke Noordervliet vertelt over de ontwikkeling van de historische roman en de veranderingen in de romanschrijfkunst van de laatste decennia. Inlichtingen: Wim van Amerongen, 071-5278026.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 18 Aug 1997 12:18:30 -0700
From: Marc van Oostendorp <oostendorp@rullet.leidenuniv.nl>
Subject: Web: 9708.02: Zoekmachine Laurens Janszoon Coster

===================================
Zoekmachine Laurens Janszoon Coster
===================================

Het project Laurens Janszoon Coster is in de twee jaar dat het bestaat sterk gegroeid. Op dit moment bevinden zich naar schatting 7000 documenten — gedichten, hoofdstukken van boeken, verhalen, essays — op onze weblocatie. Het werd tijd dat daar een zoeksysteem aan werd toegevoegd.

Dat zoeksysteem is er nu. De Stichting De Digitale Stad in Amsterdam, die ook al gratis onderdak biedt aan het project, staat ons voortaan toe een versie van het fraaie zoekprogramma Alladin te draaien. Dit programma maakt elke week automatisch een index over alle documenten bij Coster. Deze index is vervolgens op verschillende manieren via het Web te bevragen.

U vindt de zoekmachine op het Internet-adres:

http://alladin.dds.nl:8096/cgi-bin/search/search.cgi/x-catalog:/alladin.dds.nl:8096/ljcoster

of door te klikken op ‘Zoek’ in het openingsscherm van Coster:

http://www.dds.nl/~ljcoster/

Het zoekprogramma biedt uitgebreide mogelijkheden. In het veld linksboven kunt u aangeven of de gezochte woorden naast elkaar moeten staan, samen in een alinea of samen in een zin. Ook is het mogelijk om woorden te zoeken die ‘klinken als’ een bepaald woord — handig in het geval de gebruikte spelling er niet toe doet en u zowel naar ‘maet’ als naar ‘maat’ zoekt.

Door op de pijl met het woord ‘Add’ te klikken kunt u uw zoekopdracht zeer subtiel maken, en bijvoorbeeld zoeken naar een tekst waarin in een en dezelfde aline de woorden ‘haat’ en ‘liefde’ voorkomen, terwijl elders in hetzelfde document het woord ‘brand’ opduikt. Door op de knop ‘Search’ te drukken, wordt de zoekactie gestart.

In de twee velden eronder kunt u opgeven hoe u de resultaten van de zoekactie gepresenteerd wilt zien. In elk geval kunt u de titels van de gevonden documenten meteen aanklikken, zodat deze op uw scherm gepresenteerd worden. Als het een lang document betreft, moet u overigens misschien nog de ingebouwde zoekfuncties van uw bladerprogramma gebruiken om de precieze plaats te vinden waar de trefwoorden staan.

Marc van Oostendorp
Namens het project Laurens Jz. Coster, coster@dds.nl

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 21 Jul 1997 13:14:54 -0400
From: Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>
Subject: Rub: 9708.03: Boekenrubriek, no. 3: Botanische boeken in Haarlem

==================================================
Boekenrubriek, no. 3: Botanische boeken in Haarlem
==================================================

Een tentoonstelling heeft het afgelopen voorjaar weer eens laten zien dat Haarlem niet alleen de stad is waar Laurens Janszoon Coster – of Lauwtje zoals de echte Haarlemmers hem noemen – heeft gewoond en gewerkt, maar ook de stad van de bloemen. Costers standbeeld staat nog steeds op de Grote Markt om iedereen te herinneren aan wat ondertussen meer een mythe dan werkelijkheid is: de uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters door Coster in Haarlem. En het bloemencorso met z’n prachtig versierde praalwagens memoriseert jaarlijks de andere specialiteit van Haarlem en omgeving. De voorjaarstentoonstelling van het Frans Hals Museum was dit jaar dan ook Boeket genoemd en liet o.a. de prachtige botanische boeken zien die de Stadsbibliotheek in bezit heeft.

Deze bibliotheek ontstond ruim 400 jaar geleden toen de stad Haarlem de bibliotheken in beslag nam van de omliggende kloosters en kerken tijdens de Tachtigjarige Oorlog toen anti-Spaanse – en dus anti-Katholieke – machten de overhand kregen. Sinds die tijd is het bezit van de Stadsbibliotheek uitgebreid door aankopen, maar ook door giften. Zo schonk Carolus Clusius (1529-1609), hortulanus van de Leidse Hortus Botanicus, de vroedschap van de stad een exemplaar van zijn “Exoticorum libri decem”, waarin o.a. de toen zeer exotische Spaanse peper werd beschreven. Clusius is trouwens ook degene die de introductie van de tulp op zijn naam heeft staan, een bloem die Haarlem grote economische voorspoed bracht. De gebieden ten zuiden van Haarlem, net achter de duinenrij, bleken zeer geschikt voor de teelt van (tulpen)bollen en Haarlem werd het domein van de groothandelaren in deze plant waar beleggers gigantische bedragen voor neer wilden leggen. Op een zeker moment kostte een tulpebol net zoveel als een grachtenpand! Dit kon natuurlijk niet voortduren en in 1637 zakte deze windhandel in als een plumpudding met als gevolg het bankroet van velen die zo dom waren geweest in deze bollen te investeren. Als direct gevolg van deze farce kwamen er diverse satirische prenten en geschriften op de markt, zoals de gravure “Floraes Gecks-Kap: of, Afbeeldinge van’t wonderlijcke Iaer 1637 doen d’eene Geck d’ander uytbroeyde, de Luy Rijck sonder goet, en wijs sonder verstant waeren.” en de “Troost-Brief, aen alle Bedroefde Bloemmisten / die treuren over ’t sterven oft ’t overlijden van Flora, Godinne der floristen” (Haarlem, 1637).

Toch stortte niet de gehele handel in en Haarlem bleef het domein van vele (bollen)kwekers die, om hun produkten aan de man te brengen, prachtige catalogi uitgaven. In het begin waren dit de zgn. ‘tulpenboeken’, losse bladen met aquarellen van de diverse tulpensoorten die door de betreffende handelaar samengebonden werden al naar gelang zijn voorraad bollen op dat moment. Aan deze ‘tulpenboeken’ werkten vele – nu beroemde – schilders mee, zoals Judith Leyster (1609-1660) die als een van de weinige vrouwen lid was van het schildersgilde waar natuurlijk ook Frans Hals lid van was. Ook aan het eind van de 18e eeuw werden er prachtige catalogi gemaakt, zoals die de bloemenhandelaar George Voorhelm Schneevoogt produceerde met behulp van de Utrechtse professor Jan van Geuns, “Icones Plantarum Rariorum” (Haarlem, 1793) met 48 hand-gekleurde etsen die Hendrik Schwegman had gemaakt met de planten in Voorhelm’s winkel als voorbeeld. Zo’n 35 jaar later schreef en tekende de leraar Nicolaas Anslijn zijn 4-delige werk “Afbeelding der Artsenij-gewassen” (Leiden 1832-38). De 267 illustraties werden door zijn dochter ingekleurd en zijn een vroeg voorbeeld van het gebruik van lithografie in een wetenschappelijk werk. Maar ook grote firma’s zoals de zaadhandelaren van Eeden maakten gebruik van catalogi die meer leken op wetenschappelijke werken dan op verkoopmateriaal. Zij gaven het “Album van Eeden: Haarlem’s Flora (Haarlem, 1872-81) uit. De illustraties werden in dit werk verzorgd door Arentine Arendsen.

Veel ‘rijke luyden’ uit de grote steden hadden een buitenhuis aan de Vecht of nabij Haarlem. Zo had de Amsterdamse bankier George Clifford een gigantisch buitenhuis “De Hartekamp”, nu een instelling voor verstandelijk gehandicapten, even ten zuiden van Heemstede waar Carl Linnaeus (1707-1782), de Zweedse botanicus, een aantal jaren doorbracht om wetenschappelijke beschrijvingen te maken van de exotische planten die Clifford had verzameld. De titelplaat van Linnaeus’ “Hortus Cliffortianus” (Amsterdam, 1737) laat de grote bananenpalm zien die Linnaeus in bloei kreeg door de plant eerst enige weken droog te houden en er daarna dagelijks emmers vol water op te gieten. Een aantal jaren later publiceerde Linnaeus zijn “Fondamenta Botanica” (A’dam, 1741) waarin een uitvouwbare gravure te zien is van deze Musa Cliffortiana.

Maar niet alleen de inhoud van boeken hoeft van botanische betekenis te zijn. Op de tentoonstelling waren ook prachtige boekbanden te zien met bloemversieringen, o.a. een uitgave van A.J.’s [= Lodewijk van Deyssel] “J.A. Alberdingk Thym” (Amsterdam, 1893) met werkelijk prachtige bloem motieven op de band ontworpen door A.J. Derkinderen die ook de uitgave van Vondel’s Gijsbrecht van Aemstel had verlucht die de Haarlemse firma de Erven F. Bohn in 1901 uitgaf. Een andere boekband die te zien was is die van de tiende (folio) editie uit 1878 van Hildebrand’s “Camera Obscura” met houtgravures van F.C. Sierig en gestileerde ranken op de band.

Zo bracht het Frans Hals Museum wederom de verbintenis van Haarlem met de boekdrukkunst en met de bloementeelt in beeld.

Marja Smolenaars

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 21 Jul 1997 13:42:31 +0200
From: Paul Dijstelberge <P.Dijstelberge@ubu.ruu.nl>
Subject: Web: 9708.04: Web-site AD&L: www.xs4all.nl/~bipet/index/

==========================================
Web-site AD&L: www.xs4all.nl/~bipet/index/
==========================================

Stichting A D & L, tot dusverre actief als uitgever op het terrein van de Neerlandistiek, is nu ook op internet te vinden. Onze website valt te bezichtigen op:

www.xs4all.nl/~bipet/index/

vanwaar verder kan worden geklikt. Wij houden ons bezig met (veelal historische) letterkunde en met de geschiedenis van het boek.

Wat is er op dit moment te zien?

  • Een collectie drukkersmerken die de drukkerij als onderwerp hebben. Ieder merkje is voorzien van een korte toelichting.
  • Het huis van Gerard Reve. Een fotografische impressie van Le Poet Laval. Nu Reve vertrokken is, kan zijn huis wat ons betreft een bedevaartsoord worden.

Over enkele weken: een keuze uit de Nederlandse vertalingen van gedichten van Paul Verlaine. Met een inleiding door Jaap Harskamp (curator Dutch Section British Library).

In de nabije toekomst: het is onze bedoeling om al de teksten die wij uitgeven ook op het internet toegankelijk te maken (behalve wetenschappelijke studies). Als web-pagina’s maar ook als Adobe Acrobat documenten, zodat iedereen ze kan bekijken, downloaden en uitprinten zoals de vormgever het bedoelde. Het meest ambitieuze projekt zal een integrale uitgave van de Roomse Min-triomfen van Matthijs van der Merwede zijn. In de loop van volgend jaar zullen wij een begin maken met een afdeling poezie & schilderkunst.

Wij nodigen iedereen uit om a) links te leggen met ons (en omgekeerd zich bij ons aan te melden voor een link) b) commentaar te leveren c) suggesties te doen omtrent de inhoud.

Met vriendelijke groet,

Paul Dijstelberge

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Monday, July 14, 1997 12:37:25 MET
From: Peter-Arno Coppen <p.a.coppen@let.kun.NL>
Subject: Col: 9708.05: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXXVIII: 'Maar niet zoals wij dat kennen'

===================================================================
Linguistisch Miniatuurtje XXXVIII: ‘Maar niet zoals wij dat kennen’
===================================================================

Logboek van de kapitein, sterredatum 9708.05: het ruimteschip “de Onderneming” heeft een oproep gekregen om mee te doen aan een oefening in energieneutralisatie, en is onderweg naar de kern van de krachtvelden van het commandoschip “Aanvallen”, dat deze oefening zal coordineren.

-“We liggen precies op koers, kapitein. Over enkele ogenblikken kunnen we aanmeren bij het commandoschip.”
-“Dank u, meneer Sulu. We meren links aan.”
-“Pardon kapitein…”
-“Meneer Spock?”
-“…als ik ’t me goed herinner heeft de Intergalactische Raad onlangs besloten dat schepen altijd rechts bij het commanderende schip moeten aanmeren.”
-“Mis, meneer Spock, dat besluit is nooit bekrachtigd. En aangezien we naar mijn inschatting straks weer naar links moeten afmeren, meren we nu ook links aan.”
-“Hm. Logisch, maar het lijkt op valsspelen.”
-“Valsspelen is onmogelijk, meneer Spock. Wat niet mag moet niet kunnen, en wat kan, mag dus. Links aanmeren, meneer Sulu.”
-“Ay ay, kapitein.”
-“Luitenant Uhuru, kunt u de missie van deze oefening nog even samenvatten?”
-“Jawel, kapitein: we moeten ons melden bij het moederschip “Aanvallen”. Zij zullen ons voorzien van de theta- en kappa-energie die we voor deze oefening nodig hebben. Ons doel zal zijn het neutraliseren van alle sterke energie die we tegenkomen. Behalve wijzelf zal uit de Intergalactische vloot nog het schip “de Vijand” participeren in deze oefening. Zij zullen echter een krachtveld verwijderd zijn van het commandoschip en alleen theta-energie ontvangen.”
-“Dank u, luitenant, dat was het?”
-“Nog een aantekening: dit zal een vereenvoudigde oefening zijn. Mits we links aanmeren, kunnen we stationair blijven gedurende de hele missie.”
-“Mooi. Kijk, meneer Spock: doordat we links aanmeren maken we ’t onszelf een stuk eenvoudiger.”
-“Hm.”
-“Aanmeren voltooid, kapitein.”
-“Dank u, meneer Sulu. Scotty?”
-“Ay ay, kap’tein.”
-“Het overpompen van theta- en kappa-energie kan beginnen.”
-“Ay ay. We zull’n beginn’n met de theta.”
-“Jim…”
-“Dr. McCoy?”
-“…kunnen we niet beter beginnen met de kappa-energie? Immers, zonder kappa kunnen we onze materialisatie in dit krachtveld niet overeind houden. Ik denk dat de bemanning dat niet op prijs zal stellen.”
-“Helaas, dokter. De theta is onze “raison d’etre”. Zonder theta spelen we geen rol in deze oefening. Ik moet het belang van de missie boven het persoonlijke belang van de bemanningsleden stellen. Maar maakt u zich geen zorgen. Er is geen reden om te twijfelen aan…”
-“Machinekamer aan brug!”
-“Wat is er, Scotty.”
-“We verliez’n contact met het commandoschip!”
-“Meneer Sulu, wat is er aan de hand?”
-“Het commandoschip wordt gestoord door een vijandelijke schip, kapitein.”
-“Meneer Spock, uw analyse?”
-“Waarschijnlijk een WORD-schip, kapitein.”
-“Een wat?”
-“Een WORD-schip. Over het algemeen onschadelijk, maar het heeft de hebbelijkheid om moederschepen in te kapselen. Geen dodelijke inkapseling, maar het hindert de communicatie met satellietschepen.”
-“Met andere woorden?”
-“Het overdragen van theta- en kappa-energie wordt sterk beperkt.”
-“Scotty?”
-“Kap’tein?”
-“Hoe staat het met het overpompen van energie?”
-“Thetatanks vol, kap’tein. Maar met de kappa-energie war’n we nog niet begonn’n.”
-“Luitenant Uhuru, hebben we contact met het andere schip, “de Vijand”?”
-“Helaas niet, kapitein. Voor zover we kunnen zien waren ze daar nog niet eens met de theta-energie begonnen. Ze zijn in rook opgegaan.”
-“Meneer Spock, kunnen we iets doen om het moederschip te ontzetten?”
-“Helaas niet, kapitein. De inkapseling kan alleen ongedaan gemaakt worden door de krachtvelden op te heffen. Daarmee is de hele oefening afgeblazen.”
-“Het WORD-schip verlaat z’n positie, kapitein!”
-“Spock?”
-“Dan is het waarschijnlijk eindig, kapitein. Eindige WORD-schepen gaan verderop in het krachtveld op zoek naar energie. Helaas blijft het kapsel bestaan, zodat communicatie met het moederschip onmogelijk blijft.”
-“Jim, we moeten die kappa-energie hebben. Over enkele minuten verliezen we onze materiele vorm!”
-“Meneer Spock, wat zijn onze opties?”
-“Wel, we zouden het WORD-schip kunnen volgen…”
-“U bedoelt, het moederschip verlaten? Maar waar kunnen we heen?”
-“De positie van het schip “de Aanval” is op dit moment onbezet. Door de ontsnapping van het WORD-schip is ons krachtveld zodanig verzwakt dat wij er gemakkelijk uit kunnen. We zouden de jump kunnen maken naar de plaats waar “de Aanval” heeft gelegen, en hun taak overnemen.”
-“En de kappa-energie?”
-“Als het WORD-schip sterke energie tegenkomt, komt daarbij kappa-energie vrij. Een kleine kans, maar logisch gezien alles wat we hebben.”
-“Scotty, hebben we genoeg power om dit krachtveld te verlaten?”
-“Kap’tein, ik blaas ons zo dit zonn’nstelsel uit!”
-“Rustig aan, Scotty. Meneer Sulu…”
-“…nog een ding, kapitein…”
-“meneer Spock?”
-“…als we deze sprong maken, kunnen we niet meer terug. Sterker nog, doordat het krachtveld het licht vasthoudt, wordt dit hele niveau rond het moederschip onzichtbaar voor ons.”
-“Dat is dan jammer, meneer Spock. Maar u zegt zelf, we hebben geen andere keus. Meneer Sulu, volle kracht vooruit!”
-“Ay ay, kapitein.”
-“Meneer Spock, ik vraag me af of dit nog onderdeel van onze oefening is. Als we de functie van het schip “de Aanval” overnemen, hebben wij de taak dit complex van krachtvelden te zuiveren van sterke energie.”
-“Dat lijkt me onlogisch, kapitein. We zullen allereerst onze eigen huid moeten redden door die kappa-energie te vinden.”
-“Of is het andersom, meneer Spock?”
-“Andersom?”
-“Als we onze missie vervullen, komen we die kappa-energie vanzelf tegen.”
-“Een interessant, maar onlogisch idealisme, kapitein.”
-“Manoeuvre voltooid, kapitein. We zijn aangekomen op de plaats waar “de Aanval” heeft gelegen.”
-“Dank u, meneer Sulu. Luitenant Uhuru, wordt er sterke energie of kappa-energie geregistreerd?”
-“Geen energie gedetecteerd, kapitein.”
-“Hm. En het WORD-schip?”
-“Het WORD-schip heeft ook dit krachtveld verlaten en bevindt zich momenteel een krachtveld verderop. De metingen suggereren dat het daar sterke energie is tegengekomen. Het lijkt stationair.”
-“Jim, we moeten nu echt die kappa-energie hebben!”
-“Dan gaan we door. Meneer Sulu, opnieuw een jump uit dit krachtveld!”
-“Ay ay kapitein.”
-“Meneer Spock, u noemt mijn idealisme onlogisch. Maar juist dat idealisme zorgt ervoor dat onze individuele schepen zich in dienst stellen van een hoger doel. Daardoor worden onze missies mogelijk.”
-“Maar als dat idealisme voorbijgaat aan het eigenbelang is het gevaar niet denkbeeldig dat er van beide niets terecht komt.”
-“Manoeuvre weer voltooid, kapitein.”
-“Aha. Energie gedetecteerd, luitenant Uhuru?”
-“Zowel kappa-energie als sterke energie, kapitein.”
-“Mooi. Scotty, begin met overpompen kappa-energie. Meneer Sulu, neutraliseer sterke energie!”
-“Sterke energie geneutraliseerd, kapitein”
-“Gefeliciteerd, Jim, onze missie is voltooid!”
-“Niet helemaal, dr. McCoy. Ik zie dat het WORD-schip deze positie inmiddels heeft verlaten en nog een krachtveld verderop zit. Het is mogelijk dat het daar weer sterke energie genereert. Die zullen we moeten neutraliseren, anders crasht het hele krachtveld alsnog. Heb ik gelijk, meneer Spock?”
-“Gedeeltelijk, kapitein. Het WORD-schip kan geen nieuwe kappa-energie meer genereren, alleen nog non-kappa sterke energie. Die kan eventueel ook door andere schepen geneutraliseerd worden. En bovendien is het niet zeker dat die sterke energie gegenereerd wordt.”
-“Kijk, dit bedoel ik nou, meneer Spock. Ons eigenbelang eist niet dat we nog een niveau verder gaan om sterke energie te neutraliseren, maar in het belang van de missie kunnen we die keuze maken.”
-“Toch nemen we een risico, kapitein. Stel dat een ander schip die keuze ook heeft gemaakt. Dan kunnen we niet meer terug.”
-“Overpomp’n kappa voltooid, kap’tein!”
-“Dank je, Scotty. Ik neem de verantwoording voor die keuze, meneer Spock. Meneer Sulu, nogmaals dezelfde manoeuvre!”
-“Ay ay, kapitein.”
-“Filosofisch gezien, meneer Spock, is deze keuze irrelevant”
-“Hoe bedoelt u, kapitein?”
-“Wel, het is geen noodzakelijke keuze. We hadden ook de andere keuze kunnen maken. Het ligt dus voor de hand om te veronderstellen dat we in een parallel universum ook daadwerkelijk die andere keuze gemaakt hebben. Ofwel wij crashen, ofwel onze tegenpolen in het andere universum gaan te gronde. Hoe dan ook, een van ons maakt de juiste keuze.”
-“Hm. Erg onlogisch, kapitein. In dat geval had dit ruimteschip ook zonder kapitein kunnen functioneren.”
-“Manoeuvre voltooid, kapitein. We liggen nu links van het WORD-schip dat stationair ligt. Dit is het buitenste krachtveld van het complex. Verder kunnen we niet.”
-“Mooi. Luitenant Uhuru, sterke energie gesignaleerd?”
-“Geen spoor, kapitein.”
-“Hm.”
-“Onze laatste manoeuvre was dus overbodig, kapitein.”
-“Niet helemaal, meneer Spock. Als we de laatste manoeuvre niet hadden gemaakt, was het welslagen van deze missie een grote vraag gebleven.”
-“Wat is daar dan op tegen?”
-“De Intergalactische Raad houdt niet van vragen, meneer Spock. Antwoorden moeten we hebben. Meneer Sulu?”
-“Ja kapitein?”
-“Missie voltooid. We zetten koers naar huis.”
-“Ay ay, kapitein.”

Peter-Arno Coppen

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 18 Jul 1997 21:52:03 +0200
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@Let.UvA.NL>
Subject: Col: 9708.06: Column Willem Kuiper, no. 33: "Onder de Groene Linde"

===================================================
Column Willem Kuiper, no. 33: Onder de Groene Linde
===================================================

Voorlopig weer even verzadigd: de Sampler Disk en de eerste zes CD-tjes (The Southern Journey Series, 1959-1960) van The Alan Lomax Collection [Rounder Records CD 1700-1706] gekocht. Wie is Alan Lomax, hoor ik u denken. Alan Lomax is folklorist en musicoloog, de Amerikaanse Ate Doornbosch.
Geboren in 1915 heeft Lomax zijn leven lang met een microfoon en een opname-apparaat muziek verzameld. Volksmuziek, witte, bruine en zwarte. Zo verscheen in 1936 van zijn hand een monografie van Leadbelly, een van de aartsvaders van de country blues.
In datzelfde jaar promoveerde Lomax en werd hij hoofd van het Archive of American Folk Song. Hij kreeg een radioprogramma, waarin hij zijn obscure materiaal aan een groot publiek kon laten horen. Dankzij Lomax kreeg een lokale grootheid als Woody Guthrie landelijke bekendheid en kon hij uitgroeien tot held en voorbeeld van Robert Zimmerman, beter bekend als Bob Dylan.
Dankzij Dylan en The Rolling Stones leerde ik de Amerikaanse stads- en plattelandsmuziek kennen: Muddy Waters, Elmore James, Jimmy Reed, Chuck Berry, Little Walter, Bo Diddley, Howlin’ Wolf (en nog later weer hun bronnen). Wij hadden net een pick-up in huis en mijn platenverzameling leek sprekend op de privebibliotheek van een middeleeuwer: weinig banden, maar de inhoud werd door en door gekend.
Een kapitale aanwinst uit die dagen die ik nog altijd koester is een 3 LP-doos, verschenen in 1964, met daarin drie uur opnamen van Woody Guthrie (1912-1967), opgenomen door … u raadt het al, Alan Lomax. Daar ken ik hem van. Guthrie vertelt als een Amerikaanse Louis Paul Boon over de intense armoede op het platteland, de outlaws, de corrupte bankiers, de hoboes, de stofstormen, de treinen, het beloofde land Californie, en gaat al pratend als vanzelf over in een lied. Hij schreef er zo’n 1000, vaak voor de vuist weg, naar aanleiding van. Hij koos partij voor de landarbeiders die door de plantagehouders werden uitgebuit en was een uitgesproken anti-fascist. ‘This machine kills’ stond op zijn gitaar geschreven, zo sterk geloofde hij in de kracht van het lied.
Rounder Records is nu begonnen met het (opnieuw) uitbrengen van de veldopnamen van Alan Lomax op honderd CD’s. De Sampler CD is een staalkaart en voorproeve. Alles 20-bit remastered.

Ook in Nederland hebben wij een volksliedarchief, en wel op ‘Het Bureau’, zoals het P.J. Meertens-Instituut dankzij Voskuils geromantiseerde dagboeken is gaan heten. Nu nog uitkijkend over de Keizersgracht wordt daar het oude Nederlandse lied bewaard – ruim 100.000 liederen – op band en in druk. Veel van die bandopnamen zijn gemaakt door Ate Doornbosch – Jaring Elshout in ‘Het Bureau’ – en uitgezonden in het VARA-radioprogramma ‘Onder de Groene Linde’.
‘Onder de Groene Linde’ is ook de naam van een serie boeken, waarin het oude Nederlandse lied thema-gebonden wordt uitgegeven. Deel 1 (1987) bevat liederen met magische, religieuze en stichtelijke thematiek, deel 2 (1989) liederen over ontluikende liefde, werving, vrijage en zwangerschap, deel 3 (1991) liederen over trouw en ontrouw in de liefde, verleiding en verlating. Momenteel wordt gewerkt aan deel 4, liederen over liefde en standsverschil, dat volgend jaar zou moeten verschijnen. En dan staat er nog een deel 5 over moordliederen op stapel.

Door een speling van het lot is mij de eer te beurt gevallen zitting te mogen nemen in de redactieraad van dit vierde deel. Een gemeleerd gezelschap, ieder zijn eigen invalshoek. Voor mij zijn die liederen vooral teksten, en een tekst wil begrepen worden.
Met deze liedteksten, opgetekend uit de monden van bejaarde vrouwen die ze weer van hun moeder geleerd hebben – orale literatuur dus – valt dat niet altijd mee. Als lezer word je geconfronteerd met een grabbelton aan motieven die alles behalve naadloos aan elkaar gelast zijn.

In zijn onlangs met lof beoordeelde proefschrift ‘Dichten uit liefde, Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen’ wijdt Herman Brinkman in het tweede hoofdstuk een aantal boeiende pagina’s aan het lied. Zijn wij opgegroeid met: Schelden doet geen zeer, slaan des te meer – gedurende de Middeleeuwen lag dat heel anders. Op het zingen van een onwelgevallig lied kon de doodstraf staan, zoals wij kunnen lezen in de veertiende-eeuwse roman ‘Die Borchgrave van Couchi’. Geen beter medium om opstandige gevoelens te verspreiden dan door die in een lied te verpakken. Vandaar de expliciete verbodsbepalingen in de Leidse archivalia.
Een lied dat bij Brinkman uitvoerig aan de orde komt, verhaalt, of zo u wilt bezingt, de schaking van de Leidse schependochter Catharina de Grebber (21 sept. 1509). Op weg naar Wassenaar om daar de mis bij te wonen werden vader, moeder en dochter De Grebber ter hoogte van het kasteel Raaphorst opgewacht door Gerrit van Raaphorst en vier handlangers. Hij rukte – ik citeer – “het jonge meisje (zij was nog maar dertien jaar oud) van haar vaders schoot” en ging er met haar vandoor. “Met een schuit ging het verder naar Leimuiden, waar het meisje uiteindelijk door Gerrit werd verkracht, onder roepen en zingen van de anderen.” (p. 60).
Ach ja, zo ging dat vroeger. Vader Brinkman identificeert zich hier iets te veel met Pieter Dirkszoon de Grebber en veel te weinig met Gerrit van Raaphorst en Catharina. Om te beginnen is dertien jaar – voor middeleeuwse begrippen – zo jong nog niet, en om te eindigen verwed ik er het Onderwijsinstituut Neerlandistiek onder dat deze schaking op zijn minst met voorkennis en zeer waarschijnlijk met instemming van Catharina geschiedde. Uit hun gedrag na het vergrijp blijkt dat Gerrit en Catharina als Beatrijs en haar minnaar geleefd hebben totdat ook bij hen het geld opraakte.
In het lied, dat over deze maagdenroof gezongen werd, spitst alle aandacht zich toe op de list waarmee vrijer Gerrit vader De Grebber in de luren legt. Gerrit beschuldigt Catharina van het jagen op zijn konijnen. Moet haast wel dubbelzinnig zijn. Catharina ontkent, maar pa De Grebber stinkt erin. Om te laten zien dat het niet waar is, laat hij – denk aan de wijze waarop Chantecler le coq in branche II aan de moorddadige kaken van Renart ontsnapt – zijn dochter los (kennelijk wist hij waar Gerrit op uit was!), opent de kist onder de zitting om te laten zien dat die leeg is, en ziet vervolgens hoe Gerrit er met zijn konijntje vandoor gaat. Onderwijl roepend: ’t was mijner niet om hasen of konijnen te doen, ick heb het wildt al dat ick sochte!”
Om u een argument te geven dat deze interpretatie – namelijk dat konijn (ook) obsceen bedoeld is – niet te ver gezocht is – ik moet er niet aan denken dat het Onderwijsinstituut Neerlandistiek niet zou doorgaan – hier een liedje uit het zogenaamde Maastrichts Liedboek (1554), waarvan ik een digitaal exemplaar bezit ex libris digitalibus Benedicti Salemans (interpunctie enz. van mij, WK):

Lied 25: Componist: [anoniem]. Aantal stemmen: 4.

Een aerdich meysken, seer jonck van jaren,
bewaerden haer hofken, daert stont aen een heye.
Een herderken ghinck hem by haer paren
om sijn verxken te drijven in haer weye.
Dmeysken sprack: “Drijft wech, dat u Godt gheleye!
Ghy sout mijn hofken al te seer om stueren.”
’t Herderken sprack cloeckelijck sonder ghescreye:
“Waer ’t verxken scade doet, ic sal ’t verbueren.
Laet wroeten dat verxken, ’t is sijn natuere.

Aan het lied van Gerrit en Catharina moest ik denken toen afgelopen woensdag tijdens een redactieraadvergadering het volgende lied op tafel kwam:

Hoort vrienden hoort, daar is alweer een nieuw lied,
Wat hier onlangs al is geschied,
Alle van een koopmanszoontje,
Die vrijde met zo’n arreme dienstmaagdmeid
En hij had er zijn liefde voor over.

Maar toen de vader er dat vernam,
Dat zijn zoontje bij zo’n arme dienstmaagd kwam,
Sprak hij: “Zoontje, wilt ge vrijen?”
Vrij er met zo’n arreme dienstmaagd niet,
Want je kunt er wel een rijker krijgen.

Natuurlijk weigert de jongen. Nog liever gaat hij in ballingschap.

Maar toen op een zondagmorgenstond
Het knappe jonge meisje naar de kerk toe gong
Om daar Gods woord te horen
Toen ze op het midden van het kerkplein stond
En daar werd zij al doodgeschoten.

De jongen hoort ervan, stort zich op het meisje en sterft van verdriet in haar dode armen. De dader wordt gepakt en opgehangen. In sommige varianten is dat de vader. Het paar wordt tezamen begraven:

Al achter op het kerkhof waar de lelien zo bloeit
En die lelie zal roossie dragen

Wat door een de zegsvrouwen verbasterd wordt als:

Al onder een boom die Halelujah heet
Het graf dat zal roossies dragen

Tijdens het opruimen – vanwege de aanstaande verhuizing van het P.J. Meertens-Instituut – kwam een stapel grammofoonplaten boven water: ‘Van een heer die in een wijnhuis zat… en 15 andere mondeling overgeleverde liederen’, met daarop – welk een toeval – een opname van dit lied uit 1963, gezongen door de toen 75-jarige Drentse Jantje Haandrikman-Kamps.
Het lied is – bij nader inzien – opgebouwd uit strofen van vijf versregels met als rijmschema: aabcb, ook wel bekend onder de naam Lindenschmidstrofe en/of Morolfstrofe (naar het twaalfde-eeuwse Spielmannsepos ‘Salmon und Morolf’). Met deze kennis gewapend kunnen de jonge(re) aangroeisels van de oude(re) kern onderscheiden worden. Hoe zuiverder het rijm des te oorspronkelijker de tekst?

Het rijmschema aabcb is oud. Een snelle blik in mijn digitale editie van het ‘Antwerps Liedboek’ leverde tien liederen op: 13 Een oudt liedeken; 20 Een liedeken van sint Jacob; 35 Een oudt liedeken; 84 Een nyeu liedeken; 90 Een oudt liedeken; 92 Vant Vriesken; 138 Een amoreus liedeken; 195 Een nyeu liedeken; 207 Een nyeu liedeken; en 218 Een nyeu liedeken. De laatste twee beginnen als ‘Het Koopmanszoontje’:

207 Een nyeu liedeken

Wie wilt hooren een goet nyeu liet?
Wat te Haerlem in Hollant is gesciet,
Tsavonts te neghen uren?
Al van twee huepsche ghespelen goet,
Voor den reghen souden si cueren.

enz.

218 Een nyeu liedeken

Wie wil hooren een goet nieu liet?
Van dat Thantwerpen is gesciet,
Al van drij vroukens reene?
Si hadden den cnape vanden huyse so lief,
Si en lieten hem niet slapen alleene.

enz.

Hoe oud of nieuw het lied is van de koopmanszoon die verliefd werd op een dienstmaagd weet ik niet. Het verhaalgebeuren – en dan vooral het slot met de lelies en rozen – doet heel in de verte denken aan een mogelijk scenario binnen ‘Florijs ende Blancefloer’: rijke jongeman wordt tegen de zin van zijn vader verliefd op arme jonge vrouw. Om aan de dwaze liefde een einde te maken laat de vader het meisje doden. Dit blijkt een zinloze daad, want nu sterft ook de jongeman van verdriet. Toch lijkt het me vrijwel zeker dat de moeder van mevrouw Haandrikman- Kamps (geb. 1888) en haar moeder en mogelijk haar moeder dit nimmer beseft hebben.

Nu nog iemand vinden die deze liederen kan zingen op een manier dat ze ontroeren.

Willem.Kuiper@Let.UvA.NL

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 02 Aug 1997 11:38:35 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Med: 9708.07: Wat is wat in LM XXVIII?

====================================================
Wat is wat in het Linguistisch Miniatuurtje XXXVIII?
====================================================

Hoewel je een goede pastiche niet uit moet hoeven leggen zijn er altijd mensen die hier ongevraagd toch aan beginnen. Om deze exegeten voor te zijn doe ik het zelf maar.

Tot mijn grote schrik merk ik dat ik ouder wordt tussen een “next generation” die geen collectief bewustzijn meer heeft van de moeder van alle science-fictionseries, “Star Trek”. De eerste AIO aan wie ik dit stukje liet lezen vroeg argeloos: “Wie is toch die meneer Sulu?” Ai. Je wordt ouder, Pappa.

Nou ja. Star Trek, kinderen, was in pappies tijd al een cultserie op (toen nog zwart-wit) TV. Wordt nu in kleur herhaald op TV10 (weet je wel, zit naast MTV en TMF). Veel gepersifleerd, en veel oneliners figureren nu nog in de dagelijkse conversatie. Hoofdpersonen waren de onkreukbare kapitein James (Jim) T. Kirk (later speelde hij William Shatner in Rescue 911), en de ondoorgrondelijke mr. (nee niet dr.) Spock, half mens, half Vulcaan, afkomstig van een planeet waar emoties onbekend zijn en alles om strikte logica draait (zoiets als het onderwijs nu). Ze leidden het ruimteschip “The Enterprise” dat het heelal doorkruiste met de opdracht om alternatieve levensvormen te bestuderen en “to boldly go where no man has gone before”. Regelmatig kwamen ze andere levensvormen tegen (“it’s life Jim, but not as we know it”).

De serie werd gekenmerkt door de bijna geformaliseerde dialogen tussen kapitein Kirk en de rest van de bemanning: dr. McCoy, scheepsarts en persoonlijke vriend van Kirk. Mr. Sulu, aziatische navigator. Luitenant Uhuru, communicatie-officier, en de eerste zwarte vrouw met een vaste rol in een TV-serie. En natuurlijk Scotty, de technicus van Schotse afkomst. De drie belangrijkste personen (Kirk, Spock, McCoy) hadden ook bepaalde stereotypen. Spock: emotieloos, alleen oog voor de logische oplossing. McCoy: betrokken, vaak impulsief. Kirk: vaak verscheurd tussen ratio en emotie, dan impulsief besluitend, altijd eigenwijs en achteraf meestal pedant.

Het miniatuurtje is een pastiche op deze serie, met als onderwerp de derivatie van een zin in de Minimalistische Theorie van Noam Chomsky. Een beetje losweg, want het is ten slotte augustus. De “oefening” kent drie medespelers: het schip “De vijand”, het moederschip “aanvallen”, en ons schip “De onderneming”. Subject, verbum, object, zie je wel (het wordt zo triviaal als ik het uitleg).

Objecten hechten links aan (mag niet van Kayne, maar Kirk is net zo eigenwijs als Kayne, natuurlijk). Twee dingen zijn nodig om de afleiding succesvol te laten verlopen: thema (theta) en casus (dat noemen we dus even kappa). Het object krijgt deze twee zaken van het werkwoord.

Dan gebeurt de ramp: het werkwoord raakt ingekapseld door het hulpwerkwoord “worden”. Daardoor (Burzio’s generalisatie) krijgt het object wel nog theta maar geen casus, en het subject krijgt helemaal niks meer (achteraf vind ik de pastiche logischer dan Burzio).

Wat te doen? Het object neemt de positie van het subject over en vervolgt de afleiding als subject. Dat mag omdat het finiete werkwoord naar I gaat. Uiteindelijk krijgt het object aldus de ontbrekende casus, maar moet dan nog 1 keer verder verplaatst worden (naar Spec-CP), omdat de zin anders vraagzin blijft.

Filosofische kwestie: waarom doet het object dit? Is het om de derivatie te redden (altruistisch), of is het gewoon eigenbelang (Greed)? Je ziet, ik verzin niks zelf.

Toch jammer dat ik ’t uitleg. Was een leuke tentamenvraag geweest.

Peter-Arno Coppen

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
 
*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| Algemene URL, voor direct contact vanuit Internet/Gopher/WWW:           |
|   http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/                                   |
|   of:                                                                   |
|   gopher://hearn.nic.surfnet.nl:70/11/1.%20LISTSERVs%20public           |
|   %20archives%20on%20hearn.nic.surfnet.nl/Neder-L                       |
|   (Geen spatie tussen "20public" en "%20archives" plaatsen.)            |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@let.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@let.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*
 
*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9708.a --------------------------*