Neder-L, no. 9705.b

Subject: Neder-L, no. 9705.b
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Wed, 28 May 1997 11:29:40 +0000
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-Vijfde-jaargang---------- Neder-L, no. 9705.b -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 9705.15: Hora est!, no. 1, met:                                |
|                   - Introductie nieuwe rubriek                          |
|                   - Proefschrift F. Lodder 'Lachen om list en lust'     |
|                   - Start dissertatieonderzoek W.G.M. Heezen            |
| (2) Med: 9705.16: Register-databank Onze Taal beschikbaar               |
| (3) Col: 9705.17: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXXV:        |
|                   "Maf ze"                                              |
| (4) Vra: 9705.18: Schrijvers in de traditie van Bert Schierbeek?        |
| (5) Rub: 9705.19: Boekenrubriek, no. 1: "Het Streekarchief te Gouda"    |
| (6) Web: 9705.20: Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans op die WWW       |
| (7) Col: 9705.21: Column Willem Kuiper, no. 32: "De Kunst van de Liefde"|
| (8) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Friday, April 25, 1997 12:25:29 MET
From: Berry Dongelmans <DONGELMANS@rullet.LEIDENUNIV.NL>
Subject: Rub: 9705.15: Hora est!, no. 1, met:

Introductie nieuwe rubriek
Proefschrift F. Lodder 'Lachen om list en lust'
Start dissertatieonderzoek W.G.M. Heezen

================
Hora est!, no. 1
================


Hora est!, no. 1: Introductie nieuwe rubriek

Hora est! (de titel komt uit de koker van Neder-eller Willem Kuiper) is een nieuwe, min of meer gestructureerd aangeboden, rubriek in Neder-L waar nieuws inzake proefschriften een plaats moet krijgen.
‘Proefschriften’ en ‘nieuws’ dienen hierbij ruim te worden opgevat. Te denken valt aan

  • plannen voor dissertatie-onderzoek: iedereen die aan een proefschrift begint, wordt uitgenodigd een korte aankondiging te maken;
  • kennis over plannen voor dissertatie-onderzoek: iedereen die weet dat een ander bezig is met een proefschrift en vindt dat dit nog niet overal genoegzaam bekend is, wordt uitgenodigd de lezers hierover te informeren;
  • prangende vragen die verband houden met lopende proefschriften: soms zal een (informatieve) vraag in deze rubriek meer opleveren dan vier jaar lang in je 1tje zoeken.
  • inlichtingen omtrent lopend promotie-onderzoek: wie wil weten of er misschien al iemand bezig is met een bepaald onderwerp, informere terstond.
  • aankondigingen van promoties: opdat ieder die wil, acte de presence kan geven. Elke universiteit heeft wel een rubriek ‘promoties’ in het eigen universiteitsblad. Aarzel niet promoties die van belang voor neerlandici zijn, door te geven.
  • de proefschriften zelf:
    Iedereen die is gepromoveerd op het gebied van de Nederlandse taal- en/of lettterkunde, zou verplicht van zijn/haar proefschrift een korte samenvatting naar Neder-L moeten sturen (laatste stelling).

Uiteraard is de redactie afhankelijk van de lezers van Neder-L voor een regelmatige vulling van deze rubriek. Om te voorkomen dat er een ongestructureerde stroom van aanmeldingen, vragen en samenvattingen gaat ontstaan, biedt ondergetekende zich bij dezen aan als ‘hora-est!-redacteur’. Alles wat deze rubriek betreft, kunt u (schriftelijk, telefonisch of digitaal) zenden aan:

Berry Dongelmans,
Vakgroep Nederlands RUL
Postbus 9515,
2300 RA Leiden
071-5272109 (werk)
Het e-mailadres is: dongelmans@rullet.leidenuniv.nl


Hora est!, no. 1: Proefschrift Fred Lodder ‘Lachen om list en lust’

Op 29 januari 1997 promoveerde aan de Rijksuniversiteit Leiden Fred Lodder tot doctor in de letteren op het proefschrift LACHEN OM LIST EN LUST. STUDIES OVER DE MIDDELNEDERLANDSE KOMISCHE VERSVERTELLINGEN. Promotor was prof.dr. F.P. van Oostrom. Het proefschrift is verschenen bij Boekhandel ‘De Ridderhof’, Ridderhof 29, 2981 ET Ridderkerk (tel. 0180-425867). ISBN 90.80.30.83.23. Prijs: F 45,-.

LACHEN OM LIST EN LUST is gewijd aan de vertellingen die in de literatuurgeschiedenis als boerden bekend staan: voordrachtsteksten over personen die in problemen verkeren – vaak op erotisch gebied – en die zich via een list uit de moeilijkheden trachten te redden. Het boek is verdeeld in drie delen.
Het eerste deel is gewijd aan de genreperikelen. In de negentiende eeuw weigerde de Vlaamse filoloog, C.P. Serrure enkele teksten te publiceren vanwege hun erotische inhoud. Eelco Verwijs gaf deze ‘verworpelingen’ in 1860 uit en daarmee was in de literatuurgeschiedenis het ‘genre’ boerden geboren. Maar komt dat overeen met de middeleeuwse situatie? Nader wordt ingegaan op de vraag wat onder een boerde verstaan moet worden en welke overgeleverde teksten als komische versvertelling beschouwd kunnen worden.
Het tweede deel gaat over de inhoud van de teksten. De verhalen werden in de Middeleeuwen boerden, ‘grappen’, genoemd, maar wat maakte ze dan zo komisch? De vertellers maakten gebruik van komische proce’de’s, waarvan een aantal besproken wordt.
Aan de belangrijkste: een komische climax, het gebruik van de list en onderwerpen in de erotische sfeer, wordt extra aandacht besteed. Naast de echtgenoot en de minnaar is de geestelijke een veel voorkomend personage. Zijn de teksten daarmee antiklerikaal?
Het derde deel heeft het publiek en de functie van de vertellingen tot onderwerp. De komische sproken zijn voordrachtsteksten; getracht wordt duidelijk te maken dat er een wezenlijk verschil is tussen het lezen van een tekst en de voordracht ervan aan de hand van de schets van een mogelijke voordracht. Voordracht veronderstelt publiek, maar wie waren de beoogde toehoorders van deze teksten en wat moest het publiek met deze verhalen? Veel komische versvertellingen eindigen met een soort van moraal, maar deze heeft vaak de vorm van een wens, een verwensing of een praktisch advies. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de verhalen functioneerden in het kader van een franciscaans beleringssysteem, maar wat was dan de functie ervan? Het lijkt er meer op dat de komische versvertellingen het publiek de mogelijkheid boden lucht te geven aan spanningen rond kwesties die het als problematisch ervaren zal hebben en waarmee de eer in het geding kon zijn: seksualiteit, huwelijk, rechtszekerheid, bezit.
Het boek wordt afgesloten met een register, waarin onder andere de inhoud van de vertellingen gegeven wordt en een overzicht van edities, bronnen en parallellen.

Fred Lodder


Hora est!, no. 1: Start dissertatieonderzoek mevr. drs. W.G.M. Heezen

Prof. dr. W. van den Berg, Vakgroep Moderne Nederlandse Letterkunde, UvA:
Mevr. drs. W.G.M. Heezen, Rozenburglaan 90b, 3062 EH Rotterdam, 010-4521730, is gestart met dissertatieonderzoek naar de ‘Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen’. Zij zal als gastonderzoekster gedetacheerd worden bij de vakgroep van haar promotor.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tuesday, May 20, 1997 1:31:45 MET
From: Jac Aarts <Jac.Aarts@inter.NL.NET>
Subject: Med: 9705.16: Register-databank Onze Taal beschikbaar

====================================
Mededeling voor lezers van Onze Taal
====================================

Zoekt u wel eens iets op in Onze Taal en kunt u dan weer niet exact vinden wat u zoekt ? Het was toch in het … nummer, maar waar staat dat nu precies … ? Dan heb ik goed nieuws voor u.

Als enthousiast abonnee van Onze Taal heb ik een register in WP 5.1 samengesteld over de jaargangen vanaf 1985. Het betreft de onderwerpen en de vindplaatsen (jaar + bladzijden). U kunt dit bestellen door f 5,– over te maken op giro 39 76 124 van J. Aarts te Arnhem, onder vermelding van “register”.

Voor fanatieke zoekers die meer willen, heb ik een databank samengesteld waarin ook het bovengenoemde register opgenomen is. Het betreft hier veel meer dan alleen onderwerp en plaats: ik ga ook in op de inhoud van relevante artikelen (vanaf 1995). Formaat: MOPC. U kunt dit bestellen door f 10,- over te maken op het bovengenoemde gironummer onder vermelding van “databank”. U krijgt er uiteraard een eenvoudige maar praktische installatie-handleiding bij.

Misschien wilt u eerst vrijblijvend meer info? Dat kan. Stuur een e-mail naar Jac.Aarts@inter.NL.net met daarin uw vraag en ik geef u graag meer info.

Jac Aarts
Arnhem

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wednesday, May 7, 1997 15:07:19 MET
From: Peter-Arno Coppen <p.a.coppen@let.kun.NL>
Subject: Col: 9705.17: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXXV: "Maf ze"

========================================
Linguistisch Miniatuurtje XXXV: “Maf ze”
========================================

Op de Onze-Taal-scheurkalender van een aantal dagen geleden stond een constructie vermeld die in de Algemene Nederlandse Spraakkunst maar summier aandacht krijgt. Het betreft een regionale spreektaalvariant (geen Vlaams, maar juist Noord-Nederlands) van de gebiedende wijs. Zoals de ANS eenvoudigweg opmerkt is het bij sommige werkwoorden in de imperatiefvorm mogelijk om “ze” toe te voegen. Men wenst daarmee de aangesprokene een goed verloop toe van datgene wat door het werkwoord wordt uitgedrukt. Voorbeelden: “Maf ze”, “Werk ze”, “Eet ze”.

De taalkundige heeft aan deze observatie wel iets, maar belangrijke informatie ontbreekt. Immers: wat zou de ontleding van deze zinnetjes moeten zijn? Is “ze” hier een lijdend voorwerp? En zo ja, waarom kan dat dan bij intransitieve werkwoorden als “werken” of “maffen”?

Gelukkig ziet de redactie van de Onze-Taalkalender dit in, en ze komt met de verklaring dat de constructie oorspronkelijk alleen voor transitiva gold (“mooie aardbeien! Eet ze!”). Door een soort “ontpersoonlijking” worden de lijdende voorwerpen betekenisloos, en naar analogie zet de taalgebruiker ze dan ook maar bij intransitiva.

Ik heb grote moeite met deze verklaring. Het analogie-argument is me een beetje te gemakkelijk, en de hele verklaring miskent een belangrijk kenmerk van de constructie: dat ze juist bij intransitieve werkwoorden frequent lijkt.

Tijd voor een nadere analyse. Als we de werkwoorden bekijken waarbij “ze” in de imperatief kan worden toegevoegd, dan valt op dat deze ofwel intransitief zijn, ofwel niet verplicht transitief. Om dit te toetsen voldoet de volgende “draagdialoog”: “Ik ga vanmiddag … O ja? Nou, … ze (dan maar)!” Alle werkwoorden waarbij “ze” toegevoegd kan worden, passen in deze dialoog. Bijvoorbeeld: “ik ga vanmiddag tuinieren. O ja? Nou, tuinier ze dan maar!”. Zo kunnen we voor “tuinieren” onder andere invullen: “slapen, eten, werken, behangen, volleyballen, kamperen, wandelen”. Dat verplicht transitieve werkwoorden niet kunnen, wordt door het minimale paar “eten/verorberen” aangetoond. De uiting “verorber ze!” heeft een duidelijk referentieel “ze” als lijdend voorwerp en mist het “goede-wens-aspect”. Maar ook andere duidelijke transitiva, zoals “snappen”, “breken”, “ontmoeten” of “verscheuren”, kunnen niet met “ze” worden aangevuld.

Werkwoorden met een niet-werkwoordelijke rest, inclusief de reflexieven, verdragen geen “ze”. Zo kun je wel zeggen “slaap ze!”, maar niet “slaap ze uit!”. En ook “schaam ze!” of “schaam je ze!” is onmogelijk.

Ten derde lijkt de constructie op de een of andere manier een duratief aspect toe te voegen. De genoemde correcte voorbeelden hebben alle werkwoorden met duratief aspect en zijn dus hiermee in overeenstemming. Als we werkwoorden met een niet-duratief aspect proberen, dan zien we soms het verschijnsel dat de constructie resulteert in een frequentatief. Neem als voorbeeld “springen”. Gebruik je de imperatief “spring!”, dan spoor je de aangesprokene aan tot een eenmalige sprong. Zeg je daarentegen “Spring ze!”, dan is dat eerder een wens aan bijvoorbeeld een schoonspringer die net verteld heeft dat hij aan een serie sprongen gaat beginnen.

Dus: alleen werkwoorden die niet per se een lijdend voorwerp nodig hebben, zonder partikels of reflexieven, verdragen onze constructie. Bovendien creeert ze een duratief aspect.

Het eerste kenmerk is wel enigszins begrijpelijk: verplicht transitieve werkwoorden zullen dat “ze” meteen als referentieel lijdend voorwerp inpalmen. Hieruit kunnen we afleiden dat “ze” in onze constructie eigenlijk geen lijdend voorwerp is. Maar wat is het dan wel?

Het feit dat partikels onmogelijk zijn duidt erop dat de partikelpositie al door iets anders ingenomen wordt. In aanmerking voor deze positie komen zinsdelen als richtingsbepalingen, maar ook resultatieve werkwoordbepalingen als “hij verft het hek groen”.

Resultatieve werkwoordbepalingen -ook dat is bekend- komen voor bij intransitiva. Zoals voor het Nederlands onder andere Van Gestel al aantoonde, kunnen constructies als “Jan loopt zijn schoenen stuk” het best geanalyseerd worden als een small clause bij het intransitieve werkwoord “lopen”. De predicatie in deze small clause wordt geinterpreteerd als het resultaat van de door het werkwoord uitgedrukte handeling.

Deze small clause constructie vertoont dezelfde weerzin tegen partikels: “hij loopt zijn schoenen stuk door” is fout, evenals bijvoorbeeld “hij sliep een gat in de dag uit”, of “ik werk me een ongeluk mee”.

Ook lijkt er iets duratiefs aan de zinnen met small clause: de zin “de bom ontplofte een gat in het wegdek” lijkt toch wel erg slecht, terwijl “Jongejans sprong ze allemaal naar huis” prima is.

Al met al meen ik te mogen concluderen dat de constructie “eet ze” in feite een intransitief “eten” bevat met een resultatieve small clause constructie waarvan “ze” het subject is, en het predicaat onvermeld blijft. Dat “ze” is dan het onpersoonlijke “ze”, van “laat ze maar eens wat zien!”

Maar wat is dan de invulling van dat predikaat? Mijns inziens moet dat gezocht worden in voorbeelden als “drink ze onder de tafel” of “speel de sterren van de hemel”. Met andere woorden, de imperatief wordt gekoppeld aan een resultaat met betrekking tot het onpersoonlijke “ze”.

Het “goede wens”-betekenisaspect heeft dus niet zozeer te maken met het verloop van de handeling, als wel met het resultaat waaraan door de small clause gerefereerd wordt. “Werk ze” betekent dus letterlijk zoiets als: “Werk zodanig dat ze…jeweetwel!”

Peter-Arno Coppen

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Monday, May 19, 1997 6:22:48 MET
From: Tim Gaze <timgaze@academy.net.AU>
Subject: Vra: 9705.18: Schrijvers in de traditie van Bert Schierbeek?

==============================================
Schrijvers in de traditie van Bert Schierbeek
==============================================

Groeten voor iedereen.

Ik ben de redakteur van een literair tijdschrift, “rrat”.

Ik wil graag to contact schrijvers wie mix Nederlands en Engels taals in hun fictie. Kunt u me helpen?

Me contact, alstublieft:
timgaze@herenow.com.au
Of:
Tim Gaze
P O Box 1011
Kent Town
SA 5071
Australie

Hartelijk dank,

Tim Gaze.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Friday, May 23, 1997 15:46:45 MET
From: Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.COM>
Subject: Rub: 9705.19: Boekenrubriek, no. 1: "Het Streekarchief te Gouda"

==================================================
Boekenrubriek, no. 1: “Het Streekarchief te Gouda”
==================================================

Dit is de eerste aflevering van een nieuwe rubriek die ik vanaf nu zal verzorgen voor Neder-L over boeken, boekhistorie, bibliotheek- geschiedenis en aanverwante onderwerpen – de grenzen liggen niet zo erg vast. Zo nu en dan zijn er al diverse bijdragen verschenen in Neder-L over deze onderwerpen en ook in de tijdschriftenrubriek heeft ‘De Boekenwereld’ inmiddels een vast plaatsje gekregen. Het leek daarom een goed idee om een vaste boekenrubriek te beginnen. Aan het eind van deze eerste bijdrage maar meteen een oproep aan u als lezer om informatie te leveren over onbekende of vergeten bronnen die gebruikt kunnen worden in het boekhistorisch onderzoek. Natuurlijk zijn ook andere suggesties voor de rubriek altijd welkom en ik hoop dat dit nieuwe onderdeel van Neder-L een heel klein beetje het verlies van ‘Dokumentaal’ kan opvangen.

Zijn er in Nederland nog onbekende of vergeten bronnen te vinden voor een boekhistorisch onderzoek? Ongetwijfeld! Maar de vraag is natuurlijk, waar? En meteen daarna, wat dan? Zo kwam ik laatst – voor iets heel anders – een keer in het Streekarchief Hollands Midden te Gouda en terwijl ik zat te wachten op de aangevraagde stukken, bladerde ik door de indexen die op de leeszaal staan. Tot mijn verbazing kwam ik toen, zonder echt diep te graven in al het aanwezige materiaal, een paar hele belangrijke archieven tegen.

Om te beginnen natuurlijk het (wel)bekende archief van de firma G.B. van Goor Zonen 1845-1929 (1959), maar ook het archief van de plaatselijke leesvereniging “Lectura” 1898-1937, met notulen, kasboeken, ledenlijsten en uitleenregisters. Verder ook nog het archief van de Stadslibrije. De librije is al in diverse publicaties beschreven, maar veelal lag het accent dan op het verkrijgen van de boeken van de opgeheven kloosters, zoals dat van Stein, en op de aanwezige manuscripten. Een overzicht van de totale geschiedenis is te vinden in W.A. Zuijderhout-Hulst’s Geschiedenis van de Goudse Librije gedurende het verblijf in de St. Janskerk (Meppel, 1976), maar voor zo ver ik weet heeft nog niemand dit archief gebruikt als bron voor een gedetailleerd onderzoek naar de contacten van de librije-meesters met hun (boeken)leveranciers. De archiefstukken die bewaard zijn gebleven zijn het zeker waard om nog eens onderzocht te worden op hun boekhistorische aspecten. Zo zijn er voor de 17e eeuw nog notulen van de vergaderingen van de librije-meesters (b.v. L.A.1 Notulen 1645-1678 en L.A.2 Notulen 1678-1715), Ingekomen brieven en stukken 1650-1700 (12 items 3D L.A.8), en – een zeer belangrijke bron – L.A.17: Bijlagen bij de rekeningen van inkomsten en uitgaven 1641-1806. Dit laatste archiefstuk is een dik pak met op jaar gesorteerde rekeningen, waaronder vele van bekende boekverkopers zoals J. Wolters, A. Leers, F. Halma en L. Cloppenburgh. Ook onder de brieven (L.A.8) bevinden zich enige interessante stukken zoals een aantal brieven van Joan Blaeu aan de librije-meesters betreffende zijn Atlas. Natuurlijk is dit slechts een keuze uit de beschikbare stukken en ook voor de 18e en 19e eeuw zijn er tal van stukken te vinden in het librije-archief die ons inzicht in de boekhandel kunnen vergroten.

Zoals gezegd, is dit slechts een kleine greep uit het aanwezige materiaal – we praten bijvoorbeeld nog niet eens over alle gegevens die uit de notari”ele archieven te voorschijn kunnen komen – en zo zijn er ongetwijfeld nog vele andere plaatsen in Nederland waar relatief onbekend en nog niet onderzocht materiaal ligt dat van groot belang kan zijn voor het onderzoek naar de Nederlandse boekhandel en -wandel. Bij deze wil ik dan ook voorstellen dat een ieder die beschikt over informatie betreffende archieven, bibliotheken, priv’e verzamelingen of wat al niet meer met boekhistorische betekenis dit via ondergetekende bekend maakt, zodat deze informatie gebundeld kan worden en een plaatsje kan krijgen in deze rubriek. Nu Neder-L ook op het Web te raadplegen is, wordt het zoeken naar bronnen wel erg makkelijk.

Marja Smolenaars.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tuesday, May 13, 1997 23:45:30 MET
From: Jean Jordaan <rgo_anas@rgo.sun.ac.ZA>
Subject: Web: 9705.20: Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans op die WWW

================================================================
Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans op die WWW:
http://www.sun.ac.za/local/academic/arts/afrned/tna/tna-home.htm
================================================================

Die Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans (hoofredakteur dr. Siegfried Huigen, Universiteit Stellenbosch), is volledig op die Web te vinde by:

http://www.sun.ac.za/local/academic/arts/afrned/tna/tna-home.htm

Die inhoud van die Desember 1996 aflewering (die mees resente!) is as volg:

o Alfabetisering aan de Kaap de Goede Hoop omstreeks 1700 [Ad Biewenga]
o Early Afrikaans Theatre and the Erasure of the Black Face: Some Notes on /Susanna Reyniers/ [Carli Coetzee]
o ’n Klein alleenstaande koppie op ’n kaal vlakte? Melt Brink en zijn venster op de wereld [Ingrid Glorie]
o Koloniale etnografie en antropologie [Jean Kommers]
o De wrede tropen. Kritisch Nederlandstalig Kongo-proza [Luc Renders]
o Postkolonialisme en die Afrikaanse letterkunde: ’n verkenning van die rol van enkele gemarginaliseerde diskoerse [Louise Viljoen]

Jean Jordaan.

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Saturday, May 24, 1997 19:24:38 MET
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@Let.UVA.NL>
Subject: Col: 9705.21: Column Willem Kuiper, no. 32: "De Kunst van de Liefde"

=============================
Column Willem Kuiper, no. 32:
De Kunst van de Liefde
=============================

De afgelopen weken was Roel van Duijn, ex-provo, ex-kabouter, ex-kaasboer, ex-noem maar op – maar nog altijd een van onze grootste kleinschalige denkers – weer eens in het nieuws met zijn voorstel op de middelbare school de Kunst van de Liefde als eindexamenvak in te voeren. Als trouw Radio 1-luisteraar mocht ik meegenieten van de reacties van het deskundigen-circus, van spreekstalmeester Roel in ’t Velt, die zich wijselijk op de vlakte hield, tot en met kamerolifantje Sharon Dijkstra: jongeren weten zelf het beste wat goed voor hen is, ook in de liefde.
Op het eerste gehoor is het natuurlijk een absurd voorstel, maar wie wat langer meeloopt in onderwijsland heeft weet van niet-cognitief onderwijs. Zelf ben ik er als gecommitteerde op diverse Pedagogische Academies mee in aanraking gekomen. Daar overwoog men op een gegeven moment serieus om sprookjes als Roodkapje en Hans en Grietje af te schaffen omdat ze onmenselijk wreed waren. Tevens had zich in brede kringen de overtuiging gevestigd dat cognitief onderwijs alleen maar tot maatschappelijke ongelijkheid en dus tot ongelukkige mensen leidde: er behoorde ook les gegeven te worden in sociale vaardigheden, in hoe met elkaar om te gaan, in respect hebben voor wat de ander niet kon, enzovoort. Ter verdediging kan worden aangedragen dat tegelijkertijd het kabinet van de koningin fors bezuinigde op Zeer Moeilijk Lerende Kinderen door de ‘zorgbreedte’ van het basisonderwijs te vergroten – in woorden wel te verstaan. Dat was vele malen erger.
Een grootstedelijke samenleving als de onze die meer en meer individualiseert en vereenzaamt – twee van de drie huwelijken lopen binnen zes jaar vast, schrijft Van Duijn in De Volkskrant van zaterdag 24 mei, en liefdesverdriet is een van de voornaamste factoren voor stress en zelfmoord – terwijl er door de mondialisering van de maatschappij een forse instroom is van mensen uit heel andere culturen met heel andere gedachten, gevoelens en gewoonten, kan inderdaad wat intermenselijk verkeersles gebruiken.

Met de Renaissance van de Twaalfde Eeuw kwam de klassiek Romeinse auteur Publius Ovidius Naso (43 v.C.-17) weer in het centrum van de literaire belangstelling te staan, en wel als gezaghebbend auteur in de Kunst van de Liefde. Ovidius schreef namelijk – min of meer bij wijze van grap – een Ars Amatoria, dat wil zeggen een Kunst van de Liefde. Daarnaast schreef hij de Amores (minnedichten), de Heroides (minnebrieven) en de Remedia Amoris (hoe er vanaf te komen). Daarmee was hij in zijn tijd in Rome de grootste autoriteit in deze – Roels inziens – voor de mens zo cruciale kunst. Min of meer bij wijze van grap, omdat de liefde van een man voor een vrouw in Rome allerminst in aanzien stond. Men deed dat af als lust, niet als liefde. Grappig ook omdat De Neus voor zijn ontboezemingen een literaire vorm koos die gereserveerd was voor het hoogdravende en serieuze werk – wij noemen dit travestie: het haaks op elkaar staan van vorm en inhoud.
Wie de moeite neemt deze boeken te lezen – er zijn goede Nederlandse vertalingen – zal zich niet bedrogen voelen. Ovidius’ Kunst van de Liefde is zo fris en fruitig als de Trebbiano van Di Philippo uit Umbria. En na lezing van de Remedia Amoris kan men met een beetje flair en de juiste uitstraling probleemloos een peperduur therapietje voor – of is het nou tegen? – onbeantwoorde liefde en het verdriet daarvan in elkaar draaien, waar het alternatieve circuit U tegen zegt.

Zoals gezegd, in de twaalfde eeuw werd Ovidius als kenner van de Kunst van de Liefde herontdekt door de clerken, mondaine, gestudeerde geestelijken. Die clerken hielden zichzelf voor veel betere minnaars dan die stompe, botte, geblutste en gekneusde ridders, die meer verstand van een paard dan van een vrouw hadden. De grootste Oudfranse romancier, Chretien de Troyes, claimt in de proloog van zijn tweede roman Cliges dat hij “les commandemanz d’Ovide et l’art d’amors an romans mist”, dat wil zeggen uit het Latijn in het Frans vertaalde. Helaas is dit werk niet overgeleverd. Van een Middelnederlandse vertaling/bewerking van de Ars Amatoria ligt een flard in het Amsterdamse massagraf I A 24.
Wat we wel hebben is het in drie ‘boeken’ opgedeelde traktaat van Andreas Capellanus, De Arte honeste Amandi (Over de kunst van het op eerbiedige wijze liefhebben) uit het eind van de twaalfde eeuw. Dit sterk op Ovidius geinspireerde boekje behandelt in boek 1: Wat is liefde en hoe krijg je het? In boek 2: Als je liefde hebt, hoe houd je het? Terwijl in boek 3 wordt uitgelegd dat het voorgaande allemaal onzin is. Er is immers maar een geoorloofde vorm van liefde en dat is niet de liefde van de mens voor de andere kunne maar die van de mens voor Zijn Schepper.

In de propedeuse mag ik het graag over Andreas Capellanus en de Liefde hebben. Niet alleen omdat je met dit onderwerp zelfs een propedeusegroep stil krijgt, maar ook omdat je aan de hand van Andreas Capellanus, Chretien de Troyes, Guillaume li Clers, Guillaume de Lorris, Jean de Meung en hun tijdgenoten zo goed kunt uitleggen dat het fenomeen Liefde, dat zo ‘gewoon’ lijkt, in wezen ‘conventioneel’ is, en afhankelijk van tijd, plaats en cultuur.
Zo beschouwd is Roel van Duijns wens eigenlijk al verhoord. In feite is de Kunst van de Liefde al een eindexamenvak, alleen het heet .. Literatuur. Dankzij literatuur kan de mens – beter dan via wat dan ook – kennis nemen van wat de ander denkt en voelt, ontroerd en geinspireerd worden, droevig en vrolijk zijn, opgewonden raken en ontspannen tegelijk. De ellende is alleen dat het literatuuronderwijs het dreigt af te leggen tegen de verbale variant van de nieuwe kleren van de keizer: taalbeheersing.
Begrijp me goed, ook ik ben ervoor dat taalgebruikers hun taal beheersen, maar dat met ‘taalbeheersing’ leren is zoiets als de duivel uitdrijven met Beelzebub. Ga lezen, en doe dat net zo lang totdat lezen als iets normaals ervaren wordt in plaats van iets bijzonders. En als je zover bent, is een praktisch boekje als bijvoorbeeld William Strunks The Elements of Style, ooit mijn eye-opener, voldoende om je op schrijfweg te helpen. Voor de theorie kan men zich met een gerust hart blijven wenden tot de (gedurende de Middeleeuwen dankzij kerkvader Hieronymus nog aan Cicero toegeschreven) Rhetorica ad C. Herennium (ca. 50 v.C.).

Willem.Kuiper@Let.UvA.NL

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
 
*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9705.01    |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| Algemene URL, voor direct contact vanuit Internet/Gopher/WWW:           |
|   http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/                                   |
|   of:                                                                   |
|   gopher://hearn.nic.surfnet.nl:70/11/1.%20LISTSERVs%20public           |
|   %20archives%20on%20hearn.nic.surfnet.nl/Neder-L                       |
|   (Geen spatie tussen "20public" en "%20archives" plaatsen.)            |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact opnemen met redacteurs: stuur mail naar B.Salemans@buro.kun.nl, |
|   naar Willem.Kuiper@let.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@let.uva.nl (voor |
|   de evenementenagenda), of naar Oostendo@euronet.nl (voor neerlandis-  |
|   tiek op het Web)                                                      |
*-------------------------------------------------------------------------*
 
*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9705.b --------------------------* -