Neder-L, no. 9607.a

Subject: Neder-L, no. 9607.a
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Wed, 10 Jul 1996 03:30:25 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-Vijfde-jaargang---------- Neder-L, no. 9607.a -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Med: 9607.01: Protest tegen plannen van staatssecretaris Netelenbos |
|                   Netelenbos voor nieuwe eindexamenprogramma's          |
|                   Nederlands voor HAVO-VWO                              |
| (2) Med: 9607.02: Twee tentoonstellingen in Museum van het Boek: over   |
|                   sierkunstenaar P.A.H. Hofman (1885-1965) en over      |
|                   honderd jaar The Vale Press                           |
| (3) Med: 9607.03: Surinaamse Vereniging van Neerlandici (SVN) opgericht |
| (4) Col: 9607.04: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXXI:        |
|                   'Alles kan'                                           |
| (5) Vra: 9607.05: Please help me to learn to speak Dutch                |
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L                                        |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| WWW-toegang tot Neder-L:                                                |
|   http://www.nic.surfnet.nl/nlmenu/tijdschriften/tijdschriften.html     |
| Algemene URL, voor direct contact vanuit Internet/Gopher/WWW:           |
|   gopher://hearn.nic.surfnet.nl:70/11/1.%20LISTSERVs%20public           |
|   %20archives%20on%20hearn.nic.surfnet.nl/Neder-L                       |
|   (Geen spatie tussen "20public" en "%20archives" plaatsen.)            |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
|   (dit geldt ook voor Internet-gebruikers die bijdragen willen leveren) |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 04 Jul 1996 15:02:54 +0100 (MET)
From: Korrie Korevaart <KOREVAART@rullet.LEIDENUNIV.NL>
Subject: Med: 9607.01: Protest tegen plannen van staatssecretaris Netelenbos voor nieuwe eindexamenprogramma's Nederlands voor HAVO-VWO

PROTEST NIEUWE EINDEXAMENPROGRAMMA’S NEDERLANDS VOOR HAVO-VWO

Het bestuur van de vakgroep Nederlands van de RU Leiden heeft de zustervakgroepen per brief (van 4 juli jl.) opgeroepen gezamenlijk te protesteren tegen de recente plannen van staatssecretaris Netelenbos rond de nieuwe eindexamenprogramma’s havo-vwo voor het schoolvak Nederlands.

Ik geef hieronder de inhoud van de brief weer, omdat het zaak is dat zoveel mogelijk instellingen en personen tegen deze plannen in het geweer komen. Hopelijk brengt dit stuk de lezers van Neder-L op nog meer vormen van protest tegen Netelenbos’ voornemens.

Het tijdpad van de verdere procedure rond deze plannen is onbekend, maar onze vakgroep wil het gezamenlijke protest van de vakgroepen graag in september doorsturen aan de staatssecretaris en andere belanghebbenden (de leden van de Tweede Kamer, de minister van OCW, de Vereniging van Letterkundigen, etc.).

Over deze programma’s, die in 1998 ingevoerd zullen worden, heeft de staatssecretaris op 27 juni jl. een eerste overleg gevoerd met de Tweede Kamer. In de krant viel te lezen dat de meerderheid van de Kamer zich in het bijzonder tegen ‘e’en onderdeel van de voorgestelde plannen heeft gekeerd, namelijk tegen het algemene vak literatuur (zie hieronder het bericht in De Volkskrant van 28 juni jl.). Dit maakt protest tegen de voornemens niet overbodig, maar juist extra zinvol en kansrijk.

In haar brief van 10 juni 1996 aan de Tweede Kamer maakte de staatssecretaris de volgende beslissingen ten aanzien van het schoolvak Nederlands bekend:

  1. De door twee overheidscommissies voor nieuwe eindexamenprogramma’s (de CVEN en de Vakontwikkelinggroep Nederlands) voorgestelde (bescheiden) introductie van taalkunde gaat niet door, ook niet op het vwo.
  2. Het onderdeel literatuur wordt uit het schoolvak Nederlands gehaald en samen met de literaturen van andere talen ondergebracht in een nieuw, voor alle leerlingen verplicht vak literatuur, te geven door de leraar Nederlands of een docent van een andere taal. Het totale aantal uren voor literatuur neemt hierdoor verder met 60 uur (vwo), respectievelijk 20 uur (havo) af.
  3. Het eigenlijke schoolvak Nederlands zal, als gevolg van punt 1 en 2, geheel bestaan uit taalvaardigheid: op het centraal examen minimaal twee zakelijke leesteksten, waarvan er een moet worden samengevat; tijdens het schoolexamen toetsing van mondelinge vaardigheid en van schrijfvaardigheid in de vorm van gedocumenteerd schrijven.

Deze plannen zijn bedreigend voor zowel het moedertaalonderwijs als de neerlandistiek. Per punt valt daar het volgende over te zeggen:

Ad 1.
Het is een gemiste kans om taalkunde, door een historische samenloop van omstandigheden in Nederland – anders dan in bijvoorbeeld Duitsland en Belgi”e – tot nu toe geen examenstof, opnieuw buiten het examen te laten, zelfs op het vwo. Het fundamentele en boeiende verschijnsel taal blijft daardoor ten onrechte buiten de bovenbouwstof en het vwo faalt als voorbereidend wetenschappelijk onderwijs door leerlingen een kennismaking met een substantieel onderdeel van alle talenstudies te onthouden. De staatssecretaris wijkt hier van de voorstellen van de CVEN en de Vakontwikkelgroep af onder de onjuiste bewering dat alle commentaren op deze voorstellen in deze richting wijzen.

Ad 2.
Hoewel een centraal vak literatuur zijn aantrekkelijke kanten heeft, heeft het in de voorgestelde vorm minstens drie doorslaggevende nadelen. Ten eerste is het onjuist om de eigen literatuur ‘op voet van gelijkheid’ met andere literaturen in een algemeen vak te laten opgaan. Ten tweede wordt de toch al verminderde tijd voor letterkunde er nogmaals door verminderd, waardoor het werkelijk onmogelijk wordt een enigszins adequaat overzicht van onze letterkunde te geven. Ten derde wordt de mogelijkheid geopend dat Nederlandse letterkunde wordt gegeven door een docent die geen Nederlands heeft gestudeerd.

Ad 3.
Verbetering van het taalvaardigheidsonderwijs is gewenst en mogelijk, maar het is – zeker op het vwo – niet nodig en niet zinvol alle tijd aan taalvaardigheidsonderwijs te besteden. De kennelijk verwachte meeropbrengst in de vorm van een grotere taalbeheersing is nooit aangetoond en lijkt ook onwaarschijnlijk.

Ons grootste bezwaar betreft het gecombineerde effect van 1, 2 en 3: het verkeerde totaalbeeld dat het schoolvak Nederlands zal oproepen. Als dit vak beroofd wordt van zijn component literatuur, geen injectie krijgt met ‘kennis van taal en taalverschijnselen’ (taalkunde), en daardoor slechts uit taalvaardigheid gaat bestaan, krijgen de leerlingen een eenzijdige en beperkte kijk op taal. Hij zal er niet meer in zien dan een praktisch communicatiemiddel. Dat taal op zichzelf ook een boeiend verschijnsel is en drager van cultuuruitingen, blijft buiten beeld. Daarnaast zal een ‘inhoudsloos’ vaardigheidsvak door de betere leerlingen niet voldoende interessant en uitdagend worden gevonden, om niet te zeggen dat sommigen het als overbodig zullen gaan ervaren.

Ons alternatief voor het vwo is een vak dat voor telkens eenderde uit taalkunde, letterkunde en taalvaardigheid bestaat. Door bij taalkunde en letterkunde lees-, spreek- en schrijfopdrachten te geven, kan het aandeel van taalvaardigheid op ongeveer 50% worden gesteld. Voor havo kan taalkunde eventueel vervallen.

Tot zover de inhoud van de oproep van onze vakgroep. Het is jammer dat staatssecretaris Netelenbos, volgens De Volkskrant, protesterende neerlandici er vooral van verdenkt bang te zijn hun baan te verliezen. Waar het (ons) echt om gaat, is dat haar plannen inspelen op die bekende vaderlandse neiging om de Nederlandse cultuur alvast zelf om zeep te helpen.

Korrie Korevaart
vakgroep Nederlands, RU Leiden (e-mail: korevaart@rullet.LeidenUniv.nl)


Uit De Volkskrant 28 juni 1996:

Kamer tegen apart vak literatuur op havo en vwo

Van onze verslaggeefster
DEN HAAG

VVD, D66 en CDA zijn tegen het aparte vak literatuurgeschiedenis voor havo en vwo. De partijen zijn bang dat de lessen Nederlands, Engels en Frans saaier worden zonder literatuuronderwijs. ‘De taalleraren zullen er ook niet gelukkiger van worden’, waarschuwt D66-kamerlid Lambrechts.

De kamerleden uitten hun aversie tegen het plan van staatssecretaris Netelenbos tijdens een overleg over de vaste vakkenpakketten voor havo- en vwo-leerlingen.
Volgens Netelenbos hebben de Nederlandse, Franse en Engelse literatuurgeschiedenis zoveel gemeen, dat het handig zou zijn om de lesstof in ‘e’en vak te gieten. Bovendien hoopt de staatssecretaris op wat meer ‘intellectuele vorming’. ‘Er is nu eigenlijk geen literatuuronderwijs. Er worden slechts boeken gelezen’, stelt de bewindsvrouw.
Behalve de PvdA, die ‘de boedelscheiding’ tussen taal en literatuur een goed idee vindt, zijn alle fracties tegen het plan omdat ze bang zijn dat het taalonderwijs minder aantrekkelijk wordt. Het CDA-kamerlid Van de Camp kon zich bovendien voorstellen dat er bij het nieuwe vak ‘misschien wel Zuid-Amerikaanse literatuur wordt gedoceerd.’ Het VVD-kamerlid Cornielje is wel voorstander van het idee om leerlingen twee cijfers te geven: ‘e’en voor literatuur en ‘e’en voor de taal.
Netelenbos was teleurgesteld over ‘wat zich hier dreigt af te tekenen’. Zij waarschuwde de kamerleden dat ze wat minder naar vakdocenten moesten luisteren die bang zijn voor hun baan. ‘Anders verandert er nooit een steek.’

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 05 Jul 1996 12:59:17 -0400 (EDT)
From: Marja Smolenaars <101527.1021@CompuServe.COM>
Subject: Med: 9607.02: Twee tentoonstellingen in Museum van het Boek: over sierkunstenaar P.A.H. Hofman (1885-1965) en over honderd jaar The Vale Press

Van 12 tot en met 20 oktober 1996 worden er in het Museum van het Boek (Prinsessegracht 30, Den Haag) twee tentoonstellingen gehouden. De eerste betreft het werk van de Haagse sierkunstenaar P.A.H. Hofman (1885-1965) die zich niet alleen bezig hield met grafisch werk, maar ook met het ontwerpen van o.a. vloermozaiken en wandschilderingen. Door het museum is ook een boek uitgegeven over deze veelzijdige kunstenaar en zijn werk.

De andere tentoonstelling heeft als aanleiding het 100-jarig bestaan van The Vale Press. Deze private press is ontstaan toen Charles Ricketts (1866-1931) en Charles Shannon (1863-1937) hun eigen drukwerk ontwerpen gingen uitgeven. Zoals ook William Morris, besteedden zij veel aandacht aan typografie en lay-out met als doel het maken van mooie boeken.

Verder is er t/m 4 augustus in het koetshuis grafisch werk te zien dat bekroond is met de Chris Leeflang Prijs.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 29 Jun 1996 09:37 +0000 (GMT)
From: Vrije Atheneum Paramaribo <vrijeath@sr.NET>
Subject: Med: 9607.03: Surinaamse Vereniging van Neerlandici opgericht

Op 29 juni 1995 is in Paramaribo de Surinaamse Vereniging van Neerlandici (SVN) opgericht. De SVN heeft als doel de bevordering van de Neerlandistiek in Suriname, zowel binnen als buiten het onderwijs. Uit deze algemene doelstelling vloeien vier taken voort:

  1. het optreden als gesprekspartner en als vraagbaak op elk gebied van de Neerlandistiek ten behoeve van overheid, onderwijs, media en publiek, ook in internationaal verband;
  2. het vormen van een informatie- en discussieplatform voor alle vakgenoten in het land, ter bevordering van de uitwisseling van kennis en ter verdieping van de vakbekwaamheid, bijvoorbeeld in de vorm van conferenties;
  3. het uitgeven van een verenigingsblad / vaktijdschrift, waarin aandacht wordt gegeven aan actuele ontwikkelingen in de Neerlandistiek, aan praktijkproblemen en hun oplossingen, aan het wel en wee van de vakgenoten / verenigingsleden enzovoort;
  4. het onderhouden van relaties met binnen- en buitenlandse organisaties die een soortgelijk doel als dat van de vereniging nastreven.

De SVN telde bij haar oprichting 50 leden en/of donateurs. Dit aantal is inmiddels gestegen tot bijna 150. Het lidmaatschap / donateurschap staat open voor iedereen die door opleiding, werk of belangstelling betrokken is bij het Nederlands in Suriname. De donateurs zijn bijna alle in het buitenland (Nederland) woonachtig. Zij betalen een vrijwillige bijdrage (richtlijn: nf 25 of meer per jaar) en ontvangen daarvoor het verenigingsblad.

De oprichting van de vereniging was een initiatief van de opstellingscommissie voor het eindexamen Nederlands van het VWO. De oprichters wilden tegemoet komen aan de grote behoefte aan wederzijdse ondersteuning van docenten Nederlands. Het isolement waarin Suriname, zowel materieel als cultureel, na 1982 kwam te verkeren en de dramatische verarming van vrijwel de gehele bevolking hadden tot gevolg dat haast niemand nog in staat was in het eigen vak bij te blijven. Er waren geen boeken meer in de winkels. Bibliotheken konden hun collecties niet vernieuwen of uitbreiden. Een abonnement op een Nederlands vakblad kostte enkele maanden lerarensalaris. Om te overleven verlieten velen het land of het onderwijs; vele anderen zagen zich ertoe gedwongen neveninkomsten te zoeken in bijbanen of extra lesuren.
Het onderwijs draaide – met de nodige haperingen – door met de voorhanden mensen en middelen. Tot op de dag van vandaag wordt er les gegeven met (Nederlandse) methoden Nederlands uit de jaren zeventig. Vervanging van verouderde leermiddelen was financieel onmogelijk; eigen productie van nieuwe leermiddelen was een taak die de kleine en overbelaste groep Neerlandici onmogelijk kon vervullen. Onder die omstandigheden van aanpassen en improviseren groeide het besef dat vakgenoten elkaar zoveel mogelijk moesten bijstaan en dat daarvoor een eigen organisatie gewenst was.
De SVN bleek al spoedig in een behoefte te voorzien. Niet alleen steeg het ledental, maar ook werden de themabijeenkomsten druk bezocht. De vereniging tracht eens per maand gedurende het Surinaamse schooljaar (1 oktober – 15 augustus) een bijeenkomst te beleggen, gewijd aan een thema dat de leden ter harte gaat, in de vorm van een inleiding met discussie of van een workshop. Tot nu toe kwamen de volgende onderwerpen aan de orde: de productie van jeugdliteratuur; taalbeschouwing en taalexpressie; de Surinaamse poezie in het Surinaamse onderwijs; de Neerlandistiek buiten Nederland; poeziedidactiek; andere taalvaardigheidsoefeningen; toetsontwikkeling en toetsevaluatie. Ook trad de SVN op als mede-organisator (met het Instituut voor de Opleiding van Leraren) van twee lezingen door de historicus/hispanist Robert Lemm.
Het verenigingsblad, het kwartaalblad “Tropisch Nederlands”, verscheen in juli en oktober 1995 en in februari en juni 1996. Behalve met verenigingsnieuws werd het blad, met de bescheiden omvang van 16 pagina’s A4, gevuld met artikelen over uiteenlopende onderwerpen, zoals literatuurdidactiek voor de onderbouw, recensies, onderwijsvernieuwing op de onderwijzersopleiding, de nieuwe spelling en de taalpolitiek van Suriname.
De SVN staat open voor contacten met vakgenoten in Europa en andere werelddelen. Zij roept verwante organisaties op zich met haar in verbinding te stellen, bijvoorbeeld om te komen tot ruilabonnementen, tot uitwisseling van informatie of tot het bewerkstelligen van gastdocentschappen of stageplaatsen. Contactadressen:

Secretariaat SVN
p/a Joke Brunings
Soekwastraat 37
Paramaribo
tel. (597) 470013

Redactie “Tropisch Nederlands”
p/a Ton Wolf
Postbus 2970
Paramaribo
tel. (597) 804183
e-mail: vrijeath@sr.net

Wie donateur wenst te worden kan zich in verbinding stellen met de contactpersoon van de SVN in Nederland:

Eva Tol-Verkuyl
Max Havelaarlaan 659
1183 ND Amstelveen
tel. 020 645 3809
e-mail: emtolver@pi.net

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 3 Jul 1996 14:23:10 +0200
From: Peter-Arno Coppen <p.a.coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 9607.04: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXXI: "Alles kan"

LINGUISTISCH MINIATUURTJE XXXI: “Alles kan”

Taalgebruikers hebben de neiging om zich aan alles en nog wat te storen. De eerlijkheid gebiedt mij te verklaren dat ik mezelf daar ook nog wel eens op betrap. Zo maakte ik het afgelopen jaar nog mee dat in een door mij geschreven folder iemand van onze afdeling Studentenzaken alle voorkomens van de frase “je kunt” had veranderd in “je kan”. Nou zal ik niemand erop aankijken die zo schrijft, maar als mijn eigen naam eronder staat doet dat me nog wel iets. Waarom eigenlijk?

Het gebruik van “kan” en “zal” in de tweede persoon, in plaats van “kunt” en “zult”, hoor je wel vaker. In een discussie hierover in de internet-nieuwsgroep nl-taal vergeleek iemand dit verschijnsel met de tegenstelling “u heeft” tegenover “u hebt”, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk.

Zelf werd ik bij het schrijven van een formele grammatica eens geconfronteerd met deze gevallen. Ik was op zoek naar een puur formele, zuinige codering voor werkwoordvormen. Als je kijkt naar de verschillende werkwoordvormen in het Nederlands, dan kun je opmerken dat er wat betreft de finiete werkwoorden maar een paar relevante criteria bestaan. De werkwoordvormen worden bepaald door het getal (enkel- of meervoud), tijd (tegenwoordige of verleden tijd), en persoon (eerste, tweede of derde persoon). In een fantasieloze implementatie zou je hiervoor twee binaire features kunnen gebruiken en een driewaardig. Je zou dan in staat zijn om 12 verschillende werkwoordvormen te onderscheiden.

Als je zo’n implementatie evalueert, dan merk je op dat dit een vreselijk redundant systeem is. Immers, er is geen enkel werkwoord in het Nederlands dat 12 finiete vormen heeft. Zelfs de meest variabele werkwoorden (“zijn” en “hebben”) hebben er maar 5. De conclusie is dan ook, dat het in het Nederlands blijkbaar anders in elkaar zit.

Een zuiver formele benadering levert al het volgende op: werkwoorden met een markering voor verleden tijd of meervoud maken geen persoonsonderscheid. Dat betekent: bij zo’n markering kunnen persoonskenmerken als irrelevant worden weggelaten. Dat levert in het meervoud en de verleden tijd maar drie klassen op in plaats van negen.

Alleen in het enkelvoud van de tegenwoordige tijd spelen persoonskenmerken een rol. Het maximale aantal klassen daarbij is drie. In theorie zou dat met twee binaire features beschreven moeten kunnen worden. Nu maken de meeste werkwoorden alleen een onderscheid tussen eerste persoon (“slaap”) en tweede-of-derde-persoon, zeg maar: niet-eerste persoon. Het ligt dus voor de hand om dit te beschrijven met een binair feature [+eerste] versus [-eerste]. Er is een heel kleine groep werkwoorden (ruwweg de modale hulpwerkwoorden), die een andere opdeling maken: deze werkwoorden maken traditioneel een onderscheid tussen tweede persoon en eerste-of-derde persoon, zeg maar: niet-tweede persoon. Bij deze werkwoorden (kunnen, zullen, willen, mogen, moeten) is de derde persoon steeds gelijk aan de eerste. In geval van “mogen” en “moeten” is de tweede persoon ook daaraan gelijk, maar daar kom ik beneden nog op terug. In ieder geval ligt hiervoor een feature [+tweede] versus [-tweede] voor de hand.

Met een aldus afgeleid featuresysteem kunnen ook gemakkelijk de twee overblijvende werkwoorden “hebben” en “zijn” beschreven worden als de enige twee werkwoorden die een combinatie van de systemen gebruiken. Eerste persoon is daar [+eerste], tweede persoon is [+tweede], en derde persoon is [-eerste,-tweede]. De markeringen [+eerste] en [+tweede] sluiten elkaar (natuurlijk) uit.

Is dit wat er werkelijk aan de hand is met het Nederlandse werkwoordsysteem? Zijn de veranderingen die het werkwoord ten opzichte van de stamvorm ondergaan inderdaad gestuurd door deze features? In dat geval kunnen we eenvoudigweg stellen dat meervoud correspondeert met schwa (eventueel met /n/), en verleden tijd met dentaal gevolgd door schwa. De eigenschap die de uitgang /t/ in de tweede en derde persoon enkelvoud oplevert is dan [-eerste] (maar we kunnen dat ook positief formuleren als [+ander dan ik]). Bij de modalen “kunnen”, “zullen” en “mogen” zien we dat het feature [-tweede] (of [+ander dan jij]) een klinkerverandering ten opzicht van de stam oplevert, terwijl [+tweede] alleen de uitgang /t/ met zich meebrengt.

Onder deze aannames is ook duidelijk welke ontwikkeling hier plaatsgrijpt: de taalgebruiker ziet een afwijkend systeem, en probeert dit te herstellen door de tweede persoon gelijk te schakelen met de eerste en derde. Hierdoor valt de hele persoonsmarkering bij de betreffende werkwoorden weg. We zien dat al doorgevoerd bij “moeten” en “mogen” (was dat vroeger ook niet “jij moogt”?), en bij “willen” is “jij wil” niet eens zo gek. De andere twee houden het nog een tijdje vol, maar het is de vraag hoe lang nog.

Met de gevallen “u heeft” versus “u hebt” heeft dit alles natuurlijk niets te maken. In de gevallen van “kunnen” en “zullen” is naar mijn smaak “jij kan” en “jij zal” nog beter dan “u kan” en “u zal”. Deze laatste vormen lijken zich nog het sterkste te verzetten tegen gelijkschakeling. Ongetwijfeld doordat bij inversie “kun je” en “zul je” de /t/ toch al wegvalt. Hetgeen bij “kunt u” en “zult u” niet het geval is.

Peter-Arno Coppen

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 3 Jul 1996 07:16:15 GMT
From: 4manny@cris.com (4MANNY)
Subject: Vra: 9607.05: Please help me to learn to speak Dutch

Hello everyone,

I am an american soon to be married to a Dutch woman. She speaks English. Lucky for me. But I wish to learn to speak Dutch. Can anyone suggest a place to write for more information on Dutch learning tools or programs? Here in my country there is not much for learning Dutch and my soon to be wife is not a teacher of the language, but she helps me some. I would think there has to be some kind of organization in The Netherlands that helps people who wish to learn the language.

I hope to hear from someone. You can also contact me at my private Email address. That is: 4Manny@concentric.com

Thank you very much,
Manny Garza

-Einde-------------------- Neder-L, no. 9607.a --------------------------