Neder-L, no. 9510.a

Subject: Neder-L, no. 9510.a
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Fri, 13 Oct 1995 01:51:31 MET
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-------------------------- Neder-L, no. 9510.a -----------ISSN-0929-6514-*
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Med: 9510.01: Middeleeuwse handschriften op de computer; database   |
|                   Bibliotheca Neerlandica Manuscripta aangesloten op    |
|                   (inter)nationale computernetwerken                    |
| (2) Vac: 9510.02: Vacature Vakgroep Nederlandse taalkunde, Universiteit |
|                   Universiteit Gent, bij FKFO-project "Vage temporele   |
|                   databanken, interdisciplinair benaderd vanuit de      |
|                   de linguistiek en vanuit de informatica"              |
| (3) Div: 9510.03: `Geschiedelen'                                        |
| (4) Sym: 9510.04: Symposium 'De wereld van het boek in de negentiende   |
|                   eeuw' (Werkgroep 19e eeuw/Nederlandse Boekhistorische |
|                   Vereniging) op 25 november 1995 in de KB te Den Haag  |
| (5) Vra: 9510.05: Hoe noemt men ... ?                                   |
| (6) Col: 9510.06: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXVIII:      |
|                   "We kunnen de VP niet meer vinden"                    |
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L                                        |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| WWW-toegang tot Neder-L:                                                |
|       http://www.nic.surfnet.nl/nlmenu/tijdschriften/tijdschriften.html |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
|   (dit geldt ook voor Internet-gebruikers die bijdragen willen leveren) |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

=======================================================================
MIDDELEEUWSE HANDSCHRIFTEN OP DE COMPUTER

Database Bibliotheca Neerlandica Manuscripta aangesloten op (inter)nationale computernetwerken


De Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, een documentatieapparaat over Middelnederlandse handschriften en middeleeuwse handschriften uit de Nederlanden, in de Leidse Universiteitsbibliotheek is na jaren van voorbereiding aangesloten op de nationale en internationale netwerken. Voortaan kunnen onderzoekers uit de hele wereld zich via deze database met een druk op de toets laten informeren over alles wat met deze handschriften te maken heeft.

Drie jaar geleden werd met de daadwerkelijke invoer begonnen. Een genereuze subsidie van NWO en een ondersteuning vanwege het toenmalige Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen maakte het mogelijk de eerder in samenwerking met Pica ontworpen database daadwerkelijk met de tienduizenden gegevens te vullen die tot dan toe waren opgeslagen in een kaartsysteem met beschrijvingen van handschriften dat rond de eeuwwisseling was opgezet door de legendarische Vlaming Willem de Vreese en dat na diens dood in 1938 werd overgenomen door de Leidse bibliotheek om zich te ontwikkelen tot een expertisecentrum. In 1991 werd die positie formeel erkend door NWO.

Na bijna drie jaar zijn de meest elementaire gegevens van ca. 8600 handschriften opgenomen. Daarna zijn gegevens over de inhoud van de handschriften opgenomen. Daarbij is om de bewerking te bespoedigen gewerkt naar soorten tekst. Het voordeel was dat op die wijze ook relevante literatuur systematisch kon worden doorgenomen zodat de gegevens konden worden aangepast aan de laatste stand van zaken. Op die manier kwamen er nog eens 12.500 deelbeschrijvingen bij. Bij die campagne werden ca. 4200 publikaties verwerkt, die via de auteursnaam en woorden uit de titel zijn terug te vinden. Vanuit die publikaties is bovendien een koppeling aangebracht met de besproken handschriften. Daardoor kan nu eenvoudig via de bewaarplaats en signatuur van het handschrift de belangrijkste literatuur worden teruggevonden.

Althans voorzover het materiaal bewerkt is. Want de BNM is nog steeds een database in opbouw. Pas over enkele maanden zullen alle literatuurverwijzingen – voorzover die zijn opgenomen in de ‘papieren’ BNM (het kaartsysteem) – gei”ncorporeerd zijn. Daarnaast wachten de publikaties uit de laatste vier jaar, op een enkele uitzondering na, op verwerking. De reden is dat aan de invoer van de bestaande gegevens de grootste prioriteit is gegeven. Vanaf 1996 wordt die onvermijdelijke achterstand geleidelijk ingelopen.

De ontwikkelingen staan inmiddels niet stil. De BNM zal in de toekomst ook de nog niet bewerkte bestanden moeten incorporeren. Daarvoor worden nu wegen gezocht. Belangrijker is dat daarnaast een beeldbank in ontwikkeling is genomen zodat gebruikers straks niet alleen de documentaire gegevens kunnen opvragen, maar daarnaast een beroep kunnnen doen op een beeldbank waarin reprodukties van de handschriften zijn op te vragen. Daarvoor is de apparatuur in huis en de programmatuur in ontwikkeling.

Er zijn meerdere wegen die naar de elektronische BNM leiden:

  • OBN (Open Bibliotheek Netwerk) (o.a. bereikbaar via lokale OPC):

via de OPC van de UB Leiden. Niet-Leidse gebruikers kiezen in hun lokale OPC voor de optie ‘Andere Catalogi’. Kies vervolgens ‘Universiteitsbibliotheek Leiden’ en bestand ‘BNM (Documentatie Middelnederlandse handschriften)’.

  • Telnet:

in de eigen lokale omgeving Telnet opstarten met IP-adres 132.229.19.26 (raadpleeg zonodig de lokale systeembeheerder voor mogelijkheden Telnet). Vervolgens inloggen met username OPC3. Kies bestand ‘BNM (Documentatie Middelnederlandse handschriften)’.

  • Inbellen:

m.b.v. een modem inbellen op telefoonnummer 071 527 8181. (maximum baudrate 14400 bps, 8 databits, 1 stopbit, no parity, VT-100 emulatie). Kies service RULUB. Inloggen met username OPC3. Kies bestand ‘BNM (Documentatie Middelnederlandse handschriften)’.

  • WWW (World Wide Web):

via een WWW-browser kan de volgende URL gebruikt worden:
http://www.leidenuniv.nl
Kies onder ‘Centrale diensten’ voor ‘Universiteitsbibliotheek’ en vervolgens voor ‘Search the Online Catalogue’. Inloggen met username OPC3. Kies bestand ‘BNM (Documentatie Middelnederlandse handschriften)’.

Als gebruikersinterface wordt een experimentele VT-100 interface gebruikt. Dit leidt soms tot onvolmaakte schermopbouw. Naar verwachting wordt deze interface binnen enkele maanden vervangen door een grafische interface.

Nadere informatie bij:

  • Dr. A.Th. Bouwman (projectcoo”rdinator BNM, tel. 071-5272852)
  • Prof. Dr. P.F.J. Obbema (beheerder BNM, tel. 071-5272853).

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 29 Sep 1995 10:19:05 +0100
From: Christof Vanden Eynde <Christof.VandenEynde@rug.ac.BE>
Subject: Vac: 9510.02: Vacature Vakgroep Nederlandse taalkunde, Universiteit Gent, bij FKFO-project "Vage temporele databanken, interdisciplinair benaderd vanuit de linguistiek en vanuit de informatica"

VACATUREBERICHT

De Vakgroep Nederlandse taalkunde van de Universiteit Gent wenst over te gaan tot de aanwerving van een voltijds wetenschappelijk medewerker van het FKFO-project “Vage temporele databanken, interdisciplinair benaderd vanuit de linguistiek en vanuit de informatica” (Fonds voor Kollectief Fundamenteel Onderzoek; promotors: Prof. Dr. R. De Caluwe en Prof. Dr. J. Taeldeman).

Ingangsdatum: 1 januari 1996.
Duur: 4 jaar.
Opdracht: studie van temporaliteit en beschrijving van de semantiek van vage tijdsaanduidingen in natuurlijke taal in een vorm die incorporeerbaar is in databanken.

De kandidaten dienen aan het volgende profiel te beantwoorden:

  • in het bezit zijn van een diploma van licentiaat of doctor in de Germaanse filologie of een diploma van licentiaat of doctor in de Taal- en letterkunde: Germaanse talen, of een evenwaardig diploma;
  • op het ogenblik van de aanwerving de leeftijd van 26 (voor licentiaten) of 30 (voor doctors) niet overschreden hebben;
  • onderzoekservaring in de cognitieve semantiek, de computerlinguistiek en/of in de opbouw van (vage) databanken strekt tot aanbeveling, maar is geen absolute vereiste.

Sollicitaties met uitgebreid curriculum vitae dienen gericht te worden aan Prof. Dr. J. Taeldeman, Universiteit Gent, Vakgroep Nederlandse taalkunde, Blandijnberg 2, B-9000 Gent, uiterlijk op 7 november 1995. Verdere inlichtingen: Christof Vanden Eynde, tel. +32/9/264.40.76.
E-mail: Christof.VandenEynde@rug.ac.be

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 04 Oct 1995 10:40:49 +0100 (MET)
From: K. Bostoen <BOSTOEN@rullet.LEIDENUNIV.NL>
Subject: Div: 9510.03: 'Geschiedelen'

Geschiedelen

‘Geschichteln’ noemde Presser dit. Ik hoor het hem nog zeggen op een college Vaderlandse Geschiedenis aan het Waterlooplein. Vooral Duitse geleerden die zich vanaf hun jeugd dagelijks hadden bekwaamd in de onedele kunst der ‘Wichtigmacherei’, leden eraan. Wanneer zo’n Duitse professor een lezing houdt over een modern thema, wist Presser, dan begint die steevast met iets als: ‘Schon im Zeitalter der Babylonier war …’. Luidt b.v. het thema ‘de economische noodzaak van beroerd openbaar vervoer’, dan volgt dat ook reeds bij de Babylonie”rs het openbaar vervoer van een matige kwaliteit was. Dit nu, aldus Presser, is ‘geschichteln’ (niet in de Duden). Ik noem het ‘geschiedelen’ (niet in Van Dale).

Een wel zeer vaderlands voorbeeld van ‘geschiedelen’ vinden we in de ‘Mededelingen van de Afdeling Letterkunde’, Nieuwe Reeks, Deel 58 no. 1, van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De geleerden van de afdeling letterkunde hebben namelijk op voorstel van de Sectie Rechtswetenschappen een themabijeenkomst belegd op maandag 9 mei 1994 over ‘De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal’. Hier wordt dus autoriteit op autoriteit, gewicht op gewicht gestapeld, wat het feit niet kan verhullen dat de leden van de Afdeling Letterkunde van de KNAW kennelijk zelf niet dit onderwerp konden verzinnen.

Wat lezen we nu in de inleiding van de gedrukte versie van die bijdragen (onder de redactie van T. Koopmans)?

Bezorgdheid over de toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal is geen zaak van vandaag of gisteren.

De goede verstaander weet alvast dat het geschiedelen in aantocht is.

De Nederlandse dichter, graficus en wijsgeer Dirk Volkertszoon Coornhert stelde omstreeks 1568 met ergernis vast dat Nederlandse geleerden ‘hun also aen andere cierlijke spraaken verleckeren, datsy haere eyghene verachten, en gheen dink min en denken <= achten> dan in haer eyghene tale te schrijven.’ <…>

Anno 1994 lijkt Coornherts zorg – hoewel in veel nuchterder termen onder woorden gebracht – door velen gedeeld te worden.

Heb ik te veel gezegd, wat het geschiedelen betreft? Auteur van dit geleerde proza is Wim Gerritsen, die zich ook nog gedrongen ziet om in een voetnoot te vermelden:

De toeschrijving van dit stuk aan Coornhert is overigens niet geheel zeker.

Tja. Zeker is dat Coornhert niet de auteur is van dit stuk (dat overigens niet omstreeks 1568 is geschreven, maar in 1568). In 1849 had iemand die dat kon weten, namelijk Bodel Nijenhuis, dit reeds vastgesteld, maar met diens inzichten kan men in de Afdeling Letterkunde van de KNAW kennelijk niet zo geweldig geschiedelen.

Moge het Nederlands bloeien als wetenschapstaal, mits de zorg daarvoor niet worde toevertrouwd aan de Babylonie”rs!

K. Bostoen

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 10 Oct 1995 20:14:18 +0100 (MET)
From: Korrie Korevaart <KOREVAART@rullet.LEIDENUNIV.NL>
Subject: Sym: 9510.04: Symposium 'De wereld van het boek in de negentiende eeuw' (Werkgroep 19e eeuw / Nederlandse Boekhistorische Vereniging) op 25 november 1995 in de KB te Den Haag

Op 25 november 1995 wordt in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag het negentiende symposium van de Werkgroep 19e eeuw gehouden, ditmaal in samenwerking met de Nederlandse Boekhistorische Vereniging. Het thema is: ‘De wereld van het boek in de negentiende eeuw’.

Het programma is als volgt:

10.00 uur Ontvangst met koffie
10.30 uur Opening door de voorzitter, prof. dr. P.B.M. Blaas
10.35 uur Dr. B.P.M. Dongelmans: De vreugde van de boekgeschiedenis
11.05 uur Prof. dr. L. Simons: De Vlaamse uitgeverij in de negentiende eeuw
12.00 uur H.J. de Zoete: Boekillustraties en druktechnieken in de negentiende eeuw
11.35 uur Koffiepauze
12.00 uur H.J. de Zoete: Boekillustraties en druktechnieken in de negentiende eeuw
12.30 uur A.S.A. Struik: Negentiende-eeuwse industriele uitgeversbanden
13.00 uur Lunch
14.00 uur P.J. Begheyn SJ: De katholieke boekhandel in Nijmegen in de negentiende eeuw
14.30 uur Drs. N.V. van den Berg: De geschiedenis van de Amsterdamse universiteitsbibliotheek in de negentiende eeuw
15.00 uur Theepauze
15.30 uur Mw. dr. L. Kuitert: Colportage in de negentiende eeuw
16.00 uur Discussie
16.30 uur Sluiting

Korrie Korevaart

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 11 Oct 1995 10:11:24 GMT
From: news@chaos.kulnet.kuleuven.ac.be
Subject: Vra: 9510.05 Hoe noemt men … ?

Laatst zat ik met een probleem; ik wist wat ik wilde zeggen maar ik kende het juiste woord niet.

Het ging om het volgende:
In het Nederlands kunnen we van sommige zelfstandige naamwoorden een werkwoord maken door “en” toe te voegen
fiets – fietsen terwijl we bedoelen “rijden met een fiets”
tafel – tafelen terwijl we bedoelen “zitten aan een tafel (om te eten)”
knikker – knikkeren in plaats van “spelen met knikkers”.

Ik heb me laten wijsmaken dat in het Chinees deze constructie veel couranter voorkomt. Chinezen zeggen niet “zitten” maar “stoelen”, niet “slapen” maar “bedden”.

Wat is de taalkundige term voor een dergelijk taalgebruik? Kan men dit een verbuiging van het zelfstandig naamwoord noemen?

Een nieuwsgierig zetduiveldje!

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 12 Oct 95 15:55:02 MET
From: Peter-Arno Coppen <U250005@VM.uci.kun.nl>
Subject: Col: 9510.06: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXVIII: "We kunnen de VP niet meer vinden"

LINGUISTISCH MINIATUURTJE XXVIII: “We kunnen de VP niet meer vinden”

Sinds Noam Chomsky een paar jaar geleden zijn Minimalistische Theorie heeft ontvouwd, zijn er diverse publicaties verschenen waarin wordt beargumenteerd dat het Nederlands een SVO-taal is. Eigenlijk formuleer ik dit niet helemaal juist: ik zou moeten zeggen dat de Minimalistische Theorie ervan uitgaat dat de SOV-volgorde in het Nederlands afgeleid wordt van een onderliggende SVO-volgorde, en de SVO-volgorde in de hoofdzin wordt vervolgens weer van die SOV-volgorde afgeleid. Kunt u het nog volgen? Toch is de achterliggende gedachte niet zo moeilijk: de X-bartheorie schrijft voor dat complementen rechts staan en specifiers links. Afwijkingen van dit schema moeten worden afgedwongen door functionele projecties die elders in de boomstructuur zitten. Zo hebben we in het Nederlands een VP [Jan kust Marie], met daarboven een functionele projectie AgrO, die de relatie tussen het werkwoord en het object moet bevestigen door het werkwoord in z’n head, en het object als z’n specifier aan te nemen. Head-Specifier-agreement heet dat, en het is de enige manier om een relatie te leggen.

Zo is er ook een projectie AgrS, die daar weer boven zit, en die de agreement tussen subject en werkwoord moet regelen. Voeg daarbij nog de projecties voor Tense, Inflectie en Complementizer, en het feest is compleet. Wanneer is een taal nu SOV? Wanneer de AgrO (of het object) kenmerken bevat die geneutraliseerd moeten worden voordat de uitspraakmodule de structuur in de tengels krijgt.

In feite kan ik deze gedachtegang best apprecieren. Wat me minder aanspreekt, is de luchthartige argumentatie waarmee nu opeens vrolijk het SVO-karakter van het Nederlands wordt aangetoond. Ik geloof dat daar best nog wel het een en ander aan te sleutelen valt. Of we moeten met z’n allen afspreken dat we helemaal niet willen (of kunnen) bewijzen dat het Nederlands SVO is. Waarom zouden we eigenlijk? Misschien is die VP met SVO wel zo diep onderliggend, dat-ie helemaal niet meer aantoonbaar is.

Argumentatie voor het nieuwe model kan erg gemakkelijk alle oude argumentatie voor SOV incorporeren door te stellen dat die betrekking heeft op de onderliggende AgrOP in plaats van de VP. Immers, de AgrOP is SOV! Alle pogingen om de onderliggende VP aan te tonen lijken me ofwel faliekant verkeerd, ofwel niet overtuigend.

Een voorbeeld: als het Nederlands SOV zou zijn, dan zou in de zin “omdat ik dat boek lees” de objects-NP “dat boek” adjacent zijn aan het werkwoord, dus op de complementspositie staan. Maar je kunt in deze zin een bijwoord tussen object en werkwoord plaatsen, dus het object kan niet op de complementspositie staan, dus het Nederlands is geen SOV. Als het object daarentegen achter het werkwoord staat (in de vorm van een PP), dan kan het niet gescheiden worden van het werkwoord. Dat wijst erop dat zo’n PP dan wel in complementspositie staat. Dus het Nederlands is SVO.

Het spijt me wel, maar de voorbeelden zijn ofwel verkeerd, ofwel ze tonen het omgekeerde aan. Bekijken we allereerst de NPs. Het is een bekend verschijnsel dat nonspecifieke objecten niet van het werkwoord gescheiden mogen worden, en specifieke wel: “ik wil graag boeken lezen” en “ik wil dat boek graag lezen”. Plaatsen we iets tussen het nonspecifieke object en het werkwoord, dan valt de nonspecifieke interpretatie gewoon weg: “ik wil boeken graag lezen”. Deze zin heeft alleen een generieke interpretatie van “boeken”. Onder de bovenstaande redenering zouden we met betrekking tot de NP moeten concluderen dat de positie van het nonspecifieke object de basispositie is. Een postverbale positie is niet aantoonbaar.

Nu de PP. Bekijk eens het accentpatroon van de zinnen “omdat ik op beter weer reken”, en “omdat ik reken op beter weer”. We zien dan dat in de eerste volgorde het woord “reken” geen accent mag krijgen, terwijl dat in de tweede volgorde juist verplicht is. Hoe kunnen we dat beschrijven? Bijvoorbeeld door te stellen dat er maar EEN accent op de V-bar zit. Valt de PP samen met de V onder de V-bar (in de volgorde PP-V), dan valt dat accent op de PP en de V blijft onbeaccentueerd, en is de PP geadjungeerd aan VP (in de volgorde V-PP), dan is zowel de V als de PP beaccentueerd. Maar dit zou betekenen dat alleen de PP voor de V in complementspositie staat. Dus de VP is SOV.

Nou weet ik wel dat deze argumenten kunnen worden geneutraliseerd door ze om te werken tot argumenten voor de volgorde in AgrOP, maar twee dingen zijn dan toch problematisch: ten eerste is er dan nog steeds geen positieve evidentie voor de onderliggende VP met SVO-volgorde, en ten tweede: die PPs zaten toch juist niet in de specifier van AgrO?

Peter-Arno Coppen

-Einde-------------------- Neder-L, no. 9510.a --------------------------