Neder-L, no. 9504.b

Subject: Neder-L, no. 9504.b
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Fri, 21 Apr 1995 00:01:42 MET
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-------------------------- Neder-L, no. 9504.b -----------ISSN-0929-6514-*
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Med: 9504.09: Haastige spoed is zelden goed; een fout in bericht    |
|                   9504.03: niet 7 maar 2 nieuwe uitgaven van de Int.    |
|                   Vereniging voor Neerlandistiek                        |
| (2) Col: 9504.10: Column Willem Kuiper, no. 16: "Madonnabeeldje huilt   |
|                   tranen in bisschops armen" (De Volkskrant, vrijdag 7  |
|                   april 1995)                                           |
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L                                        |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
|   (dit geldt ook voor Internet-gebruikers die bijdragen willen leveren) |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 20 April 1995 22:30:00 +0100 (MET)
From: Ben Salemans <B.Salemans@let.kun.nl>
Subject: Med: 9504.09: Haastige spoed is zelden goed; een fout in bericht 9504.03: niet 7 maar 2 nieuwe uitgaven van de Int. Vereniging voor Neerlandistiek

Wanneer ik als redacteur van Neder-L berichten ontvang ter plaatsing in Neder-L ga ik daar normaliter zorgvuldig mee om. Evidente tikfouten daargelaten, breng ik in principe nooit veranderingen in een bericht aan zonder daarover overleg te hebben met de inzender ervan.

Vorige week stuurde Peter-Arno Coppen zijn Linguistisch Miniatuurtje XXII naar Neder-L. Ik snapte geen snars van dat artikel (“rare mensen, die moderne taalkundigen met hun bizarre theorieen”) en stuurde daarom een lang e-post-bericht naar Coppen, met allerlei vragen over dat AOL-principe. Enkele seconden nadat ik het bericht had verzonden, realiseerde ik me dat het Miniatuurtje geschreven was op 1 april. Ik was dus flink beetgenomen.

Ik voelde mij toen, vrijdagsavonds laat, gedwongen om Neder-L-bulletin 9504.b zo spoedig te verzenden, voor 8 april. Anders zou die 1-april- grap van Coppen wel erg laat verschijnen.

Ik heb daarop gehaast dat Neder-L-bulletin samengesteld, en maakte daarbij een fout, die ik normaal nooit zal maken: ik kon Gisela Redekers bijdrage 9404.03 niet helemaal volgen (vrijdagavond-moeheid en andere spanningen) en heb daar toen eigenhandig veranderingen in aangebracht zonder daarover contact met haar op te nemen. Fout! Menig lezer zal het gemerkt hebben: Gisela Redekers bijdrage betrof niet zeven, maar twee nieuwe uitgaven van de IVN. Gisela, mijn excuses.

De titels van beide uitgaven zijn, nogmaals:

WIE EN WAT in de Neerlandistiek in Nederland en Belgie

ISSN 0928-1355
prijs f 15,=
220 bladzijden
12e uitgave – maart 1995

NEDERLANDS IN CULTURELE CONTEXT

(Handelingen Twaalfde Colloquium Neerlandicum)
ISBN 90-72870-03-4 geb.
prijs f 30,=
402 bladzijden

Ben Salemans

(2)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 11 Apr 1995 14:26 +0100 (MET)
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@Let.UvA.NL>
Subject: Col: 9504.10: Column Willem Kuiper, no. 16: "Madonnabeeldje huilt tranen in bisschops armen" (De Volkskrant, vrijdag 7 april 1995)

“Madonnabeeldje huilt tranen in bisschops armen”
(De Volkskrant, vrijdag 7 april 1995)

Toen het christendom in de tweede helft van de eerste eeuw in Rome doordrong, was men daar vertrouwd met het fenomeen beeldencultus. Goden en als god vereerde mensen werden in de vorm van beelden vereerd. Je kon je, als je van de desbetreffende god een gunst verlangde, met een cadeautje tot diens beeltenis wenden om verhoord te worden. Zoals ook de afbeelding van de keizer op het muntgeld garant stond voor de waarde en betrouwbaarheid ervan. De eerste Romeinse christenen waren niet tegen beelden, neen, zij waren tegen de verkeerde beelden. Tegen afgodsbeelden. Die weigerden zij te offeren, tot de marteldood erop volgde. Sterker nog, als het even kon, trachtten zij deze beelden stuk te maken. Deels om aan te tonen dat het ‘maar’ beelden waren en geen goden. Deels om te bewijzen dat de duivels die in het beeld zaten — waardoor het beeld bijvoorbeeld kon praten — niet opgewassen waren tegen de macht van de Ware God.
In de nadagen van het Westromeinse Rijk veranderde het christendom sterk van karakter. Van een staatsgevaarlijk geachte slavengodsdienst werd het onder keizer Constantijn (gest. 337) staatsgodsdienst. Na de val van het Rijk overleefde het christendom de invallen van Goten, Vandalen en Franken. In het Frankenland schoolde de Gallo-Romeinse adel, die eerst de macht van de onzichtbare keizer te Rome vertegenwoordigde, zich om tot de uitbater van de even onzichtbare, maar desalniettemin alomtegenwoordige en almachtige God. Door te dreigen met Zijn macht en die van Zijn heiligen slaagde zij erin een krachtig tegenwicht te vormen tegen de nieuwe heersers: ongewapend weliswaar, maar alles behalve geweldloos. De heiligen uit deze periode zijn licht ontvlambaar en hebben harde handen.
Wie deze tijd en het raadsel van de huilende madonna begrijpen wil, raad ik aan de HISTORIEN van Gregorius van Tours (573-594) te lezen. Daarvan verscheen vorig jaar bij Uitgeverij AMBO te Baarn een Nederlandse vertaling. Aan die vertaling gaat een even leesbare als lezenswaarige inleiding vooraf van de Groningse hoogleraar Oude geschiedenis, M.A. Wes. Een formidabele analyse van Gregorius en diens tijd die door Kees Fens in De Volkskrant volstrekt ten onrechte werd afgekraakt. Lees Wes en oordeel zelf.

Een van de grotere probleem waarmee bisschoppen ten tijde van Gregorius geconfronteerd werden was: hoe maak je hemelse macht zichtbaar? Je kunt wel dreigen, maar hoe maak je die dreiging geloofwaardig? Soms schoot moeder natuur te hulp met noodweer, een komeet, een zonsverduistering, een epidemie, overstroming, droogte, onvruchtbaarheid, enzovoort. Maar soms moest je als bisschop een handje helpen, door middel van ‘pia fraus’, dat wil zeggen: vroom bedrog.
Om de gelovigen ervan te overtuigen dat de beelden van Gods Zoon, van Maria, en van Zijn heiligen niet zo maar beelden waren, beschilderde artefacten van hout of steen, gedragen deze beelden zich onder bepaalde omstandigheden als levende wezens. Dat dit mogelijk was, daaraan werd door niemand getwijfeld. Als afgodenbeelden dat al konden, waarom zouden kruisbeelden of Mariabeelden dat niet kunnen?
Evenzo waren de stoffelijke resten van Jezus en Zijn heiligen, de zogenaamde relikwieen, machtige magische amuletten. Het aanraken van zo’n heilig voorwerp betekende genezing. Ziekte immers, was in de ogen van de ware christen geen lichamelijke of geestelijke stoornis. Nee, het was een straf of een beproeving. In beide gevallen volstonden geloof, vasten, bidden en onthouden. Het raadplegen van een geneesheer grensde in de ogen van een rechtzinnige aan zwarte magie.
In de Zeven werken van barmhartigheid stond niet voor niets dat je de zieken moest troosten, niet dat je ze moest genezen. In strenge ordes werden zieken geisoleerd en aan een boeteregime onderworpen totdat ze genezen waren (of opgenomen in de Heer).

Talloos zijn de verhalen van beelden die tot leven kwamen. Zo was er ooit een Vlaamse wandschilder die zo prachtig Maria op muren kon schilderen terwijl zij met haar voeten de kop van de duivel vertrapte. Totdat de duivel er genoeg van kreeg en de ladder, waarop de schilder stond, onder zijn voeten vandaan schopte. “Help!”, riep de vrome schilder, waarop het schilderij een hand uitstak en hem net zo lang vasthield totdat te hulp geschoten mensen de ladder weer overeind konden zetten.
In Italie zijn die schilders nog heel lang actief gebleven, tot na de Tweede Wereldoorlog. Vermakelijk is een passage in een van de Don Camillo-boeken van Giovannino Guareschi (geb. 1908). Hij schrijft daar over zo’n madonna-schilder die van dorp tot dorp trok. Omdat hij niet uit zijn hoofd kon schilderen nam hij als model een lokale mooie meid. Jaren ging dat goed totdat hij per ongeluk de dochter van een communist als voorbeeld nam.

Net als in AB URBE CONDITA van Livius of in Lodewijc van Velthems voortzetting van de SPIEGEL HISTORIAEL zijn huilende beelden voorbodes van rampspoed. Zo’n beeld — dat wil zeggen, degeen die verbeeld wordt — kan namelijk in de toekomst zien, waarvoor de gewone stervelingen blind zijn. Door in tranen uit te barsten wordt een ultieme poging gedaan het schier onafwendbare af te weren.
Een variant hierop is dat iemand rampspoed ziet naderen en denkt dat iedereen behalve hij/zijzelf daar blind voor is. Om de mensheid te redden wordt vervolgens een daad gesteld. Dat gebeurt niet alleen in Italie, dat gebeurt ook in Nederland. Jules Croiset is er een tragisch voorbeeld van.

Het Mariabeeld van Civitavecchia — een kopie van de miraculeuze madonna van Medjugorje in ex-Joegoslavie — was het meer dan ernst. Dit beeld schreidde geen tranen, maar bloed! Natuurlijk geloofde de bisschop er aanvankelijk niets van, maar nadat hij het beeld zelf in zijn armen genomen had, zag zijn schoonzuster (sic) als eerste dat er bloed uit de ogen van het Mariabeeld kwam. Tja, en toen moest hij wel geloven.
Afgaand op de nieuwsberichten weent het beeld vanwege de oorlog in Bosnie die zich zal uitbreiden naar Italie. Aanstaande Goede Vrijdag zou het in processie rondgedragen worden en er werd een enorme hoop volk verwacht…

Helaas! Het ongeluk wil dat consumentenorganisaties bij justitie een aanklacht wegens volksverlakkerij hebben ingediend. Het beeld is in beslag genomen en naar een gerechtelijk laboratorium gebracht. Daar werd geconstateerd dat er geen reservoir en pompje in zat, zoals domme sceptici veronderstelden. Wel dat het mannenbloed was.
En nu maar hopen dat het promillage onder de 0,5 zit en dat het beeld niet sero-positief is.

Willem.Kuiper@Let.UvA.NL

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9504.b --------------------------