Neder-L, no. 9407.a

Subject: Neder-L, no. 9407.a
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Thu, 7 Jul 1994 18:12:31 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-------------------------- Neder-L, no. 9407.a -----------ISSN-0929-6514-*
| Onderwerpen:                                                            |
| ============                                                            |
| (1) Med: 9407.01: Spellingsmotie Weijnen voor abonnees Neder-L          |
| (2) Col: 9407.02: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XIII:        |
|                   "Gaarne lezen"                                        |
| (3) Vra: 9307.03: Bestaat er een woordenboek Nederlands-Afrikaans /     |
|                   Afrikaans-Nederlands? Afrikaanse leerboeken?          |
| (4) Vra: 9407.04: Waarom staat bundel over dochters van Adriaan Morrien |
|                   niet in diens Verzamelde Gedichten?                   |
| (5) Vra: 9407.05: Gezocht: werk dat voor het Nederlands is verricht     |
|                   binnen de Two-Level Morphology (Koskiennemi, Ritchie  |
|                   et al., Trost)                                        |
| (6) Vra: 9407.06: Wat is het verschil tussen <oppervlak> en             |
|                   <oppervlakte>?                                        |
| (7) Med: 9407.07: Observaties na ICNS 7                                 |
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L                                        |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
|   (dit geldt ook voor Internet-gebruikers die bijdragen willen leveren) |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 22 Jun 1994 13:32 +0100 (MET)
From: Anneke Neijt <AHNEIJT@LETT.KUN.NL>
Subject: Med: 9407.01: Spellingsmotie Weijnen voor abonnees Neder-L

SPELLINGSMOTIE WEIJNEN VOOR ABONNEES NEDER-L

Op 14 juni 1994 is door de organisatoren van het spellingcongres de volgende motie verzonden aan het Comite’ van Ministers en de Nederlandse informateurs:

De motie Weijnen:

Het congres ‘Het behoud van de Nederlandse spelling’, bijeen te Nijmegen op 11 juni 1994, is van mening dat het opwaarderen van de voorkeurspelling tot de enig toegelaten spelling in strijd is met de al decennia lang door spellingcommissies e’n ministers uitgesproken wens naar een consistente, regelmatige en vernederlandste spelling van de bastaardwoorden. Het congres verzoekt het Comite’ van Ministers de voorstellen van de commissie Geerts in heroverweging te nemen en zorg te dragen voor een goede presentatie aan het publiek.

Toelichting:

  1. Naamgeving
    Deze motie is genoemd naar de indiener, emeritus hoogleraar A. Weijnen, taalkundige, gespecialiseerd in de dialectkunde en de etymologie.
  2. Inhoud congres
    Op het congres presenteerde de commissie Geerts haar voorstellen. Lezingen werden verzorgd door prof. dr. G. Geerts (taalkundige Leuven, voorzitter spellingcommissie), dr. J. Zuidema (onderwijs-psycholoog Utrecht, secretaris), drs. P.C. uit den Boogaart (taalkundige, Eindhoven), dr. V.J. van Heuven (foneticus, Leiden), prof.dr. A.H. Neijt (taalkundige, Nijmegen), prof.dr. S. de Vriendt (taalkundige, Brussel) en prof. dr. G. de Schutter (taalkundige, Antwerpen). Het congres werd georganiseerd door Neijt, I. Roggema (stagiair bij de spellingcommissie) en drs. A. Nunn (taaltechnologische ondersteuning van de spellingcommissie), alledrie verbonden aan de vakgroep Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen. De inhoud van het congres is weergegeven in de congresbundel ‘De spellingcommissie aan het woord’, SDU Uitgeverij Koninginnegracht, Den Haag.
  3. Stemverhouding
    Ruim tachtig van de bijna honderd aanwezigen stemden voor, twee tegen. De deelnemers aan het congres, Nederlands en Vlaams, waren afkomstig uit het onderwijs, de uitgeverijwereld en de wetenschap. Ook journalisten, medewerkers van tekstbureaus, woordenboekmakers, taaladviseurs en redacteuren van tijdschriften op het gebied van de neerlandistiek waren aanwezig.
  4. De commissie Geerts
    G. Geerts was voorzitter van de jongste spellingcommissie, ingesteld door het Comite’ van Ministers (bestaande uit twee Vlaamse en twee Nederlandse ministers) op 11 juni 1990. Uit voorbereidende werkzaamheden van de Werkgroep ad hoc Spelling was gebleken dat er redenen zijn voor een spellingwijziging: “Voor de bastaardwoorden zou een regeling uitgewerkt moeten worden, waarbij de dubbelspellingen – misschien met een enkele categorie als uitzondering – worden opgeheven en een gematigde vernederlandsing wordt doorgevoerd”. Zie ‘Rapport van de Werkgroep ad hoc Spelling’, Voorzetten van de Nederlandse Taalunie nr. 20, 1988 en ‘Speling in de spelling’, het verslag van G. Heyne en M. Hofmans over onderzoek naar de wensen van taalgebruikers. De commissie Geerts is van start gegaan met als taak “voor de volgende spellingonderdelen een consistente regeling te ontwerpen: a. de bastaardwoorden, waarbij gestreefd dient te worden naar uitsluiting van dubbelspellingen; b. de verbindingsletters -s- en -e(n)-; c. de diakritische tekens: de apostrof, het trema en het liggende streepje.
  5. Korte historische schets, voorafgaand aan de motie
    18 januari 1994: de voorstellen van de commissie lekken uit.
    19 januari: voorlopig standpunt van het Comite’ van Ministers.
    18 januari tot ongeveer 1 maart: onrust in de media.
    21 maart: besluit van het Comite’ van Ministers.
    11 juni: congres van de spellingcommissie, publikatie en aanbieding van het Spellingrapport.
  6. Het besluit van het Comite’ van Ministers
    De ministers hebben het heft in eigen hand genomen. Ze besluiten de voorkeurspelling te verheffen tot norm. Enkele “innerlijke tegenstrijdigheden” in de voorkeurspelling moeten worden weggewerkt. Aan de Taaladviescommissie van de Nederlandse Taalunie wordt de opdracht gegeven hiervoor principes uit te werken. Enkele onderdelen van de wijzigingsvoorstellen zijn aanvaard, maar het belangrijkste voorstel, dat voor de bastaardwoorden niet.
  7. Het opwaarderen van de voorkeurspelling
    Met het opwaarderen van de voorkeurspelling beogen de ministers een spelling voor te stellen met een vast woordbeeld. Een vast woordbeeld is van groot belang, en tevens uitgangspunt van de commissie Geerts, maar het schrappen van de toegelaten spelling, en zodoende opwaarderen van de voorkeurspelling zal niet tegemoet komen aan de wensen van de taalgebruikers. Een heleboel mensen proberen zich de laatste tijd (zeker toch al weer tien jaar) op alle manieren weer aan etiquettes te houden. Dat betekent voor de spelling: de voorkeurspelling. Resultaat van dit ‘experiment’ van de afgelopen jaren: het werkt niet. Daar zal een van boven af opgelegde verplichting niets aan toevoegen. De voorkeurspelling heeft nu 40 jaar de kans gehad, in telkens nieuwe sociale contexten, maar steeds zonder succes.
  8. Consistent en regelmatig
    Bedoeld is, waar mogelijk, consistentie en regelmaat in de spelling na te streven. De spelling is dan gemakkelijker te leren, regelmatig terugkerende letterpatronen worden herkenbaar en de spelling wordt zodoende gemakkelijker onthouden.
  9. Vernederlandst
    Bij de vorige spellingwijziging (1954) zijn talloze vernederlandsingen doorgevoerd. Bijvoorbeeld: ‘rhythme, brusque, classe, locaal, praesentie’ werden gewijzigd in ‘ritme, bruusk, klasse, lokaal, presentie’. Deze wijzigingen bevallen goed. Een verdere vernederlandsing van de spelling ligt daarom voor de hand, waarmee overigens niet bedoeld wordt dat er zonder enig voorbehoud vernederlandst moet worden. De voorstellen van de commissie Geerts beogen een taalkundig verantwoorde tussenweg te bieden, en laten bovendien ruimte voor uitzonderingen.
  10. Heroverweging
    Aan de keuze voor de voorkeurspelling zijn grote nadelen verbonden. De voorkeurspelling is in 1954 tot stand gekomen als compromis tussen voorstanders van een meer vreemde spelling, en voorstanders van een meer vernederlandste spelling. Voor het ene woord werd aan de vreemde spelling de voorkeur gegeven (‘lymf, prae, vacant’), voor het andere woord aan de Nederlandse spelling (‘nimf, pre-advies, vakantie’). Op basis van een per woord geregelde woordenlijst kan de spelling niet bevredigend geregeld worden: de taalgebruiker zou voortdurend in de lijst moeten kijken, en toekomstige spellingcommissies hebben te weinig houvast bij het nemen van beslissingen. Geen enkele spellingcommissie heeft tot nu toe het advies willen geven, de voorkeurspelling tot enige spelling op te waarderen. Heroverweging van het advies van de commissie Geerts aan de ministers lijkt daarom op zijn plaats.
  11. Uitleg aan het publiek
    De voorstellen die de commissie Geerts heeft gedaan zijn tot nu toe niet aan het publiek uitgelegd. De media hebben, afgaand op geruchten, geschreven over enkele woorden zoals ‘sjampanje’ en ‘ginekoloog’. Het eerste woord berust op een misverstand: het blijft volgens de wijzigingsvoorstellen ‘champagne’, want namen schrijf je in hun oorspronkelijke vorm zolang die oorspronkelijke vorm algemeen bekend is. Dus ook: ‘bordeaux, cognac, marxist’. Het tweede woord kan ten onrechte de indruk wekken dat de voorstellen drastisch zouden zijn: maar liefst drie wijzigingen in een woord. Het tegendeel is waar. De voorstellen van de commissie Geerts zijn de minst drastische van alle voorstellen die de afgelopen 40 jaar, van officiele of onofficiele zijde, gedaan zijn. Inmiddels is het Spellingrapport beschikbaar (zie ‘Het spellingdossier’, Voorzetten van de Nederlandse Taalunie nr. 44, Den Haag, SDU Uitgeverij Koninginnegracht). Bovendien hebben de leden van de commissie Geerts het rapport toegelicht vanuit hun persoonlijke visie in de congresbundel ‘De spellingcommissie aan het woord’, eveneens uitgegeven bij de SDU. Het zal duidelijk zijn dat een goede voorlichting aan het bredere publiek niet volstaat met het publiceren van deze boeken. Uitleg aan het publiek hoort bij democratisch regeren. Informatie verstrekken en de gelegenheid geven voor een brede maatschappelijke discussie behoren aan de besluitvorming vooraf te gaan.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 13 Jun 1994 12:12:55 +0100 (MET)
From: "Coppen, Peter-Arno" <U250005@VM.UCI.KUN.NL>
Subject: Col: 9407.02: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XIII: "Gaarne lezen"

LINGUISTISCH MINIATUURTJE XIII: “Gaarne lezen”

Er zijn grenzen aan wat mensen kunnen verdragen. De hinderlijke gewoonte van sommige mensen om na toiletbezoek de deur half open te laten staan heeft bij ons op de vakgroep onlangs een met het milieu en de prikkeling van ons reukvermogen begaan persoon ertoe gebracht de gewraakte deuren te voorzien van de dringende oproep “Doe gaarne de deur goed dicht”. De grammaticale formulering van deze zin laat weliswaar mijn reukvermogen ongemoeid, maar prikkelt bij iedere gang naar de sanitaire voorzieningen mijn taalvermogen. Zo zie je maar weer: ergernis genereert briefjes, en briefjes genereren stukjes in de media.

Er is iets met die constructie “Doe gaarne de deur dicht”. Het is wel duidelijk hoe ze ontstaat (“gaarne” is de beleefdheidsformule die de imperatief moet verzachten), en ook bestaat er weinig verschil van mening over de betekenis. De parafrase moet zijn “ik wil graag dat u de deur dichtdoet”, en niet “ik wil dat u de deur graag dichtdoet”. Toch zijn er momenten waarop de laatste interpretatie mij plotseling naar de keel vliegt. Veel vaker dan wanneer de constructie was geweest “gaarne de deur dichtdoen”.

Oorsprong en betekenis zijn duidelijk, maar de taalkundige analyse is minder helder. Syntactisch wordt “gaarne” gezien als een bijwoordelijke bepaling, maar wel een die gebonden is aan een ander zinsdeel. “Ik zwem graag” betekent dat zwemmen me een zeker plezier bezorgt. In een artikel uit 1975 signaleert de taalkundige Van Caspel twee betekenisaspecten van “graag”, een soort positieve grondhouding (“dat DOE ik graag”) en een soort bereidwilligheid (“dat doe ik GRAAG”). Van Caspel merkt op dat deze twee aspecten verbonden zijn met een thematisch element uit de zin, hetzij expliciet: “ik schil graag aardappelen”, hetzij impliciet: “U wordt hier graag ontvangen”. In de laatste zin is de bereidwilligheid gekoppeld aan het logische subject (de weggelaten handelende persoon) van de passiefconstructie.

In een generatieve grammatica is deze observatie doorgaans gemakkelijk te implementeren door het element “graag” te verbinden met een zinselement dat mogelijk ongerealiseerd kan blijven: de agens van “ontvangen” is aanwezig in de zin, maar heeft geen fonetische vorm.

De vraag is nu: aan welk zinselement moet “graag” worden verbonden in de zin “doe graag de deur dicht”, of bij de meer gebruikelijke formulering “graag de deur dichtdoen”?

Allereerst dient te worden bepaald of “graag” wel een verplicht antecedent moet hebben. De ongrammaticaliteit van een zin als *”het regent graag” lijkt erop te duiden dat de semantische aanwezigheid van een antecedent op z’n minst vereist is. De ongrammaticaliteit van *”hij bevalt mij graag” toont nog eens aan dat hier inderdaad een handelende persoon of op z’n minst een instigator wordt gevraagd.

Dat imperatieven een weggelaten thematisch argument bevatten, is algemeen bekend in de taalkundige literatuur. Zinnen als: “Bescherm jezelf” of “jezelf niet blootstellen aan zonlicht!” tonen aan dat dit soort constructies een impliciete tweede persoon bevatten. Toch kan “graag” nooit gekoppeld worden aan deze persoon. De zin “graag lezen!” kan niet begrepen worden als een aansporing om met plezier te lezen. Het element “graag” kan uitsluitend gekoppeld worden aan de uitvoerder van de performatieve taaldaad die door het gebruik van de imperatief wordt opgeroepen.

Als de koppeling tussen “graag” en z’n antecedent syntactisch geregeld moet worden, is de consequentie van dit verhaal dat het antecedent, en dus de hele performatieve taaldaad, in de structuur opgenomen dient te worden. Het performatieve werkwoord is leeg, en heeft een subject (de gebieder), een meewerkend voorwerp (de datief) en een lijdend voorwerp (het gebod). Alleen het gebod mag gerealiseerd worden, en wellicht is de werkwoordpositie aanleiding voor de zinsinitiele positie van het imperatieve werkwoord. Het gebod zelf is een infinitiefzin met een PRO-subject dat gecontroleerd wordt door de weggelaten datief van het performatieve werkwoord.

Waarom vind ik persoonlijk nu “doe graag de deur dicht” slechter dan “graag de deur dichtdoen”? Welnu, “graag” moet staan in de performatieve matrixzin. Anders verwijst het naar het subject van “de deur dichtdoen” en dat levert een gekke betekenis op. De constructie is dan: <ik wil (van) u graag <u de deur dichtdoen>>, ofwel, met alle weglatingen: <0 0 0 graag <0 de deur dichtdoen>>. Blijkbaar bemoeilijkt het element “graag” nu de verplaatsing van “doen” naar de matrixzin, naar de plaats waar het z’n imperatieve morfologie zou ontvangen. Het kan misschien wel (en misschien met “gaarne” nog beter dan met “graag”), maar van harte gaat het niet.

Dat kan op verschillende manieren verantwoord worden: “graag” kan zelf een soort werkwoordelijk element zijn, waarbij de bijzin het complement van “graag” is, of “graag” kan een verbale clitic zijn die aan het imperatieve werkwoord vastklit en als zodanig verplaatsing naar die positie blokkeert. In ieder geval is het sterk verbonden met een abstract matrixwerkwoord.

Peter-Arno Coppen

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 17 Jun 1994 09:05:11 +0200
From: Luc de Knock <Luc.DeKnock@mch.sni.de>
Subject: Vra: 9307.03: Bestaat er een woordenboek Nederlands-Afrikaans / Afrikaans-Nederlands? Afrikaanse leerboeken?

Hallo Neder-L,

Is er iemand die weet of er een Nederlands-Afrikaans/Afrikaans-Nederlands woordenboek bestaat? Alle informatie i.v.m. Afrikaanse leerboeken voor Nederlandstaligen is welkom.

Baie dankie,

Luc Deknock

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 17 Jun 1994 12:49:59 +0200
From: Marc Coevoet <mcoevoet@vnet3.vub.ac.be>
Subject: Vra: 9407.04: Waarom staat bundel over dochters van Adriaan Morrien niet in diens Verzamelde Gedichten?

Ik heb onlangs de verzamelde gedichten van A. Morrien gekocht en was erdoor verwonderd dat de bundel rond zijn dochters er niet in te vinden was (Alissa & Adrienne, denk ik; het is van het zondags literair VPRO programma met Adriaan van Dis; dat ik me dat herinner). Vergis ik mij misschien over het boekje getiteld naar zijn dochters en gaat het hierbij om proza?

Marc
mcoevoet@vub.ac.be

_/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/
_/ Marc Coevoet                               email: mcoevoet@vub.ac.be _/
_/ Brussels Free University Computing Centre  phone: ++ 32 2 650 37 07  _/
_/ Adolphe Buyllaan 91                                                  _/
_/ 1050 Brussel                           The leading cause of cancer   _/
_/ Belgium                                in rats is laboratories.      _/
_/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/ _/

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 30 Jun 1994 18:07:24 +0200 (MET DST)
From: Ineke Schuurman <Ineke.Schuurman@ccl.kuleuven.ac.be>
Subject: Vra: 9407.05: Gezocht: werk dat voor het Nederlands is verricht binnen de Two-Level Morphology (Koskiennemi, Ritchie et al., Trost)

Voor MODUL, een project dat binnen het Multilingual Action Plan (MLAP) van de EG voor het Nederlands een TFS/HPSG-geinspireerde grammatica moet opleveren, zijn we op zoek naar werk dat binnen de Two-Level Morphology (Koskiennemi, Ritchie et al., Trost) is verricht voor het Nederlands.

Wie kan ons aan referenties helpen?


Ineke Schuurman Ineke.Schuurman@ccl.kuleuven.ac.be
Centrum voor Computerlinguistiek
Maria Theresiastraat 21
B-3000 Leuven

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 29 Jun 1994 14:22:05 +0200
From: Jacques Schuurman <sjaak@cca.vu.NL>
Subject: Vra: 9407.06: Wat is het verschil tussen <oppervlak> en <oppervlakte>?

Een vriendin van mij wier moedertaal niet de Nederlandse is, komt regelmatig met vragen waar ik het antwoord niet direct op weet; menigmaal zelfs heb ik over de betreffende kwestie nog nooit nagedacht. Hier is weer een mooie:

** Wat is het verschil tussen <oppervlak> en <oppervlakte>?

Gevoelsmatig zijn voor mij substantiva eindigend op -te een instantie van het stamkenmerk: <groente>, <ziekte>, <breedte>. Het stamkenmerk zelf is dan een bijvoeglijk naamwoord. Soms ook komen we het achtervoegsel -te tegen bij de productie van collectiva: <gevogelte>, <gebloemte>, <gebeente>. In dat licht bezien is <oppervlak> min of meer de “eigenschap” waarvan <oppervlakte> een instantie is. Spijtig genoeg is <oppervlak> geen bijvoeglijk naamwoord. Dus:

1a. Wat is de oppervlakte van een voetbalveld?
1b. Hoe oppervlak is een voetbalveld? (<uitgesloten>)
1c. Hoe groot is het oppervlak van een voetbalveld?
1d. Hoe groot is de oppervlakte van een voetbalveld?
1e. Dit veld is oppervlakker dan dat veld. (<uitgesloten>)
1f. De oppervlakte van dit veld is groter dan van dat veld.

Nemen we een (semantisch) equivalente grootheid als <lang>/<lengte>, dan krijgen we:

2a. Wat is de lengte van de weg naar Rome?
2b. Hoe lang is de weg naar Rome?
2c. Hoe groot is het lange van de weg naar Rome?
2d. Hoe groot is de lengte van de weg naar Rome?
2e. Deze weg is langer dan die weg.
2f. De lengte van deze weg is groter dan van die weg.

Juist (2b) lijkt hier het meest voor de hand te liggen. Tot zover is een en ander verklaarbaar uit het feit dat het basiskenmerk in geval (1) een bijvoeglijk naamwoord is, maar in (2) een zelfstandig naamwoord. Gekker wordt het als we naar de derde dimensie stappen, met <inhoud> als basiskenmerk, maar waar een -te-afgeleide ontbreekt:

3a. Wat is de inhoud van een pint Guiness?
3b. Hoe inhoud is een pint Guiness? (<uitgesloten>)
3c. Hoe groot is de inhoud van een pint Guiness?
3d. Hoe groot is de inhoud van een pint Guiness?
3e. Deze pint is inhouder dan die pint (<uitgesloten>)
3f. De inhoud van deze pint is groter dan van die pint.

Terug naar de oorspronkelijke vraag. Het lijkt erop dat <oppervlak> refereert aan het voorwerp zelf, dus

4a. Het oppervlak van de schijf was beschadigd.

terwijl <oppervlakte> betrekking heeft op de tweedimensionale metriek als grootheid:

4b. De oppervlakte van de schijf is gelijk aan tweepie-erkwadraat.

Nochtans lijkt ook mogelijk:

4c. De duikers kwamen na een half uur weer aan de oppervlakte.

Ik heb helaas de ANS hier niet bij me, maar het lijkt me (zeker voor een buitenlandse) allemaal nogal verwarrend. Commentaar, aanvullingen en verduidelijkingen iemand?

sjaak

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 27 Jun 1994 12:18:20 -0400 (EDT)
From: Ton.J.Broos@um.cc.umich.EDU
Subject: Med: 9407.07: Observaties na ICNS 7

In de eerste week van juni werd in Bloomington Indiana de 7e Interdisciplinary Conference on Netherlandic Studies gehouden, georganiseerd door de American Association for Netherlandic Studies. 112 deelnemers hadden de weg gevonden en de moeite genomen om met elkaar van gedachten te wisselen en naar lezingen te luisteren. Moe doch voldaan keerden ze huiswaarts. Zo zou een braaf verslag over dit congres kunnen beginnen en zo zal het ook wel ergens te lezen zijn in de toekomst. Nu de herinneringen aan dat congres nog vers in mijn geheugen zitten, wilde ik een paar observaties maken voor Neder-L omdat dit sneller bij de lezers komt en het informele karakte me beter uitkomt.

Wat mij nl. stoorde was de afwezigheid van de neerlandici intra muros en met name de Nederlanders: zegge en schrijven een (1) had zich de moeite genomen. Ik herinner me dat Herman Pley twee jaar geleden een lans brak voor grotere betrokkenheid en interactie vooral van de kant van de neerlandici intra muros en dat drie jaar geleden Wiljan van de Acker dat ook deed. Het verbale wapengekletter verstomde echter snel en de jaren verstreken.

Kan iemand me vertellen waar dat aan ligt? Nemen ze zich de moeite niet? Is een reis naar de VS te duur? Hebben ze aanmerkingen op de conferentie? Als ze eenmaal in de VS (of de laatste tijd, ook modern: Zuid-Afrika) zijn geweest, houden ze het dan voor gezien? Is Bloomington minder leuk dan New York of San Francisco? Vinden ze het peil te laag? Is de ivoren toren te hoog?

Van de kant van de diplomaten en ambtenaren was er ook minimale belangstelling. De Taalunie zond een telegram met de wensen voor een vruchtbaar congres, maar begrijpt blijkbaar niet dat de tuin eerst geinspecteerd moet worden voor er wat te groeien valt en dat je contact moet onderhouden met de tuinman.

Weet men wat er in de neerlandistiek buitengaats gebeurt? Er is geen Nederlands meer in Australie. Waarom heeft dat geen interventie van de regeringen teweeg gebracht? Wat gebeurde er in Minneapolis, waar nota bene op universitair presidentieel niveau een bereidwilligheid was om te onderhandelen over de writer in residence? Door onbegrip en domheid werd alweer een kans gemist.

Wat gaat er in Ann Arbor gebeuren als binnenkort de Taaluniebijdrage voor het docentensalaris wordt stopgezet? Ik weet er alles van en kijk alvast in de krant naar sollicitaties. Wat gebeurt er in Bloomington nu Prof. Shetter met pensioen gaat? Wat zijn de toekomsten voor de leerstoelen in Berkeley, UCLA, Amherst of Calvin College? Weet men dat in de lage landen? Nauwelijks volgens mij, want ze komen nooit kijken, praten, stimuleren, plannen bedenken en noem maar op. Ze hebben geen idee hoe de universiteiten werken, dat er een verschil in kwaliteit is tussen de diverse instelingen enz.

Het Nederlandse beeld van de Verenigde Staten wordt gevormd door het ‘zappen’ (weinig Amerikanen gebruiken dit woord) van Oprah Winfrey (weinig Amerikanen zijn in haar geinteresseerd) naar The Bold and the Beautiful (nog minder Amerikanen zijn daarin geinteresseerd) Jawel, mooie glossy tijdschriften worden er steeds maar weer bedacht en daar wordt nog geld voor gevonden ook. Dutch Heights, Holland Horizon, Flanders Today en noem maar op, komen en gaan zonder noemenswaardig gevolg. Ik wil niks kwaads zeggen van het nieuwe The Low Countries, ik heb zelf een bijdrage ingestuurd voor het volgende nummer, maar ik ben toch bang dat men in Rekken over een jaar of drie aan het einde van het elastiekje is. ‘We zijn ons meer op Duitsland en Oost Europa aan het richten’, hoor je dan. Een loffelijk streven, maar moet dat gaan ten koste van de Verenigde Staten, waar de straten al jaren niet meer met goud zijn geplaveid. Er is geen cultureel verdrag met de VS, er is geen cultureel beleid waar men buiten New York wat aan heeft.

Een voorbeeld: elk jaar vraagt de keuzecommissie voor studenten naar de zomercursus Breukelen om het aantal studenten voor Amerika van 5 (vijf!) naar 10 te verhogen, een bedrag van 5000 gulden. Talentvolle studenten Nederlands, vaak op graduate niveau en binnen een paar jaar zelf assistant professor, die net dat steuntje in de rug nodig hebben om over hun Nederlndse watervrees te komen, moeten worden afgewezen.

Eind augustus is er weer een colloquium van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek in Antwerpen en dan worden de extramurale docenten Nederlands als vanouds weer met loftuitingen besprenkeld als de culturele ambassadeurs voor de lage landen in het buitenland. Helaas worden deze ambassadeurs als ze weer thuis zijn nooit als zodanig behandeld en is er ook geen noemenswaardige politiek die hun ruggesteun geeft. Als voorbeeld geef ik het feit dat ik onlangs werd gebeld door de ambassade, twee dagen voor er een vergadering plaatsvond van de culturele ambassadeurs, met de vraag of ik nog klachten had. Die had ik dus en heb ik nog steeds. Een hele practische: er is geen informatieverzorging, er wordt nooit doorgesluisd wat of wie er vanuit de lage landen naar de VS komt. Ik stelde voor om eens per maand een fax naar alle docenten rond te sturen met informatie over toekomstige bezoeken en evenementen. Ook verspreiding via e-mail, of via dit electronisch tijdschrift, zou veel verbeteren. Onbegrip is mijn deel.

Hoe het verder moet? Neerlandici in de lage landen: doe eens wat en laat het initiatief niet altijd over aan de buitenlanders. Neder-L is een prachtig communicatiemiddel, maar menig literair historicus prefereert blijkbaar nog steeds de ganzeveder. Ambtenaren en diplomaten: praat eens in de wandelgangen met docenten buiten de muren, en dan niet weer als eerste vraag: hoeveel studenten hebben jullie nou?

Zo heb ik natuurlijk nog wel het een en ander op mijn hart. Ik zou zeggen: kom zelf eens met me praten hier in Ann Arbor of van de zomer in Antwerpen.

Ton Broos.

-Einde-------------------- Neder-L, no. 9407.a --------------------------