Neder-L, no. 9406.a

Subject: Neder-L, no. 9406.a
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Thu, 9 Jun 1994 01:59:25 +0100
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-------------------------- Neder-L, no. 9406.a -----------ISSN-0929-6514-*
| Onderwerpen:                                                            |
| ============                                                            |
| (1) Col: 9406.01: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XII:         |
|                   "Als een bom"                                         |
| (2) Med: 9406.02: Call for papers: morfologiedagen 1994                 |
| (3) Vra: 9406.03: Verbindingsletter                                     |
| (4) Med: 9406.04: Aankondiging congres "Het behoud van de Nederlandse   |
|                   Nederlandse spelling", Nijmegen, 11 juni 1994         |
| (5) Med: 9406.05: Een nieuwe elektronische Arthur-lijst                 |
|                                                                         |
| Neder-L-tips:                                                           |
| =============                                                           |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB Neder-L                                        |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
|   (dit geldt ook voor Internet-gebruikers die bijdragen willen leveren) |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 31 May 1994 15:41:05 +0100 (MET)
From: "Coppen, Peter-Arno" <U250005@VM.UCI.KUN.NL>
Subject: Col: 9406.01: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XII: "Als een bom"

LINGUISTISCH MINIATUURTJE XII: “Als een bom”

Iedereen die ooit een college zinsontleding heeft gegeven, of gevolgd en daarbij goed opgelet, kent de twee zinnen “Als student woonde hij op kamers” en “Als een student woonde hij op kamers”. Deze voorbeelden gelden als een standaard voor het verschil tussen bepaling van gesteldheid en bijwoordelijke bepaling. Het predikatieve verband dat bij de bepaling van gesteldheid verondersteld wordt, manifesteert zich het duidelijkst als in de twee zinnen plotseling het woord “student” wordt vervangen door “beest”. De eerste zin krijgt een absurde betekenis waarin het onderwerp letterlijk een beest geweest is, en in de tweede zin wordt slechts beestachtigheid over het subject geprediceerd. Fijne voorbeelden, didactisch effectief, niets mis mee.

Ik haat het om roet te gooien in een maaltijd waar op het eerste gezicht niets op aan te merken is. Maar mijn achterdocht is sterker dan mijn gevoel voor orde en regelmaat. Ik snap wel dat in de tweede constructie “als een student” iets zegt over de wijze waarop het subject op kamers woonde, en dat het als zodanig als een adverbiale bepaling dient te worden aangemerkt, maar dat roept toch een aantal vraagtekens op.

Ten eerste: de bepaling van gesteldheid is gedefinieerd als een predikatief (naamwoordelijk) verband met een van de andere zinsdelen. Daarom is zij te parafraseren met een naamwoordelijk gezegde: “Als student woonde hij op kamers” wordt “Toen hij student was woonde hij op kamers”. Maar waarom kan ik nu “Als een student woonde hij op kamers” parafraseren met “Toen hij op kamers woonde, was hij als een student”? Ik zie wel dat het net andersom is, maar hoe ontleed ik dan “hij was als een student”?

Bijvoorbeeld zo: “hij is als een beest” kan ik parafraseren met “hij is beestachtig”. Dus “als een beest” heeft dezelfde functie als “beestachtig”. Het laatste is zeker naamwoordelijk deel van het gezegde, het eerste dus ook?

Toch heeft de constructie “hij is als een beest” niet alle kenmerken van een naamwoordelijk gezegde. Zo kan de woordgroep “als een beest”, gemakkelijk achter de persoonsvorm in de bijzin geplaatst worden: “omdat hij is als een beest, mag hij niet komen”. Bovendien kan niet zomaar ieder koppelwerkwoord ingevuld worden in plaats van “zijn”. “Hij blijft als een beest” kan nog wel, maar *”hij lijkt/wordt/raakt als een beest” wordt wel heel erg vreemd. Tenslotte zou men kunnen stellen dat hier het zelfstandige werkwoord “zijn” gebruikt wordt, met een betekenis als “bestaan” of “leven”.

Aan de andere kant zijn er argumenten om “als een beest” toch maar wel als naamwoordelijk deel te benoemen. Naast de semantisch corresponderende parafrase met “beestachtig” kunnen we het ook nevenschikken met onverdachte naamwoordelijke delen: “hij is onhandig, ruw en soms zelfs als een beest”. En we kunnen een predikaatanafoor construeren: “hij was als een beest, en eigenlijk was zijn hele familie DAT ook al”.

Wat is hier nu aan de hand? Een cruciaal punt is natuurlijk dat “als” een voegwoord is, hetgeen de constructie “als een beest” tot een zin maakt (parafrases met “zoals” en “gelijk” bevestigen dit). Deze zin is aan te vullen: “hij woonde op kamers, zoals een student op kamers woont”. Maar ook: “hij is, zoals een student is”. Daarom kan de als-constructie voor of na de persoonsvorm in de bijzin staan. Immers, ook sententiele predikaten mogen in die positie staan: “omdat hij eindelijk is wie hij wilde zijn…”.

Maar hoe ontleden we nu “hij is zoals een student is”? Hier lijkt tenminste in de bijzin, toch sprake van een zelfstandig werkwoord “is”. Althans, er is geen zichtbaar naamwoordelijk deel. Dat zou de constructie tamelijk exceptioneel maken, want een zin als *”een student is” lijkt in isolatie onmogelijk. Dit wijst erop dat hier lege elementen in het spel zijn die gekoppeld zijn aan de constructie.

Het meest waarschijnlijk lijkt me dat de constructie een samentrekking is van een normale constructie als: “hij is zo slim als een student slim is.” In deze constructie dient het tweede “slim” weg te blijven, net als in comparatiefconstructies: “hij is zo slim als een student 0 is”. Vervolgens kan de specifieke kwaliteit in het ongewisse gelaten worden door ook het eerste “slim” weg te laten: “hij is zo 0 als een student 0 is”. Tenslotte kunnen ook “zo” en de persoonsvorm “is” wegblijven: “hij is 0 0 als een student 0 0”. “als een student” is dus zowel een bijwoordelijke bepaling (dan is het “als een student 0 0”) bij het naamwoordelijk gezegde, als het naamwoordelijk gezegde zelf (dan is het “0 0 als een student 0 0”).

Wat zegt dit nou over “als een student woonde hij op kamers”? In ieder geval lijkt er geen principieel verschil met “beestachtig”. Uiteraard kunnen we dan het predikatieve verband met het werkwoord leggen (“het wonen is beestachtig”), maar de lezing als bepaling van gesteldheid lijkt me niet uitgesloten. Daar gaan onze mooie voorbeelden.

Peter-Arno Coppen

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 24 May 1994 16:20:49 +0100 (METDST)
From: Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>
Subject: Med: 9406.02: Call for papers: morfologiedagen 1994

Groningen, 20 mei 1994

Call for papers

De morfologiedagen 1994 worden dit jaar gehouden te Groningen, en wel op donderdag 1 en vrijdag 2 september 1994. Lezingen duren in principe dertig minuten plus discussie.

Stuur samenvattingen van ten hoogste vijftien regels voor 1 augustus 1994 aan:

Ton van der Wouden
Vakgroep Nederlands RUG
Postbus 716
9700 AS Groningen
vdwouden@let.rug.nl
050-635632

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 24 May 1994 19:38:32 +0100 (CET)
From: Henk Wolf <H.A.Y.Wolf@stud.let.ruu.nl>
Subject: Vra: 9406.03: Verbindingsletter

L.S.

De laatste tijd kom ik nogal eens samengestelde woorden tegen van het type werkwoordcluster, klantproblemen. Bij deze samenstellingen wordt geen tussenletter gebruikt. Ik vind dat opvallend. Zelf zou ik werkwoordScluster en klantENproblemen schrijven. Ik vraag me af of dit een dialectisme is in mijn eigen taal of dat er hier werkelijk iets aan het veranderen is. Ik zou graag willen horen hoe anderen dit ervaren, of iets dergelijks hun ook is opgevallen en of zij wellicht een verklaring kunnen geven. Referenties zijn ook bijzonder welkom.

Henk

+----------------------------+
|   ///  Henk Wolf   \\\     |
|  /  O\___       ___/O  \   |
| |c    ___)     (___     )  |
|  \_\_/             \o__/   |
| H.A.Y.Wolf@stud.let.ruu.nl |
| Post:  Trans 10   0.16-ATW |
| 3512 JK Utrecht  Nederland |
+----------------------------+

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 27 May 1994 10:25 +0100 (MET)
From: Anneke Nunn <NUNN@LETT.KUN.NL>
Subject: Med: 9406.04: Aankondiging congres "Het behoud van de Nederlandse spelling", Nijmegen, 11 juni 1994

           *********************************************
           *                                           *
           *  Het behoud van de Nederlandse spelling   *
           *                                           *
           *     Aula/Congresgebouw K.U. Nijmegen      *
           *                                           *
           *        zaterdag 11 juni 1994              *
           *                                           *
           *********************************************

Congresorganisatie:
Anneke Neijt
Anneke Nunn
Iris Roggema
Vakgroep Nederlandse Taal- en Letterkunde

Op zaterdag 11 juni presenteren de leden van de Spellingcommissie van de Nederlandse Taalunie hun onderzoek en de wijzigingsvoorstellen die de afgelopen maanden zoveel stof hebben doen opwaaien. In korte lezingen leggen zij de geschiedenis, de problemen en de systematiek van de spelling uit en geven zij toelichting op de visie:

onderhoud is het behoud van de spelling.

Voor iedereen die in zijn vak te maken heeft met spelling is deze dag een goede gelegenheid om op de hoogte te raken van de wetenschappelijke achtergronden van het spellingsdebat. En natuurlijk is er gelegenheid tot discussie.

PROGRAMMA

9.30-10.30 Koffie en registratie
10.30-10.35 Inleidende Woorden
Dr. Gerard Verhoeven
10.35-11.05 Besluitvorming in de spellingsgeschiedenis
Prof. dr. G. Geerts
11.05-11.35 Alles behalve de letters (en dan toch de puntjes op de i)
Dr. J.J. Zuidema
11.35-12.05 Hoe veel het was en hoe vaak
Drs. P.C. uit den Boogaart
12.05-13.15 Lunch
13.15-13.45 Bastaards en andere vreemde woorden
Dr. V.J. van Heuven
13.45-14.15 Van orthographie naar ortografie
Prof. dr. A.H. Neijt
14.15-14.45 De spelling van de /k/lank
Prof. dr. S. de Vriendt
15.00-15.30 Help’ttrema
Dr. V.J. van Heuven
15.30-16.00 Tenslotte de tussenklanken
Prof. dr. G. de Schutter
16.00-16.30 Discussie

Inschrijfkaarten zijn te krijgen bij het bureau Congresorganisatie, mw. M.L. Bluyssen, telefoon (080)61 21 84. Het inschrijfgeld bedraagt f.75,- inclusief koffie en borrel (studenten f.25,-, AIO’s f.40,-). De kosten van de lunch (f.15,-) zijn daarbij niet inbegrepen. Het inschrijfgeld en de lunchkosten moeten voor 4 juni worden overgemaakt op giro 1781085 t.n.v. Congresorganisatie KUN, Comeniuslaan 2 te Nijmegen. Vermeld uw naam en het projectnummer 302027. Wanneer u niet aan de lunch wilt deelnemen, kunt u zich ook ter plekke inschrijven.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 30 May 1994 12:43:56 +0000 (GMT)
From: Hans.B.Voorbij@let.ruu.nl
Subject: Med: 9406.05: Een nieuwe elektronische Arthur-lijst

Beste Neder-L-abonnees,

Het was aanvankelijk mijn bedoeling een kort overzichtje te maken voor de Neder-L-lezers van interessante mailing-lists. Maar het komt er vandaag, en vermoedelijk zelfs de komende maanden niet meer van, door omstandigheden.

In ieder geval wil ik onderstaand bericht, geplukt van MEDTEXTL (Medieval Texts – Philology Codicology and Technology” alvast even doorsluizen. Ik denk dat informatie over een Arthur-lijst echt wel op z’n plaats is.

Hartelijke groet,

Hans Voorbij

= = = = = = = = = = =

From: Deborah Everhart <everhart@CATS.UCSC.EDU>
Subject: ArthurNet discussion

ANNOUNCEMENT

Moderated discussion on ArthurNet:
The Knight of the Cart and Critical Theory”
moderated by Robert S. Sturges, University of New Orleans

Through June 15, ArthurNet is sponsoring a discussion of theoretical approaches to Chretien’s Knight of the Cart (or Lancelot). This discussion will result in a special issue of Arthurian Interpretations devoted to this topic, so please consider this opening statement both as an invitation to participate in the network discussion and as a call for papers. To participate in the discussion, subscribe to ArthurNet by sending the command “sub arthurnet [your name]” to listserv@morgan.ucs.mun.ca. To post to the list after you have subscribed, send mail to arthurnet@morgan.ucs.mun.ca. All contributions to this discussion should carry the subject line Knight of the Cart. Questions concerning the list should be sent to the listowner (who is also the Assistant Editor of Arthurian Interpretations) Deborah Everhart (everhart@gusun.georgetown.edu).

OPENING STATEMENT:
The questions we ask of a text determine, in part, what the text says to us. That is to say, our critical approaches, methods, or theories will contribute to the interpretation or meaning that emerges from any text. Medievalists (such as Julia Kristeva, Umberto Eco, Hans-Robert Jauss, and others,) have been in the forefront of developments in poststructuralist critical theory, and hence are one source of the new kinds of questions literary scholars ask of texts, and of the kinds of answers texts now provide.
This discussion is intended to help us all become more self-conscious about what questions we are asking of The Knight of the Cart.

As recent discussions of poststructuralist theory on other networks have demonstrated, many medievalists have found such theoretical approaches to be both congenial and productive in reading and in teaching medieval texts.
Many others would like to become better acquainted with the wide range of poststructuralist theoretical stances, from deconstruction and reception theory through psychoanalysis and various feminisms, to recent developments in New Historicism, in cultural criticism, and in the analysis of gender and sexuality. This discussion is intended for both groups of medievalists, and for non-medievalists as well. We will focus it on The Knight of the Cart because it is a widely taught text in the Arthurian tradition, often translated and easily available to all. If this discussion proves to be of sufficient interest, we hope to hold similar discussions of other Arthurian texts in the near future. Some questions and comments to get us started follow; feel free to ask your own questions as well.

For those who regularly approach medieval and/or Arthurian literature from a self-consciously theoretical standpoint: Is there some particular affinity between medieval literature and poststructuralist theory (as the prominence of medievalists in the field might suggest)?
If so, how is that affinity reflected in Chretien’s text? How does the historical distance of The Knight of the Cart from us affect its receptivity to the questions posed by twentieth-century theory? What theoretical approaches have you found most fruitful when you teach this text to different audiences? Are they the same approaches you find productive in your scholarship? How has a familiarity with poststructuralist criticism altered your understanding of The Knight of the Cart? What questions have these theories allowed you to ask of it that you might not have asked otherwise? And how has Chretien’s text responded to these questions?

For those who are approaching this material for the first time, what kind of scholarly or pedagogical work on this text is missing from critical discussions of it? What should be done with it that has not yet been done?
We should all feel free to share syllabi, bibliographical references, etc. We should also feel free to respond critically to any theorei tical stance: what theoretical approaches have you encountered that you do not find helpful or productive? Let’s keep all responses polite: I hope this discussion can be conducted without the rancor or ill-will apparent in some discussions of critical theory.

To get the ball rolling: in my graduate seminar on medieval literature and critical theory, I have used The Knight of the Cart in conjunction with Lacanian psychoanalytic theory, both to test Lacan’s implication that his theories are transhistorical (i.e. that they can be applied to texts that are historically distant) and to try and account for the unusual position that The Knight of the Cart seems to hold in the genre of medieval romance (and particularly in Chretien’s oeuvre). If romance typically moves toward an alienated hero’s reintegration into society, then Lancelot does not fit comfortably into the genre, as his reintegration into Arthur’s court seems heavily ironic (his adulterous affair with the queen will continue). Lacan’s suggestion that an individual’s inability to move beyond the “mirror stage” or the “imaginary” phase of psycho-social development into the “symbolic order” of language is regressive, and may be caused by the failure of the paternal metaphor, finds a striking medieval parallel in The Knight of the Cart: Lancelot an and the queen refuse their society’s symbolic order, regressing instead to their own, private “imaginary” language (in which riding in a cart, for example, has a meaning directly opposed to that which it has in their society’s normal discourse).
It is thus no surprise to find Arthur’s “paternal metaphor” so ineffective, or to find, in the famous episode of the comb and hair, a tendency toward fetishism on Lancelot’s part. This argument may be found more fully developed in my article “La(ca)Ncelot” (Arthurian Interpretations 4.2 [Spring, 1990]: 12-23), and I suspect that a similar analysis might be undertaken of other romance texts in which the hero’s reintegration either is problematical or simply does not take place, for instance Marie de France’s Lanval.

What other questions might we ask of Chretien’s text, in order to find different answers? How, for instance, might the feminist responses to Lacan challenge or alter the reading I just offered? Much scholarship on Chretien has also focused on semiotics, and seems to imply a basis in reception theory; can we make such readings more explicit about their theoretical orientations? How might older kinds of reading–allegorical, New Critical, literary-historical–be revised in light of poststructuralist developments? The term “poststructuralism” itself seems to imply that all such readings are somehow related; is that a valid assumption?

–Robert Sturges

-Einde-------------------- Neder-L, no. 9406.a --------------------------