Gedicht: J.A. Dèr Mouw • God’s wijze liefde had ’t heelal geschapen

Vorige week honderd jaar geleden overleed J.A. Dèr Mouw – Bertram Mourits staat daar in het Literatuurmuseum bij stil. Het gedicht hieronder komt uit een na Dèr Mouw’s dood verschenen verzencyclus, waarin hij terugkeek op zijn jeugd.

God’s wijze liefde had ’t heelal geschapen:
vol lente, net als de appelbomen bloeien;
weldadig-groen liet voor het vee Hij groeien
het gras, voor ons doperwtjes en knolrapen,

’t varken om spek en ham, om wol de schapen,
om boter, kaas, melk, leer, vlees, been de koeien;
waar steden zijn, liet Hij rivieren vloeien;
het zonlicht spaarde Hij uit, als wij toch slapen. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Vlogboek – Rob van Essen / Marente de Moor / Erik Jan Harmens

In deze video vind je een bespreking van de volgende drie boeken:
Rob van Essen – De goede zoon
Marente de Moor – Foon
Erik Jan Harmens – De man die in zijn eentje de Olympische Spelen organiseerde

(Bekijk deze video op Youtube.)

Geplaatst in video, vlog | Een reactie plaatsen

Ik vind hem weinig ondom

Door Marc van Oostendorp

Er zijn onderzoekers die mij altijd laten juichen als ze weer eens een artikel op internet laten circuleren. Karen De Clercq is zo iemand: er is altijd op zijn minst wel een aardige observatie in haar werk, iets over het Nederlands dat volkomen overeenstemt met mijn taalgevoel maar waarover nog nooit iemand anders iets heeft gezegd of geschreven.

Nu staat er dus weer een encyclopedisch artikel van haar op Lingbuzz, een archief waar taalkundigen hun nog niet gepubliceerd materiaal kunnen plaatsen. Het artikel gaat onder andere over de observatie (die niet van De Clercq is, maar al in 1883 schijnt te zijn gedaan door de Duitse jurist Rudolf von Jhering) dat voorvoegsels als on- wel aan positieve adjectieven zoals gelukkig en wijs kunnen worden gehecht, maar niet aan negatieve zoals droevig en dom:

  • ongelukkig, onwijs, onvriendelijk, ongezond,….
  • ondroevig, ondom, ongrimmig, onziek,…. [vreemd/uitgesloten]
Lees verder
Geplaatst in geen categorie | 8 Reacties

Gedicht: Alfred Kossmann • Toen ik dat las, Cornelis Bastiaan

Op Vaandrager’s gedicht van gister, over Anna Blaman, reageerde Alfred Kossmann (in Hollands Maandblad) als volgt: 

Toen ik dat las, Cornelis Bastiaan,
dacht ik: zo heette ze niet,
ze heette Johanna Petronella
en het stierf er niet van de katten,
er waren twee Siamezen.
Ze lag altijd op haar brede bed
waar overdag een divankleed over was gespreid.
Of eigenlijk lag ze niet,
ze hing tegen kussens.
In dat bed is zij gestorven
naast een vriendin die een dag of twee later
toestemming vroeg en kreeg
om nog een nacht bij haar te slapen.

Ik heb naast die vriendin in de begrafenisauto gezeten,
het was erg warm en ze huilde aan een stuk.
Haar man die van niets wist, zeiden ze,
keek onder het zwarte gordijntje door
en begon een gesprek over het vliegveld Zestienhoven. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | 2 Reacties

‘De jood’ (1785)

Jeugdverhalen over joden (46)

Door Ewoud Sanders

‘De jood’ (1785)
Auteur: Christian Gotthilf Salzmann (1744-1811)

Herkomst en drukgeschiedenis

Christian Gotthilf Salzmann

Salzmann was een Duitse predikant en pedagoog. In 1784 stichtte hij op landgoed Schnepfenthal in Waltershausen (Thüringen) een eigen opvoedingsinstituut. Salzmann behoorde tot de laat-achttiende-eeuwse Duitse pedagogen die bekendstaan als filantropijnen. Zij propageerden dat er in de opvoeding geen hoger gezag bestaat dan de rede/het gezonde verstand.

         Salzmann schreef diverse pedagogische werken en lesboeken. Daarnaast schreef hij allerlei zedenlessen voor de jeugd. Het verhaal ‘De jood’ verscheen in Unterhaltungen für Kinder und Kinderfreunde, een reeks die verscheen tussen 1778 en 1787. Het verhaal werd ten minste twee keer in het Nederlands vertaald en vier maal gepubliceerd: in 1825, 1792, 1793 en 1820. In de samenvatting is geciteerd uit de tweede vertaling uit 1792.

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Onno Kosters, Duisternis

Uit mijn hoofd (2)

Door Marc van Oostendorp

(Bekijk deze video op YouTube)

Een paar maanden geleden verscheen de nieuwe bundel van de anglist en dichter Onno Kosters, Waarvan akte. Ik leerde het eerste gedicht uit de eerste afdeling uit mijn hoofd: Duisternis.

Die eerste afdeling bestaat uit allerlei gedichten vol doem en verderf. Het laatste gedicht in die afdeling heet ook Duisternis. Dat is een vertaling van een bekend gedicht (‘Darkness’) dat Byron schreef in het ‘jaar zonder zomer’, toen na een vulkaanuitbarsting op Soembawa grote delen op aarde, ook in Europa, een microklimaatverandering ondergingen die een apocalyptisch gevoel weergaven.

Lees verder
Geplaatst in video | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: C.B. Vaandrager • I remember Anna

Op 13 juli 1960 overleed Anna Blaman (Johanna Petronella Vrugt).

I remember Anna

De de Vliegerstraat is een straat
waar ik zelden of nooit iets te zoeken heb.
Ik rij er langs, dat is alles.
Ik rij er regelmatig langs, dat is een feit,
en altijd moet ik even denken
aan Johanna F. Vrugt
en het benedenhuis op nr. 50a

Ik ben er 1,
hooguit 2 keer geweest.
Het stierf er van de katten.
Ze lag altijd in bed
of op een divan onder de dekens
Ze was altijd ontzettend hartelijk.
Ik vond haar ontzettend lelijk en ontzettend aardig.
Maar laten we eerlijk zijn:
schrijven kon ze niet.


Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992)
Made in Rotterdam, Gard Sivik 32

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Mijn innige overtuiging is, dat er slechts een praktisch wapen is, het heet geweld

De Multatulileescursus (40)

Door Marc van Oostendorp

– Het is ook wel aardig aan het werk van Multatuli dat enkele van de grootste lezers van de afgelopen anderhalve eeuw zich aan zijn werk hebben gewijd. Lezers zoals J.J. Oversteegen, van wie we vandaag dan zijn De redelijke Natuur. Multatuli’s literatuuropvatting gelezen hebben.

– Ja, voor een schrijver die zo veel klaagde dat ‘men niet lezen kan’ is Douwes Dekker goed bediend.

– Het aardige is dat Oversteegen in dit boekje goed laat zien wat dat eigenlijk is, goed lezen volgens Multatuli: lezen met volledige inzet. Lezen moet een ontmoeting zijn, alleen de moeite waard als de schrijver het onderste uit de kan haalt, maar ook de lezer alles geeft: al zijn aandacht, al zijn kritische zin. Het is geen lolletje, lezen en schrijven – er staat enorm veel op het spel. En er kan ook veel uit komen, volgens Multatuli:

Wanneer we dan by dat alles nog letten op ’t verschil der zieletoestanden van de beschouwers, die ’n kaleidoskopische oneindigheid van opvatting te-weegbrengen, waaraan de kunstenaar zelf niet kan gedacht hebben – omdat deze, hoe universeel ook van opvatting, toch altyd slechts éénling blyft – dan komen wy tot de slotsom dat Kunst ’n schatkamer is, waaruit zorgvuldige gebruikers meer weten te putten dan de bekwaamste rentmeester daarin neerlegde.

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , | Een reactie plaatsen

Gedicht: De bedelaar / Le mendiant • Willem Elsschot

Onlangs verschenen: de tweetalige bundel Het huwelijk / Le mariage – met 17 gedichten van Willem Elsschot die door meestervertaler Paul Claes in het Frans werden vertaald.

De bedelaar

Ik word van lijf en leden veel te zwaar
om nog bij ’t volk erbarmen op te wekken.
Toch kan ‘k mijzelf niet tot een brandhout rekken,
noch kan dat iemand anders, is ’t niet waar?

Een apotheker geeft mij altijd pillen,
in plaats van geld: ’t zijn pillen voor het vet
dat zich meedoogenloos heeft vastgezet
in dikke lagen, op mijn buik en billen.

Geen medicijnen brengen echter baat
noch zweeten, vasten, biechten en novenen;
zij doen mijn vet niet smelten, maar versteenen.
Kom hier en voel, Mijnheer, en geef mij raad.

Als ’t God belieft, dan wordt het dertig jaren,
aanstaande Paschen, dat ik voor mijn brood
de hand reik en mijn schamel hoofd ontbloot.
Maar wie kan Zijn beschikkingen verklaren?

Rotterdam, 1909

Lees verder
Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Één reactie

Houben, Ploumen, Ingenhousz

Familienamen: hoe spreek je ze uit

door Jan Stroop

Afgelopen voorjaar heeft de VPRO de tv-serie ‘Rond de Noordzee’ uitgezonden. Die serie is gemaakt door Arnout Hauben. Toen ik die naam in een reclamespotje hoorde, zag ik dit woordbeeld voor me: Houben en dacht: die presentator weet dus niet hoe je die naam moet uitspreken, namelijk zoals de naamdragers dat zelf doen. Die zeggen immers Hoeben [hubə]. Maar wie dat niet weet, zegt [hɑubə] als ie Houben ziet staan. Later zag ik in de gids dat er Hauben stond. En dat is een ander verhaal.

Lees verder
Geplaatst in geen categorie | 20 Reacties