Gedicht: Hendrik de Vries • Koorts

Koorts

Hoor! Zoo is nooit gezongen! Hoor!
’t Behang bewoog,
En ’t haar van ’t zwaarbewimperd oog.
Wat vloog
De ruimten door?

’t Zal morgen zijn
Of ’t niet bij nacht zoo hard met zweepen
Geslagen had. –
Zie door ’t gordijn
De geesten in hun koude schepen!

De takken schaven aan de randen
Van ’t venster. In de verte fluit
Het altijd helder langs de landen.
De dieren op de wanden
Verdwijnen. ’t Licht gaat uit.

Hendrik de Vries (1896-1989)
uit: De nacht (1920)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Symposium ‘Op je woorden letten’

Als afsluiting van het Matthias de Vriesjaar organiseren wij op donderdagmiddag 5 november een wetenschappelijk symposium over Matthias de Vries en de lexicografie in het algemeen. Met lezingen over voorspellingen over de levensduur van een woord, de rol van De Vries in de neerlandistiek in politieke context, waarom woorden al dan niet toegelaten worden tot een woordenboek en de langetermijnontwikkeling van de lexicografie. De sprekers zijn Freek van de Velde (KU Leuven), Wim Vandenbussche (Vrije Universiteit Brussel), Gijsbert Rutten (Universiteit Leiden) en Dirk Geeraerts (KU Leuven). Daarnaast presenteren Frieda Steurs en Piet van Sterkenburg hun nieuwe boek Geen woord te veel: van INL naar INT. De middag is te volgen via een livestream op YouTube.

Bekijk het programma en volg de livestream

Herdenking Tanneke Schoonheim

Op 25 augustus overleed geheel onverwachts en op veel te jonge leeftijd Tanneke Schoonheim. Zij werkte al 32 jaar bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, later het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), en zetelde in vele besturen van organisaties in binnen- en buitenland. Zo ook in het bestuur van de Historische Vereniging Oud Leiden (HVLO). Om het leven van Tanneke te vieren organiseren het INT en de HVLO op vrijdag 30 oktober een herdenking. De bijeenkomst vindt plaats in Leiden en begint om 15.00 uur. U kunt de herdenking volgen via een livestream.

Regionale voornamen: Groningen

Regionale voornamen in Groningen die tegenwoordig meer dan 100 naamdragers hebben, per gemeente (indeling 2007) waar ze in de 19e eeuw het meest in de omgeving voorkwamen.

Voornamendrift 64

Gerrit Bloothooft en David Onland

We kennen de provincie Groningen van het Gerecht (de Stad), Westerkwartier, Fivelingo, Ommelanden, Oldambt, Veenkoloniën en Westerwolde. Dat onderscheid zien we ook in de regionale voornamen terug. De voornamen die in 19e eeuw streekgebonden waren en dat nog steeds zijn staan hier op de kaart als er nu meer dan 100 mensen zijn die ze dragen. Meteen valt in het Westerkwartier de -tje verkleining na een k op, waar we gewoonlijk -je gebruiken (Auktje), de van oorsprong Oudgermaanse -o uitgang voor mannennamen in Oost- en Zuid-Groningen en daar ook de -ien(a) verkleining in vrouwennamen die zich in Drenthe voortzet. De herkomst van voorouders van NOS presentatrice Annechien Steenhuizen en astronaut Wubbo Ockels laat zich raden.

Lees verder >>

Een nieuw leerboek over onderzoeksvaardigheden in de letteren en de boekgeschiedenis

Door Ton Harmsen

Ik weet nog goed hoe ik voor het eerst door Bert van Selm werd meegenomen naar de UB van Amsterdam. Ik voelde me daar als een kat in een vreemd pakhuis, maar Bert toonde me enthousiast als altijd een aantal kaartenbakken die zouden leiden tot het Walhalla. Ik weet ook nog hoe ik teleurgesteld naar huis ging: dat soort boeken hadden wij in Leiden ook, wat moest ik dan aan het Singel? Maar al spoedig kon ik voor mijn doctoraalscriptie niet meer zonder de kaartenbakken van de UB-Amsterdam, de KB-Den Haag en na enige tijd zelfs de UB-Leuven en de KB-Brussel. Van Selm kon ook eindeloos vertellen over zijn bezoeken aan de Bibliotheca Augusta in Wolffenbüttel en toen ik een semester in Napels doceerde was mijn lievelingsplaats al spoedig de Biblioteca in het Palazzo Reale.

Neerlandistisch onderzoek speelt zich af over de hele wereld. In Petersburg houdt Irina Michajlova van de Beatrijs en vertaalt zij Gorter – zij heeft ook een schat aan zeventiende-eeuwse Nederlandse boeken onder handbereik, waaronder talrijke unica, in de Openbare Staatsbibliotheek Saltykov-Shchedrin. Dat is maar één van de vele voorbeelden. Een onderzoeker moet niet bang zijn – in onze tijd wel uiterst voorzichtig – te reizen. Ik had mijn mentor in Bert van Selm, het is het vuur dat een ervaren docent in jonge onderzoekers opwekt en aanwakkert.

Lees verder >>

Van Groot-Brittannië tot Amerikaans president Donald Tusk: Wat kunnen we leren uit een jaar “Taalfout opgemerkt”?

Door Michaël Claessens, Ruud Hendrickx en Eline Zenner

“Te veel taalfouten opgemerkt.” Met die titel kondigde VRT-ombudsman Tim Pauwels in januari 2019 de knop “Taalfout opgemerkt?” aan. Bijna een jaar en meer dan 20.000 meldingen later was de tijd rijp voor een evaluatie van de knop. Een analyse van duizend meldingen leerde ons wat de melders te zeggen hebben en hoe ze dat doen.

Lees verder >>

Gedicht: Nachoem M. Wijnberg • Mozes of Mozes

Uit Joodse gedichten, de nieuwe bundel van Nachoem M. Wijnberg.

Mozes of Mozes

Mozes of Mozes,
vraagt Mozes,
want dat is eindelijk een vraag waar hij Mozes op wil antwoorden,
en waar staat zijn Mozes:
ver genoeg van hem af dat hij niet hoort
hoe hij zegt: Mozes, Mozes,
Mozes? Wat vreemd is aan de man Mozes,
bijna alles, zijn naam, dat het was alsof hij de enige was
die met een mens zou kunnen spreken
(of genoeg gezicht naar gezicht om te zien
dat hij geen gezicht zag). In de ochtend schrijft hij op waar ze weggaan
en in de avond, voordat het helemaal donker is, waar ze dan zijn,
zo weet hij later dat ze opnieuw zijn
waar ze eerder waren, zelfs veertig jaar geleden,
want soms lopen zij in cirkels zoals wie verloren is
in een bos. (Rasji schrijft dat het grootste wat Mozes deed
het breken van de bladzijden van steen was waarop geschreven was,
omdat hij zag dat het volk die anders op een altaar gelegd had
en hij brak ze ‘voor hun ogen’. Hij brak ze in scherven,
alsof hij ze zelf geschreven had
en plotseling zag waar hij zich vergist had). Ach man Mozes,
je weet niet waar Mozes is? Maak je geen zorgen,
als de grens opengaat
kan iedereen Mozes zijn. Je trekt nog zo’n gezicht dat je beter kan uitvegen,
alsof een van je Mozessen je gezegd heeft
dat als de grens nu opengaat
jij aan de andere kant moet blijven om op de achterkant
van je woorden te schrijven.

Nachoem M. Wijnberg (1961)
uit: Joodse gedichten (2020)

Foto: FEB


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Ruim 40 jaar Kinderen voor Kinderen: hoe de weldoener veranderde in een rolmodel

Je hoeft anno 2020 maar een nieuw Kinderen voor Kinderen-nummer op YouTube aan te klikken om te zien dat dit programma in de 41 jaar van zijn bestaan onherkenbaar is veranderd. Maar wat zeggen die veranderingen over het verschuivende kindbeeld in Nederland? Dat onderzochten letterkundigen Feike Dietz en Laurens Ham van de Universiteit Utrecht.

Lees verder >>

Ontdek het literaire laboratorium van Harry Mulisch

Op 30 oktober is het tien jaar geleden dat Harry Mulisch overleed. Samen met W.F. Hermans en Gerard Reve vormde hij ‘de grote drie van de Nederlandse literatuur’. Hij leeft voort in zijn uitzonderlijke oeuvre dat voor het grootste gedeelte tot stand kwam in zijn werkkamer, een ware schatkamer waarin niets aan het toeval is overgelaten. Alle boeken, prenten, beelden en voorwerpen hebben iets te maken met zijn werk en sommige objecten komen er zelfs herkenbaar in voor. Mulisch was een opvallende persoonlijkheid die niet alleen zijn werkkamer, maar ook zijn imago zorgvuldig cureerde en daardoor ongrijpbaar leek. Wie een kijkje neemt in zijn werkkamer leert hem tóch beter kennen, als mens en als schrijver. Het Literatuurmuseum in Den Haag, dat de literaire nalatenschap van Mulisch in zijn collectie heeft, presenteert met de online tentoonstelling De oneindige Mulisch op literatuurmuseum.nl een avontuurlijke reis door zijn universum.

Lees verder >>

Rob van de Schoor, Ook op de hoeken der straten

neemt men zeer belangrijke levensverschijnselen waar: negentiende-eeuwse literaire jour­na­listiek van Frederik van Hogendorp, J.A. de Bergh en Carel Vosmaer

‘Literatuur op sandalen’: zo noemde Damas (Frederik van Hogendorp) zijn ‘Haagsche Omtrekken’, de prozastukjes in losse trant die hij schreef voor twee dagbladen, Het Vaderland en het Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage. Feuilletons, waarin de actualiteit op humoristische toon werd becommentarieerd en die de lezer aanspoorden tot nadenken, werden ook geschreven door de querulant J.A. de Bergh, die de Haagse gezagsdragers het leven zuur maakte met zijn ‘Haagsche Penkrassen’.

Lees verder >>

Ogenglans en offerlam – over erotiek en mystiek bij Jan Engelman

Door Danny Habets

Voor de katholieken te vrijzinnig, voor de vrijzinnigen te katholiek. De dichter Jan Engelman werd tijdens de hoogtijdagen van zijn dichterschap zowel vereerd als verguisd. In dit artikel worden enkele gedichten uit zijn bekendste bundel Tuin van Eros nader beschouwd, in een tweede aflevering zullen de kritische reacties van tijdgenoten aan de orde komen.

Lees verder >>

Gedicht: W.F. Oostveen • Mijn schaapje

Mijn schaapje

Ik ken een aardig schaapje,
’t Loopt ginder in de wei,
Het huppelt en het springt maar
Heel vergenoegd en blij.

Het dartelt in de weide
De ganschen langen dag
En eet en drinkt met luste,
Al wat het gaarne mag.

Was ik maar eens zoo’n schaapje,
Dan zat ik nu niet hier,
Dan ging ik nooit naar school toe
En had maar steeds plezier.

Wel jongen lief, wat zegt ge,
En meent ge dat? Och kom,
Dan bleeft ge net als ’t schaapje,
Uw heele leven dom.

W.F. Oostveen (1849-1890)

Foto: raymond


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

uiteenzetting / beschouwing / betoog

Verwarwoordenboek Vervolg (189)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

uiteenzetting / beschouwing / betoog     

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar er zijn verschillen.

Lees verder >>

Gijsbert Rutten nieuwe hoogleraar Historische Sociolinguïstiek van het Nederlands

Universiteit Leiden

Per 1 juli startte Gijsbert Rutten als bijzonder hoogleraar Historische Sociolinguïstiek van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. Rutten, ook werkzaam als Onderwijsdirecteur bij het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL), zal onder andere onderzoek gaan doen naar de historische relatie tussen het Frans en het Nederlands.

Lees verder >>

Nieuw nummer ‘Nederlandse Letterkunde’ verschenen

Onlangs verscheen Nederlandse Letterkunde 2020-2 met de volgende inhoud:

Artikelen

Ted Laros, Literatuur, politiek en recht in Nederland, 1945-1952. De zuivering van het literaire veld door de Ereraad voor de Letterkunde en de Centrale Ereraad voor de Kunst

Marc van Zoggel, ‘Een homo is minder verdacht dan een held’. Literaire verbeeldingen van Michiel de Ruyter en het nationale-identiteitsdebat na 2001

Lees verder >>

‘Ik mis de verrukking van Hella’

Door Marc van Oostendorp

Voetnoten zijn een bedreigd genre. Ze verdragen zich niet goed met digitaal lezen. Steeds minder publicaties doen eraan – ook Neerlandstiek niet. Terwijl er in een goede voetnoot vaak een hele wereld verborgen zit.

Het boek Het masker van Rob Nieuwenhuys van Tom Phijffer is een voetnoot in de vorm van een boek. Het gaat blijkens de ondertitel om ‘de reconstructie van een vergeten reis naar Indonesië’. Het is, denk ik, niet overdreven om te zeggen dat slechts heel weinig mensen op de wereld ernaar verlangden dat uitgerekend die reis – van de letterkundige Rob Nieuwenhuys in 1971, in opdracht van de Nederlandse regering – aan de vergetelheid zou worden ontrukt. Maar Phijffer heeft dat toch maar mooi gedaan.

Lees verder >>

Gedicht: Liesbeth Lagemaat • De rouw van het nevelkind

Uit Vissenschild. Een episch gedicht van Liesbeth Lagemaat. Het gedicht wordt uitgevoerd als gesproken opera op 19 november in Perdu in Amsterdam.

De rouw van het nevelkind

Dan sluipt het schirrezusje langs de plas, haar zweemkompaan
ooit gebotseld uit hersenkrampen van een allenig kinderwezen.

Aan te roepen als een zilveren fluitje in de nacht.
Waar weven draden zich van dauwkind naar Elpis in de ochtend

straks, die komt. Hoe de weteringdamp in zichzelf verwart.
Nevel zoekt: is dat een passende afdruk in gras, kan dampvoet staan

in dat stuk getekende modder. Zuchtzusje spreidt zich uit
op de doofstomme akker. En speurt. Sluierdans, dat ook, maar

vanwege de breuklijn, getrokken vannacht.

Wat blijft: de trekking naar haar. Wat blijft: een richtingloos
zoeken. Zoveel vocht is de wereld ten spijt. Nimbus. Nimbus.

Een bij duikt diep in het vingerhoedskruid, mus bekt stupide in
graangruis, een zinloze wesp tilt zijn achterlijf op, bladnerven

doorlaten een grim van licht. De dag heeft zichzelf in het water
geflikkerd, kringen, plichtmatig. Een tor met zwarte kabots landt

op rietkraag. Hakselstro. Een schunnige zon. Schirrekind spreidt
vingers naar niets. Zal blijven: een echo. Niks geen loutering

is het niets. Zal blijven: gejank dat niet meer uit je schedeldak is
weg te krassen, zal blijven een tong van chloor, schaamte

de doezelveer die elke klank ineen doet stuiken voordat een woord
gebrakt. En dan nog. Niemand hoort. Nevel spreidt zich en spiedt.

Het koolzaadveld overrompelend.

Liesbeth Lagemaat (1962)
uit: Vissenschild (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Oproep: nieuwe leden Raad van advies

Het Nederlands Letterenfonds verwelkomt met ingang van 2021 graag nieuwe mensen in zijn Raad van advies. Zij zullen een belangrijke rol gaan spelen bij de advisering over aanvragen.

Er is behoefte aan mensen met deskundigheid of ervaring op een van deze gebieden: de boekhandel, digitale cultuur, literair educatieve activiteiten (gericht op primair of voortgezet onderwijs en/of mbo), literaire manifestaties en festivals, schrijversbiografieën, en hedendaagse Nederlandse literatuur in de genres non-fictie, proza en/of poëzie.

Lees verder >>

Nieuw nummer ‘Spiegel der Letteren’ verschenen

Onlangs verscheen Spiegel der Letteren 62 (2020) nummer 2 met de volgende inhoud:

Artikelen

Geert Buelens, ‘En wij zijn hier’. Traditie, moderniteit, nationalisme en mercantilisme in en rondom Wij, heren van Zichem

Ad Putter, A Fragment of Boendale’s Melibeus in England. Manuscript, text, and context

Tom Laureys, Sturen en gestuurd worden. De hartstochten en de goddelijke voorzienigheid in drie vroegmoderne Medeatragedies (1648-1667)

Boekbeoordelingen

Roeland Harms over 300 jaar Robinson Crusoe. Jaarboek De Achttiende Eeuw

Paul Pelckmans over Willem Bilderdijk & Katharina Wilhelmina Schweickhardt, Mijn tranen stromen nog. Willem Bilderdijk & Katharina Wilhelmina Schweickhardt over de dood van hun kinderen

Nick Tomberge over Harry A Poeze, Dominee Jac. Jonker, Job Sytzen en de soldaat in Indië

Klaus Beekman over Hans Demeyer & Sven Vitse (red.), Woekering en weigering. Metamorfosen en identiteit in het werk van Jacq Vogelaar

Johanna Bundschuh-Van Duikeren over Anne-Fleur van der Meer, Wouter Schrover, Nelleke Moser & Margreet Onrust (red.), Naar het onbekende. Perspectieven op literatuur, cultuur en kennis

Zie voor meer informatie de website van Spiegel der Letteren.

Een nieuwe aflevering van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten (WVD): Eten en drinken

Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten (WVD) inventariseert de dialectwoordenschat van Frans-, West-, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen. Vlaams is in het WVD dus in zijn dialectologische betekenis opgevat, namelijk als een term voor de dialectgroep in het zuidwesten van het Nederlandse taalgebied. Het is een zusterproject van de reeds afgesloten projecten Woordenboek van de Brabantse Dialecten (WBD, 1960-2005) en Woordenboek van de Limburgse Dialecten (WLD, 1960-2008).

Lees verder >>

Het raadsel der ongelezenheid. De grote drie opgedolven en acuut weer begraven

Door Jos Joosten

Dat was bijzonder, bedacht ik zondagavond voor de tv, een literatuuritem bij Nieuwsuur en het is geeneens Boekenweek! De Grote Drie waren het thema en waarom ze niet gelezen werden. En eigenlijk had dat onderwerp alleen al genoeg waarschuwing moeten zijn. Want wat volgde was herkauwde oude koek, gemaakt door twee redacteuren die evident te lui waren om zich in het onderwerp te verdiepen. Onno Blom draafde op om voor zijn boekenkast wat anekdotes af te draaien; overbekend filmmateriaal was weer afgestoft – waarbij andermaal vastgesteld kon worden dat Reve met grote voorsprong de geestigste was van de drie, met duidelijk ook als enige tv-ervaring (timing en intonatie), en dat Harry Mulisch – anders dan Anton Steenwijk uit De Aanslag – duidelijk geen tandarts in zijn naaste vriendenkring had.

Lees verder >>