Gedicht: Hendrik Marsman • Lezend in mijn boot

Lezend in mijn boot

Ik was nog een jongen toen ik voor het eerst
het verhaal van den Vliegenden Hollander las.
’t was zomermiddag, ik was
in mijn roeiboot de plas
opgegaan en liet mij drijven:
ik lag op mijn rug,
de ruimte, de teerlucht, de lichte golfslag
tegen het boord verrukten mij en ik dacht:
wie kan zeggen, dat hij het licht heeft gezien
en muziek heeft gehoord,
zoolang hij het water niet kent
en dit landschap niet heeft gezien?

van den hemel sneeuwde het licht.

toen nam ik het boek,
dat ik in den wind
boven mij in de oneindigheid hield
en ik las met een schok, die geen twijfel liet,
het verhaal van mijn eigen ziel:
dit was mìjn leven, mijn verzet tegen God,
en groeiend van jongen tot man,
begreep ik dat ik mijn leven lang
veroordeeld was tot dit lot;
en terwijl ik het boek op den bodem wierp
en haastig de riemen greep,
zag ik boven mij in een bliksemzweep
den God, die mij vellen zou.

Hendrik Marsman (1899-1940)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Geplaatst in gedicht | Getagged | Een reactie plaatsen

Onderwerp en persoonsvorm als ANWB-echtpaar: een pleit voor meer narratieven in het grammaticaonderwijs

Door Henk Wolf

Leerlingen die goed zijn in ontleden, zijn niet altijd goed in ontleden. Zeker, ze kunnen een hoog cijfer verdienen door zorgvuldig geselecteerde woorden en zinsdelen in speciaal geconstrueerde zinnetjes juist te benoemen. Maar vaak snappen ze niet wat er nou eigenlijk in een zin gebeurt.

Het probleem

Een kleine illustratie: ooit vroeg ik een groep eerstejaarsstudenten Nederlands tijdens hun eerste studiedag om me te vertellen wat een lijdend voorwerp was en een meewerkend voorwerp en een voorzetselvoorwerp. Op die vragen kwamen antwoorden die getuigden van een goed geheugen, maar niemand wist me een antwoord te geven op de vraag wat nou eigenlijk een voorwerp was – zonder iets van lijdend of meewerkend ervoor. Of een bepaling. Het is alsof ze een herdershond en een keeshond kunnen onderscheiden, maar geen idee hebben dat er een zoiets als een hond bestaat.

Lees verder
Geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas, oproep, schoolvak Nederlands, studie Nederlands, taalkunde | Getagged , , | 2 Reacties

angst / vrees

Verwarwoordenboek Vervolg (123)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

angst / vrees  

Er is een heel klein verschil.

angst               gevoel van benauwdheid door dreigend gevaar of onheil

Na de gasontploffing zat de angst er goed in bij de buurtbewoners.

vrees               gevoel van beklemming door dreigend gevaar of onheil

Ik deel niet de vrees dat door deze maatregel de wijk verder zal verpauperen.

De woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Maar toch is er een – lastig te omschrijven – klein verschil. Kijkt u mee naar de volgende woorden:

            faalangst                     hoogtevrees

            slikangst                      pleinvrees

            vliegangst                    smetvrees

In deze samenstellingen zijn de woorden niet inwisselbaar. Hoe zit dat? Voor angst en vrees zijn de volgende onderscheidingen zijn voorgesteld: 1. Angst is ingebeeld maar vrees heeft een concreet object. 2. Angst is een reactie op een bestaande situatie, bij vrees is die situatie er nog niet. Maar deze onderscheidingen verklaren niet waarom we niet kunnen spreken van faalvrees of hoogteangst, enz.

De volgende twee onderscheidingen lijken beter te verdedigen. 1. Angst is iets heftiger dan vrees. Je krijgt dan als het ware nauwelijks adem meer, vandaar ‘benauwing’ in de omschrijving. 2. Vrees duurt vaak iets langer dan angst, vandaar ‘beklemming’ in de omschrijving. Het verschil is dan gebaseerd op intensiteit én duur.

Tegenvoorbeelden? Ja die zijn er. Want woorden als bindingsangst en levensangst laten zien dat ook angst een duur-aspect kan hebben. Misschien gaat het duur-verschil niet in alle gevallen op, maar het verschil in intensiteit houdt (nog) wel stand. Tenminste wanneer u ook een klein verschil ervaart tussen examenangst en examenvrees, liftangst en liftvrees.

Tot slot nog twee verwante woorden: bang zijn en schrik. Schrik is heftige angst door een plotselinge, gevaarlijke situatie. En Ik ben bang dat is een vaak iets zwakkere variant van vrees, en ook iets minder stijf dan ‘Mijn vrees is dat’.

Geplaatst in column | Getagged , | 2 Reacties

Watersnood-Wilhelmus

Er bestaan tal van varianten van het Wilhelmus. Onlangs is een wel heel bijzondere variant opgedoken: het Watersnood-Wilhelmus uit 1881. Het werd speciaal geschreven voor een groots Watersnoodfeest, dat in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam werd gehouden. De opbrengsten gingen naar de slachtoffers van de grote overstroming die eind december 1880 grote delen van Brabant en Gelderland onder water zette. Nationale saamhorigheid en liefdadigheid komen in deze versie van het Wilhelmus op unieke wijze samen. Lotte Jensen schreef er een artikel over in Nieuw Letterkundig Magazijn, dat tegenwoordig ook digitaal verschijnt. Je kunt het artikel hier downloaden.

Geplaatst in geen categorie | Een reactie plaatsen

Vier brieven

Door Marc van Biezen

Wie het werk van Gerard Reve in boekvorm compleet wil hebben, heeft geld en geduld nodig. Dit heeft vooral te maken met de hoge prijzen en de kleine oplagen van een aantal bibliofiele uitgaven. Van Drie woorden, het boek met de kleinste oplage (elf), worden op boekwinkeltjes.nl op dit moment twee exemplaren te koop aangeboden voor € 1750 en € 1850, soms komt er jarenlang geen enkel exemplaar op de markt.

Gelukkig geldt voor de meeste teksten in die bijzondere uitgaven dat ze ook elders in het werk te vinden zijn; in verzamelbundels als Een eigen huis, Zondagmorgen zonder zorgen en Archief Reve I en II. Daarop bestaan voor zover ik weet vier uitzonderingen: Vier brieven, Zeer geachte heer Ritter, Het leven is een barre verschrikking en Dromen zijn geen bedrog

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , , , , | Één reactie

Promovendiprobleem

Door Jos Joosten

Even word je op het verkeerde been gezet door het krantenbericht over de student-promovendi in Groningen. Uit een enquête onder deze groep promovendi ‘blijkt dat deze verkapte zelfstandigen door hun begeleiders hetzelfde worden behandeld als promovendi in vaste dienst die meer betaald krijgen en wel recht hebben op pensioenpremie en vakantiegeld.’ (Trouw, 18 juni)

Je zou zeggen: dat is mooi! Ze worden dus, ondanks hun ogenschijnlijk mindere uitgangspositie, helemaal serieus genomen door staf en promotor. 
Al snel blijkt echter dat we hier met een deleted scene uit Eelco Runia’s Genadezesjes te maken hebben: op een koopje worden promovendi binnengehaald, met als lokkertje ‘totale vrijheid’: ze zijn vrij elk onderzoeksonderwerp aan te pakken – met dat gruwelijke mislukte anglicisme (nee dat is niet dubbelop) ‘nieuwsgierigheidsgedreven’ onderzoek – en hebben geen onderwijstaak. 
‘Ze hoeven niet eens op kantoor te komen, als ze niet willen’, schrijft de Groningse universiteitskrant. Dat laatste is superieur, natuurlijk: een flinke kostenbesparing (geen werkruimte) verkopen als academische vrijheid – waarbij ik, ouwe lul zijnde, wel heel danig struikel over de formulering ‘op kantoor komen’. Ik denk dat we hiermee een nieuwe ondergrens in het academisch bestel mogen boekstaven.

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged | Een reactie plaatsen

De volgende metro is lijn 52 en vertrekt over 2 minuten

Door Marc van Oostendorp

Bron: Twitter (Annechien Braak)

Iedere dag luisteren tienduizenden mensen naar die zin, maar ineens kwam er een vraag over binnen. ” De volgende metro is lijn 52 en vertrekt over 2 minuten.” Kan dat eigenlijk wel? De vragensteller suggereerde dat het er misschien mee te maken had dat een naamwoordelijk en een werkwoordelijk gezegde worden samengetrokken, of een zin die een eeuwigdurende toestand aanduidt (lijn 52 zijn) en iets tijdelijks (over twee minuten vertrekken).

Inderdaad klinkt de zin vreemd. Toch lijkt er weinig mis mee. Je kunt twee zinnen samentrekken als het samengetrokken zinsdeel hetzelfde is. Dat lijkt hier het geval.

  • De volgende metro is lijn 52 en de volgende metro vertrekt over 2 minuten.

In zulke gevallen schakelen we een deskundige in, en niemand in het Nederlandsetaalgebied is deskundiger over samentrekkingen dan Jeroen van Craenenbroeck van de KU Leuven. Jeroen schreef meteen terug:

Lees verder
Geplaatst in column | Getagged , | 19 Reacties

Instagrampoëzie in de klas

In het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine schreven Jeroen Dera (Radboud Universiteit) en Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) een artikel over het gebruik van Instagrampoëzie in het voortgezet onderwijs.

Ze betogen dat deze vorm van poëzie vanwege de aansluiting bij de leefwereld van jongeren bijzondere handvatten biedt om poëzie centraal te stellen in de klas. Aan de hand van het zogenaamde RES-model van Nicholas Mazza lichten ze vervolgens een didactiek toe waarmee dit soort gedichten in het onderwijs betekenisvol gebruikt kunnen worden.

Dera en Van der Starre onderstrepen met hun bijdrage een recente trend in de neerlandistiek, namelijk die waarin universitaire onderzoekers hun onderzoeksinteresses uitdrukkelijk vertalen naar het voortgezet onderwijs. Klik hier om hun artikel te lezen.

Geplaatst in Neerlandistiek voor de klas, pas verschenen | Getagged | Een reactie plaatsen

Gedicht: Gerrit Kouwenaar • Ik heb nooit

Ik heb nooit

Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Een reactie plaatsen

Van Oekraïne naar het Ameland

Door Henk Wolf

Van welk land is Kiev de hoofdstad? Sommige Nederlandstaligen zullen zeggen: van Oekraïne, terwijl anderen van de Oekraïne zullen zeggen. De landsnaam komt zowel mét als zónder lidwoord in het Nederlands voor.

Een journalist vertelde me dat hij de lidwoordloze vorm gebruikte, omdat dat duidelijk maakte dat er sprake was van een onafhankelijke staat. Toen ik even zocht, vond ik bij het Genootschap Onze Taal de observatie dat de namen van landen doorgaans geen lidwoord krijgen. Onze Taal baseert daar het volgende advies op:

“Hoewel sommige naslagwerken de Oekraïne al verouderd noemen, is dit niet in overeenstemming met de praktijk. Maar om recht te doen aan de onafhankelijke status van het land, verdient de aanduiding Oekraïne zoals gezegd de voorkeur.”

Lees verder
Geplaatst in column, Naamkunde, taalkunde | Getagged , | 12 Reacties