Tagarchief: etymologie

Etymologie: vlijt

Door Michiel de Vaan vlijt zn. ‘ijver’ Oudnederlands fliz ‘aandrang, vlijt’, flizech bn. ‘ijverig’, flizlicher bw. ‘ijveriger’, flizan ww. ‘ijveren’, pret. fleiz (ca. 1100; de tekst waarin deze vormen voorkomen bevat Hoogduitse kenmerken, zoals hier de z). Middelnl. flit m. … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

De Bakker of de Baets?

Een Oudnederlandse beroepsnaam in Oudfranse vermomming Door Peter Alexander Kerkhof Namen zijn eigenaardige dingen binnen de etymologie. Ze zijn van nature erg conservatief en hebben daarom het wonderbaarlijke vermogen om een oude uitspraak van een woord te bewaren terwijl de … Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , , | Één reactie

Etymologie: verguizen

Door Michiel de Vaan verguizen ww. ‘beschimpen’ Middelnederlands vergusen (1440–1460) ‘te schande maken’, Nnl. verguysen ‘bespotten; met hoon overladen’ (1572), guyse (zetten) ‘spottend gebaar naar iemand maken’ (1588). Verwante vormen: Middelnederduits gusen ‘schrik aanjagen, tot zwijgen brengen’, Westfaals dial. vergüset … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Etymologie: vergetel

Door Michiel de Vaan vergetel bn. ‘vergeetachtig’ Middelnederlands vergetel ‘vergeetachtig’ (1284), Nnl. verghetel ‘vergeetachtig’, ook ‘vergetend’ (1588). In de schrijftaal nog maar zelden na 1700. Afleiding: onverghetel ‘niet te vergeten’ (1350-1450). Het bn. -getel komt met een ander voorvoegsel al … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Etymologie: Klaas Vaak

Door Michiel de Vaan vaak zn. ‘slaap’ Oudnederlands Vak, gebruikt als bijnaam: Simon cognomento Vak (1130–1161). Middelnl. vaek m. ‘slaperigheid, slaap’ (1240), Nnl. vaeck (1540), vaak (1612). Tot ca. 1700 in de Noordnl. literatuur in gebruik voor ‘slaap’, bijv. in … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | 4 Reacties

Etymologie: smaldeel

Door Michiel de Vaan smaldeel zn. ‘onderdeel’ Nnl. smaldeel (1700). Afgeleid uit het werkwoord Mnl. smaldeelen ‘in kleine delen splitsen, onderverdelen’ (1301–25), smaeldelen (1362), Nnl. smaldeelen. Daarvan ook het bw. smaldeelich ‘betreffende wiskundige breuken’ (De Dene, 1561) en zn. Mnl. … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Zeeuwse feestdronk

Door Jan Bethlehem Gaarne voldoet de redactie aan het verzoek tot plaatsing van den navolgenden onlangs te Middelburg, op eenen groten maaltijd, met genoegen gehoorden Toast: kielen, wielen, rand om ’t land De aloude toast van onze vadren, Heel kort, … Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Etymologie: schreef

Door Michiel de Vaan schreef zn. ‘streep’ Mnl. screve v./m. ‘spleet, snede, opening’ (1351), ook ‘streep, lijn’, vandaar ‘grenslijn’ en ‘maat voor vloeistoffen of hout’ (1345: 23 screven houts); Nnl. screve, schreve (1510), schreef (1620) ‘streep, grenslijn, perk; reet, kier; … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Stageplaats Etymologiebank, Meertens Instituut

Het Meertens Instituut host de zeer populaire Etymologiebank, die meer dan 4 miljoen unieke bezoekers per jaar trekt. Wij willen de inhoud van de Etymologiebank uitbreiden met oude of nieuw geschreven etymologische artikelen en woordenboeken. Voor de toevoeging van materiaal … Lees verder

Geplaatst in vacature | Getagged | Een reactie plaatsen

Etymologie: rul

Door Michiel de Vaan rul bn.  ‘korrelig’ Nnl. rul ‘los, fijkorrelig’ bn. in de rulle aarde (1622, Bredero), het rulle zand (1814), ‘los’ in Laetst zagh ik een aerdigh baesje / Dorre blaedtjes rul op een / Houden ‘laatst zag … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | 2 Reacties