Tagarchief: Addenda EWN

Etymologie: spinde, spint

Door Michiel de Vaan spinde zn. ‘provisiekast’ Vroegmiddelnederlands spinde ‘provisiekast’ (1293, Oost-Vlaanderen). Mnl. spinde, spijnde, spende v. ‘provisiekast, voorraadkamer’. Nnl. spynde (1518), spende (1548) ‘uitdeling’, spende, spinde ‘provisiekast, -kamer’ (1599), spijnthiens ‘spindjes’ (1535), spint (1773). In dialecten: Vlaams spinde, Denderstreek … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Één reactie

Etymologie: worstelen

Door Michiel de Vaan worstelen ww. ‘vechten’ Vroegmiddelnederlands worstelen (1240, Limburg, Vlaanderen), werstelen (1320–40, Vlaanderen/Holland/Brabant), warstelen (1348, Vla.), wrastelen (1469–80, Hol.), wraestelen (1481, Hol.), widerworstelen ‘tegenspartelen’, ontworstelen/ontwrastelen (1340–60), tegenwrasselen ‘tegenspartelen’ (1477). Nieuwnl. worstelen (1526), wurstelen (1566, Vlaanderen), wostelen (1568, Antwerpen). … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Één reactie

Etymologie: wankel

Door Michiel de Vaan wankel bn. ‘niet vast, zwenkend’ wankelen ww. ‘onvast gaan’ Oudnederlands uuankilheide ‘onstandvastigheid’ (901–1000); Middelnederlands wankel ‘onstandvastig’ (1285), ‘zwak, onbetrouwbaar, onzeker’ (1373), wankelen ww. ‘wankelen; onvast staan, twijfelen’ en ‘doen wankelen’ (1240), wankelheit zn. (1401–1410), wankelmoet ‘onstandvastigheid’ … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Etymologie: vierschaar

Door Michiel de Vaan vierschaar zn. ‘rechtbank’ Oudnederlands in Latijnse context: virscarnam (1125, acc.), virscarnen (1153, nom.), virscarna (1193) ‘rechtbank’. Vroegmiddelnederlands vierscharne (1254), vierscaerne (1294), vierscaren (1277), vierscarre (1278), vierscaer (1356) ‘rechtbank’, ‘gebied waarin een vierschaar jurisdictie heeft’. Het woord … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Etymologie: vroed

Door Michiel de Vaan vroed bn. ‘verstandig’ Vroegmiddelnl. vroet, vroede (1212–1223, als toenaam), vrut (1240) ‘wijs, verstandig’, Nieuwnl. vroet (1503), vroede. Tot de afleidingen behoren o.a. Mnl. vroeden (1240) ‘verstand hebben; tot inzicht brengen’; Mnl. bevroeden ‘meedelen; begrijpen’ (1265-1270), Nnl. … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Één reactie

Etymologie: vlijt

Door Michiel de Vaan vlijt zn. ‘ijver’ Oudnederlands fliz ‘aandrang, vlijt’, flizech bn. ‘ijverig’, flizlicher bw. ‘ijveriger’, flizan ww. ‘ijveren’, pret. fleiz (ca. 1100; de tekst waarin deze vormen voorkomen bevat Hoogduitse kenmerken, zoals hier de z). Middelnl. flit m. … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Etymologie: verguizen

Door Michiel de Vaan verguizen ww. ‘beschimpen’ Middelnederlands vergusen (1440–1460) ‘te schande maken’, Nnl. verguysen ‘bespotten; met hoon overladen’ (1572), guyse (zetten) ‘spottend gebaar naar iemand maken’ (1588). Verwante vormen: Middelnederduits gusen ‘schrik aanjagen, tot zwijgen brengen’, Westfaals dial. vergüset … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Reacties staat uit voor Etymologie: verguizen

Etymologie: vergetel

Door Michiel de Vaan vergetel bn. ‘vergeetachtig’ Middelnederlands vergetel ‘vergeetachtig’ (1284), Nnl. verghetel ‘vergeetachtig’, ook ‘vergetend’ (1588). In de schrijftaal nog maar zelden na 1700. Afleiding: onverghetel ‘niet te vergeten’ (1350-1450). Het bn. -getel komt met een ander voorvoegsel al … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Reacties staat uit voor Etymologie: vergetel

Etymologie: Klaas Vaak

Door Michiel de Vaan vaak zn. ‘slaap’ Oudnederlands Vak, gebruikt als bijnaam: Simon cognomento Vak (1130–1161). Middelnl. vaek m. ‘slaperigheid, slaap’ (1240), Nnl. vaeck (1540), vaak (1612). Tot ca. 1700 in de Noordnl. literatuur in gebruik voor ‘slaap’, bijv. in … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | 4 Reacties

Etymologie: smaldeel

Door Michiel de Vaan smaldeel zn. ‘onderdeel’ Nnl. smaldeel (1700). Afgeleid uit het werkwoord Mnl. smaldeelen ‘in kleine delen splitsen, onderverdelen’ (1301–25), smaeldelen (1362), Nnl. smaldeelen. Daarvan ook het bw. smaldeelich ‘betreffende wiskundige breuken’ (De Dene, 1561) en zn. Mnl. … Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Reacties staat uit voor Etymologie: smaldeel