zwak

Door Michiel de Vaan

zwak bn. ‘krachteloos’

Vroegmiddelnederlands zuakart (1272), swakard (1291) ‘Zwakaard’, bijnaam ; Mnl. zwack ‘buigzaam’ (van hout), ‘gebrekkig’, ‘zondig, slecht’, Zuidoostmnl. ook swaeck, swake ‘buigzaam, ziek’; Nieuwnl. swack ‘krachteloos’ (1528), ‘buigzaam, soepel’ (1599). Ook in alle moderne dialecten kan zwak nog ‘lenig, vlug’ betekenen. Het Limburgs heeft veelal z(j)waak ‘zwak’ met gerekte klinker. ‘Lenig’ is gezwak in Belgisch Limburg en gezwank in Nederlands Limburg. Werkwoorden: Mnl. swacken en swaken ‘verzwakken, zwak maken & zwak worden’, Nnl. swacken.

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Telwoorden zijn vreemd

Door Marc van Oostendorp

Leeftijd waarop een woord wordt geleerd (in jaar), afgezet tegen de frequentie waarmee het woord voorkomt. Bron: Philosophical Transactions of the Royal Society B.

De namen van getallen zijn opvallend traag. Dat is de conclusie van een nieuw onderzoek dat verscheen in Philosophical Transactions of the Royal Society B (Biology)De auteurs, beide evolutiebioloog, laten zien dat telwoorden (een, twee, drie, vier, enz.) minder snel veranderen dan andere woorden. In verwante talen lijken ze, gemiddeld genomen, meer op elkaar dan andere woorden: un, deux, trois, quattre, enz. staan dichter bij hun equivalenten in het Nederlands, dan laten we zeggen homme, main, arbre, dormir, ook al zijn die woorden ook al heel oud, en verwijzen ze sinds onheuglijke tijden naar alledaagse begrippen uit het leven van alle mensen.

Het geldt, blijkens het onderzoek, ook niet alleen voor Europese talen: ook in Bantoe-talen (zuidelijk Afrika) en Pama-Nyungan (Australië) bleken (rang)telwoorden (3,5 tot 20 keer) trager te veranderen dan andere woorden.

De auteurs bespreken ook drie mogelijke verklaringen voor dit verschil. Lees verder

Geplaatst in column, taalkunde | Getagged , , | 10 Reacties

Gedicht: vsb-prijs 1917 – Jacob Israël de Haan

Wie zou de VSB-poëzieprijs krijgen als het terug 1918 was? Deze week aandacht voor vijf in 1917 verschenen bundels, toegelicht door een vakkundige jury, met aan het eind een publieksverkiezing van de beste bundel. Vandaag als derde de bundel Liederen van Jacob Israël de Haan, ingeleid door taalkundige Marc van Oostendorp, die ook vijf gedichten uit deze bundel koos.

*

Jacob Israël de Haan – Liederen

Aan eenen jongen visscher

Rozen zijn niet zoo schoon als uwe wangen,
Tulpen niet als uw bloote voeten teer,
En in geen oogen las ik immer meer
Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.

Achter ons was de eeuwigheid van de zee,
Boven ons bleekte grijs de eeuwige lucht,
Aan ’t eenzaam strand dwaalden alleen wij twee,
Er was geen ander dan het zeegerucht.

Laatste dag samen, ik ging naar mijn Stad.
Gij vaart en vischt tevreden, ik dwaal rond
En vind in stad noch stiller landstreek wijk.

Ik ben zóo moede, ik heb veel liefgehad.
Vergeef mij veel, vraag niet wat ik weerstond
En bid dat ik nooit voor uw schoon bezwijk.

Weinig Nederlandse dichters hebben de onrust van het jaar 1917 zo beeldend onder woorden gebracht als Jacob Israël de Haan (1881-1924) in zijn bundel Liederen. Dat kon ook bijna niet anders, want die onrust zat ook in hemzelf, een man die voortdurend op reis was, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin. Eerder had hij al opzien gebaard met de expliciet homoseksuele romans Pijpelijntjes en Pathologieën. Een paar jaar na verschijning van Liederen zou hij als zionist vertrekken naar Palestina om er uiteindelijk als orthodoxe jood te worden neergeschoten.
Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

zooitje / zootje

Verwarwoordenboek Vervolg (54)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

zooitje / zootje

De woorden verschillen niet in betekenis, maar wel in stijl.  Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | 4 Reacties

Galien Rethore : hoofdstuk 56

De historie van Galien Rethore

Hier beghint die seer schoone wonderlijke historie van den aldervromsten campioen Galyen Rethore met oock die aldermeeste bloetstortinghe der Kerstenen ende der heydenen, geschiet op den Ronchevale, doer die verradereie vanden alder valschsten verrader Gouweloen.

Zoals gedrukt door Willem Vorsterman te Antwerpen [1520-1525?]

Hoofdstuk 56 (lees-editie)

Hoofdstuk 56 (studie-editie)

Hoofdstukken 1-56 (epub editie) – Hoofdstukken 1-56 (pdf-editie)
deels herzien en met verbetering van opgemerkte fouten

Facsimile van de druk: EHC Antwerpen 812424

 

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged | Een reactie plaatsen

De lotgevallen van een stadsnaam in het buitenland: ‘Den Haag’ in het Italiaans

´Io non ci capisco un’acca!´
´Ik begrijp er geen h van!´

Door Martin H. Hietbrink

Het is in Nederland gebruikelijk om namen van buitenlandse steden onveranderd te laten, dan wel met minimale aanpassingen over te nemen. In Italië is het gebruikelijker dergelijke zogenoemde exoniemen te ´italianiseren´, waarbij soms een opvallend verschil ontstaat tussen de oorspronkelijke en de Italiaanse naam. Zo wordt de Franse hoofdstad Paris in Nederland aangeduid als ´Parijs´, maar in Italië als ´Parigi´. En wat te denken van de Italiaanse naam ´Monaco´ voor het Zuid-Duitse Mūnchen?

Lees verder

Geplaatst in Naamkunde | Getagged | 3 Reacties

Ilja Leonard Pfeijffer als Gerrit Komrij. Antwoord aan Marc van Oostendorp

Door Johan Sonnenschein

In zijn blogpost ‘Ilja Leonard Pfeijffer als Gerrit Komrij’ van 10 januari reageert Marc van Oostendorp vrij uitgebreid op een essayistische recensie van mij op deReactor. Altijd sympathiek, als iemand de moeite neemt om in te gaan op je betoog; in dit geval te meer, omdat mijn recensie in de kern polemisch is – dat heeft Van Oostendorp goed aangevoeld. In het stuk probeer ik de in mijn ogen neerwaartse ontwikkeling van mijn generatiegenoot Bernard Wesseling te begrijpen door hem te verbinden aan een grotere beweging in de huidige Nederlandse poëzie. Kort gezegd zie ik de Wesseling kiezen voor een dichterschap in de lijn van Menno Wigman en F. Starik, wier zwartgallige poëtica mij vervolgens naar Gerrit Komrij leidt. Dat Komrij’s dood een datum in de recente Nederlandse literatuur is, laat zich aanwijzen in de laatste roman van Wesseling (die ik ook bespreek) en eveneens in een geweldig gedicht van Erik Bindervoet (waaruit ik aan het eind van mijn stuk citeer). Ruwweg stel ik dat Komrij’s dood een leemte in het hart van de Nederlandse poëzie opende, waarvan enkele dichters – steevast mannelijk, pessimist en vormvast – vinden dat ze er mooi in zouden passen, maar die onlangs met opvallend gemak aan de kant zijn geveegd door I.L. Pfeijffer, alias Ilja de Verschrikkelijke, alias Komrij II. Lees verder

Geplaatst in geen categorie | 4 Reacties

Ilja Leonard Pfeijffer als klassiek schrijver

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (50 en slot)

Door Marc van Oostendorp

Vandaag verschijnt ‘Waar wordt geschreeuwd is taal vacant’ bij Uitgeverij De Weideblik.

Ilja Leonard Pfeijffer is hard op weg de Goethe van de eenentwintigste eeuw te worden. Zo iemand heeft de Nederlandse literatuur lange tijd niet gehad: iemand die zijn jeugd begint als rebel en langzaam maar zeker uitgroeit tot een instituut, dat zich ook kan permitteren genereus te zijn voor nieuwe generaties. Iemand die nog heel lang schrijft en zo een rijk geschakeerd oeuvre genereert. Lange tijd is de literatuur gedomineerd door ‘de Grote Drie’ en die waren alle drie te rebels voor die rol, al kwam Mulisch uiteindelijk het dichtst in de buurt. Het probleem met Mulisch is dat hij echter de belofte die hij als jonge man deed (dat hij een ‘wondergrijsaard’ zou blijken), geen gestand heeft gedaan en na De ontdekking van de hemel geen echt grote boeken meer schreef.

De persoon Ilja Pfeijffer heeft altijd iets voornaams gehad. Mensen die hem niet persoonlijk kenden, konden dat gemakkelijk voor arrogantie verslijten, al geloof ik dat de wederzijdse vrienden die wij hebben dat nooit zo hebben gezien. Naarmate iemand ouder wordt en een reputatie vestigt, valt dat voorname echter beter op zijn plaats. Hij heeft dan ook nog het voordeel dat hij in het buitenland woont, zodat de stroom geruchten over persoonlijk gedrag wat afknabbelt. En dat hij dankzij Stella hopelijk binnenkort eindelijk de eretitel ‘meest getrouwde man van Nederland’ – vacant sinds de dood van Simon Carmiggelt – kan overnemen. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged | 3 Reacties

Vacature Doctoraatstudent ‘Spraakverstaanbaarheid en vreemd accent’, Universiteit Gent

We verwelkomen kandidaturen voor een voltijdse aanstelling als doctoraatsstudent binnen de Vakgroep Vertalen, Tolken & Communicatie van de Universiteit Gent, in de onderzoeksgroep MULTIPLES (Research Centre for Multilingual Practices and Language Learning in Society). De doctoraatstudent zal worden aangesteld op het project “Spraakverstaanbaarheid en vreemd accent: Nieuwe perspectieven op de perceptie van het Nederlands als Vreemde Taal”. De startdatum is overeen te komen, maar valt tussen 1 april en 1 oktober 2018. Het project heeft een looptijd van vier jaar. Lees verder

Geplaatst in vacature | Getagged , | Een reactie plaatsen

Gedicht: vsb-prijs 1917 – Charivarius

Wie zou de VSB-poëzieprijs krijgen als het terug 1918 was? Deze week aandacht voor vijf in 1917 verschenen bundels, toegelicht door een vakkundige jury, met aan het eind een publieksverkiezing van de beste bundel. Vandaag als tweede de vierde bundel Ruize-rijmen van Charivarius, ingeleid door Jacques Klöters, die ook twee gedichten uit deze bundel koos.

*

Charivarius

Er zijn natuurlijk in 1917 veel betere bundels uitgekomen dan de vierde bundel Ruize-rijmen van Charivarius. Maar het zal wel de best verkochte bundel dat jaar zijn geweest want Charivarius (G. Nolst Trenité 1870-1946) was zeer populair in zijn tijd. Vergelijk hem met Paulien Cornelisse in onze dagen: iemand met een scherp gevoel voor taalverandering en taalmisstanden die daar vermakelijk over schrijft, in zijn geval op rijm en die daarbij ook een scherp oog heeft voor politieke en maatschappelijke gebeurtenissen van zijn tijd.

We moeten er van Charivarius allemaal niet teveel achter zoeken, zo blijkt uit zijn inleiding. Poëzie schrijft hij zeker niet. Die geeft meer gevoel dan gedachte, vindt hij, terwijl hij juist meer gedachte dan gevoel geeft. Als hij een ballade schrijft dan is die bedoeld als grapje. Zijn loflied op de vriendschap is niet bedoeld als parodie op het toenmalige volkslied: “’t is bij ongeluk zoo uitgevallen. In elk geval zal men mij moeten toegeven, dat mijn vers niet veel erger is dan Tollens’ Onbeklemdeborst-Rijm, dat alle Nederlanders bij feesten geestdriftig meezingen, en waarvan sommigen het eerste couplet geheel kennen.” Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen