Tien tips die je echt niet wilt horen als werkzoekende taalkundige in Berlijn

Door Janneke Diepeveen

Vrienden, familie en ex-collega’s in de Lage Landen beseffen vaak niet dat solliciteren in het hippe en booming Berlijn behoorlijk slopend is. Ze hebben allerlei adviezen voor ons taalwetenschappers die goed bedoeld zijn, maar die wij echt niet willen horen…

  1. Wees niet zo kieskeurig

Alles klar – dat het moeite kost om een passende baan te vinden, ligt natuurlijk aan onszelf. De Duitse economie bloeit, er is meer dan genoeg werk in de hoofdstad en wie geen leuke baan kan vinden, is te kieskeurig.

Hoezo? Wij taalwetenschappers stellen ons juist heel flexibel op. We reageren op vacatures bij vertaalbureaus, uitgeverijen, cultuurstichtingen, musea en universiteiten. We solliciteren als copywriter, redacteur, vertaler, projectmedewerker, communicatieverantwoordelijke, noem maar op. Niet uit wanhoop, maar juist omdat we een brede belangstelling en uiteenlopende vaardigheden hebben.

Het probleem is: voor Duitse werkgevers volstaat een diploma taal- en letterkunde niet. Zij willen gespecialiseerde (vervolg)opleidingen zien en werkervaring die exact bij de functie aansluit. In de Lage Landen daarentegen krijgen zelfs pas afgestudeerde neerlandici de kans om bij een uitgeverij te beginnen.

  1. Zoek eerst een stageplaats

In Duitsland moet je onbetaald stage hebben gelopen bij minstens één uitgeverij, of voor een hongerloontje als trainee hebben gewerkt, om kans te maken op een volwaardige baan. Dat geldt ook als je aan de slag wilt bij een redactie, bibliotheek of museum. “Zoek dan toch eerst een leuke stageplaats”, luidt hét advies voor werkzoekende geesteswetenschappers.

Entschuldigung, maar voor een stageplaats in Berlijn staan de kandidaten in de rij. Als gepromoveerde dertiger met een decennium werkervaring maak je tussen jonge, nog kneedbare studenten weinig kans. Het is bovendien geen geheim dat veel stages in Berlijn pure uitbuiting zijn. En hoe betaal je de huur, die in Berlijn steeds meer oploopt?

  1. Stuur meer open sollicitaties

Een veelgehoord advies is dat de droombaan ons vanzelf in de schoot valt als we maar genoeg sollicitatiebrieven sturen naar verschillende werkgevers. Het komt meestal van mensen die al dertig jaar hetzelfde beroep uitoefenen, amper ervaring hebben met solliciteren en geen benul hebben van de arbeidsmarkt in Berlijn, laat staan van de kwalificaties van geesteswetenschappers.

Initiativbewerbungen – sollicitaties op eigen initiatief – zijn ideaal als je een concreet vak beheerst, zoals kapper of rijinstructeur; maar hoe definieer je als taalkundige of literatuurwetenschapper jouw ideale functie? En welke werkgever in Berlijn, dat als arm aber sexy bekendstaat, is bereid om daarin te investeren?

  1. Wees niet zo veeleisend

Taalwetenschappers hebben niets met getallen, dus gaat iedereen ervan uit dat wij niet in staat zijn om een realistische salariswens te uiten. Geen wonder dat anderen de leuke banen wegkapen.

Mag sein, maar de critici in de Lage Landen beseffen niet dat onze salarisindicatie niet meer lager kán. Geesteswetenschappers in Berlijn weten dat een sollicitatie met een salariswens van € 35.000 Brutojahresgehalt gelijk in de prullenmand verdwijnt. Gelukkig hebben we als promovendi op Duitse universiteiten leren overleven met een nettoloon van € 1.000. Een appartement in Berlin-Mitte of Prenzlauer Berg kunnen wij ons niet veroorloven, maar ach, een kamer in Marzahn of Spandau is ook prima.

  1. Begin bij een start-up

“Berlijn is hip en trendy, dáár gebeurt het”, jubelt men in de Benelux. Start-upbedrijfjes schieten aan de Spree als paddenstoelen uit de grond, daar zijn toch zeker talloze leuke baankansen voor een taalwetenschapper.

Also gut – het is het proberen waard. Maar nadat je talloze beroerde Nederlandse webteksten gecorrigeerd en Exceltabellen vol keywords vertaald hebt, is de uitdaging er wel weer af. En als je naar de veertig toe gaat, heb je op vrijdagavond weinig behoefte om op smoezelige zitzakken pizza en bier te nuttigen met Spaanse twintigers van de marketingafdeling. (Omdat de pizza gratis is, maak je af en toe een uitzondering, want als Content Editor kun je maar net rondkomen.)

  1. Ga terug naar de universiteit

Als je als doorgewinterde geesteswetenschapper niet kunt aarden in de hippe start-up-scene, dan ga je toch terug naar de universiteit? Nun ja – zo eenvoudig is dat niet.

Het is ook in de Benelux bekend dat projectbanen vaak de enige optie zijn voor gepromoveerde geesteswetenschappers die niet naar een Professur streven. Voor je het weet besteed je in zo’n baan meer tijd aan projectaanvragen voor de financiering van je vólgende baan dan aan je eigenlijke onderzoek. Om te leven volgens het principe publish or perish moet jouw passie voor de wetenschap gigantisch zijn. Vermoedelijk moet je ook gedurende de rest van je loopbaan in een Berlijnse studentenflat hokken.

  1. Leer een vak

Bevriende ingenieurs, apothekers en softwareontwikkelaars begrijpen dikwijls niets van de arbeidsmarkt voor taalwetenschappers. Zo krijgen we wel eens de vraag of we er spijt van hebben dat we niet wat fatsoenlijks hebben gestudeerd. Wie bitte?

Diezelfde lui raden ons dringend aan om alsnog een vak te leren, bij voorkeur apothekers- of tandartsassistent. Of wij zoiets leuk vinden of niet, speelt geen rol; het is tenslotte werk. Die schrijverij moeten we dan maar in onze vrije tijd bedrijven.

  1. Begin een blog

“Schrijven was toch altijd al jouw ding, begin dan toch met een blog.” Na logo – uiteraard. Alle taalfanaten hebben tegenwoordig een blog en hopen daar succes mee te oogsten.

In werkelijkheid verdienen we geen cent met bloggen en komt er zelden een carrière uit voort. Dat privilege geldt voor de commercieel ingestelde bijdehante blogger die massaal restaurants en boetieks in Berlijn aanprijst en handig is met keywords en hashtags. Dat deze geen benul heeft van spaties en alinea’s merken de volgers toch niet – als er maar mooie foto’s in de blogberichten staan. Taalwetenschappers daarentegen willen inhoud én kwaliteit leveren. Daar krijg je hooguit vijf of zes vind-ik-leuks voor.

  1. Ga freelancen

Vrienden en kennissen weten wat ons te doen staat: “Kies voor vrijheid en creativiteit en ga fulltime freelancen!” De vrijheid is helaas beperkter dan velen denken. “Selbstständig heißt: ‚selbst‘ und ‚ständig‘” stond laatst in een Duits carrièremagazine: als zelfstandige ben je je eigen baas, maar je moet alles zelf oplossen en je bent constant met je werk bezig.

Probeer maar eens om in Berlijn een lucratieve opdracht te vinden. Een freelancer die voor een start-up Nederlandse teksten nakijkt verdient circa € 10 per uur. Hoeveel uren moet je draaien om de huur, de boodschappen én de Krankenkasse te betalen? Fulltime freelancen is in Berlijn vooral weggelegd voor taalwetenschappers met een rijke partner.

  1. Ga terug naar de heimat

Als passende banen voor neerlandici in Berlijn moeilijk te krijgen zijn, ligt één oplossing voor de hand: teruggaan naar de Lage Landen. Maar laten we realistisch zijn. Ook in België en Nederland solliciteren maar zo 170 kandidaten op een vaste baan als redacteur.

“Jouw kennis van het Duits is toch een enorme troef!” hoor je vervolgens. Het wemelt in de Benelux van de vacatures voor Duitstalige klantenservicemedewerkers, maar welke hoogopgeleide verlaat Berlijn om in een callcenter in Etterbeek te gaan zitten? Leerkrachten Duits worden ook dringend gezocht, maar moet je wel voor de klas gaan staan als schrijven jouw ware passie is?

Het is voor geesteswetenschappers op de arbeidsmarkt een grote uitdaging om trouw te blijven aan onszelf – zowel in Berlijn als in de Lage Landen. Daarbij is de steun van vrienden en familie, waar dan ook, van onschatbare waarde.

 

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Tien tips die je echt niet wilt horen als werkzoekende taalkundige in Berlijn

  1. WebredMiet schreef:

    Ik begrijp het negende punt hier niet goed. Ik ben zelf freelancer (goed, niet in Berlijn, maar dat maakt eigenlijk niet uit) en ik neem gewoon geen opdrachten aan voor een veel te lage uurprijs. Als zelfstandige ben ik inderdaad mijn eigen baas, ben ik inderdaad voor alles verantwoordelijk, maar ik bepaal ook zelf voor welke prijs ik werk. En ja, er zijn zeker bedrijven die 10 euro per uur ‘normaal’ of ‘marktconform’ vinden, maar er zijn er zeker te vinden die wèl een echt normale uurprijs willen betalen voor goede teksten. Normaal is in Nederland en België overigens minimaal 40 Euro. Ik ben zelf vertaler, Duits (en Engels) – Nederlands, en ken genoeg copywriters die niet alleen goed kunnen leven van hun schrijfactiviteiten, maar soms ook enige kostwinner zijn. Maar die accepteren geen opdrachten voor 10 euro per uur. En ja, het klopt dat je er tijd en energie in moet steken, in leren ondernemen (want dat is wat je dan doet), in klanten zoeken en behouden, in onderhandelen. Niet iedereen is daar even goed in (ik ben er ook niet zo fantastisch in, maar wel goed genoeg). De opmerking ‘vind maar eens in Berlijn een opdracht die lucratief genoeg is’ begrijp ik al helemaal niet. Als freelance vertaler/copywriter ben je helemaal niet gebonden aan de locatie waar je woont. Ik heb geen enkele klant in mijn woonplaats, ik heb er zelfs amper in België. De meeste van mijn klanten zijn in Duitsland en Oostenrijk gevestigd. Dat is nooit een probleem geweest. Ook niet voor mijn collega’s die in Duitsland wonen overigens.

  2. Nele schreef:

    Punt 1 heb ik anders in België ook meegemaakt, hoor. Diploma Germaanse was geen diploma journalistiek of bibliotheekwetenschappen enzv. Dus ben ik uiteindelijk voor de klas geland, ook niet mijn droomjob.

  3. Rob Alberts schreef:

    Graag zou ik jou nu “De gouden tip” willen geven.
    Maar uiteindelijk geloof ik dat er ook sprake moet zijn van het noodzakelijke geluk.

    Mijn blog wordt redelijk gelezen.
    Maar blijft een tijdverdrijf en kan mij zeker geen inkomsten genereren.

    Optimistische groet,

Laat een reactie achter