Gedicht: Jan van Nijlen • De reseda

De reseda

Geen Hokousaï, geen Vermeer,
Zelfs niet de vlammendste Vincent,
Verteedert en ontroert mij meer
Dan, met zijn bloembak van cement,

De kamer, blauw en brons gekleurd,
Waar, naast roos en petunia,
De onoogelijke reseda,
Onzichtbaar haast, standvastig geurt

Als vroeger, als voor vijftig jaar.
Hier, naar het lichaam en den geest,
Is liefde werklijkheid geweest
En alles wat ik droomde waar.

Jan van Nijlen (1884-1965)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter