Auto-antoniemen: woorden die hun eigen tegenovergestelde zijn

Door Henk Wolf

Sommige woorden vormen paren van tegenovergestelden, of met een vakterm antoniemen. Voorbeelden zijn kleingroot en aan-uit. Andere woorden vormen homoniemen. Dat zijn woorden die hetzelfde klinken en/of hetzelfde geschreven worden. Voorbeelden zijn boer (landbouwer of veehouder) en boer (oprisping van lucht). Dit stukje gaat over woordparen die allebei zijn: antoniem en homoniem. Ze zijn identiek aan hun tegenovergestelde. Voorbeelden zijn mits-mits en zelfbewust-zelfbewust. Een woord dat deel uitmaakt van zo’n antoniem-homoniem paar, wordt wel auto-antoniem of contraniem genoemd. Het Duits heeft er de mooie naam Januswort voor, naar de god Janus die twee hoofden had die in tegenovergestelde richtingen keken.

Voorbeelden van Nederlandse auto-antoniemen

Hieronder bespreek ik kort vijf Nederlandse auto-antoniemen: mits, zelfbewust, sanctie/sanctioneren, minzaam en lekker.

1. Mits

Het bekendste auto-antoniem is vermoedelijk mits. Dat heeft veel betekenissen gehad, maar de gebruikelijkste is, in elk geval in Nederland, nu ‘indien’, ‘op voorwaarde dat’. Dat is ook de betekenis die door taaladviezen is gecanoniseerd. Tegelijk komt in de praktijk ook precies de tegenovergestelde betekenis van mits voor: ‘tenzij’, ‘op voorwaarde dat niet’.

Een paar voorbeelden van internet:

  • Geld voor pontje Sluiskil, mits er een goed plan komt. (mits = indien)
  • Bij Cato gaat sluiten mits er een overnamekandidaat is. (mits = tenzij)

Hoewel mits een bekend geval is, heb ik geen verklaring voor de betekenisontwikkeling. Wie ergens een verklaring tegen is gekomen of een plausibele hypothese heeft: ik ben benieuwd.

2. Zelfbewust

Zelfbewust betekent volgens mijn Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, twaalfde druk: ‘een sterke bewustheid, een hoge dunk van zichzelf hebbend’. Dat komt vrijwel overeen met ‘wilskrachtig’, ‘assertief’, ‘zelfverzekerd’. Van Dale geeft als voorbeeldzin:

  • hij treedt altijd zo zelfbewust op, daar hebben de anderen vrijwel geen verweer tegen (zelfbewust = zelfverzekerd)

Het gekke is dat het woord tegenwoordig ook in precies de tegenovergestelde betekenis voorkomt: ‘aarzelend’, ‘onzeker’. Zo schrijft iemand op internet in zelfbeklag:

  • Zelfs als ik op de fiets langs wachtende autos rijd ben ik heel zelfbewust van hoe ik eruitzie voor hen. (zelfbewust = onzeker)

Nog een voorbeeld van internet:

  • Ik ben te zelfbewust, niet actief, maar redelijk passief.

Ik zou het zomaar mis kunnen hebben (aangezien het soms een reflex is bij elke taalverandering naar het Engels te wijzen), maar het zou me niet heel erg verbazen als de nieuwe betekenis een leenvertaling zou zijn van het Engelse self-conscious.

3. Sanctie, sanctioneren

Volgens mijn Van Dale uit 1992 betekent sanctioneren ‘goedkeuren’. Ook de tegenovergestelde betekenis ‘niet goedkeuren’, ‘afstraffen’, ‘bestraffen’ komt tegenwoordig voor. Op internet zijn zelfs veel meer voorbeelden van sanctioneren in de nieuwe betekenis te vinden dan in de oude.

Een paar internetvoorbeelden:

  • Met te lage straf wordt moord gesanctioneerd. (gesanctioneerd = goedgekeurd)
  • Binnen de IOAW (en de IOAZ) is het mogelijk om gedragingen te sanctioneren door het opleggen van een maatregel of door het tijdelijk of blijvend weigeren van de uitkering. (sanctioneren = afstraffen)
  • Onafhankelijk hiervan heeft ook de vakdocent de mogelijkheid een leerling te sanctioneren. (sanctioneren = bestraffen)

Bij sanctie zien we een vergelijkbare ontwikkeling. Dat betekende eerst ‘voorschrift’, toen ‘goedkeuring van een voorschrift’, toen ‘manier om naleving van een goedgekeurd voorschrift af te dwingen’ en nu vooral ‘straf’.

4. Minzaam

Het woord minzaam betekent vanouds ‘vriendelijk’. Er zit hetzelfde woord ‘min’ in dat we ook vinden in ‘beminnelijk’ en ‘beminnen’. Die betekenis heeft zich wat verengd tot wat Van Dale omschrijft als ‘welwillend tegenover personen van lagere rang’, met de opmerking dat dat gebruik vaak ironisch is.

Misschien is die ironie verdwenen, want voor veel sprekers van het Nederlands betekent minzaam nu niet langer ‘vriendelijk’, maar juist ‘onvriendelijk’. Ik heb daar in 2016 al een stukje over geschreven. Dat is hier te vinden: http://www.demoanne.nl/minzaam-de-put-derut-hawwe-harsenskraabje/.

5. Lekker

Dat ironie of sarcasme ertoe kan leiden dat woorden de tegenovergestelde betekenis gaan aannemen is niet zo gek. Bij ironie moet je door het letterlijk bedoelde heen kijken en een diepere betekenislaag zoeken. Wordt een bepaalde vorm van ironie vaak gebruikt, dan herkennen sprekers de dubbele laag niet meer en dan heeft een woord er een nieuwe betekenis bij gekregen. Zoiets lijkt gaande te zijn bij lekker. Dat heeft natuurlijk nog steeds een positieve betekenis, maar een zin als de volgende is, zeker op schrift, tweeduidig:

  • Dat is lekker! (lekker = aangenaam/onaangenaam)

6. Letterlijk

Het woord letterlijk betekent in het antoniemenpaar letterlijk-figuurlijk ‘zonder dubbele laag’, ‘niet als beeldspraak te interpreteren’, ‘niet-figuurlijk’. Het krijgt daarnaast ook de tegenovergestelde betekenis ‘wel met een dubbele laag’, ‘wel als beeldspraak te interpreteren’. Ik heb de indruk dat het niet volledig synoniem wordt met figuurlijk, maar dat het net als echt (en het nog nieuwere zo) een soort intensiverend bijwoord wordt.

Een paar internetvoorbeelden:

  • Joke’s verhuizing uit Made, alsmede het letterlijk ver weg zijn van de verslavingsproblematiek (5.000 KM) was gaandeweg te complex om […] (letterlijk = niet als beeldspraak te interpreteren)
  • Hij wilde alleen niet dat mensen zich met die liquidaties bezighielden, datwas letterlijk een begraven hoofdstuk, zoals hij zei, […] (letterlijk = als beeldspraak te interpreteren)
  • Ik was letterlijk een tijdje lamgeslagen. (letterlijk = als beeldspraak te interpreteren)
  • Het was letterlijk de hel die naar beneden kwam. (letterlijk = als beeldspraak te interpreten)

7. Typisch

Typisch is al een wat ouder auto-antoniem. Het betekent zowel ‘gewoon voor z’n soort’ als ‘ongewoon voor z’n soort’. In de laatste betekenis is het synoniem met atypisch. Een frase als een typische man kan dan ook naar ‘een gewone man’, zowel als naar ‘een ongewone man’ verwijzen.

Een paar voorbeelden van internet:

  • Zo is er een portret van huisbewaarder Hildo. Een typische man, geen doorsnee type. Lang haar, een twinkeling in de ogen. (typisch = ongewoon)
  • Een typische vrouw heeft iets meer eigenbelang nodig, terwijl een typische man juist meer bewust moet worden van anderen om zich heen. (typisch = gewoon)
  • Typisch kleurtje, ik zou het niet zelf dragen. (typisch = ongewoon)
  • Knappe Olds in een typisch kleurtje van de 50’s. (typisch = gewoon)

De betekenis ‘gewoon’ is volgens de naslagwerken de oudste. Mogelijk heeft de betekenisontwikkeling zich eerst in het Duits of Frans voorgedaan en is het Nederlands in die ontwikkeling meegegaan.

8. Willekeurig

Ook al een wat ouder auto-antoniem is willekeurig. Dat woord betekende oorspronkelijk ‘voortkomend uit de wil’, ‘opzettelijk’. In die zin vinden we het nog in ‘willekeurige bewegingen’ en ‘willekeurige spieren’. Die betekenis lijkt aan het verdwijnen te zijn. Zelfs ‘willekeurige bewegingen’, dat als ingeburgerd idioom nog redelijk vaststaat, komt in de tegenovergestelde betekenis van ‘niet voortkomend uit de wil’, ‘onopzettelijk’ voor, zoals in het volgende internetvoorbeeld:

  • Tegenwoordig denkt men dat tic-bewegingen niet slechts simpele,willekeurige bewegingen of geluiden zijn.

Het WNT (Woordenboek der Nederlandsche Taal) geeft nog als voorbeeld:

  • Hij (de buitenspel staande speler) mag den bal niet aanraken, noch opzettelijk, noch willekeurig, hij mag geen tegenstander hinderen enz. (willekeurig = onopzettelijk)

Het WNT geeft aan dat de betekenis ‘onopzettelijk’ nieuwer is en speculeert dat die ontstaan is door verwarring met onwillekeurig.

Nieuwe betekenissen

Dat woorden er nieuwe betekenissen bij krijgen, is niet zo bijzonder. Zulke nieuwe betekenissen kunnen op verschillende manieren ontstaan. Een hele gebruikelijke is het oprekken van een al bestaande betekenis, bijvoorbeeld door die overdrachtelijk te gebruiken, als metafoor of metoniem. Op die manier zijn uit voet in de betekenis ‘uiterste deel van de onderste menselijke ledematen’ bijvoorbeeld voet in de zin ‘lengtemaat gelijk aan de lengte van een mannenvoet’, voet als ‘deel van een sok waar de menselijke voet in past’ en voetje in de zin van ‘onderste deel van een wijnglas’ ontstaan. In het Fries is foet naast ‘voet’ ook ‘been’ gaan betekenen en in het Engels heeft foot er de betekenis ‘soldaat die te voet gaat’ bij gekregen. Als nieuwe betekenissen groeien op bestaande betekenissen, dan hebben we het over polysemie.

Het humboldtiaanse principe

Polysemie kan leiden tot homonymie. Dat wil zeggen dat sprekers geen relatie meer voelen tussen twee betekenissen van een woord. Zo zijn er weinig mensen die beseffen dat een bank zoals de ING en de ABN Amro oorspronkelijk de bank als meubel was waarop geldzaken werden afgehandeld. En dat die betekenis weer voortkomt uit de betekenis ‘verhoging’, die we in zandbank nog vinden.

Homonymie is iets waar mensen bewust of onbewust een hekel aan hebben. Dat geldt ook voor synonymie: het hebben van twee woorden met dezelfde betekenis. In de loop van de geschiedenis van een taal zie je dat sprekers de neiging hebben homoniemen en synoniemen weg te werken uit hun taal, zodat ze dichter bij een ideale één-op-éénrelatie tussen woordvorm en betekenis komen. Althans, dat is een aanname die al zo’n tweehonderd jaar bestaat in de taalkunde en die wordt toegeschreven aan de Duitse taalkundige Wilhelm von Humboldt (1767-1835). Een illustratie ervan is het verdwijnen van het woord bank in de betekenis van ‘tafel’, zowel omdat er een homoniem is (de bank om op te zitten), als een synoniem (het woord tafel).

Auto-antoniemen zijn een beetje gek

Of dat humboldtiaanse principe nou echt zo sterk is, daar is in de vorige eeuw over gediscussieerd en er zijn genoeg tegenvoorbeelden aangedragen, maar dat er iets van aan moet zijn, dat kun je in de geschiedenis van het Nederlands makkelijk zien. Van historische paren zoals gebrocht-gebracht, bakte-biek heeft maar één vorm de tand des tijds overleefd. In paren zoals litteratuur-literatuur, vrind-vriend en raadde-ried zijn we nog bezig een van de twee vormen weg te werken, maar we weten al welke er gaat winnen. In paren als hing-hong, komen-kommen en zeven-zeuven vinden we een van de twee ‘niet zo netjes’. Bij paren als vrouw-vrouwe en kip-hoen hebben we de woorden verschillende betekenissen gegeven. Bij paren als dier-beest en klant-cliënt is de gevoelswaarde sterk gaan verschillen. Homoniemenparen als kennen-kennen en leggen-leggen wijzen we massaal af ten gunste van de alternatieve paren kunnen-kennen en liggen-leggen, met voor elke woordvorm een eigen betekenis.

Kortom: we werken homoniemen en synoniemen op allerlei manieren het Nederlands uit. Het is daarom een beetje gek dat er in het Nederlands auto-antoniemen zijn ontstaan, woorden die er een betekenis bij hebben gekregen die sterk afwijkt van de oorspronkelijke betekenis. Als het vermijden van onduidelijkheid achter het humboldtiaanse principe zit, dan zijn auto-antoniemen helemaal gek, want wanneer is de verwarring nou groter dan wanneer de nieuwe betekenis precies tegenovergesteld is aan de oude?

Meer voorbeelden?

Het Nederlands heeft ongetwijfeld nog veel meer auto-antoniemen dan de paar die ik hierboven heb genoemd. Ik houd me aanbevolen voor meer voorbeelden, liefst recent ontstane voorbeelden die nog niet in de woordenboeken zijn opgedoken.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

16 reacties op Auto-antoniemen: woorden die hun eigen tegenovergestelde zijn

  1. Gerard van er Leeuw schreef:

    Is dit iets? stout. Een stout (ondeugend), släckt) kind. Een stoute (dappere) ridder. Een straf (stout) biertje.

  2. Mient Adema schreef:

    U had een eerste en een laatste vraag.
    Daar maar toe beperken, want de rest is ook erg interessant.
    Voor het eerste voorbeeld (mits) heb ik geen enkel gevoel. Het betekent wat het betekent (“als maar”…, en niet “of het moest zijn dat”), maar dat neemt niet weg dat het vroeger wel zoiets als “tenzij” voorstelde. Hoe kan dat? Ik denk (maar dat is puur speculeren) dat je voor het uitspreken van de bijzin een gedachtesprong maakt die ervoor zorgt dat de inhoud van die bijzin tegengesteld moet zijn aan wat je wilt zeggen. En daarmee is de auto-antoniem geboren. Een denkfout dus eigenlijk, die soms gesanctioneerd(!) wordt.

    Zelf heb ik altijd moeite met de term “denkbeeldig”, om maar te zwijgen van ondenkbeeldig en niet ondenkbeeldig. Ook hier warrelen de associaties door je kop en krijg je een uitkomst die vaak niet begrepen wordt. Ik verklaar ook dit maar door een focus in ons denken.

  3. Rob Duijf schreef:

    Leuk! Ik zou een woord als ‘zelfbewust’ helemaal niet associëren met ‘een hoge dunk van zichzelf hebbend’. Integendeel, het geeft mij juist een sterk, positief gevoel. Dus ook de interpretatie in negatieve zin, van een ‘gebrek aan zelfvertrouwen, onzekerheid’ vind ik opmerkelijk. Ik denk niet dat ik zelf zo zou gebruiken.

    • Mient Adema schreef:

      Kijk, daar heb je die verschillende focus weer. Jij kiest hier voor de betekenis die aangeeft wat je van jezelf vindt, terwijl de andere betekenis die van de ander is op jouw gedrag.
      Die ander geeft objectief weer wat jij subjectief voelt.

  4. Wim schreef:

    Er zijn ook auto-antoniemzinnen: zinnenparen waarin twee tegengestelde woorden voorkomen maar die desondanks (ongeveer) hetzelfde betekenen. Drie voorbeelden van zulke paren:

    (1)a Je zit er mooi naast!
    (1)b Je zit er lelijk naast!

    (2)a Goed bronnenonderzoek is van niet te onderschatten belang.
    (2)b Goed bronnenonderzoek is van niet te overschatten belang.

    (3)a Zullen we ‘ns gaan?
    (3)b Zullen we niet ‘ns gaan?

  5. Nico Spilt schreef:

    Mits betekent gewoon mits, niet tenzij. Een leuk voorbeeld: http://www.tekstcreaties.nl/het-gebruik-van-mits-en-tenzij/

  6. Herma schreef:

    Het woord “wreed” wordt tegenwoordig door jongeren gebruikt in de betekenis van “verschrikkelijk / geweldig mooi”.

  7. Pepijn Hendriks schreef:

    Misschien niet zo zuiver als je zou willen, maar: ‘stoffen’. Het betekent zowel ‘van stof ontdoen, stof afnemen’ als ‘stof opjagen’ (volgens de Dikke van Dale).

  8. Luc schreef:

    Auto-antoniemen komen ook in andere talen voor. In het Frans bijvoorbeeld “sanctionner” (goedkeuren / bestraffen) en défendre (verdedigen, opkomen voor, pleiten voor / verbieden, weigeren).

  9. Julius schreef:

    Geen woord, maar een uitdrukking: geen been zien in… Zie bv. https://onzetaal.nl/taaladvies/ergens-geen-been-in-zien/.
    En misschien niet helemaal wat je bedoelt, maar toch ook leuk: ‘deppen’. Volgens woordenboeken ‘bevochtigen’, maar ook gebruikt als ‘droog maken’.

    • Mient Adema schreef:

      Weer wat geleerd! Laat ik nou behoren tot degenen die denken dat er “geen been in zien” betekent dat je het niet ziet zitten. En in mijn omgeving idem dito: als je er geen been in ziet zitten, nou dan hoeft het niet, te veel beren op de weg.
      En dat roept de vraag op: heb je die uitdrukking van iemand overgenomen en daarbij wat die er ten onrechte onder verstond?
      Ik moet mijn oma en tante zaliger die me tot m’n vijfde met spreekwoorden en gezegdes hebben volgegooid daar nog maar eens op aanspreken.
      Het zou overigens wel een bizarre verklaring zijn voor het ontstaan van auto-antoniemen.

  10. Henk schreef:

    Er zitten een paar mooie gevallen bij. Bedankt, mensen!

  11. Jan Renkema schreef:

    Wat een mooi artikel! In de Schrijfwijzer (pag. 202) staan nog meer voorbeelden, o.a. ‘afbouwen’ en ‘behalve’. Die horen nu thuis in jouw rijtje! Succes met het ‘afmaken’ van deze verzameling.

Laat een reactie achter