Gedicht: H.A. Gomperts – Côte d’Azur

Côte d’Azur

Onder een hemel van damast
tussen zwanen en dolfijnen
op een blauw-satijnen kleed
komt de wind zich presenteren.
Het is goed in zee te zwemmen,
want de zee heeft zachte handen,
in een bad van schuimballonnen,
duizend druppels, duizend zonnen.
Op de planken en de stenen
van het grint en sintelstrand
dansen klossen en sandalen,
splinters, stokken, kreeften, torren,
zilte krekels en kadavers.

Langs de plinten van de hemel
liggen met opalen ogen
zevenduizend zeemeerminnen
in een krans om alle zeeën
en van transen en trapezen
kijken dwergen en konijnen,
kattenkrengen, kolenkitten
op het zomers zoete neer.

Zwaluwen en zevelingen
zijn gezanten van de zee
en zij lijden in de wouden,
in de parken van platanen,
langs de zomen van de heuvels
aan de gasten, mensebeesten,
als een onderhuidse jeuk.

H.A. Gomperts (1915-1998)
uit: Dingtaal (1947)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter