Gedicht: Bert Voeten – Sonnet voor Solaria (VI)

Sonnet voor Solaria (VI)

De nacht rijst koud en blinkend in de ramen;
de kaarsvlam flakkert, poover gloeit het vuur.
Ik hoor mijn kamer langzaam ademhalen,
haar zwakken hartslag tampen aan den muur.

Ik weet je ver en in dit eenzaam uur
gaan andere oogen langs je lichaam dwalen.
– Maar ook de weemoed sluit zich op den duur;
men kan niet lang bij het verleden dralen.

Ik vind het veel wat mij nog is gebleven:
papieren, glanzend in den kaarsenschijn,
de kleine verzen van ons samenzijn
die ik vanavond haast heb afgeschreven.
– Is het niet beter zoo, weer met den wijn
en met de slanke muze saam te leven?

Bert Voeten (1918-1992)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter